Jambon kan niet zeggen waar ‘straatfeesten’ plaatsvonden

 Leestijd: 5 minuten

5

Volgens minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier Jan Jambon (N-VA) danste ‘een significant deel van de moslimgemeenschap’ na de aanslagen van 22 maart in bepaalde wijken in Brussel. Daarmee herhaalt hij een uitspraak die hij twee weken eerder deed op een congres over Israël in Den Haag. Toen gebruikte hij het woord ‘straatfeesten’. Navraag bij de minister leert dat hij geen details kan geven over die feesten. “Dansen op straat is niet verboden, er wordt geen proces-verbaal van opgemaakt. Maar dit is geen losse flodder, er waren wel degelijk dansende moslims die de aanslagen toejuichten.”

Minister Jambon deed de opmerkelijke uitspraak vandaag in De Standaard, maar de bewering is eigenlijk al twee weken oud. De minister sprak al op 30 maart tijdens het colloquium ‘Terrorisme, Israël & Internationaal Recht’ over moslims die de aanslagen ‘vierden’. Het colloquium was een organisatie van CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) in Den Haag. Het centrum werd in 1974 opgericht om “op te komen voor het recht op vrede en veiligheid van het Joodse volk, waar ook ter wereld”.

Dit artikel is enkel toegankelijk voor abonnees