Het ‘gelijk’ van links

22

De Vlaamse regering ontvouwt vandaag haar plannen en op een federale regeerakkoord is het wellicht ook niet lang meer wachten. De linkse oppositie staat klaar om de ‘asociale rechtse regeringen’ onder vuur te nemen. Ook de vakbonden warmen zich op. Als de oppositieleiders in het parlement en die ‘op de straat’ elkaar vinden, zullen de Zweedse coalities zich schrap moeten zetten, mede omdat links vandaag het ‘gelijk’ aan zijn kant heeft.

KarlBelgië wordt sinds 1988 bestuurd door centrumlinkse regeringen. Dat wil zeggen dat alleen wie een pak ouder is dan dertig zich nog iets kan voorstellen bij een (centrum-)rechts beleid. De maatregelen die op de kookvuren van de regeringen-Bourgeois en -Michel (?) staan te pruttelen, roepen herinneringen op aan de eerste regering Tindemans (1974 -1977) en de regeringen Martens-Gol (1980-1988): de aankoop van bommenwerpers door het leger, snoeien in de sociale zekerheid, besparen op het onderwijs, een indexsprong, deregulering, flexibele arbeidsmarkt, een fors anti-vakbondsdiscours en een terugkeer naar de kernenergie,… het lijstje kan binnenkort worden vervolledigd.

Links bloeit onder rechts

Hoe zwaar de centrumrechtse ‘herstelmaatregelen’ ook wogen op de sociaal zwakkeren (Bea Cantillon ziet 1985 als een scharnierjaar waarin de herverdeling stilvalt die zich sinds 1976 had doorgezet en die de ongelijkheid tussen arm en rijk fors had doen afnemen, KvdB) toch zorgden ze voor een nooit geziene bloei van de linkse oppositie. Onder Karel Van Miert behaalden de socialisten hun grootste electorale triomf in 1985, ook de PS werd onaantastbaar in Wallonië (met Spitaels als ‘Dieu’) en vanaf 1982 brak Agalev door.

In het parlement hadden ‘jonge Turken’ als Frank Vandenbroucke, Freddy Willockx, Louis Tobback, Mieke Vogels en Jos Geysels het overwicht. Memorabele debatten over de rakettenkwestie en het draconische Sint-Annaplan blijven verplichte leerstof voor elke beginnende politicus.

Ook het middenveld, gevoed door een onuitputtelijke reserve aan gewetensbezwaarden, die op kosten van de overheid het verzet schraagden, manifesteerde zich onophoudelijk. De rakettenbetogingen blijven de grootste manifestaties die ooit door Brussel trokken, de studentenprotesten van 1986 tegen de besparingen van minister Coens politiseerden bijna twintig jaar na 1968 een hele generatie studenten, en de milieubeweging vond – aangevuurd door Greenpeace – nieuwe mediatieke actievormen, vooral na de ontploffing van Tsjernobyl in 1986.

Ook de mensenrechtenbeweging, die vooral strijd voerde tegen de apartheid in Zuid-Afrika (‘Free Mandela’), de vrouwenbeweging (abortus!) en de jongeren (Marsen voor Werk) zorgden ervoor dat politieke thema’s de gesprekken beheersten in de Vlaamse huiskamers, in vergaderlokaaltjes overal te lande en aan ontelbare cafétogen. De redding van de krant De Morgen, door haar eigen lezers, diende als katalysator en de Humo-generatie zorgde met Torhout-Werchter voor de soundtrack van een brede oppositiebeweging.

Het is de generatie geboren uit het verzet tegen Martens-Gol die in 1999 de paars-groene regering in het zadel stemde.

Het is deze generatie, geboren uit het verzet tegen Martens-Gol die in 1999 de paars-groene regering in het zadel stemde. Deze regering weigerde de F16s te vervangen, voerde het tijdskrediet in, keurde een revolutionaire genocidewet goed en distantieerde zich van de Navo in de oorlog tegen Irak. Ze koos voor een kernuitstap en nam een hele resem progressieve ethische wetten aan, waaronder de euthanasiewet. Dat Guy Verhofstadt, in de jaren tachtig nog de ‘baby Thatcher’ en favoriete schietschijf van links, die regering leidde, zegt veel over de postmoderne verglijding van de moderne politiek. (Al moet gezegd worden dat Verhofstadt in 1979 deelnam aan de eerste vredesbetoging). Alleen ezels veranderen nooit van mening.

Het acv beslist(E)

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar het lijkt erop dat de linkerzijde in Vlaanderen (in Wallonië zit ze wel deels in de meerderheid) zich zal kunnen optrekken aan het verzet tegen de centrumrechtse regeringen. Groen lijkt met welbespraakte en goed beslagen parlementsleden klaar voor vijf jaar forse oppositie. De sp.a moet eerst nog intern orde op zaken stellen, maar wat het politiek personeel betreft, moeten de Vlaamse socialisten niet wanhopen. Zowel John Crombez als een gelouterde Bruno Tobback en een herboren Freya Van den Bossche moeten in staat geacht worden om de herinnering aan de ‘jonge Turken’ van de jaren tachtig te doen vergeten.

En toch. Alle wervelende kamerdebatten ten spijt, dient gezegd dat het in 1988 het ACV was dat een einde maakte aan acht jaar rooms-blauw beleid. Jef Houthuys vreesde dat Verhofstadt de strijd zou aanbinden met de vakbonden en de besparingen nog zou opvoeren, en ‘beval’ Wilfried Martens om ‘da joenk’ te laten vallen. De druk van zijn achterban om samen met het ABVV te gaan strijden tegen de sociale afbraak, was te groot geworden. Martens had op dat moment geen keuze meer. Hij wist dat geen enkele regering – toen – overeind kon blijven als de twee grote bonden de krachten zouden bundelen. Een algemene staking zou de ruggengraat van de economie breken en misschien wel het straatgewoel doen escaleren.

De zelfverzekerdheid (sommigen zullen zeggen de arrogantie) waarmee Vlaams minister Muyters (N-VA) verklaarde dat hij de vakbonden in feite niet nodig heeft om een werkgelegenheidsbeleid te voeren, toont aan dat het centrumrechtse kamp de slagkracht van de vakbonden erg laag inschat. Ook de weigering van Open Vld, MR en N-VA om CD&V een ‘linkse trofee’ te gunnen waarmee de ACW-achterban kan worden gesust, doet vermoeden dat deze partijen uit syndicale hoek alleen wat obligaat protest verwachten. Of dat ze ervan overtuigd zijn dat hun coalitie een ‘hete herfst’ wel zal overleven.

Het centrumrechtse kamp lijkt de slagkracht van de vakbonden erg laag in te schatten

Vanzelfsprekende verworvendheden

De vakbonden zelf kunnen moeilijk inschatten hoe groot hun mobilisatiekracht is. Ze beseffen maar al te goed dat ze met een imagoprobleem zitten, vaak ook bij links-progressieve mensen. Stakingen worden niet meer beschouwd als legitieme actiemiddelen, maar als pesterijen van pendelaars, consumenten of hardwerkende ondernemers.

‘Daens’ mag dan al een van de meest geliefde films zijn van de Vlamingen en ‘Groenten uit Balen’ mag dan nog zo’n gevoelig snaar geraakt hebben; voor veel ouderen is het een uiting van nostalgie en voor veel jongeren een blik op een wereld die hen totaal vreemd is.

Dat alle sociale verworvenheden die we nu vanzelfsprekend vinden destijds in een soms bloedige sociale strijd zijn afgedwongen door diezelfde vakbonden, lijkt vandaag volledig vergeten. Zonder syndicale actie tussen 1840 en 1945 geen kindergeld of pensioen, geen werkloosheidsuitkering of ziekteverzekering, geen studiebeurs, betaalde vakantie of tijdskrediet en geen sociale woning, kinderopvang, automatische loonsverhoging of indexkoppeling.

De vakbonden geloven (hopen) dat arbeiders en bedienden, studenten en gepensioneerden maar ook veel freelancers en zelfstandigen, wakker zullen worden als de totale omvang van de besparingen duidelijk zal worden. Toen de paarse regering Verhofstadt II in 2005 het Generatiepact afkondigde, beleefden ze een toeloop van nieuwe leden. Ook bij de sluitingen van Ford en General Motors was er veel publieke steun voor de bonden.

De politiek beslist?

CD&V hoopt waarschijnlijk dat het ACV niet voluit zal gaan in de actie. Bij de verdeling van de Vlaamse ministerposten toonde Wouter Beke zich heel gul voor de christelijke arbeidersbeweging. Met onderwijs en welzijn heeft ze de belangrijkste departementen in handen.

Maar toch wijzen de recente uitlatingen van ACV-voorzitter Marc Leemans erop dat het ACV niet afzijdig zal blijven. Als het ABVV zijn duivels ontbindt, zullen de groene ACV-vlaggen ook wapperen aan de stakerspiketten en bij de betogingen. Een eerste gemeenschappelijke vakbondsactie, op 23 september, toont aan dat het syndicale front op dit moment erg solide is.

Een eerste gemeenschappelijke vakbondsactie, op 23 september, toont aan dat het syndicale front op dit moment erg solide is

Misschien is het zelfvertrouwen van politici als Muyters niet helemaal onbegrijpelijk. Strikt gesproken kunnen vakbonden geen wetten veranderen. Als de regering de stakingen kan uitzweten, haalt ze haar slag thuis. Een wet op de minimale dienstverlening moet daarbij al een handje helpen.

De nieuwe regeringen mogen echter de economische gevolgen van een staking niet onderschatten. Een algemene staking blijft een formidabel wapen waartegen de werkgevers niet bestand zijn, zeker als ze gespreid (provincie na provincie) en gedurende lange tijd wordt volgehouden.

De houding van het ACV bepaalt alles. Alle grote saneringsoperaties in de recente Belgische geschiedenis zijn uitgevoerd met zowel socialisten als christendemocraten in de meerderheid, maar met het ACV aan de zijlijn tijdens de syndicale strijd tegen de saneringen. De Eenheidswet van Eyskens (1960-1961), Het Globaal Plan van Dehaene (1993) en de besparingen van Di Rupo I (2011-2014). Omgekeerd werden de Sint Anna-besparingen van Verhofstadt gecounterd toen het ACV in 1988 besloot om zich toch achter het vakbondsprotest van het ABVV te scharen. De liberalen verdwenen voor 11 jaar naar de oppositie.

Essentieel hierbij is dat er destijds nog een solide band bestond tussen de vakbonden en de socialistische en christendemocratische partijen. Aan Franstalige kant lijkt die band onaangetast en dat verklaart ook de vrees van MR om voluit te gaan voor draconische maatregelen als gemeenschapsdienst voor werklozen, een indexsprong of de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Aan Vlaamse kant zit er meer ruis op de relatie tussen ABVV en sp.a enerzijds en CD&V en ACV anderzijds.

De Arco-affaire speelt op de achtergrond ook mee. N-VA rekent er stilletjes op dat de christelijke arbeidersbeweging zich kalm zal houden uit angst dat de regering een Arco-regeling zou uitdokteren die haar nadelig uitkomt. Het beroep dat de regering-Di Rupo heeft aangekondigd tegen de Europese bezwaren, komt de N-VA nu erg slecht uit. Daarmee wint het ACW jaren tijd, voldoende om de komende maanden voluit te gaan in het straatprotest.

N-VA rekent er stilletjes op dat de christelijke arbeidersbeweging zich kalm zal houden uit angst dat de regering een Arco-regeling zou uitdokteren die haar nadelig uitkomt

Links heeft ‘gelijk’

Het grote verschil tussen 1988 en 2014 is dat de linkerzijde vandaag ‘gelijk’ heeft. In de jaren tachtig zaten Martens, Gol en Verhofstadt op dezelfde lijn als de grote internationale instellingen (Europa, OESO, IMF). Het neoliberale discours dat Verhofstadt predikte, was een echo van de consensus bij de belangrijkste economen van dat moment. Reaganomics kwam niet uit de lucht vallen, maar werd nauwkeurig voorbereid door bollebozen als Milton Friedman en Friederich von Hayek. In Vlaanderen was het toen – jazeker – professor Paul De Grauwe die mee de neoliberale munitie leverde waarmee Verhofstadt kon schieten.

Ook ten tijde van het Globaal Plan of de Derde Weg van paars, stond de markteconomie nog in volle glorie overeind. Het dogma van Francis Fukuyama wou dat het kapitalisme zich in de hele wereld zou verspreiden. De rijkdom zou van hoog naar laag doorsijpelen en en passant overal liberale democratiën doen ontstaan. 9/11, de financiële crisis, Fukushima en de klimaatopwarming hebben dat neoliberale optimisme onderuit gehaald. De staten hebben de banken gered en kreunen nu zelf onder de schulden.

Vandaag zeggen de belangrijkste economen van de wereld (en ondertussen ook Paul De Grauwe) dat de lonen moeten stijgen om de groei te stimuleren en dat vermogens moeten worden belast om te voorkomen dat ons systeem in elkaar klapt en zo ook de economie in een neerwaartse spiraal zuigt. Overheden moeten juist investeren omdat het geld nu spotgoedkoop is. De ongelijkheid, zo leert Thomas Piketty ons, moet getemperd worden en … de rijken moeten de crisis betalen. Dit is geen PVDA-kreet, maar stilaan verplichte leerstof aan elke faculteit economie.

Dit nieuwe gegeven is een belangrijke troef voor de linkerzijde. Ze kan niet langer verweten worden enkel op te komen voor ‘verworven rechten’, maar ze kan – als ze het een beetje slim aanpakt – de democratische motor zijn achter het economische herstel. Pleiten voor een stijgende koopkracht en meer investeringen in de welvaartsstaat zijn vandaag niet langer utopische, crypto-Marxistische ideeën, het zijn – volgens de OESO, het IMF en economen als Thomas Piketty, Paul Krugman en andere Joseph Stiglitz’en – de noodzakelijke stapstenen die ons door het economische moeras zullen leiden.

Het grote verschil tussen 1988 en 2014 is dat de linkerzijde vandaag ‘gelijk’ heeft

‘Geef de burger geld!’

Een van de meest inspirerende voorstellen terzake komt van de Schotse econoom Mark Blyth, auteur van ‘Austerity – History of a dangerous idea’ (2012). In een recent artikel in Foreign Affairs stelt hij samen met Eric Lonergan (een voormalige hefboomfondsbeheerder) voor dat de Europese Centrale Bank niet langer geld zou drukken, maar meer geld rechtstreeks moet toestoppen aan de burgers. De ECB en de nationale banken van de lidstaten hebben massaal veel schuldpapier van de overheden op hun balans staan. Die schulden brengen intresten op naarmate ze worden afgelost. Wat houdt de centrale banken tegen, zeggen Blyth en Lonergan, om dat geld door te sluizen naar de burgers en dan liefst naar de 80 procent lagere inkomens? De overheid kan de besteding van dat geld stroomlijnen; onderwijs, schuldafbouw, een woning; zodat het ook doeltreffend besteed wordt.

De vaststelling dat het geld dat nu bijna gratis wordt geleend aan de banken niet doorsijpelt naar de reële economie in de vorm van leningen en investeringen, leidde Blythe en Lonergan tot dit voorstel. Het biedt ook perspectieven om de discussie over het basisinkomen uit het verdomhoekje te halen.

De culturele strijd

Links heeft sinds de Tweede Wereldoorlog het geweer van schouder verwisseld. Na een eeuw lang strijd voor harde sociale rechten die afgedwongen werden van ‘het patronaat’, ging het zich vooral op de culturele strijd richten: mensenrechten, milieu, vrede, ethische kwesties,… Die strijd heeft links grandioos gewonnen. Dat moet zelfs Eric  – Kulturkampf – Van Rompuy toegeven. Er is in België geen enkele partij die terug wil naar de tijd dat vrouwen niet mochten stemmen, vuilnis zomaar in de natuur mocht worden gedumpt en homo’s verplicht naar de dokter werden gestuurd om te ‘genezen’.

We beleven vandaag een uniek moment waarop links opnieuw succesvol kan zijn op zijn core business: het verdelen van de rijkdom en het versterken van de welvaartsstaat

De strijd voor mee sociale rechtvaardigheid en meer herverdeling van de rijkdom heeft links echter beetje bij beetje verloren. Vanaf de jaren zeventig werd er stelselmatig geknaagd aan de verworvenheden die ten goede komen aan de sociaal zwakkeren. Het marktdenken is ook in de ‘zachte sector’ doorgedrongen. Links kon de schade beperken, maar niet verhinderen dat de gaten van het sociale vangnet alsmaar groter werden.

We beleven vandaag een uniek moment waarop links opnieuw succesvol kan zijn op zijn core business: het verdelen van de rijkdom en het versterken van de welvaartsstaat. Die strijd heeft alleen maar kans op slagen wanneer het klassieke middenveld (vakbonden, mutualiteiten) aansluiting vindt bij de nieuwe sociale bewegingen van de jaren tachtig en de moderne burgerbewegingen. Het platform Hart tegen Hard heeft de potentie om een relevante en wervende speler te worden. Het sluitstuk van die beweging zijn de linkse politieke partijen. Zij moeten niet alleen de radicaal nieuwe economische recepten (zoals die van Piketty en Blyth) vertalen in haalbare politieke voorstellen, ze moeten opnieuw leren om niet-opportunistische allianties aan te gaan met het middenveld, gelijkgestemden te mobiliseren en de argelozen te politiseren. Enkel als de banden tussen het georganiseerde middenveld en de politiek opnieuw stevig zijn, kunnen ze ook een electorale ‘tegenmacht’ vormen die centrumrechts kan bekampen.

De kwestie of sp.a en Groen een kartel moeten vormen is in deze futiel. Dat ze twee wielen aan dezelfde as moeten worden, is een evidentie. Zolang het voortuig naar links draait.

Verder deze week buigt Stephen Bouquin zich over zin en onzin van het blijkbaar in marmer gebeitelde besparingsdiscours 

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid