Waarom klein links in België nooit groot werd

14

Met Pvda+ heeft ‘klein links’ voor het eerst in lange tijd opnieuw uitzicht op parlementaire vertegenwoordiging. In afwachting van de verhoopte doorbraak legde Apache.be historicus Vincent Scheltiens de vraag voor waarom het met de ‘derde linkse poot’, naast sociaaldemocraten en groenen in België nooit wat werd. Eigen aan al te doctrinaire opstellingen en heroïsch geruzie? ‘Het aangekondigde ideologisch congres van pvda werd over de verkiezingen getild. Dat gebeurt niet zonder reden.’

Pvda-voorzitter Peter Mertens (Foto pvda)

Pvda-voorzitter Peter Mertens (Foto pvda)

In Frankrijk was het Front de gauche van Jean-Luc Mélenchon bij de presidentsverkiezingen van 2012 goed voor meer dan 11 procent van de stemmen. Duitsland heeft met Die Linke een partij die enkele maanden terug nog 8,2 procent van het electoraat overtuigde. En met de SP hebben onze noorderburen een uiterst linkse partij die bij de laatste verkiezingen op een zucht van de tien procent strandde. Kijken we naar de electorale scores bij landelijke verkiezingen, in wat we gemakshalve even West-Europa noemen, dan valt een ding op: uiterst links in België scoort slecht. Dat is al decennialang het geval en dat was ook nog zo in 2010. De uitslag van de provincieraadsverkiezingen en de doorbraak in enkele steden en gemeenten in 2012, voedt bij de achterban de hoop dat op 25 mei definitief komaf zal worden gemaakt met die traditie, maar waarom slaagde uiterst links er in Vlaanderen doorheen de jaren nooit in te doen wat in heel wat andere Europese landen wel lukte: gestalte geven aan een uitgesproken links alternatief, naast de groene en de sociaaldemocratische fractie.

Haarkloverij

In ‘Versnipperd links: een terugblik‘, een uitgebreid artikel dat afgelopen zomer verscheen in het ledenblad van het Masereelfonds (Aktief), brengt historicus Vincent Scheltiens een overzicht van de talrijke breuken, afsplitsingen en gedoemde pogingen tot samenwerking tussen de verschillende kleine linkse partijen en bewegingen in België.

“De onderlinge verdeeldheid is wellicht de belangrijkste reden waarom de voorbije jaren nooit een stevig geworteld links alternatief vorm kreeg”, zegt de aan de Onderzoeksgroep Politieke Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen verbonden historicus. “Er is geen monocausaal verband, maar het is duidelijk dat de onderlinge verdeeldheid een doorslaggevende factor is geweest. Midden de jaren ’70 is er een poging geweest om een linkse eenheidslijst rond Jan Debrouwere op de been te krijgen. Dat had een eerste zetel kunnen opleveren, maar de samenwerking ketste uiteindelijk af.”

Aan de basis van de grote interne verdeeldheid liggen de soms hoog oplaaiende ideologische twisten. Die ideologische discussies zaten niet enkel samenwerking in de weg, het is volgens Scheltiens ook de reden waarom klein links in België electoraal nooit echt van de grond kwam.”Mensen die op zoek waren naar een alternatief voor de sociaaldemocraten zouden in principe hun gading bij partijen die zich links van sp.a positioneren kunnen hebben gevonden, maar die mensen knapten af op de ideologische debatten. De haarkloverij joeg potentieel geïnteresseerden en mensen die links wilden stemmen gewoon weg.”

Tegenstelling

De pvda gaf op dat vlak de maat aan. “Vandaag lijkt klein links zich te verenigen rond pvda+, maar dat is een recent fenomeen”, zegt Scheltiens. “De pvda droeg altijd een grote contradictie in zich. Aan de ene kant was het een partij die sympathiek overkwam en nuttig werk verrichtte met initiatieven zoals Geneeskunde voor het Volk. Ze ging ook tussen de fabrieksarbeiders staan, aan de poorten. De pvda was actief op het terrein en dat werd geapprecieerd. Maar tegelijk profileerde de partij zich inhoudelijk als een partij van echte scherpslijpers. De interne werking was zeer strikt afgestemd op buitenlandse voorbeelden. De identificatie met regimes zoals dat van Noord-Korea, met het Kampuchea van Pol Pot en Enver Hoxha in Albanië was zeer sterk en openlijk. Wie de oude jaargangen van de ledenbladen er op na slaat, ziet dat het echt niet om een detail ging, maar het wezen van de partij uitmaakte. De botsing tussen enerzijds dat sympathieke en volkse optreden en anderzijds die identiteitsbepalende verbinding met brutale en moorddadige regimes, bemoeilijkte de samenwerking met andere linkse partijen. Je ziet dat pvda vandaag niet meer spreekt over dat verleden. Het is nog niet helemaal weg maar het is wel naar de achtergrond verdrongen. Het staat alleszins niet meer centraal in het betoog zoals dat vroeger wel het geval was. Dat zorgt ervoor dat de weerstand bij veel mensen om op pvda+ te stemmen langzaam verdwijnt en dat pvda+ de partij is waarrond linkse samenwerking in de toekomst misschien echt vorm kan krijgen.”

Scheltiens: Een goede uitslag kan Peter Mertens en Raul Hedebouw intern voldoende macht geven om voor eens en voor altijd komaf te maken met de oude krokodillen

Ook bij de trotskistische SAP lijkt de drempel weg om samen te werken. Vanavond kondigt de partij aan dat ze in Antwerpen niet onder eigen naam naar de kiezer zal trekken, maar mensen op de lijst van pvda+ zal zetten. “Na dertig jaar ruzie is dat een historische gebeurtenis”, zegt Scheltiens, “al moet je natuurlijk voor ogen houden dat de proporties zo klein zijn dat de electorale impact ervan wellicht beperkt blijft.”

Congres

Maar terug naar de vraag waarom klein links in België al decennialang vruchteloos op zoek is naar parlementaire zitjes. Een ander deel van de verklaring ligt bij het kiessysteem. “Je ziet dat de SP in Nederland indertijd met nauwelijks 2 procent van de stemmen haar eerste zetel binnenhaalde”, zegt Scheltiens. “De partij is vervolgens doorgegroeid. De kiesdrempel bemoeilijkt dus zeker de zaken, maar tegelijk zijn de electorale scores altijd van dien aard geweest dat het zelfs zonder kiesdrempel wellicht heel moeilijk, zo niet onmogelijk zou zijn geweest. Wat je wel vaststelt, is dat linkse partijen zoals SP in Nederland of Die Linke in Duitsland in het parlement doorgaans een zeer constructieve rol spelen en klassiek sociale thema’s die sociaaldemocraten die richting centrum en middenklasse opschuivende uit het oog verliezen, opnieuw oppikken.”

Ludo Martens was voorzitter van de pvda van 1971 tot 2008 (Foto PVDA)

Ludo Martens was voorzitter van de pvda van 1971 tot 2008 (Foto PVDA)

Een van de vragen die op 25 mei beantwoord zullen worden, is of pvda+ die rol in de toekomst op zich kan nemen. De kiesdrempel halen is daarbij een eerste voorwaarde, maar een resolute cesuur met het aangebrande verleden is volgens Scheltiens een andere, misschien nog belangrijkere voorwaarde. Vast staat dat linkse partijen die het in andere landen goed doen stuk voor stuk openlijk een mea culpa hebben geslagen en helemaal gebroken hebben met hun verleden. “Dat heeft de pvda nog niet gedaan”, zegt de historicus. “De partij moet haar verleden krachtig durven veroordelen. Zeggen dat ze fout is geweest. Dat ze zich heeft vergist. Vandaag kiest ze ervoor om daar gewoon niet over te spreken. De keuze om het geplande ideologisch congres pas na de verkiezingen door te laten gaan, moet je ook in die context zien. Het is natuurlijk alle hens aan dek met het oog op de verkiezingen, maar wellicht hopen mensen zoals Peter Mertens en Raul Hedebouw dat ze versterkt uit de verkiezingen komen. Dat kan hen intern voldoende macht geven om voor eens en voor altijd komaf te maken met de oude krokodillen die er nog steeds zijn en beletten dat het ultieme mea culpa wordt uitgesproken.”

Al blijft de vraag of dat laatste ooit echt zal gebeuren. Scheltiens: “Je mag niet vergeten dat Peter Mertens schatplichtig is aan dat verleden. Hij is nooit een dissident geweest en werd door de oude garde op het schild gehesen toen Ludo Martens (de intussen overleden oud-voorzitter ToC) ziek werd. Dat het congres niet voor de verkiezingen komt, doet vermoeden dat Mertens zich op zijn minst nog niet zeker genoeg voelt om finaal te breken met de oude garde. Een congres zou extra aandacht opleveren. Een cadeau in verkiezingstijd, behalve natuurlijk wanneer het een verbeten congres zou worden waarop de oude krokodillen zich roeren. Dat risico neemt men voorlopig blijkbaar liever niet.”

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid