Guido Van Liefferinge: ‘De media-omerta drukt elke vorm van verzet de kop in’

5

Zelfs op zijn 72ste – en dertien jaar na zijn gedwongen vertrek bij Dag Allemaal – blijft Guido Van Liefferinge de meest illustere boekskesmaker van Vlaanderen. A rebel with a cause ook. Nog steeds staat hij op de barricaden om de doorgeschoten tabloïdisering van de pers aan te klagen. Want als journalistiek wordt opgeofferd aan niets ontziend winstbejag, valt volgens Van Liefferinge voor onze democratie te vrezen.

In 2006 bracht Van Liefferinge het boek 'Glamour en glitter, geld en macht. Welkom in Medialand' uit

In 2006 bracht Van Liefferinge het boek ‘Glamour en glitter, geld en macht. Welkom in Medialand’ uit

U blijft, ook vanuit Thailand waar u nu woont, tegen de commercialisering van de journalistiek vechten.

Guido Van Liefferinge: “Hoe kan dat ook anders? De media hebben mijn hele leven, zowel professioneel als privé, beheerst. En dan stoort het me dat commerciële belangen steeds zwaarder gaan doorwegen op de redactionele inhoud. Kranten en tijdschriften barsten van de trivialiteiten. Goed onderbouwde stukken over ernstige politieke en maatschappelijke kwesties vind je nog nauwelijks, net zo min als diepgravende onderzoeksjournalistiek. Alles wordt ondergesneeuwd door amusement en steekvlamjournalistiek, de waan van de dag. Zelfs de magazines en avondedities van de kwaliteitspers blijven steken in oppervlakkigheden en lifestyle verhalen zonder journalistieke meerwaarde. Het gaat VOORAL nog om wat we eten en drinken, hoe we wonen en waar we met vakantie gaan. Het evenwicht tussen wat belangrijk is en entertainment is totaal zoek. En dat in een tijd van crisis, met mediaconsumenten die snakken naar informatie.”

U hebt die verstrooiingslectuur in Vlaanderen wel zelf op de markt gegooid.

“Ja, maar niet in haar huidige gedaante en niet met de huidige excessen. Er is in een krant of blad plaats voor pretentieloze verstrooiing en vermaak, zeker in een populair weekblad als Dag Allemaal. Maar schandalen, sensatie en inbreuken op de privacy van Jan en alleman hebben nu de bovenhand genomen. In zijn tweede gedeelte deed Dag Allemaal aan ernstige journalistiek. Dat werd enorm gewaardeerd en daardoor hebben kranten en nieuwsmagazines de omgekeerde beweging gemaakt: zij zijn vooral gaan focussen op de emo- en BV-journalistiek, ten koste van de kritische interviews en onderzoeksjournalistiek. Bovendien drijft dat soort journalistiek nu op een buitensporig, soms ziekelijk voyeurisme, zonder respect voor de privacy. Populaire bladen zijn daardoor tot monsters verworden, gecreëerd door gestoorde geesten.”

Hebben de journalisten hun maatschappelijke taak uit het oog verloren?

“De pers heeft als Vierde Macht een waakhondfunctie. Ze moet mee de verworvenheden van de democratische rechtstaat verdedigen, de overheid en al wie macht heeft ter verantwoording roepen en opkomen voor zwakken en weerlozen. Daarvoor heeft ze ook de persvrijheid gekregen. Vandaag wordt de wereld gedomineerd door één procent van haar bevolking, een machtige lobby van fundmanagers, bankiers, multinationals, maffia’s en drugskartels die de facto mondiaal georganiseerd zijn en de macht van de politiek hebben overgenomen. Maar de  mediaconsument – en zelfs de meerwaardezoeker die de kwaliteitsbladen leest – wordt meer dan ooit om de oren geslagen met onnozele, opgeklopte en uitvergrote verhalen. De Vierde Macht is een vermaakindustrie geworden. Die tabloidisering is een doelbewuste commerciële politiek van enkele mediabaronnen, die de hele pers naar zich toehalen en in een quasi monopolie opereren. Ik denk niet dat de roddeljournalistiek in ons land zich al bezondigt aan illegale praktijken zoals in Groot-Brittannië. Maar ook bij ons is de onthullingsdrift ver doorgeschoten. De Raad voor de Journalistiek treedt daar ook niet echt tegen op. Het is een papieren tijger die geen wezenlijke macht heeft om sancties op te leggen en te afhankelijk is van de  uitgevers.”

Politieke desinteresse

Kranten zijn natuurlijk ook commerciële bedrijven die winst moeten maken.

“De maatschappelijke opdracht van de redacties hoeft groei en succes, ook financieel, niet in de weg te staan. Het wil wat zeggen als de dochter van mediatycoon Murdoch stelt dat profijt zonder maatschappelijk doel een recept is voor catastrofe. En een pers die niet langer het algemeen belang verdedigt, heeft eigenlijk geen recht meer op de wettelijke bescherming die ze geniet. En nog minder op het belastinggeld dat ze via subsidies ontvangt. Overigens is het zeer de vraag of mediabedrijven die jaarlijkse enorme winsten maken sowieso wel nog belastinggeld moeten krijgen. Zeker als ze onder het mom van de crisis hardwerkende, maar volgens hen te dure journalisten wegsaneren. Als de overheid dan toch geld vrijmaakt voor de media, doet ze dat beter voor de nieuwe nieuwssites die met weinig of geen financiële middelen goed werk verrichten. De desinteresse van de politiek voor die kwalijke evolutie en voor wat die journalisten in moeilijke omstandigheden realiseren, is een regelrechte schande.”

Een pers die niet langer het algemeen belang verdedigt, heeft eigenlijk geen recht meer op de wettelijke bescherming die ze geniet

Waar blijft u uw gedrevenheid en vechtlust vandaan halen?

“De aard van het beestje en enkele jeugdervaringen die me hebben getekend. Ik kan niet zeggen dat ik een harde jeugd heb gehad, maar eenvoudig was ze ook niet. Ik ben geboren en getogen in Overboelare, een godvergeten dorp in zuidoost-Vlaanderen. Mijn vader was biersteker en mijn moeder, die vier kinderen had, huisvrouw. We waren niet behoeftig maar leefden eenvoudig. Al bij al waren het gelukkige tijden, maar wat mijn jeugd wel heeft verpest is tuberculose. Als je dat had in de jaren vijftig, werd je even afstandelijk behandeld als een aidspatiënt vandaag. Zelf naar school gaan kon ik niet meer want ik kreeg een jaar platte rust in Zwitserland voorgeschreven. Zoiets tekent je als jonge gast van 16. Toen ik terugkwam uit Zwitserland zei de huisarts: ‘Jongen, uw toekomst ziet er als volgt uit: geen stress, geen alcohol, geen sigaretten en veel nachtrust’. (lacht) Toen dacht ik: als dat mijn leven wordt, dan maar liever kort en krachtig en heb me met hart en ziel op de rock and roll gestort.”

Wat hebt u na de humaniora gestudeerd?

“Ik heb in Kortrijk vier jaar sociale studies gevolgd in het niet-universitair hoger onderwijs. Daarmee kon je terecht in human ressources en sociale diensten. Toen al wilde ik voor een krant werken wegens het in mijn ogen hoge rock and roll-gehalte van de job. Maar ik werkte eerst als boekhouder bij Caltex in Gent en moest er elke dag de bestellingen van de lokale benzinedealers optellen. Ik stierf daar van de ellende en de sleur. Ik was pas getrouwd, had net een kindje en dacht: ik moet hier weg! Ik wilde al van mijn 12de weg van de kerktoren maar dat is niet simpel als je uit Overboelaere komt. Twee keer heb ik bij Het Laatste Nieuws gesolliciteerd. De eerste keer lukte het niet en de tweede keer waren we maar met twee kandidaten voor twee vacatures. Dat zijn van die momenten in het leven waar je geluk moet hebben! Zo belandde ik op mijn 24ste op de algemene redactie van Het Laatste Nieuws. Ik was toen zelfs bereid er de redactielokalen proper te houden om er te kunnen werken. Aanvankelijk bracht ik verslag uit over van alles en nog wat, zoals branden en moorden, maar ook over televisie- en showbizznieuws. Want daar had ik voor gepostuleerd.En mijn job werd een passie !”

Noemt u showbizzverslaggeving ook journalistiek?

“Nee, dat is vooral verstrooiïngslectuur. Toen ik met koning Boudewijn eens drie weken door India reisde, ontdekte ik voor de eerste keer wat journalistiek wél is. Ik heb toen een stuk geschreven met daarbij een foto van Boudewijn en Fabiola onder een gigantisch reclamebord voor kinderbeperking. De paradox van dat beeld: vooraan het koninklijk paar dat zo naar kinderen verlangde maar er nooit zou krijgen, en boven hun hoofden de boodschap van de Indiase overheid dat elke kinderwens drastisch moest worden beperkt – op straf van boete nog wel. Over dat stuk is toen scha en schande gesproken op Het Laatste Nieuws en ik werd er flink voor uitgekafferd. Eind jaren ’60 was het not done het koningsverhaal te verbinden aan de politieke realiteit. In mijn ogen was dat zeer goeie journalistiek. Ik heb die lijn later doorgetrokken toen  ik in het tweede deel van Dag Allemaal de betere interviews en degelijke onderzoeksdossiers begon te introduceren. Over de zaak-Notaris X bijvoorbeeld lieten wij een heel andere klok luiden dan de rest van de pers. Dat een populair blad zich daaraan waagde, was nieuw en werd mij en mijn redactie niet in dank afgenomen door de ‘serieuze’ media. Ik heb daaraan één grote journalistieke les overgehouden: als iemand ten onrechte door de overgrote meerderheid van de pers sociaal kapot geschreven wordt, maar er tenminste één koppige journalist verantwoord tegenwind blijft geven, zijn onze verworven vrijheden niet in gevaar en leven we nog altijd in een democratische rechtstaat. Maar door de overdreven mediaconcentratie, de intensieve commercialisering, het dictaat van het profijt en de copydrift komt dat op de helling te staan..”

Weggezuiverd

Beschouwt u de pers ook als het geweten van de maatschappij?

“Dat zou in elk geval zo moeten zijn. Alleen, waar zitten de indignados van de Vlaamse journalistiek vandaag? Waarom hebben ze zich zo aan banden lagen leggen door hun broodheren en organiseren zij geen verzet? Te veel uitstekende journalisten die op de barricades hebben gestaan, zijn verbitterd uit de journalistiek gestapt of werden weggezuiverd, zoals bij De Morgen. Anderen hebben zich neergelegd bij wat hun directie en de commercie dicteren. Ik kan daar zelfs begrip voor op brengen – ze zijn aan het einde van hun Latijn, verdienen nu eindelijk goed geld, zijn verzekerd van hun oude dag en hebben een luxeleven met alles er op en er aan. Maar laat ze dan stoppen met in hun columns of commentaren anderen de les te spellen. “

De media-omerta drukt elke vorm van verzet de kop in

Zoals u, toen u in 2000 twee interviews gaf…

“… waarin ik de journalisten opriep om in opstand te komen tegen de doorgedreven commercialisering van de journalistiek, zich in te zetten voor waterdichte redactiestatuten en de onafhankelijkheid van hun redacties, en te vechten tegen overdreven mediaconcentratie – ook al vindt hun baas dat geen leuke ideeën. Maar de redacties schuwen deze discussies als de pest, verlamd door de crisis, het gevaar van jobverlies en de schrik nooit meer aan de bak te komen. Er moeten weer meer geëngageerde nieuwsjagers komen. Te veel  journalisten zijn bang en verknecht. Maar zo bewijzen ze het vak, een van de mooiste ter wereld, geen dienst. De media-omerta drukt elke vorm van verzet de kop in. Zonder een reële vierde macht glijden we verder af naar een democratuur, een schijndemocratie met dictatoriale trekjes!”

Die interviews hebben u de kop gekost.

“Men heeft daar inderdaad misbruik van gemaakt om een partnership van ruim 27 jaar eenzijdig te verbreken. Dat heeft geleid tot een procedure die al twaalf jaar duurt en wellicht zal eindigen voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Een verschil in journalistieke visie kan nooit leiden tot wat men mij probeert aan te doen. Ik blijf die visie met hart en ziel verdedigen, en al die opgeklopte en uitvergrote BV-stories in de pers aanklagen.

En of dat nu in Dag Allemaal of Story verschijnt of in De Standaard of De Morgen, maakt geen enkel verschil. Alleen doen ze er bij Story of Dag Allemaal nog een schepke bovenop. Als het verhaal niet sterk genoeg is, kruiden ze het met leugens en verzinsels. Dan laten ze dubieuze anonieme bronnen aan het woord die misschien niet eens echt bestaan: een ‘vriend’ of een ‘buurvrouw’. Of ze hanteren dooddoeners  als ‘naar verluidt’ en ‘men vermoedt’. Ik ben in principe tegen elke vorm van censuur, maar eigenlijk zou men voor dat soort verhalen anonieme bronnen moeten verbieden. Het zou wettelijk verplicht moeten zijn om in stukken over de privacy van BV’s die geen enkel algemeen belang hebben, de naam van zij die geruchten en verhalen verspreiden te vermelden. Alles wat een ‘ex-man’ of een ‘vriendin van een vriendin van een vriendin’ in de boekskes melden, is vaak te belachelijk voor woorden. Om nog te zwijgen over de kranten die vervolgens in het lang en in het breed uit die boekskes gaan citeren – van hypocrisie gesproken. Anders is het als het gaat over onthullingen van maatschappelijk belang  en de getuigen of hun familie te vrezen hebben voor zware sociale repercussies of zelfs hun leven. Dan hebben we te maken met echte klokkenluiders die bescherming verdienen.”

Uitgevers en hoofdredacties zeggen dat publieke figuren die de pers zelf binnenlaten niet moeten zeuren over hun privacy.

“Iederéén heeft recht op privacy, zelfs Jean-Marie Pfaff. In zijn geval is dat natuurlijk moeilijk hard te maken, omdat hij van zijn hele privé-leven een merk heeft gemaakt. In mijn tijd publiceerde Dag Allemaal nooit iets zonder de goedkeuring van die BV’s. Nooit. Alleen het algemeen belang verantwoordt publicatie, maar dat begrip is nu dermate verkracht dat het dringend aan een juridische herdefiniëring toe is. En als Ilse Beyers zegt dat wie naar het volk wuift bezit is van het volk, dan is dat een waardeloos excuus om de excessen in Dag Allemaal te legitimeren. Nog zo’n flauwe kul: een  BV die vrijwillig zijn leuke momenten deelt met de mediaconsument,zou daardoor automatisch verplicht zijn ook de dramatische wendingen in zijn leven aan de grote klok te hangen. Waar staat dat geschreven? Wie beweert dat? Als een BV niet meer baas is over zijn persoonlijk leven, wie dan wel? De mediabazen?  Beyers? Kom zeg! Opvallend is trouwens dat uitgevers, hoofdredacteurs en journalisten zelf aan die ‘onthullingen’ over hun privé-leven ontsnappen. Zij zijn toch  ook BV’s die met hun media, hun editorialen en hun gefotoshopte foto erbij dingen naar de gunst van de massa. Waarom lezen we over hen dan geen smeuïge verhalen? Waarom zijn de pers als bedrijfsgroep en de uitgevers, hoofdredacteuren en journalisten als beroepsgroep de enigen die aan elke scrutiny ontsnappen? Ze verdienen in de huidige context een koekje van eigen deeg. Het is ook de hoogste tijd dat politici en andere gezagsdragers stoppen met constant hun broek te laten zakken en zich te prostitueren voor de media met emoverhalen of met interviews waarin ze melden dat er niets te melden is. De pers is een vermaakindustrie geworden en dat is noch haar taak noch haar opdracht. En als morgen de echte BV’s unisono stoppen met praten, bestaan die bladen niet  meer. Zij zijn immers meer vragende partij dan de BV’s. Dat kranten en bladen nu veel geld op tafel leggen voor interviews, bevestigt dat. Ik heb nooit voor interviews betaald.”

Voyeurisme

Het is de paradox van de roddeljournalistiek: de lezers smullen van het voyeurisme maar tegelijk walgen ze ervan

U maakte wel inhoudelijke afspraken met BV’s?

“Onder mijn leiding werd de privacy van de BV’s rigoureus gerespecteerd. We wisten eigenlijk alles van wat er reilde en zeilde binnen het milieu, maar we gooiden dat nooit in het blad zonder dat daar met hen over was gepraat. Als BV’s niét wilden praten, werd dat geëerbiedigd, tot ze ons lieten weten dat ze wel met hun verhaal naar buiten wilden komen. De jacht op scoops en primeurs is uitgegroeid tot een kanker die het hele maatschappelijk leven stilaan verpest. Als je een beetje gaat graven, dan hoor je hoe mensen onder druk worden gezet, afgedreigd, gechanteerd of dik betaald. Het blad dat daartegen te keer durft te gaan, zal uiteindelijk door de lezer worden beloond. Het is de paradox van de roddeljournalistiek: de lezers smullen van het voyeurisme maar tegelijk walgen ze ervan. “

Was dat de drijfveer achter het journalistieke gedeelte van Dag Allemaal?

“Ja want door zijn groot bereik vervult een populair massablad misschien nog meer de rol van waakhond dan de kwaliteitspers. Dat klinkt misschien naïef en donquichoterig, maar volgens mij kun je in een populair tijdschrift verstrooiingslectuur perfect combineren met waardevolle, integere en op onderzoek gebaseerde journalistiek. Die spreidstand heeft mede het succes van Dag Allemaal bepaald en ervoor gezorgd dat we Humo en TV Express voorbij staken. Dàt is uitgeven: een goede combinatie van visie en timing, en niet het dictaat van de bottom line. Toen ik me associeerde met de uitgeverij Sparta, lag heel dat bedrijf financieel op zijn gat. Het geld dat Joepie, Dag Allemaal en de Nederlandse Hitkrant, waarvan ik twee jaar hoofdredacteur ben geweest, opbrachten is het begin van en voor een belangrijk deel mede de redding geweest van De Persgroep. Daarom is die jarenlange procedure tegen Van Thillo voor me des te pijnlijker. Ik heb dat niet verdiend. Mij de financiële rechten van de bladen die ik heb gecreëerd te ontnemen op basis van mijn interviews, is pure diefstal. Dat proces heeft me intussen ook handenvol geld gekost dat ik liever aan goede doelen had gegeven, of aan media-initiatieven zoals  Apache.be en deWereldmorgen.be. ”

Wat moet er op uw grafsteen staan?

“‘Hij deed zijn best maar kon niet beter’. Vandaag maakt iedereen populaire bladen, maar ik was daar zéér goed in. Ik kon ook niks anders. Ik heb nooit hobby’s gehad, de bladen waren mijn hobby en mijn passie. Mee daardoor heb ik mijn privé-leven compleet verwaarloosd en daar heb ik spijt van. Indien iemand me vandaag zou vragen om een nieuw blad te lanceren, zou ik het misschien nog doen ook. Maar ja, ik heb nog twee jonge kinderen en dit keer wil ik voor hen een aanwezige vader zijn, iets wat ik voor mijn oudste zonen nooit ben geweest, altijd aan het werk en alleen tijd voor mijn bladen. Ik weet het, dat is typische ouwe-mannen-praat maar dankzij die kinderen sta ik nog volop in het leven.”

Auteur: Monica Moritz

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid