De politieke roots van Bart De Wever

10

Wie op zoek gaat naar de wortels van het politieke engagement van Bart De Wever, voorzitter van N-VA en burgemeester van Antwerpen, komt onvermijdelijk terecht bij zijn familiale geschiedenis. En die is nauw verbonden met het woelige verleden van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ), een rechts-radicale jeugdbeweging waarvan de Antwerpse afdeling begin jaren zeventig in neonazistisch vaarwater verzeilde. Onderzoek van Apache leert dat wijlen Rik De Wever, de vader van Bart, een belangrijke rol speelde in de Antwerpse afdeling van het VNJ en de neonazistische afsplitsing opnieuw het VNJ binnenloodste.

(Bron )

(Bron: Mortselse Heemkundige Kring )

Momenteel wordt het VNJ beschouwd als een jeugdbeweging die aanleunt bij het Vlaams Belang. Maar van 1961 tot in de jaren tachtig was het VNJ vooral een verlengstuk van de toenmalige Volksunie en de officieuze jongerenafdeling van de Vlaamse Militanten Orde (VMO), de ‘ordedienst’ van de VU die later werd veroordeeld als extreemrechtse privé-militie. Opvallend is dat de oorspronkelijke kaderleden van het VNJ stuk voor stuk afkomstig waren uit het collaboratiemilieu. Sommigen waren oudgedienden van de Hilterjeugd Vlaanderen. Ook de moeder van Koen Kennis, de huidige schepen van Financiën in Antwerpen, behoorde tot de pioniers van het VNJ.

Na elke stembusgang brengt Bart De Wever een bezoek aan het graf van zijn vader, Henri ‘Rik’ De Wever (1934-1996). Dat is geen toeval, want zijn politieke wereldbeeld werd in grote mate bepaald door de Vlaams-nationalistische overtuiging van zijn vader en zijn familie. Ook historicus Olivier Boehme stelt dat de politieke drive van de voorzitter van de N-VA iets met zijn jeugd te maken heeft. Met de verhalen over de veroordeling van zijn grootvader na de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld. Boehme:

Zulke dingen blijven generaties lang voortleven. Wat je als kind aan tafel hoort, heeft een enorme impact, al gaat niet iedereen daar op dezelfde manier mee om. Maar in sommige kringen wordt nog altijd gesproken over ‘het Belgische feit’ en over ‘het grote onrecht’. Ik vermoed dat het ook bij De Wever nog altijd diep verankerd zit. (1)

Het verhaal over grootvader De Wever is bekend en werd in menig interview door Bart De Wever zelf verteld:

Mijn opa werd na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd van collaboratie en heeft enkele maanden gevangen gezeten. Hij had niet actief gecollaboreerd, maar hij was bestuurslid geweest van het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) in Mortsel, en in de ogen van het verzet – of wie zich zo voordeed – was iedere VNV’er verdacht, zeker in de begindagen van de repressie. Voor de oorlog was hij hoofdonderwijzer geweest in Mortsel, maar toen hij uit de gevangenis kwam, moest hij een tijdlang uit pure noodzaak van deur tot deur gaan leuren. Voor zo’n trotse man moet dat verschrikkelijk geweest zijn. Het had ook gevolgen voor zijn zes kinderen: opeens viel de kostwinner uit dat gezin weg, en dat beperkte de kansen. Mijn vader heeft bijvoorbeeld nooit kunnen studeren. Mijn vader is zijn vader verschillende keren gaan opzoeken toen die in de gevangenis zat. Die ervaring heeft hem diep geraakt. Door wat hem en zijn familie was overkomen, heeft hij een diepe haat tegen België ontwikkeld. Dat land heeft hij zijn hele leven als een vijandige entiteit beschouwd. (2)

Zwart nest

Grootvader Leon De Wever werd in 1943 lid van het VNV, naar eigen zeggen “om gemakkelijk aan patatten te geraken”. Historicus Bruno De Wever, de oudere broer van Bart, beschrijft zijn grootvader als een kleine collaborateur:

Hij heeft bij het VNV nooit een functie uitgeoefend, maar lidmaatschap van een collaboratiepartij was al voldoende om je burgerrechten te verliezen. Na de oorlog werd hij opgepakt en opgesloten in het fort van Berchem. Toen hij voor de krijgsauditeur moest verschijnen, stelde die hem een transactie voor, die typisch was voor dergelijke gevallen van kleine collaboratie: niet vervolgen, wel burgerrechten kwijt, dus ook job kwijt. Daarna heeft hij als handelsreiziger gewerkt.

Was het repressieverhaal de oorzaak van de radicalisering van vader Rik De Wever? Bruno De Wever: “Naar mijn gevoel was vader radicaler dan grootvader. Dat was vooral het gevolg van zijn eigen dynamiek.”

Dat het familiale verleden van Bart De Wever erg gevoelig ligt, bleek enkele jaren geleden toen het RTBF-programma Mise au Point een reportage uitzond over dit onderwerp, met beelden van achtereenvolgens het VNJ-secretariaat in Berchem (tevens de vroegere ouderlijke woning van de familie De Wever), het grafmonument van Rik De Wever op het kerkhof van Berchem en – omdat vader De Wever ooit lid was geweest van de Vlaamse Militanten Orde – een betoging van VMO-leden in paramilitair uniform. De vermelde elementen waren weliswaar elk op zichzelf correct, maar door de snelle montage van de beelden werd de indruk gewekt dat Bart De Wever opgroeide in een zwart nest en bijgevolg wel een crypto-fascist moet zijn. De waarheid is ingewikkelder, subtieler en genuanceerder.

Bruno De Wever: Naar mijn gevoel was vader radicaler dan grootvader

De RTBF-uitzending veroorzaakte destijds een storm van verontwaardiging. De Franstalige zender werd beschuldigd van demagogie, demonisering en onversneden Vlamingenhaat. “Onlangs”, schreef Bart De Wever op de website van N-VA, “presteerde de RTBF het in een reportage om beelden uit te zenden van het graf van mijn vader als opstapje naar een vermelding van mijn grootvader die lid was van het VNV, wat dan weer de kans bood het verhaal te larderen met beelden van geüniformeerde collaborateurs (sic). Verwijzingen naar mij toegedicht nazisme blijven in sommige Vlaamse en bijzonder veel Franstalige scheldmails vaste prik.”

Geen avonturen

Het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams Nationalisme (ADVN) in Antwerpen bewaart twee dozen met archiefmateriaal van Rik De Wever. Behalve een enkele brief bevat zijn archief vreemd genoeg niets over zijn rol in het VNJ. Andere bronnen leren nochtans dat vader De Wever een sleutelfiguur was binnen de Antwerpse afdeling van het VNJ. Zo speelde hij een verzoenende rol toen het VNJ in het begin van de jaren zeventig te kampen had met een extreem-rechtse dissidentie in eigen rangen. De Wever senior, van beroep spoorwegarbeider, werd nadien in zijn vrije tijd gewestleider en “hoofdambt uitbouw”, zeg maar verantwoordelijke voor de groei van de organisatie. Vanaf 1977 werd het VNJ door het Vlaamse ministerie van Cultuur erkend en kreeg het dus subsidies voor haar jeugdwerking. Later betrok Rik De Wever met zijn gezin een appartement op de bovenverdieping van het VNJ-verbondshuis in Berchem. Zijn twee zonen, Bart en zijn elf jaar oudere broer Bruno, waren beiden enige tijd lid van het VNJ.

Brief Rik De Wever

Brief Rik De Wever aan het VNSE (Vlaams Nationale Samenwerking Edegem)

Het VNJ werd in het voorjaar van 1961 opgericht door de Antwerpse architect Jaak Van Haerenborgh. Gedurende vijfentwintig jaar stond hij als verbondsleider aan het hoofd van ‘zijn’ jeugdbeweging, die destijds nauw samenwerkte met de Volksunie, de partij waarvan Rik De Wever lid was. Van Haerenborgh had in de jaren dertig van de vorige eeuw gemiliteerd in het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond (AVNJ), de jeugdbeweging van het VNV. Tijdens de Duitse bezetting was Van Haerenborgh vendelleider van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen, de opvolger van het AVNJ. Na de bevrijding werd hij veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf wegens collaboratie.

Volgens Bruno De Wever was Van Haerenborgh een praktische en zeer voorzichtige man. “Begin jaren zestig kwam het radicale flamingantisme uit de catacombentijd”, vertelt hij. “De traditie van het anti-Belgische, deels extreemrechtse, vooroorlogse Vlaams-nationalisme kon enkel terug boven water komen in twee grote vormen: jeugdbeweging en volkscultuur. De nieuwe organisaties werden bij voorkeur geleid door nieuwe figuren, die te jong waren geweest voor de collaboratie of de dans hadden ontsprongen en nog over hun burgerrechten beschikten. Ze hadden ook geleerd uit de fouten van het verleden. De vooroorlogse jeugdbewegingen waren tegelijk ordedienst, knokploeg of militie. Ze wilden hun politieke idealen realiseren met de vuisten. Maar Van Haerenborgh wou een traditionele jeugdbeweging: wel ideologisch onderbouwd, maar zonder knokpartijen en betogingen. Geen avonturen.”

Hitlerjeugd

De oprichting van het VNJ werd in december 1960 door Van Haerenborgh aangekondigd op een sinterklaasfeest van de Vlaamse Militanten Orde (VMO), in zaal Rubens in Berchem. De jeugdbeweging had in de beginjaren een nauwe band met de VMO. Met toenmalig VMO-leider Wim Maes had Van Haerenborgh bijvoorbeeld afgesproken dat minderjarige jongens die zich bij de VMO meldden, zouden worden doorverwezen naar het VNJ. Niettemin probeerde Van Haerenborgh toch enige afstand te houden van de VMO.

Met toenmalig VMO-leider Wim Maes werd afgesproken dat minderjarige jongens die zich bij de VMO meldden, zouden worden doorverwezen naar het VNJ

Zijn naaste medewerkers rekruteerde Van Haerenborgh voornamelijk in kringen van alte Kameraden (3). Om kaderleden voor de jeugdbeweging te vinden, deed Van Haerenborgh een beroep op VMO’ers, voormalige leden van het vooroorlogse AVNJ en van de collaborerende Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (VAVV). Zijn belangrijkste medewerkers in de beginperiode van het VNJ waren:

  • Renaat Bauweraerts, tijdens de bezetting leider van de Hitlerjeugd Vlaanderen in Antwerpen en voormalig medewerker van De SS-Man, het blad van de Algemene SS-Vlaanderen (4). Hij was ook de grootvader van Laïs-zangeres Jorunn Bauweraerts.
  • Piet Vereecken, eveneens een oudgediende van de Hitlerjeugd Vlaanderen in Antwerpen en gewezen lesgever aan de Führer-school in Schoten tijdens de bezetting. Hij werd na de oorlog veroordeeld voor collaboratie en later in ere hersteld.
  • Siegfried Verbeke, een VMO’er die later berucht zou worden als de meest bekende antisemiet en holocaustontkenner van Vlaanderen, en daarvoor ook herhaaldelijk werd veroordeeld. Verbeke werd later lid van het Vlaams Blok/Belang.
  • Paula Kennis-Dillen, dochter van de Borgerhoutse Volksunie-schepen Juul Dillen en moeder van Koen Kennis. Zij was eveneens lid geweest van het vooroorlogse AVNJ. “Van Haerenborgh kon er niet tegen dat hij werd tegengesproken of dat er beslissingen werden genomen buiten zijn weten om”, herinnerde Dillen zich. “Ze zijn bij het verbond altijd wel autoritair en totalitair geweest.”

Van bij de start kon de nieuwe jeugdbeweging rekenen op financiële en logistieke steun van bevriende organisaties, zoals Broederband, een organisatie van repressieslachtoffers die vooral bestond uit oud-leden van AVNJ en VNV. Toen het VNJ in Borgerhout begin jaren zestig op zoek moest naar een nieuw lokaal, sprong de Volksunie in de bres. “Het VNJ zou hier in Borgerhout niet bestaan hebben zonder de Volksunie”, vertelde Paula Dillen. “Dat dit niet helemaal overdreven is, moet blijken uit de manier waarop het VNJ haar nieuwe lokalen kon bemachtigen”, noteerde Stijn Hiers in een studie over de beginperiode van de jeugdbeweging. “De vader van Dillen – gemeenteraadslid voor de Volksunie – stelde zich borg voor huur van de lokalen. Een andere VU’er, de aannemer Luk Ilegems, betaalde een jaar lang de helft van de huur. Voor de andere helft werd op een vergadering van de partij een oproep gedaan, zodat Paula Dillen maandelijks bij de VU-leden 20 frank kon gaan innen. Vanuit de Volksunie werden ook een schilder en een klusjesman gestuurd om het heem wat op te knappen. Op de opening zelf schonk de Borgerhoutse VU ook nog een trommel en een geldsom aan de lokale afdeling.”

Wiking-Jugend

Tien jaar na de start kreeg het VNJ af te rekenen met een extreemrechtse afscheuring in eigen rangen onder leiding van Piet Vereecken, een van de directe medewerkers van Van Haerenborgh. Hitlerjugend-adept Vereecken begon een rivaliserende rechts-radicale jeugdbeweging onder de niet toevallig gekozen naam Algemeen Nationaal Jeugdverbond (AVNJ), dezelfde naam als de vooroorlogse jeugdorganisatie van het VNV. “Het AVNJ kwam er vooral onder impuls van Piet Vereecken, een man die zijn nationaal-socialistische overtuiging niet onder stoelen of banken stak”, stelt de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.

De ruzie ontstond door ideologische meningsverschillen, bevestigt Bruno De Wever. Het was een heropflakkering van het oude conflict tussen de anti-Belgische en de groot-Germaanse strekkingen binnen het Vlaams-nationalisme. De Antwerpse afdeling wou een meer radicale, Germaanse koers varen. Aanleiding voor de breuk was de aanwezigheid van de Duitse neonazi’s van de Wiking-Jugend op activiteiten van het VNJ-Antwerpen. Als gevolg daarvan werd Vereecken samen met enkele medestanders uit het VNJ gezet. De meeste leden van de afdeling en het oudercomité onder leiding van Volksunie-senator en VMO-supporter Hector Goemans weigerden deze ontslagen te aanvaarden en in 1971 vormde het Antwerpse VNJ zich om tot het AVNJ. De organisatie was nog radicaler en militanter dan het VNJ en verdedigde rassenzuiverheid, elitarisme en pangermanisme.

Het AVNJ was nog radicaler en militanter dan het VNJ en verdedigde rassenzuiverheid, elitarisme en pangermanisme

In 1962 had Vereecken al eens tevergeefs geprobeerd om het VNJ in een soort Europees verband onder te brengen, samen met nationalistische jeugdbewegingen uit Duitsland en Oostenrijk. Zo werd bijvoorbeeld contact opgenomen met de extreem-rechtse Bund Heimattreuer Jugend (BHJ) in Oostenrijk. Maar die organisatie eiste dat de VNJ-leden het uniform van de BHJ zouden dragen en dat ook de kentekens (een Odalrune) zouden worden overgenomen. Dat bleek een brug te ver voor VNJ-verbondsleider Van Haerenborgh, die de samenwerking had stopgezet.

Op kamp in Duitsland

Jonge knapen van de Hitlerjeugd Vlaanderen, strak in het gelid (Foto's SOMA). Bron

Jonge knapen van de Hitlerjeugd Vlaanderen, strak in het gelid (Foto’s SOMA). Bron, voetnoot (4)

Met het AVNJ kon Vereecken voluit op de internationale toer gaan. Zijn organisatie onderhield goede contacten met de Wiking-Jugend en Europe-Jeunesse, een extreem-rechtse scoutsgroep in Frankrijk. Volgens de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging “zorgde deelname van AVNJ’ers aan VMO-activiteiten en de herhaalde aanwezigheid van militanten van de Franse Fédération d’Action Nationale et Européenne (FANE) echter meermaals voor problemen met de gerechtelijke instanties”. Zowel FANE als de Wiking-Jugend werden in hun eigen land beschouwd als gevaarlijke en gewelddadige neo-nazigroepen. (FANE werd ontbonden op bevel van de Franse regering in 1980, Wiking-Jugend werd in Duitsland wettelijk verboden in 1994.) Sommige FANE-leden waren betrokken bij een  paramilitair trainingskamp in Bonheiden in 1981, anderen gingen als huurling meevechten met rechtse milities in Libanon.

Bruno De Wever maakte als jongetje de afscheuring van het AVNJ van dichtbij mee:

Ik was een jaar of tien toen ik lid werd van het VNJ in Kontich, waar mijn ouders toen woonden. Bart was toen nog niet geboren. Het moment van de afscheuring herinner ik me nog heel precies. We marcheerden met de groep over een brug in Berchem, aan de oude kerk. Daar moesten we halt houden en kregen we bevel om onze kentekens van het VNJ van onze hemdsmouw te halen. Voortaan waren we lid van het AVNJ. We kregen nieuwe kentekens en een koppelriem met een Odalteken op de gesp. Voor het overige leek er voor ons niets te veranderen. We liepen vanaf dan wel apart op grote manifestaties, zoals het Zangfeest of de IJzerbedevaart.

Zonder dat Bruno De Wever het goed en wel besefte, was hij lid geworden van een neonazistisch clubje. Dat inzicht kwam pas een jaar later, toen hij met het AVNJ deelnam aan een winterkamp in Duitsland, aan de grens met de toenmalige DDR, dat werd georganiseerd door de Wiking-Jugend. “Ook daaraan heb ik nog relatief scherpe herinneringen”, zegt hij. “Ik weet honderd procent zeker dat ik tijdens dat kamp geconfronteerd werd met negationisme en in discussie ben gegaan over de holocaust en het bestaan van de gaskamers. Ik stond in die discussies helemaal alleen. Alle Duitsers en al mijn Vlaamse kameraadjes ontkenden de uitroeiing van de joden door de nazi’s.” Er waren nog meer verontrustende ervaringen. Als veertienjarige ging Bruno bijvoorbeeld met het AVNJ naar een bijeenkomst in Oostenrijk, georganiseerd door Bund Heimattreuer Jugend (BHJ). “Maar de Oostenrijkse veiligheidsdiensten wisten van onze plannen. Ze hebben ons opgepakt en over de grens gezet. De bijeenkomst is niet doorgegaan.”

Bruno De Wever over een AVNJ-kamp: Alle Duitsers en al mijn Vlaamse kameraadjes ontkenden de uitroeiing van de joden door de nazi’s

Kookouders

Ook voor vader Rik De Wever was het AVNJ-kamp in Duitsland een eye-opener. Zoonlief kwam immers thuis met een lading nazi-propaganda. Bruno De Wever:

Wat is dàt allemaal?, vroeg vader zich af. Hij vond dat merkwaardig. Hij was absoluut geen nazi. Hij begon zich vanaf dan te interesseren voor het AVNJ. Kontich was de grootste en meest dynamische afdeling van de jeugdbeweging. We hadden vijftig tot zeventig leden, op een totaal van tweehonderd in heel Vlaanderen. Dat was een mooie groep jongeren en een groot sociaal netwerk van ouders en sympathisanten. Dat mocht volgens mijn vader niet kapotgaan. Hij besloot de zaak constructief aan te pakken en wou de afdeling van Kontich terug bij het VNJ onderbrengen. Hoe? Door zichzelf te engageren in het AVNJ en bestuursfuncties op te nemen in de organisatie. Door contacten te leggen met Piet Vereecken en met Jaak Van Haerenborgh.

Ondertussen gingen vader en moeder De Wever als kookouders mee naar zomerkampen van het AVNJ in Eupen en Malmedy in de Oostkantons. “Mijn broer Bart ging soms mee op kamp, als baby”, weet Bruno De Wever nog. “Uiteindelijk, na veel onderhandelingen en ambras, is mijn vader erin geslaagd om de groep van Kontich weer terug te brengen naar het VNJ. Rond 1975 was de dissidentie voorbij. Het AVNJ bleef nog een tijd voortbestaan, maar eigenlijk ging het slechts om enkele families, zoals de familie Spinnewyn in Brugge.” Bij zijn ontstaan in 1971 had het AVNJ ongeveer tweehonderd leden, maar als gevolg van de interventie van Rik De Wever en interne problemen keerden de meeste jongeren na verloop van tijd terug naar de VNJ-stal. Noodgedwongen hield het AVNJ zich daarna enkel nog bezig met elitevorming en kaderscholing voor jongeren. Het werd ook een ideologische kweekschool voor een aantal Vlaams Blok-mandatarissen. De laatste AVNJ-groepen werden ontbonden in 1986.

Vader De Wever bleef wel als vrijwilliger actief in het VNJ. Ook zijn jongste zoon Bart werd eind jaren zeventig als zesjarige lid van het VNJ, maar kon er zijn draai niet vinden en bleef maar enkele jaren lid. “Mijn broer heeft nooit iets te maken gehad met het AVNJ en nauwelijks iets met het VNJ”, stelt Bruno De Wever. De krantenwinkel in Kontich die moeder De Wever uitbaatte, werd eind jaren zeventig verkocht en de familie verhuisde eerst naar Morstel en daarna naar een appartement boven het VNJ-hoofdkwartier in Berchem. Op zijn zeventiende verliet Bruno De Wever het VNJ. Hij ging geschiedenis studeren aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in de collaboratieperiode. Van Haerenborgh werd in 1985 als verbondsleider van het VNJ opgevolgd door Ledy Broeckx, ex-gemeenteraadslid van het Vlaams Belang in Antwerpen en de zus van Erik Broeckx, de huidige N-VA-burgemeester van Mortsel.

Voetnoten
(1) De Standaard, 23 maart 2013
(2) Humo, 31 december 2007
(3) “Het ontstaan en de groei van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond”, Stijn Hiers, Wetenschappelijke Tijdingen, 1998. Hiers is Vlaams Belang-gemeenteraadslid in Rotselaar.
(4) “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst! De verduitsing van de Hitlerjeugd Vlaanderen”, Dorien Styven, CHTP-BEG, nr. 23, 2011
(5) De Standaard, 8 juli 2006

Auteur: Georges Timmerman

Werkte vijftien jaar als freelancer voor onder meer Knack, Trends, VRT-radio, Belgian Business Magazine en Markant. Van 1992 tot 2009 redacteur bij De Morgen. Verzorgde de economische, politieke en algemene berichtgeving. Gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek, fraude- en corruptiezaken, georganiseerde misdaad en inlichtingendiensten. Was bij De Morgen voorzitter van de redactieraad en leidde de personeelsdelegatie tijdens het collectief ontslag 2009.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books