‘Openbaarheid van bestuur onvoldoende bekend’

0

‘U heeft daar geen recht op.’ Of: ‘Wat is de bedoeling hiervan?’ Maar ook: ‘In bijlage het document.’ Vlaamse gemeenten en provincies reageren zeer uiteenlopend op de vraag om openbare documenten publiek te maken. ‘Een deel van de gemeenten is gewoon niet vertrouwd met het openbaarheidsdecreet’, zegt de voorzitter van de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, Bruno Asscherickx.

Bruno Asscherickx: ‘Burger kent rechten niet genoeg’ (Foto Steven Vandenbergh)

Bruno Asscherickx: ‘Burger kent rechten niet genoeg’ (Foto Steven Vandenbergh)

Geven gemeenten en provincies een overheidsdocument wanneer een burger daar schriftelijk om verzoekt? Handelen lokale overheden snel en coöperatief of botst de burger op een muur van wantrouwen en tegenwerking? Een bevraging bij de 308 gemeenten en vijf provincies in Vlaanderen leert dat openbaarheid van bestuur niet overal even hoog staat aangeschreven.

Het decreet Openbaarheid van Bestuur maakt het voor iedereen mogelijk om overheidsdocumenten in te kijken. In dat kader stuurden de auteurs van dit artikel op 10 juni een e-mail (pdf.) naar alle Vlaamse gemeenten en provincies met de vraag om een kopie van het openbaarheidsregister te ontvangen. In dat register (xls.) noteren gemeenten en provincies welke burger een kopie van welk document vraagt, en eventueel krijgt.

Waar de ene ambtenaar het register binnen de dag e-mailt, geven andere ambtenaren ruim drie maanden later nog steeds geen teken van leven. Daartussenin varieert het: sommige gemeenten blijken, acht jaar na de wettelijke verplichting nog steeds geen register bij te houden. Andere gemeenten sturen, ondanks de vraag om dit niet te doen, privacygevoelige gegevens van burgers door. Nog andere melden dat de aanvraag ‘bij de spam’ terecht kwam en dus niet behandeld werd.

Een deel van de ambtenaren zit met vragen: ‘Wat is hier de bedoeling van? Wie zijn jullie?’ Voor alle duidelijkheid: vragen waar een burger geen antwoord dient op te geven. Krijgt een burger het verlangde document niet, dan kan hij aankloppen bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. ‘Jullie hebben op korte tijd 187 beroepen ingediend terwijl de beroepsinstantie op jaarbasis normaal gezien ruim 200 dossiers verwerkt”, zegt Bruno Asscherickx (46). Sprekende cijfers.

Niet alle besturen beschikken over een volledig register van openbaarheid van bestuur. Hoe komt dat?

Bruno Asscherickx: “Ik vermoed dat de registratie bij sommige gemeentebesturen dode letter is. Als ze al iets van het decreet weten, dan toch zeker niet alle finesses. Het ontbreken van het openbaarheidsregister komt vooral bij kleinere gemeenten voor die – bij manier van spreken – gerund worden door een of twee ambtenaren. Zij hebben naar eigen zeggen de handen vol met andere zaken. Bij het horen van ‘openbaarheid van bestuur’ vallen ze bijna uit de lucht. Daarnaast heb je enkele gemeenten die wel op de hoogte zijn, maar niet weten dat ze daarvan een register moeten bijhouden. Bij de meeste steden en grote gemeenten was het register wel aanwezig.”

Hoe kan de registratie beter?

“Jullie hebben een belangrijke bijdrage geleverd door het probleem aan te kaarten. De verplichting om te registreren staat in ons jaarverslag. Op onze website publiceren we naast het jaarverslag ook onze uitspraken. Veel meer kunnen we niet doen. Gaan we verder,dan  kan dat als betutteling vanuit Brussel worden aanzien.”

Zoals het nu is, loopt het dus goed?

“Het loopt goed, maar er is een probleem met registratie. In de toekomst zal dat beter gaan. Daarnaast moet de burger zijn rechten ook beter kennen. Het decreet voorziet dat overheden de rechten van de burger op actieve wijze kenbaar maken. Sommige gemeenten doen dat heel goed, bij andere vind je daar weinig over terug. Is dat een reflex van zelfprotectie? Men vreest mogelijk dat, wanneer er reclame voor wordt gemaakt, de verzoeken massaal gaan binnenstromen.”

Wanneer een burger zich bij een gemeentebestuur meldt, krijgt hij meestal wat hij vraagt.

Transparantie wekt net meer vertrouwen bij de burger, toch?

“Het is inderdaad een wisselwerking. Door te informeren kan je de burger laten zien dat je goed bezig bent. Als je dat niet doet, ontstaat er wantrouwen. Dit gezegd zijnde: wanneer een burger zich bij een gemeentebestuur meldt, krijgt hij meestal wat hij vraagt. Dat is onze ervaring.”

Beroep

Nochtans blijkt uit onze bevraging dat heel wat besturen het document pas overhandigen nadat we beroep hadden aangetekend. Bovendien was de argumentatie van de gemeenten divers.

“De beroepsinstantie ontving vier soorten antwoorden van gemeenten en provincies. Ofwel zegt de gemeente: ‘sorry, wij houden een dergelijk register niet bij.’ Dat is een beetje onwetendheid en daar moet aan gewerkt worden. Ofwel zeggen ze: ‘ja, wij hebben zo’n register maar het is nog blanco bij ons. In al die jaren heeft niemand hier een document gevraagd.’ De derde mogelijkheid is: ‘wij hebben een register, maar we maken dat niet openbaar want dat is voor ons geen bestuursdocument.’ In een aantal beslissingen maken we duidelijk dat dit een totaal verkeerd uitgangspunt is. En de vierde mogelijkheid: ‘wij hebben een register, maar we geven het niet omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.’ Ze hebben dan een punt maar artikel 9 van het decreet zegt duidelijk dat ze dan moeten overgaan tot openbaarmaking mits weglating van de persoonsgegevens. Sommige besturen hadden het bij het verkeerde eind. Daaraan zie je dat het decreet onvoldoende bekend is bij een aantal gemeentebesturen. Dat is overduidelijk. Jullie aanvraag ging duidelijk om een bestuursdocument. Wij hopen dat dit nu duidelijk is.”

Is ‘hoop’ niet wat te vrijblijvend? Tientallen gemeenten geven zelfs geen antwoord nadat u hen had verzocht het document over te maken.

“Dan moet u de gemeenten contacteren en zeggen dat ze de beslissing van de beroepsinstantie moeten opvolgen. Ze hebben daartoe 40 dagen de tijd na datum van registratie bij de beroepsinstantie. Als ze dat niet doen zouden,  kunnen wij in het ergste geval de beslissing zelf uitvoeren.”

Sommige provincies vragen wat we met het register willen aanvangen.

“Vragen staat vrij, maar je bent niet verplicht om te antwoorden. Een burger moet geen belang aantonen, tenzij het gaat om informatie van persoonlijke aard. Zij vreesden misschien dat u de data te grabbel zou gooien en de gemeenten daardoor in de problemen zouden komen. Het is bij mijn weten ook de eerste keer dat iemand naar het register vraagt. Vandaar misschien een beetje terughoudendheid. Ik verdenk niemand van slechte wil.”

(Foto Steven Vandenbergh)

Sommige gemeenten sturen ongevraagd privacygevoelige gegevens mee. Is dat een probleem?

“Ja. Ik merk dat een deel van de gemeenten alles openbaar maakt, met naam en adres. Dit is totaal fout. Blijkbaar beseffen deze – vooral kleine – gemeenten niet dat ze op die manier de privacywet overtreden. Misbruik loert altijd om de hoek. De betrokken personen kunnen ook naar de Privacycommissie stappen en klacht indienen tegen die gemeente. Als een burger hierdoor schade ondervindt, kan hij naar de rechtbank stappen.”

Wanneer de overheid een document niet geeft, moet ze de beroepsmogelijkheid vermelden. Vaak gebeurde dit niet.

“Daar kijk ik keer op keer van op. Het staat uitdrukkelijk vermeld in het decreet, in een omzendbrief en in onze jaarverslagen. Wat is het gevolg? Dat de termijn om beroep in te stellen, niet start. Dus eigenlijk straffen ze zichzelf. Als ze de beroepsmogelijkheid vermelden weten ze immers dat de beslissing definitief is als er niet binnen de dertig dagen wordt gereageerd.”

Tevreden

Een heel andere kwestie: de schijn van partijdigheid, namelijk ambtenaren van de beroepsinstantie die oordelen over de beslissingen van ambtenaren van gemeenten en provincies.

“Die vraag verwondert mij. In de acht jaar dat de instantie werkzaam is heb ik geen enkel signaal in die richting opgevangen. In 2009 hebben we via een extern bureau een bevraging gedaan bij alle Vlaamse bestuursinstanties. Meer dan 90% had zeer positieve ervaringen met de werking van de beroepsinstantie. In de voorbije 8, 9 jaar heeft de Vlaamse Ombudsman, die nochtans veel klachten bij de Vlaamse overheid verwerkt, welgeteld twee klachten over de werking van de beroepsinstantie gemeld, waarvan één volkomen ongegrond.

“Trouwens, in meer dan de helft van de beroepsdossiers krijgt de verzoeker gelijk. Vaak zien overheden hun fout in en geven dan toch het document, onder onze invloed. Zeggen dat we de kant zouden kiezen van administraties of ambtenarij is absoluut onjuist. Misschien hebben we de schijn tegen maar dat was mij onbekend.”

Zijn de burgers even tevreden over de beroepsinstantie?

“Ik vermoed van wel. Mocht de burger niet tevreden zijn, zou hij naar de Vlaamse Ombudsman of naar de Raad van State stappen.De burger is vandaag zeer mondig. Wij zijn trouwens verplicht om de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State te vermelden. Oké, daar hangt wel een prijskaartje aan.”

Vindt de burger zijn weg naar de beroepsinstantie?

“Quasi dagelijks word ik gecontacteerd door burgers en besturen die advies vragen. Ik mag daar niet op antwoorden want wij hebben niet die bevoegdheid. Als ik dat wel zou doen en drie weken later komt dat dossier op mijn bureau bij de beroepsinstantie, waar sta ik dan? Dat zorgt soms voor ongenoegen bij gemeentebesturen die met vragen zitten en daarvoor niet bij ons terecht kunnen. Wij zijn onafhankelijk en neutraal. Daarom kunnen en mogen we geen advies geven over concrete openbaarheidsverzoeken.”

Wist u dat er anno 2012 gemeenten zijn die werken zonder website?

Waar kan men zich dan wel informeren?

“We geven wel algemene informatie, bijvoorbeeld over de aanvraag- of beroepsprocedure. Ik doe dat dagelijks, zowel telefonisch als via e-mail. Het leeft duidelijk ook veel meer dan vroeger. Willen mensen nog meer informatie, dan verwijs ik naar de website.”

Is er nood aan meer actieve openbaarheid,  de overheid die haar documenten spontaan ter beschikking stelt?

“Hoe meer informatie een bestuursinstantie, een gemeentebestuur of wie dan ook actief aanbiedt, hoe minder de burger gebruik maakt van de procedures van passieve openbaarheid van bestuur. Bij de Vlaamse overheid en de gemeentebesturen wordt steeds meer informatie spontaan aangeboden. Stilaan begint dat te leven.

“Het register, waarover jullie aanvraag ging, zouden we als een soort beleidsinstrument moeten gebruiken. Als een gemeente merkt dat op jaarbasis veel verzoeken over een bepaald thema binnenkomen, moet men zich de vraag stellen of het niet beter is om dat allemaal op de website te zetten. Het bespaart hen ook werk. Ik ben dus voorstander van actieve openbaarheid van bestuur, al is het zeker niet de bedoeling om er alles op te zetten. De overheid moet immers bepaalde informatie afschermen.”

De praktijk leert dat sommige gemeenten al moeite hebben om de notulen van de gemeenteraad online te plaatsen.

“Mij lijkt zoiets essentieel. In de grote steden gebeurt dat automatisch. Maar, wist u dat er nog gemeenten zijn die werken zonder website? Waar men nog vraagt om openbaarheidsverzoeken per brief in te dienen, omdat er niet met e-mail wordt gewerkt? Een gemeentesecretaris in 2012, hè! Van die mensen kan je niet verwachten dat ze alles online plaatsen. Maar, een zichzelf respecterende gemeente zou inderdaad basisinformatie, zoals notulen of agenda’s van gemeenteraden, online moeten plaatsen. Hetzelfde geldt ook voor gemeenteraadsbesluiten en politiereglementen.”

En dus niet alleen op het gemeentelijk aanplakbord.

“Zo was het vroeger. Komaan, zet dat ook op de website als je dat toch in een bestandje hebt. Maar het gebeurt nog veel op papier bij die gemeenten, dat is effectief zo.

“Op het voorstel om de documenten online te brengen, repliceren sommige gemeenten dat de mensen graag eens komen kijken. Nu, je gaat mij niet vertellen dat de mensen dat niet graag van op hun pc bekijken. De vraag rijst of ze daar wel het personeel voor hebben. In grote steden zullen die problemen zich niet stellen. Die geven veel informatie aan de mensen, al moet je soms een beetje zoeken. In kleinere gemeenten gaat dat moeizamer. Het is niet dat de burger het niet mag weten, er zijn soms gewoon geen middelen voor. Ik zou het ook veel liever anders zien.”

Wat is het meeste nodig voor een betere openbaarheid van bestuur?

“De registratie van de openbaarheidsverzoeken moet beter. Daarbuiten werkt het decreet vrij goed. Een pijnpunt blijft wel dat de burgers nog niet altijd goed weten welke hun rechten zijn. Eerlijk gezegd: bij de lancering van het nieuwe decreet was het oorspronkelijk de bedoeling om een grootschalige informatiecampagne te houden voor de burger. Heb jij die gezien? Neen? Ik ook niet.”

Auteur: Nils Dumortier

freelancejournalist en lid van de werkgroep ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’ van de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ).

Auteur: Steven Vandenbergh

freelancejournalist en lid van de werkgroep ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’ van de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ).

Auteur: Bart Van Bael

freelancejournalist en lid van de werkgroep ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’ van de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ).

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid