Jaloezie in de gerechtsjournalistiek

18

Gerechtsjournalist Joris Van der Aa heeft zijn collega Lars Bové van De Tijd zondagavond frontaal aangevallen met een vlammend opiniestuk. Bové kreeg het verwijt dat hij de spreekbuis was van het Antwerpse parket. De journalist schreef een antwoord: ‘Dit was geen ‘opiniestuk’ van collega Van der Aa. Dit was rancune.’

Door Lars Bové, journalist ‘De Tijd’

Beste lezer van deze site,

Gerechtsjournalist Lars Bové dient zijn collega Joris Van der Aa van antwoord

Tot afgelopen woensdag had ik de heer Joris van der Aa nog nooit ontmoet. Ik was dan ook verbaasd dat deze journalist zo’n lang ‘opiniestuk’ over mij publiceerde op deze website.

Ik ben blij te lezen dat ik de voorbije jaren indruk op hem heb gemaakt. “Ik volgde zijn werk met ontzag, en af en toe ook met een gezonde portie jaloezie”, lees ik. Bedankt. Ik vind het alleen jammer dat zijn opiniestuk vooral getuigt van een portie ‘ongezonde jaloezie’.

Want de waarheid heeft haar rechten.

De aanleiding voor dat misprijzen is blijkbaar de rechtszaak die we beiden afgelopen woensdag in het Antwerpse justitiepaleis hebben gevolgd. Het gaat dan over een witwaszaak van 60 miljoen euro, waarbij volgens het parket miljoenenleningen van enkele leden van een Rotary Club zijn verduisterd. In ettelijke paragrafen ‘onthult’ de heer Van der Aa hoe het Rotaryluik niet aan bod zou zijn gekomen tijdens het proces.

Eenzijdig verhaal

De waarheid is dat de heer Van der Aa te laat is toegekomen op het proces. Het proces was al lang bezig toen hij de zaal binnenkwam en naast mij kwam zitten aan het perstafeltje. Hij heeft het gros van het rekwisitoor van de openbaar aanklager gemist. Het luik over de verduisterde leningen heeft hij nooit gehoord. Ook de burgerlijke partijstellingen van de Rotaryleden heeft hij gemist.

Terwijl ik tot de laatste minuut heb geluisterd naar de pleidooien van de verdediging. Wie schrijft er dan een eenzijdig verhaal?

Zonder het rekwisitoor van de openbaar aanklager te hebben gehoord, schrijft hij toch: “De advocaten van de verdachten hielden in tegenstelling tot het OM (lees: de openbaar aanklager) wel een heldere uiteenzetting.” Hoe ‘zot’ is dat? Het was misschien niet helder omdat hij het niet gehoord heeft?

Koosjer

Als het de heer Van der Aa dermate frustreert dat ik wél alle details te pakken krijg over grote dossiers, is dat alleen omdat ik mijn taak als journalist serieus neem

Ik heb in mijn artikel de stelling van de verdediging wél vermeld. Ik citeer bijvoorbeeld: “Volgens de verdachten zijn de leningen onder andere gebruikt om in 1999 een mijn te kopen in Brazilië. Uit die mijn zou liefst 1.500 kilogram aan smaragden zijn bovengehaald, goed voor 60 miljoen euro. Die grote partij smaragden zou al in 2000 zijn vervoerd naar ons land. Ze kwamen via de beruchte expediteur Monstrey terecht in Antwerpen.” En nog: “De verdachten schermen met een attest van een gerenommeerd advocatenkantoor uit Brazilië, dat stelt dat alles koosjer is.”

En waarom krijg ik het verwijt dat ik de voorwaardelijke wijs gebruik als ik de versie van het parket geef? Dat is een basisgegeven voor elke gerechtsjournalist. Omdat we net voorzichtig moeten zijn met de beweringen van het parket, dat ook ‘slechts’ één partij is in een rechtszaak.

Gevoelige dossiers

Als het deze gerechtsjournalist blijkbaar dermate frustreert dat ik wél alle details te pakken krijg over grote fraude- en witwasdossiers, is dat alleen omdat ik mijn taak als journalist serieus neem. Ik krijg die informatie heus niet op een dienblaadje, zoals hij insinueert. Ik ploeter. Ik probeer elke dag zo veel mogelijk ‘geheime en gevoelige dossiers’ in de openbaarheid te brengen. Omdat de burger daar recht op heeft.

Er wordt ook zeer selectief verwezen naar mijn eerdere artikels. Zo zou ik het optreden van het Antwerpse gerecht tegen de fraude in de diamantsector alleen maar ophemelen. Dit artikel van mijn hand heeft de journalist in kwestie blijkbaar niet gelezen: ‘Blunders in diamantdossier’ (De Tijd, 24/04/09). Toen schreef ik onder andere: “Het Antwerpse gerecht heeft zwaar geblunderd in een dossier van diamantfraude. De speurders klopten de fraude op. De overdreven inbeslagname deed de diamantfirma failliet gaan. (…) Tot overmaat van ramp werd tijdens het onderzoek in december 2006 een huiszoeking uitgevoerd bij de 46-jarige diamantair X, een klant van X, die daarbij onwel werd en overleed.” En ja, dat is het dossier waarin een Indiase diamantair stierf tijdens een huiszoeking, waarnaar het opiniestuk ook verwijst.

Deontologie

Nog een voorbeeldje? ‘Verdachte diamantairs krijgen steentjes terug’ (De Tijd, 9/08/08). Dat gaat dan weer over de zaak-Monstrey, die eveneens in het ‘opiniestuk’ vermeld wordt. Ook dat artikel speelde zeker niet in de kaarten van het parket.

Ik vind het ook jammer dat deze website me pas op 1 maart heeft gevraagd of ik wilde reageren. Terwijl het bewuste artikel al op 28 februari is gepubliceerd. Zoiets is nochtans een basisbeginsel van de journalistieke deontologie.

En laten we eerlijk zijn: dit was geen ‘opiniestuk’ van collega Van der Aa. Dit was rancune.

Ik doe voort.

Auteur: Redactie Apache

Apache is gegroeid uit de blog De Werktitel, de eerste Vlaamse professionele blog geschreven door professionele journalisten. De Werktitel zag op 14 oktober 2009 het levenslicht, Apache nam op 24 februari 2010 zijn plaats in. Maar het werk startte al in het voorjaar van 2009. Toen staken enkele Vlaamse journalisten de koppen bij elkaar en beslisten zich in een avontuur te storten. Omdat degelijke, ongebonden journalistiek nodig is.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid