‘Het comfort van de grote mediagroepen is voor de meeste politieke partijen dik oké’
Bart Caron (Groen!), ondervoorzitter van de mediacommissie in het Vlaams Parlement, verwacht geen politieke impulsen om de mediaconcentratie in Vlaanderen tegen te gaan. ‘De mediagroepen en de grote partijen hebben alle baat bij een status quo’, zegt hij.
Door Georges Timmerman en Tom Cochez
Bart Caron, zo erkennen vriend en vijand, is niet enkel ondervoorzitter, maar ook een van de meest actieve leden van de commissie Media. Iemand die zijn dossiers kent en weet waarover hij praat. Maar wat hij te zeggen heeft, bevalt niet iedereen. Caron is een bezorgde politicus die de vinger wil leggen op een wonde waarvan te weinig mensen, ook in progressieve kringen, beseffen hoe breed gapend ze is.
“Twee jaar geleden heb ik een analyse gemaakt van de berichtgeving in De Standaard, De Morgen en Het Nieuwsblad”, steekt Bart Caron van wal. “Er was een incident op de VRT en ik wilde weten of er een verband was tussen de aandeelhoudersstructuur van de mediagroepen waartoe die kranten behoren en hun berichtgeving. De conclusie was dat het taalgebruik bij de kranten van de Corelio-groep (De Standaard en Het Nieuwsblad) helemaal anders was dan het taalgebruik elders. Hoe sterker de relatie met de VAR (de reclameregie van de VRT waarvan Corelio aandeelhouder is) hoe minder kritisch men was over het incident. Je kon de commerciële belangen perfect traceren aan de hand van het woordgebruik.”
Vroeger kon je de belangen van de patronerende politieke partij toch ook doorheen de berichtgeving lezen.
Bart Caron: “We komen inderdaad uit een verzuild krantenlandschap, maar vroeger wist je op zijn minst nog dat er vanuit een standpunt werd geschreven en becommentarieerd. Nu weet je dat als lezer niet meer terwijl de beïnvloeding wel degelijk een feit is. De zakelijke, vaak onzichtbare verbanden in de media werken door in de manier van berichtgeving. Je zou de oefening vandaag eens moeten overdoen met het BAM-dossier. Ik weet zeker dat er heel duidelijke verbanden te zien zouden zijn. Die kwalijke evolutie zet zich verder door. De mediaconcentratie wordt groter en maakt dat je als lezer te weinig keuze hebt. Over die evolutie moeten we ons echt zorgen maken.”
Het persagentschap Belga, goed voor een aanzienlijk deel van de berichtgeving in onze kranten, wordt volledig aangestuurd door de grote persgroepen. Over die vorm van concentratie hoor je geen enkele politicus.
Bart Caron:
‘Onze politieke evenwichtsbalans wordt perfect weerspiegeld in onze krantenstructuur. De drie grote politieke families vinden dat ze in de media goed bediend worden. Ze zijn het status quo bijzonder genegen’
“Je zou verwachten dat de hele structuur en de werking van Belga transparant zijn, maar op internet vind je nauwelijks de samenstelling van de raad van bestuur, laat staan de jaarrekening. Net zoals vele andere mensen dacht ik vroeger dat Belga iets van de overheid was. Het is pijnlijk om het te moeten zeggen, maar niemand kent het, niemand weet wat er gebeurt en niemand ligt er bijgevolg wakker van. Ook progressieve mensen zijn er veel te weinig door gealarmeerd. Het is een grote vergissing, maar ik vermoed dat het zijn tijd nodig zal hebben.”
De politieke wereld zou regulerend kunnen optreden. Bepalingen over de aandeelhoudersportefeuille binnen het Belgische persagentschap, maar ook over mediaconcentratie in bredere zin.
“Dat kan inderdaad, maar het is technisch een heel moeilijke oefening. Mediaconcentratie is concurrentiebeleid dat je in het kader van de Europese richtlijn federaal moet organiseren. Vlaanderen heeft wel de bevoegdheid om via indirecte regels vat te krijgen op die evolutie, bijvoorbeeld door directe of indirecte steun aan de pers aan regels te koppelen.”
“In het buitenland heeft men ervoor gekozen het aantal kruisparticipaties tussen mediagroepen onderling in volume te beperken. Een mediagroep die print maakt mag bijvoorbeeld maximaal zoveel procent aandelen hebben in een groep die televisie of radio maakt. Veel van onze buurlanden creëren een gecorrigeerde vrije markt om op die manier de persvrijheid en het pluralisme te garanderen. Dat zou ook in België perfect kunnen, alleen gebeurt het niet. VTM is het duidelijkste voorbeeld: De Persgroep en Roularta zijn de enige twee resterende aandeelhouders van de VMMa (het moederbedrijf van VTM, 2BE, JIM…). Dat is geen gezonde situatie.”
Waarom kan in Vlaanderen of België niet wat wel kan in Nederland of Frankrijk?
“De grote politieke families willen het niet. De eenvoudige waarheid is dat onze politieke evenwichtsbalans perfect wordt weerspiegeld in onze krantenstructuur. De drie grote politieke families vinden dat ze in de media goed bediend worden. Bijgevolg zijn ze het status quo bijzonder genegen.”
Hoe ziet dat evenwicht eruit?
“De liberale familie is goed bevriend met De Persgroep en CD&V heeft goede banden met Corelio en Roularta. Historisch is er ook een goede band tussen Concentra en de socialisten. De socialistische familie heeft indertijd wel moeite gehad toen De Morgen zich ombouwde tot een echt onafhankelijke krant. Daarna, bij de overname van De Morgen door De Persgroep, kreeg je dan de verwijten vanuit socialistische hoek dat De Morgen een te liberale krant is geworden.”
“Zelfs als de progressieve krachten in ons land het vandaag zouden willen, dan nog er is geen politieke meerderheid om het huidige status quo te wijzigen. Al tijdens de legislatuur 1999-2004 werd in Vlaanderen onderzoek gedaan door een consultancybureau naar de mediaconcentratie. De studie dateert nog van voor de Vlaamse Regulator voor de Media bestond. Toen al werd gesteld dat de kritische drempel bereikt was. Toen al was het een feit, maar intussen is er nog niets gebeurd, integendeel.”
Wat moet er dan gebeuren?
“De overheid moet alternatieve printmedia subsidiëren om de concentratie tegen te gaan. In de muziekbusiness heb je als alternatieve speler een kans om een markt te vinden, gewoon omdat cd’s opnemen en verdelen financieel haalbaar is. Het is bereikbaar voor iedereen. Bij print is dat niet het geval. Het bezit van de drukpersen is hypergeconcentreerd. De grote vraag is of het internet het ooit zal kunnen winnen van print. Inhoudelijk vind ik de alternatieven die nu ontstaan interessant, maar ik vrees dat zonder print de penetratie in de maatschappij te beperkt zal zijn om ons medialandschap echt uit het status quo te halen.”
“Kijk, Roularta droomt er al langer van om een dagblad te maken. Ze durven niet uit vrees financieel kopje-onder te gaan. Als zelfs een grote groep het niet aandurft, wie dan wel? Er is gewoon geen ruimte voor een andere speler. Het veld wordt perfect verdeeld. Strategisch was het destijds een meesterzet van De Persgroep om De Morgen en later ook De Tijd binnen te halen. Zelfs als ze jaren met beperkt verlies zouden draaien, dan nog hebben ze op die manier de markt volledig dicht geplamuurd.”
Is er dan geen enkel breekijzer om de markt open te wrikken?
“Je kan hopen dat je via nieuwssites en blogs voldoende vrijheid van meningsuiting en pluralisme creëert. Je kan ook, zoals het Fond Pascal Decroos doet, inbreken in reguliere media met gesubsidieerde gedegen journalistiek. Daarnaast is er natuurlijk wetgevend werk mogelijk. Federaal kan je perfect regels over concentratie opleggen. Je kan bijvoorbeeld vastleggen dat er in Vlaanderen minimaal drie uitgevers moeten zijn. Vlaanderen zou dan weer alternatieven rechtstreeks kunnen steunen door een klein korps journalisten te financieren. Daar geloof ik in. Dat hoeft geen eeuwig verhaal te zijn. Zoiets doe je omdat er op termijn een businessmodel uit kan rollen dat toelaat op eigen kracht verder te werken. Het zou in ieder geval een duidelijk signaal zijn mocht de Vlaamse overheid de concentratie aanpakken door niet langer direct en indirect de grote mediagroepen te steunen, maar wel de kleintjes die de potentie hebben om de markt open te breken. ”
“Of daar politiek een meerderheid voor bestaat, is een ander paar mouwen. De sp.a stapt principieel wel mee in dat betoog, maar heeft het nadeel dat ze de minister van Media levert in een tijd zonder geld. Anderzijds kan minister Ingrid Lieten op eigen houtje toch een aantal kleinere initiatieven steunen. Ik hoop dat ze dat doet en ik geloof ook wel dat sp.a dat intrinsiek wil. Maar dat is dan wel de enige partij in de regering die dat wilt. (lacht)”
Bart Caron:
‘Gaan we beginnen om met overheidsgeld extra spelers te helpen die het grote groepen nog moeilijker maken dan vandaag? Neen toch? Dat is de redenering die opgang maakt’
“Bij de N-VA is er een gevoeligheid voor pluraliteit in de media, maar die partij levert de begrotingsminister en sp.a heeft de mediaminister dus de platte opportunistische politiek zal maken dat N-VA vandaag, ondanks haar intrinsieke aandacht voor pluraliteit, niet warm loopt voor steun aan initiatieven die het verlammende status quo kunnen doorbreken.”
“CD&V gaat daar sowieso niet in mee. Ze hebben rechtstreekse belangen bij bestaande mediagroepen, en geen klein beetje. Ze hebben geen enkele behoefte om iets te veranderen. Integendeel. Laat het me plat zeggen: CD&V is geen vragende partij voor al te veel diepgang in de media. Dat is gewoon lastig voor haar.”
“De liberalen zitten dan weer in de oppositie, maar ze hebben zeer goede connecties met De Persgroep. Die zijn dus ook geen vragende partij om de zaak open te breken, ook al is er bij sommige liberalen wel een gevoeligheid voor pluraliteit. De eindconclusie moet, vrees ik, zijn dat er de eerste vier jaar geen evolutie in ons geconcentreerd medialandschap komt.”
“De VRT-discussie bewijst dat ook. Grote groepen lobbyen bij de politieke partijen om de speelruimte van de VRT zo klein mogelijk te maken. Projecteer dat op print en op internet en je weet hoe laat het is. Gaan we beginnen om met overheidsgeld extra spelers te helpen die het grote groepen nog moeilijker maken dan vandaag? Neen toch? Dat is de redenering die opgang maakt. Het comfort van de grote groepen is voor de meeste politieke partijen dik oké.”
Er zijn ook wel argumenten tegen overheidssteun. Hoe garandeer je de onafhankelijkheid?
“Maar de staatssteun is vandaag een feit! Alleen is die nu onvoorwaardelijk. Een heel klein deeltje is geoormerkt maar dat is peanuts in het totale budget van de grote groepen. Stel dat het btw-0-tarief voor media sneuvelt en Europa een 6 procentnorm oplegt. Dan spreken we over heel veel geld en een maatregel die diep in het vel snijdt van onze mediabedrijven. In dat geval komen er kansen om via een omweg naar voorwaardelijke ondersteuning door de overheid te gaan. Er is vandaag geen enkele krant meer die een degelijk buitenlandnetwerk heeft. Je zou kunnen zeggen: staatssteun voor een buitenlandnetwerk. Hetzelfde kan je doen voor andere kwetsbare onderdelen van een redactie.”
De discussie over het marktaandeel van de VRT geeft aan dat de geesten veeleer in de andere richting evolueren.
“De discussie van de VRT draait enkel om marktaandeel. Dat van de VRT is te groot en moet terug worden gespoeld zodat private initiatieven meer ruimte krijgen. Politiek komt daar de motivatie bij dat de VRT te links zou zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Kijk, je kan perfect een model uittekenen waarin een soort privaat-publieke samenwerking op poten wordt gezet. Kijk naar de regionale televisie. Het is de Radio 2 van de televisie en die wordt met commercieel geld gemaakt, maar deels ook met overheidsgeld ondersteund. Zonder overheidsgeld lukt het niet om de kwaliteitsnorm voldoende hoog te houden. Het is dus een mengvorm. Niet langer de dualiteit openbaar of privaat. Het kan dus, maar politiek loopt niemand warm voor een vergelijkbaar verhaal in de geschreven pers. In andere landen gebeurt het, maar in Vlaanderen lijken de geesten er niet rijp voor.”
Nochtans hoor je veel politici steen en been klagen over de media.
Bart Caron:
‘De vraag is of het internet het ooit zal kunnen winnen van print. Inhoudelijk vind ik de alternatieven die nu ontstaan interessant, maar ik vrees dat zonder print de penetratie te beperkt zal zijn om ons medialandschap uit het status quo te halen’
“Een veel gehoorde klacht is inderdaad dat politici onrespectvol zouden worden behandeld. Zelf vind ik die klacht niet correct. Wel is het zo dat media enkel brengen wat hen als verkopers van nieuws het beste uitkomt. De juiste politici en de juiste feiten dus. Als politici in de dramademocratie van pas komen, dan komen ze aan bod en komen ze niet van pas, dan komen ze niet aan bod. Het is bijzonder jammer dat de fait diversisten de voorkeur krijgen op wie gedegen dossierwerk doet, maar er blijft gelukkig nog een marge.”
“Wel vind ik dat veel journalisten zich mogen verantwoorden voor hun analyses. Het gemak waarmee ze analyseren en anderen rond de oren slaan is soms te groot. Er is veel te weinig zelfkritiek. Het zelfreinigend vermogen ontbreekt. Politici moeten niet klagen over journalisten, maar de eigen beroepsgroep mag zichzelf wel veel kritischer bejegenen.”
Er lijkt zoiets te bestaan als een ongeschreven pact. Wij stampen niet naar jullie als jullie in ruil niet naar ons stampen.
“Alweer in tegenstelling tot onze buurlanden staat mediakritiek in België absoluut in zijn kinderschoenen. Ook daar speelt het verlammende status quo waarin zowel mediabedrijven als de grote politieke families zich perfect kunnen vinden een belangrijke rol. Ik ben wel optimistisch. Het zal er komen. Je voelt dat het in de lucht hangt, maar het is een nagel waar, vrees ik, nog dikwijls op geklopt zal moeten worden vooraleer er echt iets verandert.”




















“Op internet vind je nauwelijks de samenstelling van de raad van bestuur, laat staan de jaarrekening”: via de Balanscentrale van de Nationale Bank kan je ze wel terugvinden, met het ondernemingsnummer 0403.481.693. In het Staatsblad kan je zo weer de bestuurders vinden. Ze zullen waarschijnlijk niet op de eigen site staan, neen, maar ik ken weinig organisaties waar dit zo is.
We moeten ook goed nadenken eer we voor een inderdaad dure zaak als printmedia subsidies geven. Het zou niet oninteressant zijn (ook niet voor de bestaande mediaspelers) om te onderzoeken waarom je enkel via internet niet door zou kunnen breken. Misschien is het eenvoudiger om die struikelblokken weg te nemen, zodat alternatieve spelers in de toekomst wel zo iets kunnen betekenen.
De pers is de propaganda toeter van het systeem.
De zuilen zijn geprivatiseerd,de staat gedenationaliseerd.
Aandelenhouders in die propaganda/ reclame toeter zijn de politieke partijen en het burgerlijk establishment.
De enen ( de politieke partijen )leveren de clowns ,de anderen de formats.
Dat ze daar niks aan willen veranderen is evident.
Het brengt de enen rechtstreeks geld op aan reclame inkomsten en de andere geld via politieke mandaten.
En terwijl ze dit doen conditioneren ze de bevolking tot consumenten en passieve toeschouwers van het maatschappelijk gebeuren.
Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een hold-up op spaargeld omschreven word als een kredietcrisis,en
massale immigratie als pensioengarantie word gezien.
Dit is niks nieuws .
Dat de groenen dat aankaarten is niks revolutionairs.
Kaart spelen is een Vlaams caféspel.