‘Nepnieuws is geen hype’

1

Nepnieuws is geen hype en komt in Nederland geregeld voor. Dat blijkt uit een grootschalige enquête onder woordvoerders, waarover De Volkskrant bericht. Vooral ‘internet en sociale media’ moeten het ontgelden.

De helft van de woordvoerders zegt dat sociale media hun werk moeilijker gemaakt heeft. En ondanks de opkomst van die sociale media, zijn de traditionele media wel nog steeds onmisbaar.

“Zo’n kwart van de respondenten is van oordeel dat nepnieuws een groter probleem is voor journalisten dan voor voorlichters”, klinkt het. “De meerderheid (53%) daarentegen ervaart nepnieuws als een groter probleem voor henzelf dan voor journalisten.”

Feiten

Centraal staat natuurlijk de vraag wat onder fake news verstaan wordt. Iets meer dan de helft van de woordvoerders gaat ermee akkoord dat feiten er steeds minder toe doen voor journalisten. De woordvoerders denken ook dat driekwart van het publiek zo denkt, bij de beroepsgroep zelf is 81% het oneens met de stelling dat feiten er voor hen steeds minder toe doen.

Driekwart van de woordvoerders meent dat nepnieuws een blijvend probleem is. Iets meer dan de helft is zelfs van oordeel dat het ‘geregeld’ of ‘vaak’ voorkomt. Sociale media zijn volgens woordvoerders de grote boosdoener (88%), in tegenstelling tot journalisten (66%), politici of woordvoerders en spindoctors (telkens 3%).

Omgaan met nieuws is dan ook een van de belangrijkste uitdagingen voor het vak, meent men.

Great Moon Hoax, The Sun 28/08/1838 (c) public domain

Great Moon Hoax, The Sun 28/08/1838 (c) public domain

Liegen

De enquête geeft ook een inkijk in de praktijken van woordvoerders. Want daar kunnen journalisten vaak niet om heen in hun zoektocht naar feiten. Liegen is uit den boze, vinden bijna alle woordvoerders, maar dingen achterhouden ‘mag’ wel. “Slechts 5% van de respondenten vindt dat je -ook als er niet expliciet om wordt gevraagd- actief iets moet zeggen waarvan je weet dat het negatief uitgelegd zal worden. De meerderheid vindt dus dat je dat niet hoeft te vertellen”, klinkt het.

Twee derde van de woordvoerders is het er ook mee eens dat een interview geweigerd mag worden als de verwachting is dat het artikel negatief wordt. En zelfs al kent men het antwoord, dan nog zegt 82% van de woordvoerders dat ze niet verplicht zijn om dat te geven.

De meeste respondenten zeggen geen zwarte lijst van journalisten te hebben. Voor een op de zeven is een slechte ervaring wel een reden om iemand niet meer te helpen.

Introspectie

Maar ook de ervaringen met de beroepsgroep kunnen voer zijn voor introspectie. De grootste ergernissen van woordvoerders tegenover journalisten zijn: slecht voorbereid/niet ter zake kundig, vooringenomenheid, geen nuance/eenzijdige berichtgeving/context weglaten, geen hoor/wederhoor of fact-checking en onzorgvuldigheid.

Van de 1.775 Nederlandse woordvoerders die aangeschreven werden, namen er 374 (21%) deel aan de enqûete. Daarvan werkten 4 op de 10 voor een (semi)overheidsinstelling. Driekwart van hen was al meer dan zes jaar in de branche actief. Slechts en kwart van hen was jonger dan veertig jaar.

Great Moon Hoax

Dat fake news geen recent fenomeen is, bracht The New Yorker afgelopen weekend nog eens in herinnering. Eind augustus 1835 lanceerde voorloper Sun een artikelenreeks over het leven op de maan, vals toegeschreven aan een toenmalig autoriteit op vlak van astronomie.

De strijd tegen fake news ligt Apache nauw aan het hart. Eerder dit jaar verscheen een stuk over Facebooks fake aanpak van fake news toen bleek dat de website ‘Open Source Investigations’ het publiek debat rond Kazachgate vergiftigt. Afgelopen weekend zei media-onderzoeker Greg Piechota in De Tijd dat Facebook het probleem niet alleen met advertenties moet oplossen, maar betrouwbare media meer aandacht moet geven.

 

Opgemerkt

Apache Nieuws