Centrale bankiers en het 'grootste monetaire experiment' ooit

26 augustus 2016 Jan Walraven
Special Address: Mario Draghi
DAVOS/SWITZERLAND, 25JAN13 - Mario Draghi, President, European Central Bank, Frankfurt is captured during the special address session at the Annual Meeting 2013 of the World Economic Forum in Davos, Switzerland, January 25, 2013. Copyright by World Economic Forum swiss-image.ch/Photo Remy Steinegger

De centrale bankiers mogen er na de crisis van 2008 dan wel in geslaagd zijn om een complete implosie van het financiële systeem te vermijden, daarnaast ook een mondiale economie relance bewerkstelligen is hen niet gelukt. Het recept waar ze nu al een aantal jaar aan vasthouden, heeft twee kerningrediënten: een ontzettend lage rente en het zogenaamde 'quantitative easing' - het opkopen van onder meer staatsobligaties om de geldvoorraad te verruimen. Gevangen tussen aan de ene kant de vrees voor een koerswijziging die het kaartenhuisje zou laten instorten en aan de andere kant voor niks doen en eenzelfde implosie riskeren, houden ze dezelfde koers aan.

Het is veelzeggend dat mannen als Mario Draghi (ECB) en Stanley Fischer (Federal Reserve) er ootmoedig op wijzen dat ook monetair beleid haar beperkingen heeft in het oplossen van de economische problemen. De centrale banken van de VS, de eurozone, Japan en Groot-Brittannië pompten samen de voorbije acht jaar nochtans het equivalent van 10.000 miljard dollar in de wereldeconomie door massaal overheidsschulden op te kopen. De rente werd laag gehouden. Allemaal in de hoop dat de economie terug zou aantrekken.

Centrale banken gedragen zich eigenlijk als hedge funds, betoogt Médiapart. De balans van de ECB is bijvoorbeeld verdubbeld sinds 2008, en bedraagt een duizelingwekkend 3.313 miljard euro. Verschillende economen vragen zich af hoeveel bewegingsruimte de centrale banken nog zullen hebben in het geval van een nieuwe recessie.

Waar is de beloofde groei?

De economische resultaten van dat monetair beleid zijn teleurstellend. De lage inflatie spreekt boekdelen. De economische groei blijft zwak, de productiviteit zit nog steeds niet op het niveau van voor de crisis en er wordt enorm veel gespaard. De lage rente zorgt dus niet voor de verwachte stijging in investeringen en uitgaven, integendeel. Niet voor niets werd het idee van Milton Friedman over het rechtstreeks uitdelen van geld aan de bevolking, het zogenaamde helikoptergeld, vanonder het stof gehaald. Als de economie niet reageert op al die overduidelijke monetaire signalen, zijn soms drastische maatregelen nodig.

Ook het gedrag van de commerciële banken baart velen zorgen. Aangezien hun traditionele activiteiten - deposito's en kredieten - steeds minder opbrengen, nemen ze op andere vlakken meer en meer risico. Hierdoor komt het hele systeem in gevaar, meent Médiapart. Bovendien ontstaat er door de goedkope kredieten een nieuwe vastgoedzeepbel. Tegelijk krijgen centrale banken op de obligatiemarkt ook af te rekenen met de concurrentie van verzekeraars en pensioenfondsen. Die laatsten willen dezelfde obligaties kopen, waardoor de prijzen ervan toenemen en het rendement daalt.

Al deze onvoorziene effecten en het uitblijven van economische groei stellen het systeem op zich in vraag. Steeds meer economen pleiten er, tegen het neoliberale denken in, ondertussen voor om meer in te zetten op overheidsinvesteringen om uit de economische malaise te geraken. Afwachten of die koerswijziging er ook effectief zal komen.

 

LEES OOK