Goossens Paul

0

Paul Goossens, geboren in 1943 in Mechelen, is de man die De Morgen uit de grond stampte. Hij werd in 1978 de eerste hoofdredacteur van de krant, die werd opgericht door de Vlaamse socialistische partij als opvolger van de failliete partijkranten Vooruit in Gent en Volksgazet in Antwerpen. Goossens maakte van De Morgen een onafhankelijke krant van de linkse Vlaamse intellectueel en kon daarom op steeds minder steun rekenen van de socialistische zuil.

Biografieën Vlaamse hoofdredacteurs

Naar de overzichtspagina met de biografieën van de Vlaamse hoofdredacteurs

Vooraleer hij hoofdredacteur werd, had Goossens zich al laten opmerken als studentenleider. Na een afgebroken priesteropleiding aan het seminarie, studeerde hij van 1964 tot 1968 economie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd actief in de beweging voor Leuven Vlaams, die zich vermengde met de contestatiebeweging van mei ’68. Samen met Kris Merckx, Ludo Martens en Piet Piryns behoorde Goossens tot de linkse tak van de studentenbeweging.

Na zijn studies en na een mislukte poging om een soldatenvakbond voor miliciens op te zetten, begon Goossens als freelancejournalist voor het weekblad Vrijdag. In 1973 werd hij redacteur economie bij De Standaard, waar hij getuige was van het faillissement van de krant als gevolg van het wanbeleid van Albert De Smaele en de redding van De Standaard door een groep rond André Leysen.

Gedurende dertien jaar, van 1978 tot 1991, was hij hoofdredacteur van De Morgen, een krant die onder zijn bewind eveneens twee faillissementen overleefde en uiteindelijk in 1990 werd overgenomen door de groep-Van Thillo. Daarna werkte Goossens als Europacorrespondent voor het persagentschap Belga. In 2008 ging hij met pensioen.

Quote: ‘Sinds de opkomst van het audiovisuele heeft de pers aan invloed verloren, zeker de commentaren. Niet omdat onze voorgangers zoveel genialer waren, maar omdat kranten hun specificiteit steeds meer prijsgeven en louter in het zog van het audiovisuele zijn gaan werken. Altijd maar scoren, op een gemakkelijke manier, gedwongen door de oplagecijfers.’ (bron: Humo, 19 december 1991)

Quote: ‘Als je het proces wil maken van de journalistiek in Vlaanderen, is het vonnis eerder dat er te weinig goeie journalistiek is gebeurd. De onthullingen interesseren de uitgevers niet meer, wel de thema’s die lekker verkopen. De maatschappelijke controlefunctie van de pers is essentieel voor het bestaan van de democratie, maar who cares? Want dat kost veel geld en mensen, en voor welk resultaat? Een enquête naar het Gladio-dossier verkoopt minder dan een sappig verslagje over de laatste Ferrari-aankoop van Van Rossem. Op het eerste moet je een team journalisten zetten, weken, misschien wel maandenlang; het tweede kan je doen door een verslaggever en een fotograaf een paar uurtjes op pad te sturen. Dus wat zou je in dat eerste gaan investeren? Maatschappelijke controlefunctie? On s’en fout.” (bron: Humo, 19 december 1991)