De zware taak van een ombudsman

16 juni 2011 Tom Cochez
Misdaadauteur Mark Eeckhout over de moord in de Dendermondse crèche: 'De druk vanuit de krant en vanuit de publieke opinie is op zulke crisismomenten bijzonder groot. We moeten het weten en wel meteen' (Foto Stefan Van der Straeten)
Misdaadauteur Mark Eeckhout over de moord in de Dendermondse crèche: 'De druk vanuit de krant en vanuit de publieke opinie is op zulke crisismomenten bijzonder groot. We moeten het weten en wel meteen' (Foto Stefan Van der Straeten)
Misdaadauteur Mark Eeckhout over de moord in de Dendermondse crèche: 'De druk vanuit de krant en vanuit de publieke opinie is op zulke crisismomenten bijzonder groot. We moeten het weten en wel meteen' (Foto Stefan Van der Straeten)
Misdaadauteur Mark Eeckhout over de moord in de Dendermondse crèche: 'De druk vanuit de krant en vanuit de publieke opinie is op zulke crisismomenten bijzonder groot. We moeten het weten en wel meteen' (Foto Stefan Van der Straeten)

Afgaand op de drie pagina’s die De Standaard woensdag uittrok om duidelijk te maken waarom de krant de functie van ombudsman belangrijk vindt, mogen we de spanningsboog flink aantrekken. Dat het Tom Naegels is die zich over de opdracht zal buigen (en ze bovendien ruim wil invullen), stemt extra optimistisch.

Waarom? Onder meer omdat het artikel in De Standaard van zijn hand - Wat er écht gebeurde in Diest (Waarom een ‘zwarte’ basischool de deuren moest sluiten) - een van de zeldzame voorbeelden van mediakritiek in de reguliere Vlaamse pers de afgelopen maanden was. Omdat hij geregeld door een andere bril durft te kijken en omdat hij in zijn columns niet de gewoonte heeft de kool en de geit te sparen.

Fundamentele kritiek

De cruciale vraag is of het kader waarbinnen de nieuwe ombudsman aan de slag gaat wel fundamentele mediakritiek verdraagt. We helpen het hopen, maar echt goed staan de sterren niet. De bottomline van heel veel mediakritiek is immers de doorgedreven commercialisering van journalistiek. Commercie gaat vandaag (te) vaak voor op journalistiek en op journalistieke deontologie.

Dat weerspiegelt zich in de keuze voor welbepaalde artikels, in de keuze voor de invulling van pagina een, in hele katernen, bijlagen of magazines, in het overmatig gebruik van teksten van persagentschappen en van PR-materiaal, in de quasi afwezigheid van onderzoeksjournalistiek, soms in manifeste fouten, in de invulling van websites zoals we die vandaag zien, in puur commerciële nieuwsbrieven, in de keuze voor een welbepaalde mix aan hard en soft nieuws… Kort samengevat: in de manier waarop de krant vandaag vorm krijgt.

Zit die krant fundamenteel goed en moet er alleen maar wat aan geschaafd worden? Dat is alleszins de brede consensus die vandaag leeft binnen de reguliere media. Fundamentele kritiek past niet in dat plaatje. Wil Tom Naegels dat wel, dan wordt het balanceren op het slappe koord.

Zotternij

De verschillende bijdragen van journalisten van De Standaard naar aanleiding van de aanstelling van de nieuwe ombudsman maken perfect duidelijk waar het schoentje precies wringt. In de column van misdaadreporter Mark Eeckhout legt de auteur uit waarom in het bijzonder journalisten die over criminaliteit berichten vaak de mediakritische wind van voren krijgen. Zijn uitleg raakt aan de kern van het probleem.

Vermoordt Kim De Gelder in een Dendermondse crèche twee baby's en een kinderverzorgster? Vijf minuten erna staan de feiten online. Een dag later moet de hele reconstructie in de krant, liefst aan de hand van getuigenissen van de mensen die erbij waren en met zoveel mogelijk details. De namen van de slachtoffers moeten ook in de krant, graag met het verhaal van de verslagen ouders erbij, kapot van verdriet. En wie is die Kim De Gelder? Heeft hij ouders en zijn dat ook monsters? Heeft hij broers en zussen en waar gaan die naar school? De druk vanuit de krant en vanuit de publieke opinie is op zulke crisismomenten bijzonder groot. We moeten het weten en wel meteen. We moeten ook duiden en analyseren. Niet morgen, maar nu. Als wij het niet doen, dan doet de concurrentie het wel.

Kan de ombudsman straks zeggen: foute boel, we doen aan die zotternij niet meer mee? Of zal De Standaard, net zoals alle andere kranten, de hierboven geschetste keuzes keer op keer blijven maken? Zeer goed wetend dat het vaak slechte journalistiek oplevert, dat het leidt tot uitschuivers en fouten, dat er deontologische grenzen overschreden worden en dat de geloofwaardigheid en het kwaliteitslabel daarbij diepe deuken oplopen?

Een andere column is die van Lieve Van de Velde (Chef De Standaard Magazine). Ook zij raakt aan de essentie, zij het indirect.

Als een cosmeticamerk een mascara uitvindt waarmee je eindelijk zonder klonters die wimpers gekruld krijgt, willen we zoiets gerust uitproberen. Als de fabrikant die dan net heeft toegestuurd, tja, dan stoppen we die wel even in onze toilettas. Daarmee komen we op een moeilijk punt. De aanzet van zo'n mascaranieuwtje ligt bij de fabrikant, niet bij ons. Op zo'n moment voel je je tegen een grens aanschurken. Er zijn dus grensgevallen, waarin het nieuws naar ons komt, in plaats van dat wij het nieuws opzoeken Die leiden tot discussie en dat is goed. Natuurlijk heb je dat op andere redacties ook.

Wat hierboven voorgesteld wordt als een grensgeval waarbij ‘het nieuws naar ons komt’ is in realiteit de regel, niet de uitzondering. Waarom? Omdat een krant er minder journalisten voor nodig heeft en het de winsten maximaliseert. Het heeft, helaas, ook veel meer te maken met copywriting dan met journalistiek.

Eigen nieuws

Zal de ombudsman straks luid op tafel kunnen kloppen en dicteren dat journalisten vanaf nu terug de straat op moeten? Dat er een dozijn extra journalisten wordt aangeworven om eigen nieuws te garen? Dat de krant daardoor misschien een beetje minder winst zal maken, wie weet zelfs wat minder kranten zal verkopen? Of zal De Standaard, net zoals andere kranten, dezelfde weg blijven bewandelen en af en toe eens op een flagrante uitschuiver gewezen worden door de ombudsman?

Te vrezen valt dat de in wezen commerciële keuzes die aan de basis liggen van het product De Standaard zoals we het vandaag kennen al lang genomen zijn en niet voor discussie vatbaar zijn. De uitdaging voor de ombudsman lijkt er dus in te bestaan om met die commerciële druk in de rug toch zo goed mogelijke kranten te helpen maken. Dat  is een legitieme keuze en veel beter dan niets doen, maar wanneer het binnenregent is het soms goed om ook eens naar de staat van het dak te kijken in plaats van snel het lek te repareren of er een emmer onder te zetten. Hopelijk mag de nieuwe ombudsman, al was het maar af en toe, ook eens op het dak kruipen.

LEES OOK