Buelens: ‘Ik ga niet sterven voor de mediakritiek’

14 april 2011 Michiel Leen
Ivan De Vadder en Yves Leterme in De Zevende Dag. Buelens: 'Eigenlijk zie je daar twee machteloze gevangenen van de medialogica.'
Ivan De Vadder en Yves Leterme in <em>De Zevende Dag</em>. Buelens: 'Eigenlijk zie je daar twee machteloze gevangenen van de medialogica.'
Ivan De Vadder en Yves Leterme in De Zevende Dag. Buelens: 'Eigenlijk zie je daar twee machteloze gevangenen van de medialogica.'
Ivan De Vadder en Yves Leterme in De Zevende Dag. Buelens: 'Eigenlijk zie je daar twee machteloze gevangenen van de medialogica.'

Hoe kijk je zelf terug op je essayreeks in De Standaard?

Geert Buelens: “Met een dubbel gevoel. Het is bij elk opiniestuk of elke column zeer de vraag wat de impact ervan zou moeten zijn. De meeste columnisten die ik ken, zijn daar erg berustend in, maar ikzelf zit helaas niet zo in elkaar. Ik ben zo’n naïeveling die denkt dat de werkelijkheid zich aan zijn woorden zal aanpassen. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

“Ik mag nochtans niet klagen over de aandacht die de essayreeks gekregen heeft: er is veel over gedebatteerd op verschillende niveaus, men gaf me de Arkprijs van het Vrije Woord enzovoort. Maar los daarvan lijkt het klimaat in de mediawereld me niet echt veranderd. Structurele verbeteringen zie ik alleszins niet gebeuren.”

Heb je het gevoel dat je kerstessay werd gerecupereerd door de media?

“Ik denk het wel. Maar als mijn essay niet ‘gerecupereerd’ was, had het gewoon geen aandacht gekregen. Vrienden die in de media werken, zeggen me steevast: ‘Je beseft niet hoe uitzonderlijk het is dat je mediakritiek kunt brengen in de média.’ Maar van mediakritiek die niet in de media komt, weet het publiek niet dat ze überhaupt bestaat. En misschien is er toch een kleine vooruitgang geboekt.

“Er is veel gedebatteerd, er is een toegenomen bewustzijn van de eigen werkwijzen, De Standaard stelde een ombudsman aan. Al moeten we de invloed van het debat ook niet overdrijven. Wat ik in die kerstessays schreef, is overigens niet eens zo nieuw. In 2000 publiceerde ik in het laatste nummer van het Nieuw Wereldtijdschrift al een tekst waarvan de teneur voor tachtig procent overeenkwam met die van de kerstessays.”

Journalisten gaan hun collega’s niet liggen afzeiken, hé. Elkaar ten gronde bekritiseren is sowieso taboe

Je alludeerde zelf op je uitzonderlijke positie als mediacriticus. Je bedoelt dat je zelf niet als journalist aan de kost moet komen?

“Er is sowieso een groot verschil tussen mediakritiek die door journalisten wordt gemaakt, en teksten die mensen als Tom Naegels en ikzelf schrijven. Dat zie je ook wel aan Scoop in De Standaard. Die rubriek is snel zijn tandjes beginnen te verliezen. Journalisten gaan hun collega’s niet liggen afzeiken, hé. Elkaar ten gronde bekritiseren is sowieso taboe.’

Omdat ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten?

“Uiteraard. Ik heb daar ook begrip voor. Ik hoef niet te leven van mijn journalistieke werk, dus heb ik wat meer vrijheid om kritiek te uiten. Als journalisten niet die mogelijkheid hebben om vrijuit kritiek te uiten, wie moet het dan wel doen? Dat is de cruciale vraag. Een academisch platform voor mediakritiek bestaat in Vlaanderen vooralsnog niet.

“Het standaardantwoord op mijn kritiek was: ‘Iedereen maakt weleens fouten.’ Een waarheid als een koe. Maar het ging mij uiteraard niet om incidentele fouten. Mij gaat het om het feit dat bepaalde structuren binnen de media dergelijke fouten haast in de hand werken. Da’s een heel andere kwestie. Neem nu zo’n fake persbericht dat toch in de krant komt: de journalist die zoiets plaatst, kan vaak door tijdsdruk niet aan fact checking doen. Maar daarom is hij nog geen slechte journalist!”

Na het incident was het toch weer kort dag?

“Ik denk dat de discussie pas echt op gang is gekomen na de Basta-uitzending over de valse persberichten. Al waren de meeste reacties daarop redelijk genereus: point taken, volgende keer beter. Dat lijkt me ook een goede reactie. Maar daarmee is het grotere probleem niet opgelost. Die hetze ging om triviaal nieuws. Je mag niet vergeten dat heel wat belangrijke verhalen de media gewoon niet meer halen, omdat ze niet sexy gepresenteerd kunnen worden. En dat lijkt me een groot democratisch probleem.”

En daarmee Basta!

Nederlanders zijn verbijsterd als ze horen dat Belgische journalisten politici gewoon kunnen bellen op hun gsm, en dat politici journalisten opbellen

Doet een entertainmentprogramma als Basta dan wat de journalisten zelf hadden kunnen doen?

“Als die zo veel geld en tijd hadden als een Woestijnvisredactie: ja. Toen de VRT een documentaire draaide over de verkiezingen van juni 2010 op de redactie van De Standaard, reageerden journalisten in mijn vriendenkring verbolgen, omdat de documentaire een vertekend beeld gaf van de echte gang van zaken op zo’n verkiezingsdag. Dat geloof ik graag, maar ik denk dan toch: ‘Mannekes, zo brengen jullie elke dag het nieuws!’ Complexe kwesties worden om verhaaltechnische redenen gereduceerd tot een strijd tussen een paar personen, net zoals in die verkiezingsdocumentaire.”

Anderzijds lijkt De Standaard het monopolie op een milde vorm van zelfkritiek te hebben?

“Daar duikt de dubbelzinnigheid weer op: Vandermeersch heeft dat zeker voor een deel als marketeer gedaan. Maar laat het nu nog voor driekwart door marketingmotieven zijn ingegeven, dan is er nog steeds het vierde, inhoudelijke kwart. Wat hield de marketeers bij andere kranten tegen om met hetzelfde idee te komen aanzetten? Die anderen hebben níéts gedaan, maar daar wordt dan niets over gezegd. Merkwaardig toch?”

Websites als Apache proberen het debat toch aan de gang te houden? Met hun nieuwe initiatief NVDR scannen ze de krantenberichtgeving dagelijks op eigenaardigheden.

“Voorlopig blijft Apache nog onder de radar, vrees ik. Al hebben ze onmiskenbaar mooi werk geleverd rond het Vlaams Belang en de farma-industrie. Zelf vind ik dat ze een verkeerde beslissing hebben genomen door subsidie aan te vragen voor NVDR. Ze halen zich de argwaan en zelfs woede van de rest van de sector op de hals. Dan ben je inderdaad de outsider, de Apache-indiaan, maar het helpt niet om serieus genomen te worden als medium. Die subsidie zouden ze moeten inzetten voor stevig inhoudelijk werk, en niet voor het ‘ontmaskeren’ van consumentennieuws op de site van Het Laatste Nieuws, waarvan iedereen wel weet dat het ‘getelefoneerd’ is. Dat lijkt me echt een zwaktebod.”

Heel wat belangrijke verhalen de media gewoon niet meer halen, omdat ze niet sexy gepresenteerd kunnen worden

Wat hadden ze volgens jou kunnen doen?

“Een alternatieve vorm van berichtgeving, bijvoorbeeld, naar het voorbeeld van Joris Luyendijk. Want die hebben we nodig, ook als het over de Wetstraat gaat. Kijk bijvoorbeeld naar het incident tussen Ivan De Vadder en Yves Leterme in De Zevende Dag. Eigenlijk zie je daar twee machteloze gevangenen van de medialogica. Leterme wil, ondanks de beperkte bewegingsruimte, een wijdlopige uitleg houden over de complexe asielproblematiek. De Vadder fluit hem terug, omdat zoiets saai overkomt. Vervolgens zegt Leterme ‘fuck you, De Vadder’ en gaat hij onverstoorbaar door. Waarop De Vadder wat populistisch stelt dat de tijd van de regeringsmededelingen voorbij is. Twee machteloze mensen, eigenlijk. De Vadder van het format dat hij mee vormgegeven heeft én incarneert, Leterme die op de grenzen stuit van wat je als politicus nog kan zeggen.”

Een journalist die plots politicus wordt, kan dat?

“Nee, natuurlijk niet. En het omgekeerde al evenmin. Nederlanders staan te kijken van de wazige verhoudingen tussen politici en journalisten in België. Vreemd genoeg lijkt niemand dat een probleem te vinden: Desmet, Bracke, Van der Kelen, ze weten zogezegd perfect waar de grens ligt. Nederlanders zijn verbijsterd als ze horen dat Belgische journalisten politici gewoon kunnen bellen op hun gsm, en dat politici journalisten opbellen.”

Klappen

Nog opvallend vorig jaar: Nederlandse topkranten kwamen in Belgische handen: De Persgroep verwierf De Volkskrant, Peter Vandermeersch ging aan de slag bij NRC.

“Inderdaad, en dat leidt tot erg voorspelbare reacties bij het Nederlandse lezerspubliek. De verontwaardiging waarmee die verandering wordt begroet, hebben we in Vlaanderen tien jaar geleden al gezien. Voor één keer kan je zeggen dat Vlaanderen daarin een pioniersrol heeft gespeeld.

Als Vandermeersch NRC niet hervormde, zou die krant gewoon op de fles gaan.

“Ik kom wel eens verbolgen NRC-lezers tegen, die menen dat ik als mediacriticus bikkelhard moet zijn voor Vandermeersch’ aanpak. Maar zelf bekijk ik het toch genuanceerder: als Vandermeersch NRC niet hervormde, zou die krant gewoon op de fles gaan. Wat niet wegneemt dat er bij die hervormingen onvermijdelijk ook mooie dingen verloren zullen gaan.’

De Vlaamse krantenverkoop lijkt daarentegen stabiel te blijven.

“Ja, en daarom heerst ook hier enorme stress. Iedereen weet dat die rust niet kan blijven duren. Er zullen slachtoffers vallen, net zoals in de omringende landen. De klappen die dan zullen vallen, zijn bepalend voor het bestel dat we overhouden.”

Zien we Geert Buelens nog terug als mediacriticus?

“Incidenteel doe ik nog wel aan mediakritiek, maar de facto ben ik gestopt als mediacriticus die de rubriek Scoop mee verzorgt. Critici vonden dat ik had overdreven in mijn kerstessay. En dat was zeer zeker zo. Als ik niet had overdreven, was het simpelweg niet in de krant verschenen en praatte niemand erover. Niettemin zit die dubbelzinnigheid me helemaal niet lekker. Ze vloekt met hoe ik als academicus wil werken. Bovendien heb ik allerlei mensen zo op de tenen getrapt dat ze niet meer met me willen spreken. Je stelt je toch de vraag of het dat allemaal waard is. Ik ben geen vrijheidsstrijder die gaat sterven voor de mediakritiek.”

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Recto verso.
LEES OOK