Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

150 jaar Bloedweek van Parijs: de impact op de geschiedenis van Europa

26 mei 2021 Stefaan Marteel
Settimana_di_sangue
Soldaten vechten met een barbaars afgebeelde communard tijdens de Semaine sanglante. (Illustratie: I. Montanelli-M.Cervi, (Wikimedia))

Wat de mislukking van de Commune en de daaropvolgende constructie van de Derde Republiek betekende in de Franse geschiedenis, komt symbolisch tot uitdrukking in de gebeurtenissen rond de Colonne Vendôme, de triomfzuil die Napoleon in 1810 liet neerzetten op de Place Vendôme. De zuil kreeg in de daaropvolgende regimes enkele malen een andere bestemming, maar werd onder Napoleon III (1852-1870) in zijn oorspronkelijke vorm gerestaureerd. De communards, republikeinen die zich spiegelden aan de radicale Parijse Commune tijdens de Franse Revolutie, noemden de Colonne Vendôme ‘een affirmatie van het militarisme, een ontkenning van het internationale recht, en een eeuwige aanslag op de broederlijkheid’, en besloten haar af te breken.

Na het neerslaan van de Commune werd het monument echter (nog een keer) in zijn oorspronkelijke vorm heropgebouwd. Dit bezegelde de omarming van de napoleontische erfenis van militaire glorie en autoritair gezag door het nieuwe republikeinse regime, wat meteen het einde betekende het revolutionair republicanisme dat uit de Revolutie was voortgekomen.

Franck,_Colonne_Vendôme,_1871
De resten van de Colonne Vendôme nadat deze werd neergehaald door de Commune op 16 mei 1871 (Foto: Franck (Metropolitan Museum of Art / Wikimedia)

Staatsgeweld

Maar het neerslaan van de Commune betekende meer dan dat finaal het doek viel over de Franse Revolutie. Zoals John Merriman het verwoordde in Massacre: The Life and Death of the Paris Commune of 1871 (2014), hielp “de moordlustige, systematische staatsrepressie die op de Commune volgde de demonen van de twintigste eeuw ontketenen”. Er ontstond een ‘zwarte legende’ rond de Commune, die bijdroeg aan het repressieve potentieel van de staat. De legende, waarin de communards werden afgeschilderd als een soort autochtone barbaren, kende een grote weerklank in andere Europese landen. De les die de revolutionaire socialisten (die in de Commune in navolging van Karl Marx de aankondiging van de toekomstige klassenstrijd zagen) uit de neerval van de Commune trokken, was dat bij een volgende revolutie alle politieke oppositie keihard onderdrukt zou moeten worden.

In de onderdrukking van de Commune kondigde zich eveneens, minstens symbolisch, de opkomst aan van het virulente nationalisme van de late negentiende eeuw. De opstand van de Commune kwam voort uit de nederlaag die Frankrijk had geleden in de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871, met de Duitse eenwording tot gevolg. Parijs had maandenlang, ondanks grote ontberingen, succesvol weerstaan aan de belegering van de Pruisische leger, maar werd uiteindelijk door de naar Versailles geëvacueerde regering ‘in de steek gelaten’. De onwil om de capitulatie te aanvaarden en de vrees voor een restauratie van de monarchie zorgden, samen met sociaaleconomische factoren, voor de opstand van de Parijse bevolking.

Settimana_di_sangue (1)
Soldaten vechten met een barbaars afgebeelde communard tijdens de Semaine sanglante. (Illustratie: I. Montanelli-M.Cervi, (Wikimedia))

Nationalisme

Ondanks deze patriottische ingesteldheid, de trouw aan Frankrijk als land van de vrijheid en het republicanisme, was ideologisch nationalisme de Commune vreemd. Zoals Kristin Ross betoogde in Communal Luxury: The Political Imaginary of the Paris Commune (2015), was het een belangrijk aspect van de Commune dat ze de nationale begrenzing van de samenleving in vraag stelde. Volgens de officiële krant van de Commune (Journal officiel de la République française) werd er gestreden onder ‘de vlag van de universele republiek’, en in revolutionaire strijdliederen, zoals La Guerre van Eugène Pottier, werd ‘de eenzame opsluiting van de nationaliteit’ aangeklaagd. Daarmee knoopte de Commune aan bij de universalistische en federalistische aspiraties van het revolutionaire tijdvak op het einde van de achttiende eeuw, maar ook bij antinationalistische stemmen in de eigen tijd (zoals die van de radicale denker Pierre-Joseph Proudhon, maar bijvoorbeeld ook van de Britse katholieke schrijver John Dalberg-Acton).

In schril contrast daarmee stond het nationalisme van de Franse regering in Versailles, wat zich uitdrukte in het afschilderen van de communards als ‘on-Frans’ en ‘kosmopolitisch’. In die context kreeg de Colonne Vendôme alsnog een nieuwe bestemming. Zo verwees maarschalk Patrice de Mac Mahon, toen hij zijn troepen toesprak voor de finale aanval tegen de Commune, naar de ‘heiligschennis’ die de communards hadden begaan door Napoleon van zijn sokkel te halen, waarmee ze niets minder hadden willen bereiken dan ‘het uitwissen van de herinnering aan Frankrijks militaire deugden’.

De napoleontische mythe werd een onderdeel van een vertoog waarin etniciteit, sociaal conservatisme en verheerlijking van het nationale verleden met elkaar vermengd werden

Na de repressie ging men op die toon verder: Gustave Courbet, de schilder die als aanstoker van het neerhalen van de Colonne Vendôme werd beschouwd, werd als Pruisisch vandaal afgeschilderd – om vervolgens in een groot showproces te worden verbannen en met de kosten voor de heropbouw van het monument te worden opgezadeld. De napoleontische mythe werd zo onderdeel van een vertoog waarin etniciteit, sociaal conservatisme en verheerlijking van het nationale verleden met elkaar vermengd werden.

Een boodschap van republikeins universalisme

Zoals Hannah Arendt in The Origins of Totalitarianism (1951) heeft beschreven, werden burgerschap en nationaliteit in heel Europa doorheen de negentiende eeuw in toenemende mate als synoniemen beschouwd, en stelde niemand uiteindelijk nog de stelling in vraag, dat, zoals Arendt beschrijft, “ware vrijheid, ware emancipatie en ware soevereiniteit enkel verkregen kunnen worden door middel van volledige nationale emancipatie”. Die overtuiging lag aan de basis van de aanslag door een Bosnisch-Servische nationalist in Sarajevo, die Frankrijk en Duitsland eindelijk in de gelegenheid stelde hun oude rekeningen te vereffenen. Wat volgde waren twee wereldoorlogen.

Met de Europese Unie bouwen we sindsdien aan een politieke wereld waarin we nationaliteit als fundament van politiek en burgerschap achter ons kunnen laten – tot dusver met gemengd succes. Tegen die achtergrond verdient de herinnering aan de Commune in leven te worden gehouden, als de laatste politieke gebeurtenis in Europa waarin, in weerwil van de nationalistische dogma’s, een boodschap van republikeins universalisme werd uitgedragen.

LEES OOK