Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Intrede van de architect-ondernemer 

25 januari 2021 Gideon Boie
IMG_0898-637x478
Project Klein Veldekens in Geel (Foto: © Apache)

Op een kleine veldweg in Geel verscheen een uit de kluiten gewassen woonzorgcentrum, ontworpen door OSAR, die onder de naam Astor vzw tegelijk optreedt als opdrachtgever. Klein Veldekens omvat niet minder dan samen 168 bedden in de residentiële ouderenzorg en dertig bedden voor geriatrische verzorging van mensen met een ernstige mentale en lichamelijke beperking.

Het centrum situeert zich op een open terrein van 3,2 ha te midden een verkaveling met eengezinswoningen. Centraal staat een forse toren van twaalf verdiepingen met individuele zorgstudio’s op een sokkel met restaurant en dienstencentrum. Verspreid over het terrein liggen verschillende gebouwen met dagcentrum, kinderopvang, commerciële functies, zorgflats, gastenkamers en zorgwoningen.

Van meet af aan maakte Klein Veldekens grote aanspraken omtrent vernieuwing in de zorgarchitectuur. Het project wist een plekje te veroveren in de Pilootprojecten Onzichtbare Zorg van de Vlaams Bouwmeester, waarover dadelijk meer. Michiel Verhaegen, partner van OSAR, sprak over een levensloopbestendig wonen, waarbij de bewoners in de eigen studio blijven en dienstverlening zich aanpast naar de zorgvraag. In theorie zouden bewoners niet meer moeten verhuizen. Niet de woning, maar het zorgaanbod, past zich aan aan de zorgen, zodat de bewoners de controle behouden.

De wooneenheid werd opgevat als een comfortabel appartement, geen kamer in een woonzorgcentrum. De bewoners richten het appartement in naar eigen smaak en voorkeur. Ze koken voor zichzelf, in de gemeenschappelijke keuken of gaan op restaurant. Er is een aanbod van zorgflats voor een, twee en zelfs drie personen, zodat familie kan inwonen. Enkel bij heel intensieve zorg verhuist de bewoner naar de groepswoningen.

En toch situeert de vernieuwing van Klein Veldekens zich vooral in het zakelijke luik. Astor maakte zich sterk om architecturale kwaliteit te realiseren zonder beroep te doen op overheidssteun van VIPA, het Vlaams agentschap dat bouwprojecten in de zorgsector financiert. Uit een parlementaire vraag bleek dat het dienstencentrum en de dagcentra wél steun kregen van VIPA. Het medisch pedagogisch instituut kreeg steun van VIPA en de Nationale Loterij.

Volgens Michiel Verhaegen schuilt er genoeg rendabiliteit in wat hij een slimme omgeving noemt. De sleutel ligt in de formule van zwevende bedden waarbij de erkenning door RIZIV voor een aantal bedden in een bepaald zorgprogramma – in dit geval 90 bedden ouderenzorg – verschoven wordt naar de persoon. Het bed staat waar de patiënt gaat en dat kan eender waar zijn in het woonzorgcentrum. De boekhoudkundige handigheid maakt het mogelijk dat bewoners in hun vertrouwde flat kunnen blijven als de zorgbehoeften na verloop van tijd evolueren.

OSAR – vroeger FDA architecten en ingenieurs – boorde uiteindelijk zelf het gat in de markt aan, zo blijkt uit een publicatie van Vlaams Bouwmeester. Een parallelle constructie werd opgezet met Astor VZW, de zorginstelling die de voorziening uitbaat, en NV Igor Balen, het kapitaalvehikel dat de voorziening bouwt, financiert en beheert. Feitelijk gaat het telkens om dezelfde personen. De raden van bestuur van de vzw en nv waren samengesteld uit de vennoten van het architectenbureau en ondernemende families actief in vastgoed.

Na kritiek op mogelijke belangenvermenging kwam er een stoelendans, maar de formule bleef behouden omwille van haar succes. De tandem Astor VZW en NV Igor Balen ontwikkelde inmiddels assistentiewoningen De Anjers in Balen en verkocht deze door aan vastgoedfonds Care Property Invest. Astor vzw werkt ook samen met De Zonnige Woonst cvba aan de brownfieldontwikkeling Tasibel in Hamme.

De inzet nu is om Klein Veldekens door te verkopen aan een vastgoedfonds, waarna de vzw een jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding betaalt en eventuele winsten bij doorverkoop deels terugvloeien.

Het optreden van de architect-ondernemer brengt ons terug bij de Pilootprojecten Onzichtbare Zorg, opgezet in 2014 door Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen en minister van Welzijn Jo Vandeurzen. Vijf opdrachtgevers legden een ontwerpuitdaging voor aan telkens drie architectenbureaus. Het geval Astor was de vreemde eend in de bijt: uiteindelijk presenteerde Osar het ontwerp aan zichzelf aangezien de architect ook zelf opdrachtgever was. De ontwerpuitdaging was dan ook identiek aan de ontwerpoplossing. Geen wonder dat het schetsontwerp uiteindelijk weinig verschilt van de realisatie. De grootste ontwerpwijziging gebeurde na buurtprotest tegen het aansnijden van bevroren woonuitbreidingsgebied. Resultaat was dat het aantal bedden gereduceerd werd van 190 naar 168 en de toren van 19 verdiepingen naar 12.

Klein Veldekens mag zich dan wel verkopen als zorgzame buurt, maar het sluit niet aan op de sociale voorzieningen in het dorp en biedt omgekeerd geen aanbod voor niet-zieke dorpsbewoners in Geel

Het ondernemende kader van het vastgoedproject verklaart de vreemde interpretatie van de onzichtbare zorg binnen Klein Veldekens. De Vlaams Bouwmeester ijverde om zorg deel te laten worden van het normale stedelijke weefsel door het ziekenhuiscomplex te ontmantelen en het sociaal netwerk van buurten te versterken.

Klein Veldekens doet precies het omgekeerde: ouderen en zieken worden gescheiden op één enkele campus en omringd met flankerende programma’s die zich evengoed situeren in de sfeer van zorg. Zelfs de brasserie past in de gedachte van een totaalomgeving die ziekenhuizen altijd geweest zijn, weliswaar nu in een corporatieve variant. Klein Veldekens mag zich dan wel verkopen als zorgzame buurt, maar het sluit niet aan op de sociale voorzieningen in het dorp en biedt omgekeerd geen aanbod voor niet-zieke dorpsbewoners in Geel.

Symptomatisch is de poging om in te haken op de eeuwenoude traditie van gezinsverpleging in Geel. In het aanbod van zorgflats rekende Astor op een samenwerking met Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum OPZ Geel, waarbij gezinnen met een inwonende patiënt naar Klein Veldekens zouden verhuizen. De gefaalde samenwerking mag niet verbazen. Michel Foucault beschreef in zijn Geschiedenis van de waanzin (1961) hoe de gezinsverpleging in Geel ontstond in de Middeleeuwen als deel van de bedevaarten naar Sint Dimpna. Pelgrims en patiënten werden opgevangen door dorpsbewoners. Geen wonder dat de gezinsverpleging niet paste binnen het vastgoedproject van Astor: het is een onzichtbare vorm van zorg die je niet kan vatten in een architecturale typologie en waar je geen geld uit kan munten.

Uitgelichte afbeelding: Project Klein Veldekens (Foto: © Apache)

LEES OOK