‘Molenbekenaars willen niet opnieuw de prijs van het jihadisme betalen'

27 mei 2021 Charlotte Deprez
Molenbeek-5
Foto: © Charlotte Deprez

“Ik herinner me het moment van de aanslagen nog heel goed”, zegt Sidney. Ze is 22 jaar en groeide op in Sint-Jans-Molenbeek. “Ik was op school toen. Het was bijna het einde van het schooljaar. Ik was met vrienden iets aan het eten toen de leerkracht ons kwam vertellen dat er een aanslag was gebeurd in het metrostation Maelbeek.”

De beruchte Salah Abdeslam, die bij beide aanslagen betrokken was, werd op 18 maart 2016 gearresteerd in Molenbeek, op slechts vijf minuten wandelen van Sidneys huis. De wijk waar Sidney opgroeide, kwam al snel in alle journaals. “Ik zag de straten uit mijn buurt op het nieuws. Het was heel bizar om je wijk zo te zien. Mijn familie die niet in Molenbeek woont, belde ons ook op om te vragen of alles oké was. Ons is niets overkomen. Abdeslam werd hier gearresteerd, maar wij hebben geen problemen gehad.”

Niet alleen voor de Molenbekenaars, maar voor de hele moslimgemeenschap waren de aanslagen een traumatische gebeurtenis met een lange nasleep. “Ik ben zelf christen, dus op vlak van mijn geloof heb ik geen impact gevoeld van de aanslagen”, zegt Sidney. “Ik heb wel vrienden die moslim zijn. Voor hen was het heel moeilijk, omdat ze voelden dat anderen door de aanslagen een negatief beeld hadden over hun godsdienst. Zij moesten zich vaak verantwoorden. Ze moesten steeds opnieuw uitleggen dat die terroristen geen moslims waren en dat terrorisme binnen de islam niet wordt aanvaard.”

Dat ervoer onder meer de 40-jarige Hakima. “Het is erg om te zien dat je religie gekaapt wordt. Ik heb dat nu afgeleerd, maar bij elke aanslag hoopte ik dat het geen moslim zou zijn. Want dan wordt verwacht dat je je verantwoordt voor andermans daden, terwijl dat helemaal niet zou moeten. Ik wil daar niet meer in meegaan.”

In elk geval wakkerden de aanslagen opnieuw racisme aan. “Racisme heeft altijd al bestaan, maar die aanslagen geven er een extra boost aan. Het wordt zo nog makkelijker voor bepaalde politici om iemand de schuld te geven.”

Molenbeek-6
Foto: © Charlotte Deprez

Molenbeek gestigmatiseerd

Het stigma dat Molenbeek door de aanslagen kreeg, had een grote impact. “Iedereen was gestrest. Kort na de aanslagen moesten we met school op uitstap in Brussel. Een aantal leerlingen van mijn klas waren bang om buiten te komen en sommigen zijn zelfs niet meegegaan. De negatieve gevoelens en stress waren nog sterk aanwezig.”

Sidney: 'Het zijn vooral de mensen die hier niet wonen die een probleem met Molenbeek hebben'

Volgens Sidney is die stress bij de inwoners nu zo goed als verdwenen. “We denken daar niet meer echt aan en praten daar niet meer over. Het is een afgesloten hoofdstuk.” Voor de Molenbekenaars mag het dan wel een afgesloten hoofdstuk zijn, het stigma blijft wel hangen. “Mensen hebben nog steeds onterecht een slecht beeld over Molenbeek”, zegt Sidney.

Ze benadrukt meermaals dat iedereen er veel respect heeft voor elkaar. “Ik herhaal het vaak omdat het zo is. Er zijn veel culturen die hier met respect voor elkaar samenleven. Wij hebben nooit problemen gehad. Het zijn vooral de mensen die hier niet wonen die een probleem met Molenbeek hebben.”

Aankomstwijk

“Het is een trauma geweest voor de Molenbekenaars”, zegt Johan Leman, voorzitter van het Molenbeekse integratiecentrum Foyer. De vzw bestaat al zo’n vijftig jaar en wil de maatschappelijke positie van mensen met een migratieachtergrond versterken. Daar is volgens Leman in Brussel, en in het bijzonder in Molenbeek, nog steeds nood aan.

“Molenbeek blijft, samen met Kuregem, een aankomstwijk. Het is een grote gemeente met zo’n 98.000 inwoners. Er is veel verandering. Elk jaar komen er zo’n 5.000 nieuwe inwoners bij en trekken er evenveel weg.” Volgens Leman probeert de Brusselse overheid daar verandering in te brengen door gentrificatie. De bedoeling is om een middenklasse in Molenbeek aan te trekken die daar dan ook blijft wonen. “Ik weet niet of dat zal lukken. Molenbeek gaat altijd een beetje een aparte gemeente zijn in Brussel, maar dat hoeft niet negatief te zijn.”

Sidney is niet van plan om in Molenbeek te blijven: “Ik woon nu in een appartement en wil later in een huis wonen. In Molenbeek zijn er minder huizen dan in andere gemeentes.”

Molenbeek-2
Foto: © Charlotte Deprez

Meer transparantie

Leman wil de bestaande problemen niet ontkennen. “Sommige situaties zijn nog steeds wat ze waren. Er zijn problemen, onder andere op vlak van huisvesting en werkloosheid, of zelfs criminaliteit.” Al ziet hij de huidige situatie niet negatief. “Er is wel een mentaliteitsverandering gekomen. Ik denk dat er meer transparantie is dan vroeger. Als men iets ziet dat niet volgens het boekje gebeurt, gaat men het sneller naar buiten brengen. Met jihadboodschappen over ‘het beloofde land Syrië’ gaan ze hier niet meer moeten afkomen.”

Malika: 'De overheid zou veel meer moeten investeren in huisvesting en onderwijs'

“Vroeger hadden we de neiging om niets negatiefs over Molenbeek te zeggen, want iedereen was al tegen Molenbeek. Ik merkte dat bij mezelf ook. Dat is nu anders. We zullen de eersten zijn om te zeggen als er iets fout loopt. De Molenbekenaars zijn niet bereid om opnieuw de prijs van het jihadisme te betalen. Ze willen niet een tweede keer door het slijk moeten gaan voor ‘ces cons là’, die smeerlappen daar. Zo verwijzen ze hier naar de terroristen.”

Hoewel Leman ervan overtuigd is dat Molenbekenaars vandaag sneller zullen reageren op radicalisering, moeten we alert blijven voor wat onder de radar gebeurt. “Vroeger waren er vanuit Frankrijk meer invloeden op vlak van jihadisme. Nu gaat zich dat eerder verspreiden via sociale media. Vandaag leven jongeren nog meer voor een stuk in een andere wereld door Snapchat en Instagram. Dat zijn circuits die wij minder kennen en waar voor ons dus een deel onbekendheid zit.”

Volgens Malika moeten er nog heel wat problemen in Molenbeek aangepakt worden. “Hoe komt het bijvoorbeeld dat veel kinderen liever op straat zijn dan thuis? Ze hebben geen thuis. De kinderen worden vaak aan hun lot overgelaten. De overheid zou veel meer moeten investeren in huisvesting en onderwijs.”

Molenbeek-3
Foto: © Charlotte Deprez

Beeldvorming

Na de aanslagen werden meerdere reportages en documentaires over Molenbeek gemaakt, waaronder Goden van Molenbeek. De documentaire gaat over de impact van die aanslagen op de Molenbekenaars door de ogen van twee zesjarige jongens, Aatos en Amine.

Goden van Molenbeek is een esthetiserende vertaling van wat bij een aantal mensen geleefd heeft

Volgens Leman is de documentaire slechts een kleine weergave van de realiteit. “Het is geen antropologische documentaire. Het is een esthetiserende vertaling van wat bij een aantal mensen geleefd heeft. Het gaat over een type Molenbekenaar dat bestaat, maar Molenbeek is meer een mozaïek. Dat is net de charme ervan. Het is niet eentonig. Er zijn zoveel verschillen. Er zijn zoveel lusten en lasten. Het loopt zo uiteen, van fundamentalisten tot liberalen.”

Die mozaïek komt volgens Leman ook in nieuwsberichtgeving te weinig terug. Ondanks de vele inspanningen blijft Molenbeek zijn negatieve connotatie behouden. “Van stigma’s af geraken gebeurt voor een stuk via media. Het is cynisch, maar de media hebben nu Kuregem ontdekt, waardoor het stigma van Molenbeek wat naar daar verschuift. Dat is belachelijk, want eigenlijk gaat het over een hele kanaalzone die loopt van Bockstael tot Anneessens. Molenbeek heeft vaak kritiek gekregen voor dingen die niet in Molenbeek gebeurden.”

Ook Malika benadrukt het belang van mediaberichtgeving. “Het is de verantwoordelijkheid van de media om de angsten van de bevolking niet te voeden. Bovendien worden niet alle ideologieën op dezelfde manier aangepakt. Neem nu Jürgen Conings. Hij wordt door de media nog vrij goed behandeld. Mocht hij moslim geweest zijn, was dat wellicht ook anders.”

LEES OOK