54 dagen in de wachtkamer

4 februari 2021 Ilse Govers
ILLUSTRATIONS CORONA VIRUS GEEL HOSPITAL
Ziekenhuis Geel op 4 mei 2020, de dag waarop de niet-dringende zorg terug wordt opgestart. (Foto: © Yorick Jansens (Belga))

Met ingang van de eerste lockdown op 16 maart 2020, werd alle niet-dringende zorg in de ziekenhuizen geschrapt. Het was de Vereniging van Belgische Specialisten die de ziekenhuizen adviseerde over wat wel of niet tot de dringende zorg kon gerekend worden. Dringend zijn bijvoorbeeld bevallingen, oncologische zorg en dialyses. De zorg voor diabetici, hartpatiënten en oncologische patiënten werd wel uitgesteld, net als daghospitalisaties voor orthopedische, abdominale en gynaecologische behandelingen.

Lieve Dhaene (Zorgnet-Icuro): 'De tweede golf kwam te snel om de uitgestelde zorg van de eerste golf in te halen' te kunnen doen'

De heropstart begon op 4 mei, toen niet-dringende consultaties terug mochten doorgaan. Dat gebeurde mondjesmaat: waar voorheen op een ochtend tien consultaties plaatsvonden, werden dat er vier tot vijf. De gemiddelde tijdspanne tussen de invoer van de beperkingen en de datum van hervatting van (een deel van) de reguliere zorg was in Europa gemiddeld 45 dagen. In België duurde het 54 dagen.

Nog steeds niet alle uitgestelde zorg is ingehaald. “De tweede golf kwam te snel om dat te kunnen doen”, vertelt Lieve Dhaene van het directiecomité van Zorgnet-Icuro, het Vlaamse netwerk van zorgorganisaties.

Daling met variatie tussen afdelingen

Het Intermutualistisch Agentschap (IMA) maakte een analyse van niet-coronagerelateerde ziekenhuisopnames tussen 6 januari 2020 en 25 oktober 2020 en vergeleek deze met dezelfde periode in 2019. Dagopnames en zorg in psychiatrische ziekenhuizen zijn niet meegeteld. De grootste daling in opnames vond plaats tijdens de eerste lockdown, van half maart tot begin mei (47%). Vanaf de heropstart van de zorg op 4 mei, nam het verschil met 2019 af. Die trend zette zich voort tijdens de zomervakantie.

grafiek ima
De evolutie van (niet-coronagerelateerde) ziekenhuisopnames. De tweede golf start waar de 'exitperiode' of heropstartperiode eindigt. (Bron: Intermutualistisch Agentschap)

Tussen de ziekenhuisafdelingen waren wel grote variaties in zorgverlening. De IMA-studie toont dat de daling van activiteiten het laagst was op de intensieve zorg en materniteit. De neonatale zorgsectie en de behandeling van zware brandwonden daarentegen voerden veel minder behandelingen uit dan 2019 in dezelfde periode.

Dezelfde studie toont een achteruitgang van chirurgie van 66% en een daling van 57% in de pediatrie, 38% in interne geneeskunde en 36% in de geriatrie. Aan het einde van de exitperiode was het aantal ziekenhuisopnames voor chirurgie, interne geneeskunde en geriatrie bijna terug op het niveau van 2019, maar voor pediatrie lag het aantal opnames tijdens de exitperiode nog steeds 44% lager.

Zorgnet-Icuro vergeleek de ziekenhuisactiviteiten tijdens de eerste vijf weken van de crisis met dezelfde periode in 2019. De eerste lockdown telde 44% minder ziekenhuisopnames met overnachting en het totaal aantal ligdagen nam af met 31%. Vooral in het chirurgisch dagziekenhuis was een ferme terugval merkbaar tijdens de eerste lockdown. Hoewel spoeddiensten duidelijk dringende zorg verlenen, daalde de activiteit daar met meer dan een kwart.

Geen ademruimte tussen eerste en tweede golf

Door het stijgende aantal besmettingen moesten ziekenhuizen vanaf 26 oktober opnieuw keuzes maken om voldoende personeel en bedden te kunnen voorbehouden voor Covid-19-patiënten. Alle niet-dringende zorgactiviteiten die gebruik maakten van intensieve zorg werden geannuleerd, alsook alle klassieke hospitalisaties en chirurgische daghospitalisaties die geen gebruikmaken van intensieve zorg.

In november 2020 schatte het Kankerregister dat 5.000 verwachte kankerdiagnoses nog niet gesteld zijn

Consultaties en niet-chirurgische daghospitalisaties die geen intensieve zorg vereisten, konden wel doorgaan tijdens de tweede golf. Ziekenhuizen bleven daarnaast dringende zorg verlenen. Het aanbod was dus groter dan tijdens de eerste golf.

Preventieve zorg valt niet onder de noemer dringend en dat zien we in de statistieken. Voor elk type kanker waarvoor een bevolkingsonderzoek wordt georganiseerd, onder meer borst-, dikkedarm- en baarmoederhalfkanker, werd in april 2020 een daling van diagnoses waargenomen. Vanaf juni was het aantal diagnoses wel weer vergelijkbaar met de aantallen in 2019. Ondanks deze inhaalbeweging lijkt enkel bij baarmoederhalskanker het effect van de eerste golf volledig gecompenseerd. In november 2020 schatte het Kankerregisterdat 5.000 verwachte kankerdiagnoses nog niet gesteld zijn.

In de wachtkamer

Aan de hand van twee bevragingen onder chronische patiënten bracht het Vlaams Patiëntenplatform in kaart hoeveel en welke zorg niet plaatsvond tijdens de eerste lockdown en sinds de heropstart van de zorg. Onder de respondenten werd tijdens de eerste lockdown in de ziekenhuizen 81% van de afspraken uitgesteld.

Na de heropstart van de zorg bleven patiënten huiverig: 40% van hen stelde de zorg zelf alsnog uit, ongeacht het type chronische aandoening. Van de deelnemers geeft 38% aan sinds de heropstart van de zorg terug op afspraak te zijn geweest. De overige 62% van de uitgestelde ziekenhuisafspraken vond nog niet plaats. Voor tandzorg, psychische zorg en kinesthesie liggen deze cijfers nog hoger.

Gemiddeld zat voor de chronische patiënten 2,5 maand tussen de datum van de oorspronkelijke ziekenhuisafspraak en de nieuwe afspraak. Voor de meesten had de uitgestelde afspraak in het ziekenhuis lichte gevolgen voor hun gezondheid, terwijl dat voor 35% van de deelnemers matige tot zware gevolgen had.

KU Leuven en UC Louvain bevroegen tijdens de eerste golf ook patiënten zonder chronische ziekte, van wie 9 op de 10 hun afspraak afgezegd zagen. Tweederde van de bevraagden zou na de eerste piek niet of alleen met ernstige problemen een arts raadplegen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat 1 op de 5 patiënten een slechtere gezondheid had door het uitstellen van zorg. Terwijl 15% zelfs spreekt van een vrij of zeer sterke verslechtering.

gevolgen-uitgestelde-ziekenhuiszorg
Bron: Vlaams Patiëntenplatform

Kromgewerkt zorgpersoneel

Op basis van de interviews door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg bleek dat het medisch en verpleegkundig personeel op Covid-afdelingen zeer betrokken was. Ze gingen van deeltijdse naar voltijdse werkweken, annuleerden vakanties en maakten overuren. Ook de enquêtes van het Hospital & Transport Surge Capacity comitéen de FOD Volksgezondheid gaven blijk van flexibiliteit, motivatie en professionalisme van zorgverleners.

Verpleegkundigen op Covid-afdelingen gingen van deeltijdse naar voltijdse werkweken, annuleerden vakanties en maakten overuren

De hoge inzet van het zorgpersoneel eiste echter zijn tol. Volgens een enquête van SIZ Nursing, een vereniging voor verpleegkundigen binnen intensieve zorg, was het risico op burn-out bij het begin van de pandemie hoog. Meer dan 70% van de respondenten ervaarde minder persoonlijke voldoening of kampte met depersonalisatie of emotionele uitputting. Ook het overlijden van Covid-19-patiënten ging gepaard met een verhoogd risico op burn-out. In sommige ziekenhuizen werden psychologen ingezet om het personeel te ondersteunen, maar dat was geen algemeen beleid.

De ZorgSamen een online platform voor de mentale ondersteuning van zorg- en welzijnsmedewerkers, peilde naar het welzijn van de zorgmedewerkers. Veel van hen hadden in de lente van 2020 last van acute stressklachten zoals angst, herbeleving van werkgerelateerde gebeurtenissen en hyperalertheid. In april was 37% angstig, had 28% flashbacks en was 63% hyperalert.

Later in 2020 waren deze problemen minder vertegenwoordigd, maar het onder druk staan, neerslachtige gevoelens, vermoeidheid, slaaptekort en concentratieproblemen bleven het zorgpersoneel plagen. De onderzoekers vragen zich af of dit duidt op gewenning van de crisis en benadrukken dat al deze reacties nog altijd hoger zijn dan voor de pandemie.

De psychische en lichamelijke klachten van het zorgpersoneel volgen de golfbewegingen van de twee coronagolven

Een onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en Universitair Ziekenuis Brussel toont dat zorgverleners tijdens de crisis minder ruimte hadden voor emotionele en spirituele ondersteuning bij patiënten aan het einde van hun leven. Er was onvoldoende tijd voor gesprekken met patiënten en familie. Een op drie zorgverleners voelde zich rusteloos en de helft miste gezelschap, maar tegelijk voelden ze zich bijna allemaal verbonden.

Naast mentale klachten deden zich ook meer fysieke problemen voor dan onder normale omstandigheden. Steeds meer zorgmedewerkers ervoeren eind vorig jaar onder andere hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn en huidproblemen. De psychische en lichamelijke klachten volgen de golfbewegingen van de twee coronagolven.

Welzijn op het werk

De overgrote meerderheid van de ziekenhuizen is dan ook bezorgd over het welzijn van hun personeel. Ze zagen de druk terug in hun ziekmeldingen: in november 2020 kampten de ziekenhuizen met een absenteïsme (term gebruikt in rapport, red.) van 20% tot 30%.

Zorgnet-Icuro krijgt hetzelfde signaal: “Het zorgpersoneel is heel erg moe, ook omdat er tijdens de tweede golf veel personeelsuitval was door besmettingen en quarantaines. Er is veel opgestapelde vermoeidheid na tien maanden. Na alle Covid-activiteiten van de eerste golf was er maximale inzet nodig om te beantwoorden aan de zorgvragen die waren uitgesteld. En toen kwam de tweede golf”, legt Lieve Dhaene uit.

In België draagt een verpleegkundige gemiddeld zorg voor 9,4 patiënten, terwijl het Europese gemiddelde acht patiënten is

De lage personeelsbezetting van ziekenhuizen en moeilijke arbeidsomstandigheden van verpleegkundigen waren ook voor de crisis een probleem. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg en KU Leuven constateerden in januari 2020 al dat er te veel patiënten per verpleegkundige waren, dat veel noodzakelijke verpleegkundige activiteiten niet werden uitgevoerd vanwege de zware werkdruk en dat te veel niet-verpleegkundige taken wel door verpleegkundigen werden uitgevoerd, met een hoog risico op burn-out tot gevolg.

Uit een studie van het Kenniscentrum begin 2020 bleek dat één verpleegkundige in België gemiddeld zorg draagt voor 9,4 patiënten. Het Europese gemiddelde is acht patiënten.

Om het ziekenhuispersoneel te ontlasten, keurde de Kamer op 5 november de tijdelijke Wet betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen goed, waardoor het mogelijk is om ook andere beroepsprofielen verpleegkundige taken uit te laten voeren. Een aantal technische en risicovolle handelingen zijn uitgezonderd. In de eerste plaats gaat het om studenten uit zorgopleidingen en beroepen die affiniteit hebben met verpleegkunde zoals zorgkundigen, kinesisten, vroedvrouwen, logopedisten en ergotherapeuten. De tijdelijke wet is van kracht tot 1 april 2021 en kan maximaal met zes maanden verlengd worden.

Beter na corona?

Ziekenhuizen hebben alles gegeven. Toch is er nog ruimte voor verbetering. Het Federaal Kenniscentrum evalueerde de werking en de maatregelen van het Hospital & Transport Surge Capacity comité en de respons van de ziekenhuizen daarop van maart tot juni 2020. Experten van de overheid en in het veld richtten het comité op om onder andere de Risk Management Group te adviseren over het beheer van de ziekenhuiscapaciteit.

Voor de pandemie bestond er geen nationale strategie voor capaciteitsproblemen in ziekenhuizen. Er werden zeer snel ingrijpende maatregelen genomen om de capaciteit voor coronapatiënten te vergroten.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg meldt dat ziekenhuizen de maatregelen rond het vrijmaken van ziekenhuisbedden haalbaar achtten en dat ze professioneel en solidair handelden. Dit ondanks de onduidelijkheid over de juridische status van de maatregelen en de onbekende gevolgen wanneer ziekenhuizen zouden weigeren of niet in staat zouden zijn om de maatregelen uit te voeren.

Het Kenniscentrum ziet wel een aantal werkpunten voor het Hospital & Transport Surge Capacity comité. Het wil meer expertise van verpleegkundigen, patiënten, ethische experten, palliatieve zorgverleners, psychologen en experten uit de ouderenzorg en revalidatie. Daarnaast waren ziekenhuizen kritisch over de timing van de communicatie van het comité, de bureaucratische taal en de discrepantie tussen de maatregelen en de realiteit op het terrein. Verder hebben ziekenhuizen nood aan crisiscapaciteit met bijbehorende organisatiemodellen voor crisissituaties. Daarnaast haalt het kenniscentrum de hoge werkdruk van het zorgpersoneel aan.

Stijging van uitgaven, daling van inkomsten

Financieel weegt de opschorting van de zorgverlening ook op de ziekenhuizen. De hogere uitgaven, onder meer door de aanschaf van beschermingsmateriaal, en de lagere inkomsten, door de ontvangst van minder honoraria, resulteerde in het eerste semester van 2020 in een daling van de omzet met 8% in vergelijking met een jaar eerder.

Het RIZIV becijferde dat de uitgaven voor intensieve zorg in april 2020 40% hoger lagen dan in april 2019, maar voor andere ziekenhuisdiensten de uitgaven 30% lager waren

Een analyse van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) toont dat de uitgaven voor intensieve zorg in april 2020 40% hoger lagen dan in april 2019. De uitgaven voor andere ziekenhuisdiensten daalden dan weer met 31%. Ook de uitgaven voor dringende medische zorg daalden. Zo ging er in april 2020 16% minder financiering naar opnames voor beroertes, 34% minder naar hartaanvallen en 66% minder naar prostatectomieën.

De overheid heeft in 2020 een financiële tussenkomst van 2 miljard euro aan ziekenhuizen toegekend om de schade te beperken. Ze verhoogde in juni 2020 het ziekenhuisbudget structureel met 300 miljoen euro, zodat de ziekenhuizen meer personeel konden aanwerven.

De sociale partners sloten een akkoord om de arbeidsomstandigheden van verpleegkundigen te verbetere met een structurele budgetverhoging van 600 miljoen euro. In afwachting van een concrete uitwerking van dit sociaal akkoord werd een eenmalige premie voor het zorgpersoneel voor 2020 toegekend.

Tous ensemble

Nood brak wet. Samenwerkingen tussen ziekenhuizen waren voorheen eerder uitzonderlijk, en ook tijdens de eerste golf werkten de meeste ziekenhuizen nog niet samen. Later in 2020 kwam dat wel op gang. Om de transfer van patiënten en klinische activiteiten te organiseren, sloegen ze de handen ineen. Ook wisselden de ziekenhuizen beschermingsmateriaal uit.

Carine Van de Voorde (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg): 'Hoe sneller ouderen gevaccineerd zijn, hoe minder druk er op de ziekenhuizen komt'

Na de eerste piek legde het Hospital & Transport Surge Capacity comité meer nadruk op samenwerking en maakten ziekenhuizen afspraken om Covid-19-patiënten op te nemen in grote ziekenhuizen, zodat de kleinere opnieuw reguliere zorg konden verlenen. Verder namen ziekenhuizen spontaan initiatief om woonzorgcentra uit hun buurt te ondersteunen door expertise te delen en personeel en materiaal ter beschikking te stellen.

Verschillende experten zeggen dat het coronavaccin soelaas kan bieden. “Ouderen zijn tijdens de crisis het meest vertegenwoordigd in de ziekenhuizen. Dus hoe sneller die gevaccineerd zijn, hoe minder druk er op de ziekenhuizen komt”, zegt Carine Van de Voorde van Federaal Kenniscentrum.

Ook biostatisticus Geert Molenberghs en viroloog Marc Van Ranst menen dat een succesvolle vaccinatiecampagne de druk op de ziekenhuizen kan verlagen. Toch is juichen voorbarig. “Wanneer de ziekenhuisactiviteiten terug op het normale peil zijn, is er wat in te halen”, zegt Lieve Dhaene van Zorgnet-Icuro.

Uitgelichte afbeelding: Ziekenhuis Geel op 4 mei 2020, de dag waarop de niet-dringende zorg terug wordt opgestart. (Foto: © Yorick Jansens (Belga))

LEES OOK