Coöperatieve vennootschap na nieuwe wetgeving: onbekend is (nog) onbemind

11 januari 2021 Frank Olbrechts
®-Thomas-Noceto-BC-architects-studies_production-de-BTC-
BC materials (Foto: © Thomas Noceto)

Ondernemers vinden sinds de vernieuwing en vereenvoudiging van de vennootschapswetgeving te weinig de weg naar de coöperatie vennootschap (cv). Nochtans had de hervorming van de wetgeving voor vennootschappen onder voormalig minister van Justitie Koen Geens (CD&V) vooral positieve gevolgen, beklemtonen onder andere Febecoop (de Belgische Federatie van de Sociale en Coöperatieve Economie) en de financiële coöperatie Cera. Het kaf werd van het koren gescheiden, waardoor duizenden oneigenlijke coöperaties naar het statuut van besloten vennootschap (bv) moesten uitwijken.

Voor het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen van kracht was, was er een wildgroei aan vennootschappen die de coöperatieve rechtsvorm alleen verkozen omdat die zo soepel toegankelijk was. De coöperatieve principes zoals uitgedragen door de International Cooperative Alliance (ICA) waren daarbij dikwijls ver te zoeken. In een bedrijf met een coöperatief karakter gaan een democratische bedrijfsvoering en vrijwillig en open lidmaatschap hand in hand met een gezamenlijk economisch en maatschappelijk doel.

De coöperatieve sector wacht inmiddels nog op de uitwerking van de veelbelovende beleidsnota van minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw David Clarinval (MR). Daarin blijkt de ambitie om het coöperatieve model te versterken. Het kabinet laat weten dat er nog geen project op stapel staat.

Op initiatief van de FOD Economie en de Europese Commissie is er wel een rondetafelgesprek gepland rond het thema sociaal en coöperatief ondernemerschap, dat stof tot nadenken moet opleveren voor de toekomst.

Clichés, vooroordelen en gebrek aan kennis

Volgens Hannes Hollebecq, adviseur coöperatief ondernemen bij Cera, roept het woord 'coöperatie' bij veel mensen een bepaald beeld op dat niet beantwoordt aan de realiteit: "Er bestaan clichés over."

"Soms denkt men dat het gaat om een eerder marginaal gegeven. Omgekeerd denkt men aan bepaalde grote coöperaties die overkop zijn gegaan", waarmee hij verwijst naar het Arco-debacle. "Er zijn natuurlijk coöperaties die overkop gaan. Maar we mogen daar niet uit afleiden dat coöperaties sneller failliet zouden gaan.”

Hannes Hollebecq (Cera): 'Er zijn natuurlijk coöperaties die overkop gaan. Maar we mogen daar niet uit afleiden dat coöperaties sneller failliet zouden gaan'

Hollebecq zegt dat de realiteit bewijst dat het tegendeel waar is. “Dat ervaren we bij de Belgische coöperaties die we met Cera adviseren en coachen. Uit onderzoek in Engeland, Canada en Italië blijkt dat de overlevingsgraad van coöperaties na vijf jaar vaak tot twee keer hoger is dan die van niet-coöperatieve ondernemingen.”

Peter Bosmans van koepelorganisatie Febecoop deed gelijkaardige vaststellingen. Onbekend blijkt onbemind. "Als adviesbureau zien wij klanten die hardnekkig doorverwezen worden naar de besloten vennootschap, maar die perfect voldoen aan de nieuwe vennootschapswetgeving en de coöperatieve principes."

Hollebecq beschrijft de koudwatervrees bij oprichters van een bedrijf. “Het gevaar van sommige interpretaties van de nieuwe wetgeving is dat mensen te snel denken dat zij niet tot de doelgroep van een echte coöperatie behoren, terwijl ze eigenlijk niet goed weten wat dat precies inhoudt. Er heerst vrees over de mogelijkheid dat er snel sprake zou zijn van een oneigenlijk gebruik van een coöperatieve venootschap voor de rechtbank."

Hollebecq ziet in dit verband hoe boekhouders, accountants en juristen vaak een zeker voorbehoud hebben tegenover de coöperatieve venootschap. “In veel gevallen raden zij sterk af om een cv op te richten. Hierdoor zijn er volgens ons diverse ‘echte coöperaties’ die niet voor de cv kiezen. Bijzonder jammer voor het aantal en dus de visibiliteit van coöperaties."

Ervaringen uit de praktijk

Anton Maertens, woordvoerder bij de Brusselse cv BC materials, merkt in de bouwsector een gebrek aan kennis over de mogelijkheid om voor een coöperatief model te opteren (zie kader onderaan).

"Niet iedereen in het wereldje is helemaal mee met de basisbeginselen van de coöperatieve vennootschap, maar als doe-het-zelvers hadden wij ons goed voorbereid", zegt Maertens.

Bavo Vroman (GameChangers): 'Toen we goed voorbereid onze statuten aan de notaris toonden, keek die toch even vreemd op'

BC materials, dat maatschappelijke en ecologische principes hoog in het vaandel draagt, heeft in november 2020 een succesvolle crowdfunding georganiseerd. “Binnenkort kunnen we waarschijnlijk van start gaan als erkende cv", zegt Maertens. “De start-up was ongeveer twee jaar actief. Onder begeleiding van Febecoop heeft ons bedrijf zijn statuten opgesteld.”

Bavo Vroman van GameChangers, een bedrijf dat mensen evenwichtig wil leren omgaan met games, zegt aan Apache dat hij bij de notaris kon vaststellen dat die niet echt vertrouwd is met de cv. "Toen we goed voorbereid onze statuten aan de notaris toonden, keek die toch even vreemd op. Hij stelde ons de vraag of we wel goed hadden nagedacht over de keuze voor een coöperatie."

In een nieuwsbrief van de Nationale Raad voor de Coöperatie (NRC) klonk het ook in oktober 2020 dat vennoten “soms geadviseerd tot zelfs verplicht worden om toch het statuut van besloten vennootschap aan te nemen”.

®-Thomas-Noceto-BC-architects-studies_production-de-BTC-
BC materials (Foto: © Thomas Noceto)

Positief onthaal van nieuwe wetgeving

De coöperatieve sector heeft de nieuwe wetgeving zoals gezegd vooral gunstig onthaald. Voordien kon het bedrijf zich haast zonder voorwaarden registreren als coöperatieve vennootschap, al probeerde de NRC met een systeem van erkenningen wel de ‘echte’ coöperaties – zij die rekening houden met de coöperatieve beginselen van de ICA – een duw in de rug te geven.

Vennootschappen die voordien een erkenning kregen, konden automatisch instappen in de nieuwe regeling. Bedrijven die zich sinds 2019 willen registreren als coöperatieve vennootschap, moeten zich houden aan een aantal basisbeginselen: vrijwillig en open lidmaatschap, een gezamenlijk economisch en maatschappelijk doel en een democratische manier van ondernemen.

Hannes Hollebecq van Cera zegt dat de nieuwe wetgeving “de coöperatieve vennootschap wat meer body geeft”. Hij somt twee belangrijke elementen op. “Enerzijds vormt de definitie van een coöperatie volgens de International Cooperative Alliance de basis. Anderzijds is zeker ook de nadruk op de transactierelatie belangrijk. Daar is het sterke punt dat aandeelhouders tegelijk ook klant, leverancier of werker kunnen zijn.”

Beperkt communicatiebudget

De coöperatieve sector reageerde eveneens positief op het aantreden van de regering-De Croo, te meer omdat minister Clarinval in zijn beleidsnota van 5 november 2020 expliciet pleit voor een versterking van het coöperatieve model:

Met het oog op de versterking van het coöperatieve model, dat onlangs volledig is geïntegreerd in het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen, zal dit coöperatieve model worden geanalyseerd om te bepalen in hoeverre de kmo’s hierdoor in staat worden gesteld zichzelf opnieuw uit te vinden.

In een reactie op het regeerakkoord had Febecoop eerder al laten weten niet voor een scenario te willen applaudisseren, maar de uitvoering ervan te willen afwachten. De belangenorganisatie vroeg zich met name af “of de minister van Economie en Werk bijvoorbeeld meer middelen zal vrijmaken voor de Nationale Raad voor de Coöperatie om het model in alle geledingen van de samenleving te promoten, hij de standpunten van de sector over de interne werking van de NRC en de erkenningsmodaliteiten in wetgeving zal vertalen”.

De vraag rijst immers hoe de onbekendheid van de coöperatieve vennootschapsvorm moet worden aangepakt. Peter Bosmans van Febecoop stipt tegenover Apache aan dat de overheid aan de Nationale Raad voor de Coöperatie slechts een beperkt communicatiebudget beschikbaar stelt van 5.000 euro per jaar. Als voorzitter van de commissie Communicatie bij de NRC vraagt hij dit bedrag jaarlijks op, wat volgens men heel wat moeite kost.

Hollebecq: 'Het coöperatieve model hielp bepaalde bedrijven net om zich door de crisis te worstelen'

Het bedrag kan idealiter ingezet worden voor verschillende doeleinden. "Zoals voor het debat tussen de Fincoops (coöperaties die onrechtstreeks investeren in hernieuwbare energie via een achtergestelde lening, red.) en de Rescoops (burgercoöperaties die rechtstreeks investeren in hernieuwbare energie) eind januari en de infosessie rond de retailmodellen van duurzame kruideniers en supermarkten in maart met de coöperaties Färm en Beescoop. Het is altijd een procedure om deze schaarse middelen aan te spreken. De helft van de aanvragen wordt geweigerd 'wegens budgettaire redenen'", legt Bosmans uit.

Hannes Hollebecq van Cera is zeker niet tegen de middelen van de overheid, maar vindt dat de sector vooral van haar eigen kracht moet uitgaan. "Natuurlijk is het fijn wanneer de overheid daar subsidies voor wil voorzien, maar de communicatie mag volgens ons niet enkel bij de overheid liggen of volledig afhankelijk zijn van overheidsgeld. Het werk dat Cera, Coopkracht (het netwerk voor coöperaties in Vlaanderen) en Febecoop samen verrichten, zorgt volgens ons voor continuïteit.”

Gevraagd naar concretere plannen laat de woordvoerder van minister Clarinval, Jonas Clottemans, weten dat er op 9 maart 2021 op initiatief van de FOD Economie en de Europese Commissie een single market forum wordt georganiseerd rond het thema sociaal en coöperatief ondernemerschap. Maar verder werd tot nog toe geen project op poten gezet.

Coronacrisis en veerkracht

De verschillende coöperaties doen het tijdens de coronacrisis relatief goed, al is dat afhankelijk van de sector. "De korte keten heeft het goed gedaan, en we zien dat kwaliteit steeds rendeert", zegt Bosmans. "De sector van de marketing en de communicatie had het moeilijk. Bij een (nakende) crisis zetten bedrijven hun communicatiebudgetten on hold."

“Ook de horeca heeft het in het algemeen uiteraard moeilijk”, zegt Bosmans nog. Bekende zaken kampen met grote financiële en organisatorische problemen. Het biologische en vegetarische restaurant Lekker Gec in Gent, sinds 2013 een coöperatie met sociaal oogmerk, moest drie maanden sluiten, is voorlopig op maandag gesloten, en werkt nu als afhaalrestaurant. Ook het gerenommeerde café Het Goudblommeke in Papier in Brussel verkeert in woelig vaarwater.

“Toch heeft net het coöperatieve model bepaalde bedrijven geholpen om zich door de crisis te worstelen", stelt Hannes Hollebecq. "De aanpak, visie en strategie bestaan er immers in dat je niet alles alleen moet aanpakken. Net de koppen bij elkaar steken is heel vanzelfsprekend in een coöperatief model. Je hebt er in een coöperatie alleen baat bij dat je dingen deelt.”

De keuze voor het coöperatieve model

Bavo Vroman van GameChangers is psycholoog. Met de coöperatieve vennootschap GameChangers verzorgt hij coaching, cursussen, infosessies en workshops waarbij wordt ingezet op evenwichtig gamegedrag, met preventie en aanpak van gameverslaving. Hij geeft aan dat het toch een tijd geduurd heeft vooraleer hij koos voor een coöperatie.

“We wilden in ieder geval niet puur voor de winst gaan, en hadden een organisatie voor ogen die een maatschappelijke rol kan spelen. Voor ons was het niet meteen duidelijk of dat binnen een vzw zou zijn, of eerder binnen een coöperatieve vennootschap. We hebben daar de hele zomer van 2019 over nagedacht en uiteindelijk toch voor de formule van de cv gekozen.

Bij Anton Maertens van BC materials was er geen sprake van twijfel over de rechtsvorm voor het bedrijf.

"Van bij het prille begin was het duidelijk dat BC materials voor het coöperatieve model zou kiezen, gezien onze waardengedrevenheid. Wij willen een transparant, duurzaam en sociaal bedrijf zijn, en streven naar een betere en minder vervuilende bouwsector."

"BC materials transformeert grond die op stadswerven wordt afgegraven in circulaire leembouwmaterialen. Het is een vorm van urban mining, waarmee we de leembouw kunnen herwaarderen, net als andere technieken en materialen die in onbruik zijn geraakt, maar nu door klimaatverandering bijzonder relevant zijn. Normaal gezien worden grote hoeveelheden grond afgegraven – het gaat over miljoenen ton grond – en getransporteerd naar groeves en mijnen in Vlaanderen en Wallonië.

Er liggens kapers op de kust, maar bij BC materials zijn ze overtuigd van hun keuze: "Nog regelmatig krijgen wij telefoontjes van venture funds (financierders die werken met risicokapitaal, red.) die ons lucratieve aanbiedingen doen, maar wij kiezen bewust voor een tragere, maar duurzame groei, in plaats van een onzeker en nogal speculatief scenario. Het voordeel van ons model is trouwens dat het duurzamer is in tijden van crisis, zoals ook wetenschappelijk onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie al heeft aangetoond."

LEES OOK