Een stikstofbom onder Vlaanderen: kleinschaligheid in een volgebouwde regio

25 november 2020 Stef Arends
Guy Depraetere is biologisch vleesveehouder en actief in de ABS-commissie vleesvee. (Foto © Stef Arends)
Guy Depraetere is biologisch vleesveehouder en actief in de ABS-commissie vleesvee. (Foto © Stef Arends)
stikstofbom

Vlaamse natuurgebieden kreunen onder de stikstofvervuiling door de veehouderij. Landbouwers en natuurbeheerders staan zo lijnrecht tegenover elkaar. In het dossier Een stikstofbom onder Vlaanderen bekijken we de herkomst en gevolgen van de overdaad aan stikstof in Vlaanderen en hoe het in de toekomst anders en beter kan. Het onderzoek en de drie toekomstscenario’s zijn bedacht in samenwerking met Marijke Dossche.

Lokale, kleinschalige landbouw is in opkomst. Vooral in de veeteelt kennen nichemarkten zoals de biologische- en korteketenlandbouw een sterke groei. In de periode 2018-2019 is de biologische pluimveestapel in één jaar tijd met 13,2% gegroeid. Voor de biologische varkenssector was de groei maar liefst 24,9%. In totaal is de biosector in Vlaanderen goed voor zo’n 7% van het landbouwareaal.

De Europese boer-tot-bordstrategie, onderdeel van de Europese Green Deal, bevat de ambitie om tegen 2030 een kwart van de Europese landbouw biologisch in te vullen.

Biologische en agro-ecologische veehouders bieden weerwerk tegen de schaalvergroting en industrialisering van de voedselproductie. Ze zoeken de harmonie tussen boer, natuur en consument. De biomarkt en de korte ketenlandbouw blijven evenwel een niche en harmonie is voor veel kleine boeren in praktijk ver te zoeken. Op het beperkte Vlaamse landbouwareaal raakt de familiale landbouw in de verdrukking tussen milieubeperkingen en prijsdalingen als gevolg van industriële massaproductie.

Daarnaast klinkt er kritiek vanuit wetenschappelijke hoek dat kleinschaligheid en biolandbouw het milieu juist schaden in plaats van beschermen. “De uitstoot van broeikasgassen en stikstof per kilogram geproduceerd voedsel is hoger dan die in de conventionele landbouw”, zegt emeritus professor plantenbiotechniek Wannes Keulemans.

Kleine boeren in de verdrukking

Het huidige Vlaamse milieubeleid doet veel kleine landbouwers in de buurt van natuurgebieden de das om. De hoge kosten van uitstootreducerende technieken werken de trend richting schaalvegroting in de hand. Immers, kleine bedrijven kunnen die investeringen moeilijker doen dan grote.

Guy Depraetere (Algemeen Boerensyndicaat): 'De reguliere markt wordt gekenmerkt door massaproductie: kleine prijzen, kleine winsten'

“Elke dag zijn er in Vlaanderen drie, vier boeren die stoppen. Willens nillens zitten we in een evolutie waarin de blijvers groot worden”, vertelt Guy Depraetere, voormalig secretaris van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en nu actief in de ABS-commissie vleesvee.

“Europa heeft gekozen voor een geliberaliseerde aanpak door alle productiebeperkingen zoals melk- en bietenquota af te schaffen. ‘Als jij goesting hebt om mega te worden, doe maar hè’, is de houding”, zegt Depraetere. “Er wáren systemen om met vijftig koeien ook een goed inkomen te hebben," benadrukt hij, “maar nu wordt de reguliere markt gekenmerkt door massaproductie: kleine prijzen, kleine winsten. Alleen met een grote productie heb je nu nog eventueel een fatsoenlijk inkomen.”

Guy Depraetere is biologisch vleesveehouder en actief in de ABS-commissie vleesvee. (Foto © Stef Arends)
Guy Depraetere is voormalig secretaris van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), nu actief in de ABS-commissie vleesvee, en biologisch vleesveehouder in het Oost-Vlaamse Deftinge (Foto: © Stef Arends)

Sociale drama’s door kleurcodering

Ook het stikstofbeleid raakt de kleine boeren onevenredig hard. Melkveehouder Lieven De Stoppeleire was namens het ABS tussen 2013 en 2014 betrokken bij gesprekken over de voorlopige Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hij is niet tevreden met het resultaat: “Op dit moment worden vooral de landbouwers getroffen die het dichtst bij de natuur zitten, ook al zijn dat niet per se de grootste vervuilers”, vertelt hij.

Dat komt doordat de huidige Vlaamse stikstofregels elk bedrijf beoordelen op de vervuiling in de directe omgeving. Alleen als een boer zorgt voor meer dan 5% van de ‘kritische depositiewaarde’ (KDW, de hoeveelheid stikstof die een natuurgebied aankan zonder beschadigd te worden), worden beperkingen gesteld aan bijvoorbeeld uitbreiding.

Bedrijven die onder de drempelwaarde blijven, krijgen geen beperkingen opgelegd en krijgen een groene kleurcode. Bedrijven die tussen 5% tot 50% zitten met hun depositiewaarde, krijgen een oranje kleurcode. De rode kleurcode is voor de bedrijven boven 50% van de KDW. Die laatste categorie komt niet in aanmerking voor een hervergunning, en moet dus stoppen.

Lieven De Stoppeleire pleit voor een stikstofbeleid dat alle bedrijven even strenge regels oplegt, in plaats het onderscheid te maken met bedrijven dichtbij natuurgebieden (Video: Stef Arends)

Dat betekent dat bedrijven die niet in de buurt van natuurgebieden zitten, ook al zijn ze zeer vervuilend, relatief ongehinderd kunnen groeien. Ze hebben wanneer je hun stikstofdepositie in alle natuurgebieden optelt echter wel een grote impact. 77% van het stikstof in alle Vlaamse natuurgebieden samen is afkomstig van bedrijven met een groene kleurcode. Die vervuiling wordt de ‘achtergronddepositie’ genoemd.

Guy Depraetere: 'In tegenstelling tot in Nederland, is er in Vlaanderen onvoldoende flankerend beleid om boeren die moeten stoppen op te vangen'

In het huidige systeem kan een relatief kleinschalig bedrijf dat sinds jaar en dag bij een natuurgebied in de buurt gevestigd is, plots in de oranje of rode categorie terechtkomen, omdat de achtergronddepositie is gestegen en het natuurgebied te veel vervuild is geraakt. Dat gebeurt onder andere in de versnipperde natuurgebieden in de Vlaamse Ardennen, waar Guy Depraetere zijn vleesveehouderij uitbaat.

“In de streek hebben we hier en daar wat bossen, die meestal zijn ingekleurd als natuurgebied. Die bossen zijn eeuwenoud, maar de boerderijen ook”, illustreert Depraetere.

“Die bossen zijn gegroeid terwijl die boerderij daar lag. Nu zegt men plotseling, aan de hand van berekeningen, dat de boerderij weg moet. Ik ken verschillende bedrijven in de regio die met die maatregel geconfronteerd werden, en dat is in de meeste gevallen slecht afgelopen. Die mensen hebben totaal geen toekomst meer. In tegenstelling tot in Nederland, is er in Vlaanderen onvoldoende flankerend beleid om hen op te vangen.”

“Ik ken een boer die moest stoppen. Hij heeft een studie laten maken rond de waarde van zijn bedrijf. De compensatieregeling van de overheid kwam niet in de buurt van dat bedrag. Uiteindelijk heeft hij zijn melkkoeien weggedaan, is hij aan de drank geraakt en is zijn vrouw bij hem weggegaan. Dat is echt slecht afgelopen.”

“Men houdt daar veel te weinig rekening mee. Hij heeft een mooie boerderij van meer dan 200 jaar oud, die toevallig naast een bos ligt. Nu verzorgt hij zijn gewassen niet meer, het is daar helemaal verwilderd. Hij rijdt nu met de vrachtwagen als chauffeur.”

Ook Lieven De Stoppeleire kent de voorbeelden van sociale drama’s als gevolg van het PAS: “Er zijn verschillende zelfdodingen geweest naar aanleiding van die kleurcodes.”

Guy Depraetere: “In de streek hebben we hier en daar wat bossen, die meestal zijn ingekleurd als natuurgebied. Die bossen zijn eeuwenoud, maar de boerderijen ook." (Video: Stef Arends)

Alternatieve rekenmethoden

De Stoppeleire pleit dan ook voor alternatieve rekenmethoden: “Wij pleiten al sinds 2014 voor een regelgeving om de achtergronddepositie te beperken in de plaats van alleen de lokale landbouwers op te offeren. Daar heeft men geen gehoor aan gegeven.”

Milieuwetenschapper David De Pue deed tussen 2015 en 2017 een doctoraatsstudie naar rekenmethoden die ook de uitstoot van bedrijven in natuurarme zones meenemen. Hij bedacht de zogenaamde ‘geaggregeerde depositiescore’.

De score is gebaseerd op de impact die een bedrijf heeft op alle natuurgebieden in Vlaanderen in plaats van enkel het dichtstbijzijnde natuurgebied. Zo zouden ook beperkingen kunnen worden opgelegd aan bedrijven die niet dicht bij één natuurgebied liggen, maar wel een klein beetje vervuilen in veel verschillende gebieden. Dat zou de ‘achtergronddepositie’ verminderen en de milieumarges voor boeren in de buurt van natuurgebieden wat vergroten.

De Pue, die momenteel werkt als onderzoeker bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, heeft zijn onderzoek in het kader van het nieuwe Programma Aanpak Stikstof toegelicht bij het Departement Omgeving, zo laat hij weten aan Apache. “Let wel: het betreft hier een theoretische simulatie die zich niet makkelijk laat vertalen naar beleid”, nuanceert hij.

De huidige rekenmethode (links) gaat uit van de impact van een bedrijf op het dichtstbijzijnde kwetsbare natuurgebied, terwijl de ‘geaggregeerde depositiescore’ van David De Pue ook de opgetelde impact op meerdere gebieden meeneemt. (Beeld: De Pue et al.)
De huidige rekenmethode (links) gaat uit van de impact van een bedrijf op het dichtstbijzijnde kwetsbare natuurgebied, terwijl de ‘geaggregeerde depositiescore’ ook de opgetelde impact op meerdere gebieden meeneemt (Beeld: De Pue et al.)

‘Landbouwinclusieve’ natuur

De spanning tussen landbouw en natuur gaat niet alleen ten koste van de familiale landbouwer. Ook de natuur lijdt onder het gebrek aan duidelijkheid. “Op veel plekken in Vlaanderen wordt landbouw gezien als bedreiging voor de natuur en natuur als bedreiging voor de landbouw”, stelt Natuurpunt-voorzitter Lieven De Schamphelaere.

“Op dit moment wordt gewerkt met een ruimtelijk model dat berekent wat de impact van nieuwe natuurgebieden is op de bestaande economische activiteit”, zegt De Schamphelaere. Dat zogenaamde DIAN-model (Doorrekening Impact Allocatie Natuurdoelen) moet voorkomen dat nieuwe natuur ervoor zorgt dat boeren in de omgeving een oranje of rode kleurcode krijgen.

De koeien van Guy Depraetere staan zijn wei net buiten Deftinge. (Foto © Stef Arends
De weide van Guy Depraetere net buiten Deftinge (Foto © Stef Arends)

Het gevolg is dat natuurverenigingen ernstig beperkt worden in hun mogelijkheden om nieuwe natuur te ontwikkelen, zelfs als ze dat willen doen binnen gebied bestemd voor het behoud en herstel van natuurlijke habitats. Als het DIAN-model oordeelt dat de impact op omliggende bedrijven te groot is, maken natuurbeheerders vrijwel geen kans meer op de voorziene Projectsubsidie Natuur.

“We zitten daar vast, we zitten echt vast”, zegt De Schamphelaere. “Ik denk dat we als natuurverenigingen het gesprek moeten aangaan met de landbouwsector om tot een modus vivendi te komen.”

Een mogelijke oplossingsrichting voor Natuurpunt zou zijn om een soort ‘buffernatuur’ te ontwikkelen in zones waar wel landbouw in de buurt is, en om daar iets minder strikt te zijn op het aspect van de stikstofdepositie. “We kunnen dan wel natuur ontwikkelen, maar melden die niet aan bij de Europese Unie, zodat boeren niet in de problemen komen met hun bedrijf. Het zal zoiets zijn dat we moeten doen om eruit te geraken.”

Ecosysteemdiensten

Volgens De Schamphelaere kan kleinschalige landbouw een grotere rol spelen in de Vlaamse natuurgebieden. Hij pleit voor een benadering op basis van ecosysteemdiensten: een verzamelnaam voor alle diensten die natuurlijke systemen leveren aan de mens.

“Voedselproductie is een ecosysteemdienst, maar watercaptatie, koolstofopslag, bevruchting van gewassen via biodiversiteit, natuurlijke plaagbestrijding en recreatie zijn zeker zo belangrijk”, zegt De Schampelaere. Door ecosystemen op deze manier te benaderen, komen de belangen van landbouw en natuur dichter bij elkaar te liggen.

Lieven De Schamphelaere (Natuurpunt): 'We moeten het landschap niet alleen inrichten op basis van enkele bulkproducten voor de wereldmarkt, maar inzetten op een meer gedifferentieerde landbouw'

Initiatieven zoals hoevetoerisme geven de landbouwer een educatieve functie en verhogen de belevingswaarde van producten: “De meeste Vlamingen hebben op dit moment geen idee meer hoe hun voedsel wordt geproduceerd." Trage wegen door landbouwgebied kunnen dan weer bijdragen aan de ecosysteemdienst recreatie, en kunnen bevorderlijk werken voor de volksgezondheid.

“We moeten het geheel van die ecosysteemdiensten in orde krijgen. Dat betekent dat we het landschap niet alleen inrichten op basis van enkele bulkproducten voor de wereldmarkt, maar dat we inzetten op een meer gedifferentieerde landbouw”, besluit De Schamphelaere.

Hij pleit dan ook voor een herziening van de landbouwsubsidies: "Die zouden kunnen worden toegekend op basis van geleverde ecosysteemdiensten, in plaats van per hectare bouwland."

Wetenschappelijke kritiek

In een reactie op de Boer-tot-bord-strategie van de Europese Unie waarschuwt prof. Keulemans er echter voor dat inzetten op natuurinclusieve landbouw niet altijd positief is voor het klimaat en de biodiversiteit.

Prof. Wannes Keulemans: 'Er is in Vlaanderen niet genoeg ruimte om het huidige productieniveau te handhaven met natuurinclusieve technieken'

"De perceptie dat biologische landbouw beter zou zijn voor milieu, klimaat en biodiversiteit is fout", schrijft Keulemans. "Biologische landbouw veroorzaakt in de meeste gevallen meer eutrofiëring (vermesting als gevolg van stikstofvervuiling, red.) en meer verzuring per eenheid van het product dat wordt afgeleverd." De biosector in Nederland is zich daarvan bewust en zoekt naar maatregelen om haar imago schoon te houden.

Daarnaast benadrukt Keulemans dat hoewel de biodiversiteit op natuurinclusieve landbouwgronden 30% hoger is, het omschakelen naar biologische landbouw juist ten koste kan gaan van die biodiversiteit.

Als gevolg van de lagere efficiëntie is er een grotere grondoppervlakte nodig. Wanneer je van die grond natuurgebied zou maken zónder landbouw, zou dat meer dan twee keer zoveel biodiversiteit opleveren. Er is volgens Keulemans niet genoeg ruimte in Vlaanderen om het huidige productieniveau te handhaven met natuurinclusieve technieken.

Less is more

Kleinschalige, natuurinclusieve landbouw is dus alleen haalbaar als de productie drastisch teruggeschroefd wordt. Een mogelijke manier zou zijn om voornamelijk voor de interne markt te produceren en minder te exporteren, vindt Natuurpunt-voorzitter De Schamphelaere.

"Vlaanderen is wereldwijd een grote exporteur van bulkproducten. We produceren voor het buitenland, maar draaien zelf wel op voor de milieuschade. Bovendien is er een groot ondernemersrisico verbonden aan die exportstrategie. Toen tijdens de coronacrisis de Chinese McDonalds-restaurants sloten, bleven wij met een aardappelberg zitten, die de overheid uiteindelijk heeft opgekocht", vertelt hij.

ABS-adviseur De Stoppeleire ziet ook wel iets in het heroverwegen van de massa-export. "Wij zijn als ABS nooit voorstander geweest van een ongebreidelde productie zoals het geval is sinds de afschaffing van de melk- en bietenquota. Economie is niet moeilijk hè, je hebt vraag en aanbod. De redenering 'als we minder per liter verdienen gaan we gewoon meer liters leveren' houdt geen steek. Zo blijf je een probleem creëren."

ABS-adviseur Lieven De Stoppeleire is kritisch over handelsakkoorden die de EU afsluit met landen waar voedsel op vervuilende wijze geproduceerd wordt (Video: Stef Arends)

De Stoppeleire haalt aan dat moet worden voorkomen dat milieuonvriendelijk geproduceerde buitenlandse producten tegen bodemprijzen op de Belgische markt belanden: "Wij produceren aan de hoogste standaarden en worden op alles gecontroleerd. Wanneer je dan ziet welke vleesproductiemethoden er in Zuid-Amerika worden gebruikt ... Wij moeten daartegen concurreren."

Een alternatief verdienmodel op de internationale markt zou kunnen bestaan uit de export van milieuvriendelijke landbouwtechnieken, voegt Laurens De Meyer van Bond Beter Leefmilieu toe: "Daarin zouden we een pioniersrol kunnen vervullen, zonder dat ons milieu erdoor overbelast wordt."

De Vlaamse landbouwer produceert op die manier genoeg voor de binnenlandse consumptie, maar niet meer dan nodig, aan een eerlijke prijs, in harmonie met de natuur. De romanticus zegt: less is more.

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
LEES OOK