Een stikstofbom onder Vlaanderen: redt grootschalige landbouw het milieu?

24 november 2020 Stef Arends
Kuijpers Kip in Grubbenvorst
De stal van Kuijpers Kip telt op dit moment 250.000 dieren, en het bedrijf zal de productie in de komende jaren verviervoudigen. (Foto: © Stef Arends)
stikstofbom

Vlaamse natuurgebieden kreunen onder de stikstofvervuiling door de veehouderij. Landbouwers en natuurbeheerders staan zo lijnrecht tegenover elkaar. In het dossier Een stikstofbom onder Vlaanderen bekijken we de herkomst en gevolgen van de overdaad aan stikstof in Vlaanderen en hoe het in de toekomst anders en beter kan. Het onderzoek en de drie toekomstscenario’s zijn bedacht in samenwerking met Marijke Dossche.

Vlaamse landbouwbedrijven worden steeds grootschaliger. Waar een gemiddeld boerenbedrijf in 2005 nog 18,3 hectare grond in gebruik had, was dat in 2019 gestegen tot 26,7 hectare. De schaalvergroting in de veeteeltsector gaat nog sneller. Het aantal dieren per bedrijf is de laatste 15 jaar zowel bij runderen, varkens als kippen ongeveer verdubbeld. Een gemiddelde Vlaamse veehouder heeft nu 2.232 varkens, 150 runderen of 60.971 kippen.

‘Nederland gidsland’ is ook hier van toepassing. Onze noorderburen lopen wat betreft schaalvergroting zo’n 10 jaar ‘voor’. Waar in Vlaanderen het debat over megastallen langzaam op gang komt, houdt dat onderwerp de Nederlandse gemoederen al langer bezig. De gemiddelde Nederlandse pluimveestal telt maar liefst 81.000 dieren.

Evolutie dieren per bedrijf VL
De Vlaamse landbouwbedrijven worden steeds grootschaliger (Grafiek: © Departement Landbouw en Visserij)

Dierenrechten- en milieuorganisaties maken zich zorgen over die ontwikkeling, omdat ze vrezen dat intensivering ten koste zal gaan van de leefomstandigheden en de omliggende natuur. Ook volgens Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) moet er “meer geld gaan naar duurzaamheid en minder naar megastallen”.

Maar schaalvergroting gaat vaak ook gepaard met investeringen in duurzaamheid. Nieuwe varkens- en kippenbedrijven moeten bijvoorbeeld sinds 2003 staltechnieken gebruiken die voor minimale uitstoot van ammoniak zorgen. Bovendien kunnen bedrijven die dicht bij natuurgebieden zijn gevestigd vaak alleen uitbreiden als ze voorkomen dat de ammoniakuitstoot stijgt. Dat betekent dat de uitstoot per dier naar beneden moet.

Een kijkje over de grens geeft een idee hoe Vlaanderen er over 5 à 10 jaar uit zou zien als de huidige trend zich doorzet. Kan technologische optimalisering onze natuur redden?

Schaalvergroting in Californië

In Nederlands Limburg, vlak naast de snelweg, tussen de dorpen Grubbenvorst en America, ligt het gehucht Californië. Het ligt in een van de dichtst door kippen en varkens bevolkte gebieden van Nederland, maar ook in het gebied met de meest grootschalige veehouderijen.

Varkenshouderijen zijn hier met gemiddeld 5.300 dieren per bedrijf bijna de helft groter dan het landelijk gemiddelde. Ook de vleeskuikensector is er het meest geconcentreerd, met een gemiddelde van 111.000 dieren per bedrijf.

Foto Kuijpers ver weg
Kuijpers Kip wil binnen 5 à 6 jaar uitgroeien tot een pluimveebedrijf zonder diertransport (Foto: © Stef Arends)

Het bedrijf dat er met kop en schouders bovenuit steekt is Kuijpers Kip. Marcel Kuijpers zal er samen met zijn broer Cor en neven Jan en Joris binnen enkele jaren een miljoen vleeskuikens houden. De dieren zullen worden geslacht op het terrein zelf, in een nog te bouwen slachthuis. Op dit moment is een kwart van het bedrijf operationeel, met zo’n 250.000 vleeskuikens.

Marcel Kuijpers (Kuijpers Kip): 'We vinden dat gewone mensen recht hebben op diervriendelijk, milieuvriendelijk, en klimaatvriendelijk voedsel'

Samen met Ronald Jacobs, voorzitter van de lokale Natuurpunt-afdeling Geetbets in Vlaams-Brabant, bezoeken we de ‘gigastal’ van de familie Kuijpers. Jacobs ondersteunt actiegroepen in België bij beroepsprocessen tegen megastallen.

Ook schreef hij in 2018 een artikel in het tijdschrift Natuur en Landschap waarin hij waarschuwt voor “geurhinder, lawaai, zwaar transport en andere ongemakken voor de omwonenden, uitstoot van ammoniak, vervuiling van lucht, water en bodem en dierenleed” door deze bedrijven. Naar aanleiding van dat artikel onderzocht ook Apache de komst van - veelal Nederlandse - megabedrijven naar België.

Maar er is een verschil tussen de stinkende megastallen die Jacobs beschrijft, en het hypermoderne bedrijf van Kuijpers Kip. “Wij maken kwalitatief goed eten voor gewone mensen. We vinden dat gewone mensen recht hebben op diervriendelijk, milieuvriendelijk, en klimaatvriendelijk voedsel”, legt Marcel Kuijpers uit. “Bovendien willen wij een productieproces zonder diertransport.”

Goedkoop, diervriendelijk en schoon: het klinkt te mooi om waar te zijn, maar tijdens ons bezoek blijkt dat het bedrijf op al die vlakken minstens aanzienlijke verbeteringen bewerkstelligt ten opzichte van de conventionele kippenhouder.

Een ammoniakemissievrije megastal

Innovatieve landbouwtechnieken worden door beleidsmakers gezien als een veelbelovende manier om de ammoniakuitstoot van de veeteelt te beperken. Zo onderzoekt het Instituut voor Landbouw- Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) onder meer de invloed van het aanpassen van diervoeding, nieuwe vormen van mestopslag en nieuwe emissiereducerende staltechnieken.

Ronald Jacobs (Natuurpunt): 'Landbouwbedrijven die op papier hun geurhinder en uitstoot verminderen, blijken dat in praktijk niet altijd waar te maken'

Toch is er bij milieuverenigingen veel scepsis over die technieken, legt Ronald Jacobs uit. “Bedrijven die op papier hun geurhinder en uitstoot verminderen, blijken dat in praktijk niet altijd waar te maken.” Een onderzoek van de Universiteit Wageningen toonde in 2018 aan dat bepaalde types luchtwasser (een filterinstallatie om ammoniak uit de uitgaande lucht te ‘wassen’) in praktijk veel minder geur en uitstoot reduceerden dan op papier.

Dat het ook anders kan, bewijst het bedrijf van Kuijpers. Rondom de stal is niet het minste spoor van kippengeur te vinden. Zelfs in het gebouw is de stank beperkt, ook al ligt er een grote mesthoop in de inkomhal. “Die komen ze straks ophalen met de vrachtwagen”, zegt Marcel. “Nu nog wel, binnenkort verwerken we de mest hier op het terrein."

Doordat de kippen op een plastic ondergrond met houtstrooisel leven en er continu veel geventileerd wordt, vormt zich geen condens op de ondergrond. De mest droogt direct op, en dat beperkt zowel geur- als ammoniakvorming. Daarbovenop komt nog eens een geavanceerde luchtwasser die 90% van de overgebleven ammoniak uit de lucht filtert. “In theorie is de ammoniakreductie 97%, maar in praktijk meten we helemaal geen ammoniak meer aan de buitenkant van de stal”, zegt Kuijpers.

Luchtwasser Kuijpers Kip
De luchtwasser van fabrikant Inno+ reduceert in theorie 90% van de ammoniakuitstoot. In praktijk is er nauwelijks nog ammoniak meetbaar (Foto: © Stef Arends)

Helaas zijn de metingen die Kuijpers en Inno+ hebben uitgevoerd niet beschikbaar voor publicatie. Wel werd de luchtwasser gecertificeerd door de Deutsche Landwirtschafts-Gesellschaft (DLG), een internationaal opererende Duitse Landbouworganisatie. Volgens onderzoeker Nico Ogink aan de Universiteit Wageningen is de certificatie van DLG betrouwbaar.

Ogink, de onderzoeker die ook het luchtwasseronderzoek uit 2018 uitvoerde, benadrukt dan ook dat niet alle luchtwassers in praktijk tegenvallen. “In de categorie chemische luchtwassers, waar ook de wasser van Kuijpers Kip toe behoort, werden over het algemeen wel de verwachte resultaten behaald."

Kuijpers: 'Heel het gebouw wordt verwarmd met dierwarmte, dat via de wasser uit de geventileerde lucht wordt teruggewonnen'

Een ander probleem dat de reputatie van de luchtwasser geen goed doet, is dat veel exemplaren niet altijd aanstaan. Omdat de apparaten zeer veel energie verbruiken, laten sommige boeren ze wel installeren om aan de regelgeving te voldoen, maar laten ze ze uitstaan om energie te besparen.

Maar ook dat probleem is niet aan de orde bij Kuijpers Kip. De warmte die de (op zonne-energie werkende) luchtwasser produceert en afvangt uit de stallucht, zorgt namelijk ook voor de verwarming van de stal. “Heel het gebouw wordt verwarmd met dierwarmte, dat via de wasser uit de geventileerde lucht wordt teruggewonnen”, vertelt Kuijpers. Dat gebeurt met warmtewisselaars met een totale capaciteit van 2.700 kilowatt. Voor de verwarming wordt dus geen gas gebruikt.

“Dat is ook de enige manier waarop we die luchtwasser kunnen terugverdienen. De afschrijving van de luchtwasser en het warmtesysteem kost ongeveer net zo veel als de stookkosten die we normaal zouden hebben aan aardgas. Maar dit is duurzamer.” Het volledige systeem heeft 710.000 euro gekost, staat te lezen op de website van Inno+. Niet een investering die elke landbouwer kan doen.

‘Overheid maakt kringlooplandbouw onmogelijk’

De ideale situatie, zo vertelt Kuijpers, zou een gesloten kringloop zijn tussen zijn bedrijf en boeren uit de buurt. "Akkerbouwers komen hier hun mest halen, leggen dat op hun land, gebruiken geen kunstmest, en brengen de tarwe terug naar hier." Nu wordt de mest nog naar een mestverwerkingsinstallatie gebracht, waar men er mestkorrels van maakt, die geëxporteerd worden naar landen met een mesttekort.

Wanneer het bedrijf klaar is, zal de mest niet meer getransporteerd worden, maar in een biovergister op het terrein omgezet worden in biobrandstof voor auto’s. Niet ideaal volgens Kuijpers, omdat daarmee de kringloop doorbroken wordt en er een hoop energie verloren gaat. Liever zou hij de mest omzetten in compost voor op het land.

“Maar ik moet haast wel zo’n vergister te bouwen, omdat de subsidieregelingen het onmogelijk maken om een ander businessmodel rendabel te maken. De overheid maakt met haar subsidiebeleid kringlooplandbouw de facto onmogelijk. Er is geen landbouwkundige kennis bij het ministerie van Landbouw. Dat is fnuikend."

Tussen dierenwelzijn en duurzaamheid

Een ander belangrijk bezwaar tegen de intensieve veehouderij is dierenwelzijn. Door de dichte bezetting in stallen en een extreem snel groeiproces, lijdt een aanzienlijk deel van de Europese landbouwdieren aan gezondheidsklachten zoals borstblaren en voetzweren, zo stelde een spraakmakend rapport van de Europese Commissie al in het jaar 2000.

Kuijpers: 'Bij ons wordt 1,5 kilo voer een kilo kip. Als je de dieren buiten laat lopen wordt het 2,5 tot 3 kilo voer per kilo vlees, of dus twee keer zoveel als bij ons'

"Bij een bezettingsdichtheid van 30 kg/m² treden deze problemen bijna altijd op", concludeerden de onderzoekers 20 jaar geleden. Maar, zo staat te lezen: "Goede ventilatie en een prettig klimaat kunnen deze problemen tot op zekere hoogte voorkomen."

De kuikens van Kuijpers leven met 21 op elkaar per vierkante meter, en groeien in 42 dagen uit tot dieren van gemiddeld zo'n 2,5 kilo. Op 37 dagen wordt een derde van de kuikens 'uitgeladen' en al eerder geslacht, om te voorkomen dat de volgroeide dieren te dicht op elkaar komen te zitten. Op het einde van hun leven is de 'bezettingsgraad' in de stal 38 kg/m².

Uit onderzoek van het ILVO naar het dierenwelzijn in de Vlaamse pluimveesector bleek dat 78% van de Vlaamse vleeskuikens last had van een ernstige vorm van voetzoolzweren. Onderzoeker Frank Tuyttens vertelde daarover in EOS Wetenschap dat een trager groeiproces en een lagere bezettingsgraad het dierenwelzijn zouden kunnen verbeteren.

Volgens Kuijpers is die oplossing niet te verenigen met een duurzame en sociale bedrijfsvoering. Om zo weinig mogelijk grondstoffen verloren te laten gaan, is het doel namelijk een hoge 'voerconversie': de kippen moeten zo min mogelijk voer omzetten in zo veel mogelijk vlees.

"Bij ons wordt 1,5 kilo voer een kilo kip. Als je de dieren langzaam laat groeien stijgt die verhouding naar 2. Als je de dieren buiten laat lopen wordt het 2,5 tot 3 kilo voer per kilo vlees. Dus dan heb je twee keer zoveel grondstoffen nodig als bij ons." Het bedrijf focust wel op andere manieren om het dierenwelzijn te verbeteren.

Als je traaggroeiende kip eet die ook nog eens buiten loopt, is volgens Marcel Kuijpers je ecologische voetafdruk zo groot, dat je in feite iemand anders' bord leeg eet (Video: © Stef Arends)

Eigen slachthuis

“Het centrale idee achter dit project is dat we een bedrijf willen zonder diertransport", zegt Kuijpers. "Transporten zijn slecht voor de traceerbaarheid, voor het welzijn van de dieren, voor het energiegebruik, voor de CO2-emissie en voor het besmettingsgevaar. Dus wij hebben gezegd: wij willen in de toekomst geen kippen meer in vrachtauto’s. En zo hebben we het bedrijf ontworpen.”

Kuijpers: 'Het centrale idee achter dit project is dat we een bedrijf willen zonder diertransport'

De enorme schaal van het bedrijf is volgens Kuijpers noodzakelijk om dat doel te bereiken. “Als je de dieren niet wil transporteren, moet je ze slachten op de plek waar je ze houdt. Wij willen dus de kleinste slachterij van Europa bouwen die wel nog automatisch werkt. Om dat rendabel te maken moet je minstens 4.000 kuikens per uur slachten.”

“Als je dat 8 uur per dag doet - de meeste slachterijen werken 16 uur met een dubbele shift - heb je 32.000 slachtrijpe kuikens per dag nodig. Als je 32.000 slachtrijpe kuikens per dag wilt hebben, moet je er een miljoen houden om je normale vijfdaagse werkweek te behouden.”

"Als je ze langzaam wil laten groeien, moet je er twee miljoen houden. dus dan is de milieubelasting van je bedrijf twee keer zo hoog. Wij kiezen voor 'en, en, en', beter voor de dieren, beter voor het milieu en beter voor de mens."

Wanneer het bedrijf klaar is, zal er op het terrein een slachthuis worden gebouwd waar 4000 kuikens per uur geslacht worden. (Beeld: Kuijper Kip)
Wanneer het bedrijf klaar is, zal er op het terrein een slachthuis worden gebouwd waar per uur 4.000 kuikens geslacht zullen worden (Beeld: © Kuijpers Kip)

Welzijn op het werk

Ook de werknemerssituatie zou in de plannen van Kuijpers sterk vooruitgaan. Tijdens de coronacrisis werd de aandacht nog eens gevestigd op de erbarmelijke arbeidssituatie van slachthuispersoneel in België, Nederland en Duitsland. In slachthuizen ontstonden virusuitbraken omdat werknemers met tijdelijke contracten zich niet ziek durfden te melden wanneer ze zich niet goed voelden.

"Wij willen ervoor zorgen dat we elke dag kwalitatief goed werk hebben voor ons personeel. Van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags. En daarna gaan ze naar huis. Geen dubbele shifts of andere ellende. Ze zullen bovendien op 1/3 van de snelheid van een normale slachterij werken", aldus Kuijpers.

Ook uniek aan het bedrijf in Grubbenvorst is dat de kuikens in de stal geboren worden. Daardoor hebben de dieren een hogere weerstand, waardoor er minder ziektes voorkomen. "Wij gebruiken dus nooit antibiotica", laat Kuijpers weten. Dat is uitzonderlijk in de industriële veeteelt en zorgt voor een aanmerkelijk lager risico voor de volksgezondheid.

'Lekker eten voor iedereen'

Een andere reden voor Kuijpers om niet te kiezen voor traaggroeiende kippen en meer ruimte per dier is de prijs.

Kuijpers: 'Je kan exclusieve producten maken voor mensen met veel geld, maar dat is niet onze missie'

Het prijsverschil met biologisch kippenvlees (van dieren die buiten komen en niet in 42, maar in 81 dagen worden vetgemest) is enorm. Waar een kilo vlees van Kuijpers voor zo'n 8,50 euro in de winkel ligt, is de prijs voor bio-kip gemiddeld 25 euro per kilo. "Lekker eten voor iedereen", prijkt dan ook in koeienletters op de gevel van het bedrijf.

"In grote delen van Europa kunnen mensen hun eten niet meer betalen en lopen ze met gele hesjes te protesteren. Die groep wordt door de politiek volledig genegeerd. Die voelt zich gefrustreerd, omdat ze aan de kant geschoven worden. En dat is de bron voor extreemrechts", zegt Kuijpers.

"Wij vinden dat ook die mensen recht hebben op fatsoenlijk vlees. Je kan ook exclusieve producten maken voor mensen met veel geld, maar dat is niet onze missie", voegt hij toe.

Kuijpers Kip in Grubbenvorst
De stal van Kuijpers Kip telt op dit moment 250.000 dieren, en het bedrijf zal de productie in de komende jaren verviervoudigen (Foto: © Stef Arends)

Kan efficiency de natuur redden?

Ronald Jacobs van Natuurpunt luistert met interesse naar het relaas van Marcel Kuijpers, en begint een gedachte-experiment: "Als uw bedrijf is zoals u zegt, dan is dat misschien ook wel goed, hè? Dan hebben we in Vlaanderen nog maar 10 bedrijven nodig om in de binnenlandse kipproductie te voorzien. Ik kan me best inbeelden dat dat voordelen zou hebben. Ook de locatie aan de snelweg is goed gekozen."

Wannes Keulemans (KU Leuven): 'Er is schaarste aan grond en het belangrijkste is dat de landbouw efficiënter wordt'

Pluimveehouder Kuijpers wil daar niet te veel over speculeren. "Ik ga niet zeggen dat dat de bedoeling is. En je kunt toch ook niet zomaar de hele markt afschaffen?" Wel zet hij zich veelvuldig in om andere boeren te vertellen over de voordelen van zijn bedrijfsfilosofie.

“Wij doen niks anders dan meewerken, cursussen geven, colleges geven op de landbouwschool. Twee weken geleden heb ik bijboorbeeld een lezing gehouden voor de Nederlandse Pluimveeorganisatie. Maar niet iedereen heeft de mogelijkheid om dezelfde transitie maken."

Emeritus-hoogleraar Plantenbiotechniek aan de KU Leuven Wannes Keulemans ziet potentie in een 'duurzame intensivering' van de veeteeltsector. Als voorzitter van de werkgroep voedselzekerheid van denktank Metaforum, presenteerde hij in juli dit jaar zijn visie op de toekomst van de Europese landbouw, in het Vlaams Parlement.

"Ik denk dat bedrijven als dit in de toekomst nodig zijn", laat Keulemans weten aan Apache. "Ze zullen de perceptie wel tegen hebben, maar er is schaarste aan grond en het belangrijkste is dat de landbouw efficiënter wordt. Er moet ingezet worden op een verhoging van de stikstofefficiëntie en een reductie van de verliezen. Biologische veeteelt is wat dat betreft minder doeltreffend, en zorgt voor veel meer vermesting en verzuring per kilogram product."

Theorie versus praktijk

Laurens De Meyer, expert landbouw en voeding bij de Bond Beter Leefmilieu, plaatst wel enkele kanttekeningen bij die redenering. "De benadering van efficiëntiedenken zorgt in de praktijk vaak niet voor een effectieve reductie van de uitstoot. In de meeste gevallen zien we dat de stikstofuitstoot per dier wel omlaag gaat, maar dat de totale uitstoot gelijk blijft omdat de productie hoger wordt. Dat is een trade off waar veel te weinig rekening mee wordt gehouden."

Door de hoge kosten gaan duurzaamheidsverbeteringen in Vlaanderen bijna altijd gelijk op met een verhoging van de productie

Door de hoge kosten gaan duurzaamheidsverbeteringen in Vlaanderen namelijk bijna altijd gelijk op met een verhoging van de productie. De investering moet zich immers ook weer terugverdienen.

Volgens De Meyer zou bij het verstrekken van subsidies voor uitstootreducerende technieken dan ook meer gekeken moeten worden naar de absolute vervuiling van een bedrijf. "Stel, ik houd 5.000 varkens in oude stallen. Ik wil een nieuwe stal zetten zodanig dat de milieueffecten kleiner zijn. Dan zou de overheid financiëel tussen kunnen komen om de oude stal te vervangen door een nieuwe, zonder een verhoging van de productie."

Er is dan ook een groot verschil tussen de gemiddelde ammoniakemissiearme (AEA) megastal, en de bijna ammoniakemissievrije stal van Kuijpers. Een groot deel van de Vlaamse AEA-stallen maakt de in theorie beloofde emissiereducties niet waar, en zorgt door de schaalgrootte voor veel overlast bij omwonenden. Die stallen leveren bovendien aantoonbare gezondheidsrisico's op voor de directe omgeving.

Garanties

Als Vlaanderen het toekomstscenario van de schaalvergroting wil verderzetten, zullen er dus absolute garanties moeten zijn dat de emissiereducties ook effectief gehaald worden. Daarvoor zijn veel meer praktijkmetingen nodig dan vandaag worden uitgevoerd. Ook is nog onvoldoende bekend over de gezondheidseffecten van ultrafijn stof (ook wel bekend als PM2,5).

Keulemans: 'Schaalvergroting schept een grotere afhankelijkheid van een kleiner aantal bedrijven'

Paul Geurts, die een actiecomité leidde tegen de komst van Kuijpers Kip in Grubbenvorst, wijst nog op een ander risico van de grootschalige veehouderij. "Dit is een gesloten bedrijf. De kans is dus klein dat er ziektes binnenkomen, maar áls het gebeurt zijn de gevolgen immens."

Keulemans maakt een gelijkaardige bedenking. "Schaalvergroting schept een grotere afhankelijkheid van een kleiner aantal bedrijven. Wat is de veerkracht van zo’n bedrijf als er iets verandert in de maatschappelijke context?"

"Veel zal afhangen van het maatschappelijk draagvlak voor grootschalige veehouderijen", besluit hoogleraar Keulemans. "Ik denk dat het aan de boeren zal zijn om aan te tonen dat hun filosofie een verbetering betekent ten opzichte van de situatie van vandaag."

De rondleiding door het bedrijf van Marcel Kuijpers is hieronder te bekijken:

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
LEES OOK