Een stikstofbom onder Vlaanderen: nood aan visie

23 november 2020 Stef Arends
Koe klein
Foto: © Stef Arends
stikstofbom

Vlaamse natuurgebieden kreunen onder de stikstofvervuiling door de veehouderij. Landbouwers en natuurbeheerders staan zo lijnrecht tegenover elkaar. In het dossier Een stikstofbom onder Vlaanderen bekijken we de herkomst en gevolgen van de overdaad aan stikstof in Vlaanderen en hoe het in de toekomst anders en beter kan. Het onderzoek en de drie toekomstscenario’s zijn bedacht in samenwerking met Marijke Dossche.

Vorig jaar kwam Nederland terecht in een ‘stikstofcrisis’. De Raad van State oordeelde in mei 2019 dat de uitstoot van stikstof te hoog lag en dat de natuur onvoldoende beschermd werd door de wetgeving. De veehouderij is verantwoordelijk voor 60% van die vervuiling. Verkeer, huishoudens en industrie voor de overige 40%.

Alle grote bouwprojecten moesten dus worden stilgelegd, de maximumsnelheid op de snelweg werd halsoverkop teruggebracht naar 100 km/u, en boeren mochten hun bedrijf niet meer uitbreiden.

De Vlaamse natuurgebieden zijn nog meer door stikstof vervuild dan de Nederlandse, en toch staat het onderwerp hier nauwelijks op de agenda. Milieujurist Hendrik Schoukens waarschuwde in 2019 in het vakblad STORM dat het een kwestie van tijd is tot Vlaanderen eenzelfde juridisch afgedwongen vergunningsstop krijgt.

“Het is een aberratie van het lot dat Vlaanderen met zijn nog meer door stikstof overbelaste natuur en laksere vergunningsbeleid, nog niet finaal tegen de stikstoflamp is gelopen”, zegt Schoukens.

stikstof 2
Tijdens protestacties in het Nederlandse Groningen en Den Haag ontstonden levensgevaarlijke situaties (Beeld: © Algemeen Dagblad)

De gerechtelijke uitspraak in Nederland heeft geleid tot actie om de natuur te beschermen, maar ook tot een polarisering van de discussie. Tijdens protestacties van boeren in onder andere Groningen en Den Haag, ontstonden levensgevaarlijke situaties toen boeren met tractoren dwars door de hekken heenreden en de deur van het Groningse provinciehuis ramden.

De Nederlandse landbouwers voelen zich minstens zo bedreigd als de Europees beschermde natuur. Ze hebben te kampen met stijgende grond- en grondstofprijzen, terwijl afnemers niet meer betalen voor hun producten. Bovendien zorgen de steeds strengere milieunormen voor extra kosten. Om het hoofd boven water te houden is er vaak maar één uitweg: uitbreiden en door schaalvoordeel de winst opkrikken. Dat zorgt vervolgens voor een overproductie en dalende marktprijzen, en zo is de vicieuze cirkel rond.

Dat ook de Vlaamse boeren in moeilijkheden zitten, blijkt uit een studie van het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) naar het welbevinden van de Vlaamse landbouwer, die dit jaar verscheen. “Veel landbouwers ervaren dat de bestaande machtsverhoudingen en systeemstructuren hen in een problematische bedrijfssituatie dwingen”, zo stelt het rapport.

Vooral de veranderende regelgeving en de zwakke onderhandelingspositie zorgen voor een hoog stressniveau. “Overal waar je gaat ben je de onderste schakel, je moet altijd maar van ja knikken, je staat in de zwakste positie, je kan je niet verdedigen”, getuigt een boer tegenover het ILVO. “Wij moeten altijd alles over ons heen laten gaan, en dat is heel frustrerend.”

Geen keuzes voor de lange termijn

Dat die regelgeving steeds verandert, komt doordat zowel de Nederlandse als de Vlaamse overheid de afgelopen jaren een stikstofbeleid hebben gevoerd zonder duidelijke keuzes te maken voor de lange termijn.

stikstof 3
Vlaanderen; Nederland, het Duitse Ruhrgebied en Denemarken zijn een ‘ammoniakhotspot’ in Europa (Satellietbeeld: © Nature)

Al sinds de jaren 70 waarschuwen experts dat de te hoge stikstofwaarden in Nederland, Vlaanderen, het Roergebied en Denemarken de biodiversiteit ernstig in gevaar brengen.

Stikstof is een voedingsstof voor planten en wordt ook gebruikt in kunstmest of bloemenvoeding zoals Pokon. Maar te veel voeding is niet goed, legt Natuurpunt-voorzitter Lieven De Schamphelaere uit. “Ongeveer een kwart van de plantensoorten in Vlaanderen profiteren van overmatige stikstof in de grond. Die soorten concurreren de overige driekwart weg. Dat zorgt voor een monotoner ecosysteem.”

Die verstoring van het ecosysteem zet een kettingreactie in gang. De Schamphelaere geeft een voorbeeld: “De rupsen van de moerasparelmoervlinder leven op de blauwe knoop (een plantensoort, red.). De blauwe knoop redt het niet in grond met zoveel voedingsstoffen. Het gevolg: de moerasparelmoervlinder verdwijnt.”

Het verdwijnen van insectensoorten heeft dan weer effect op de vogelpopulatie. Wanneer de stikstofvervuiling niet afneemt, dreigen soorten als de wulp, de veldleeuwerik en de grutto uit Vlaanderen en Nederland te verdwijnen.

stikstof 4
Een schematische weergave van de kettingreactie die overmatige stikstofdepositie in denatuur teweeg brengt (Afbeelding: © De Levende Natuur)

Natuurpunt tracht die evolutie tegen te gaan in de gebieden die zij in beheer hebben, door de planten die door stikstof beginnen woekeren weg te maaien en af te voeren. “Maar op dit moment is dat dweilen met de kraan open”, zegt De Schamphelaere.

Door de langdurige overbelasting met stikstof verkeren beschermde ‘habitattypen’ in erbarmelijke staat

De Vlaamse landbouw en industrie zorgen namelijk voor een ‘stikstofdepositie’ van 23,8 kg per ha per jaar. Dat is de hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht neerslaat en op de bodem terechtkomt. De meest kwetsbare Vlaamse natuurgebieden ondervinden al schade van een stikstofdepositie van 6 kg per ha per jaar.

In 85% van de natuuroppervlakte in Vlaanderen komt meer stikstof terecht dan het ecosysteem aankan. Hoewel een aanzienlijk deel van de stikstof die in Vlaanderen neerslaat, overgewaaid is uit buurlanden, ‘exporteert’ Vlaanderen drie keer zoveel stikstof als het ‘importeert’.

Omgekeerd diagram habitattypen 2013-2018-01
België is Europees hekkensluiter vegetatiebescherming (Data: European Environment Agency; Grafiek: © Apache)

Het gevolg van de langdurige overbelasting, is dat de beschermde ‘habitattypen’ (de leefomgeving van waardevolle vegetaties, red.) in erbarmelijke staat verkeren. België is Europees hekkensluiter vegetatiebescherming, blijkt uit gegevens van de European Environment Agency. Ook Nederland doet het zeer slecht.

Volgens de Europese regelgeving moet in 2050 in alle 47 beschermde habitats in Vlaanderen een gunstige staat van instandhouding zijn bereikt. Op dit moment zijn 44 van de 47 habitats nog in ongunstige staat.

Het grootste deel van de stikstofvervuiling is afkomstig van ammoniak (NH₃). De rest wordt veroorzaakt door stikstofoxiden (NOx). Ammoniak is voor 95% afkomstig van de veeteelt. Stikstofoxiden komen voornamelijk van de industrie en dieselmotoren in het verkeer. Die NOx-uitstoot is sinds 2000 gehalveerd en daalt nog elk jaar fors.

Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij is de ammoniakemissie van de Vlaamse landbouwsector tussen 2000 en 2018 gedaald van 47.100 naar 36.585 ton stikstof per jaar. De laatste 12 jaar is de uitstoot volgens de cijfers gestabiliseerd, met een blijvende, lichte daling.

“De grootste NH3-emissiereducties bij de landbouw zijn gerealiseerd in de periode 1990-2005. De emissiereducties zelf blijven tot op heden doorwerken”, zo staat te lezen in het Luchtbeleidsplan van het Departement Omgeving. Die reducties worden toegeschreven aan nieuwe technieken om akkers te bemesten en de opkomst van de minder vervuilende stallen (de ‘ammoniakemissiearme stalsystemen’).

Maar de schijnbare precisie van die uitstoot- en depositiecijfers is misleidend. Ammoniakemissie wordt over het algemeen niet gemeten, maar gemodelleerd. Computermodellen berekenen hoeveel een landbouwbedrijf uitstoot op basis van gegevens zoals het aantal dieren, het type stal en een inschatting van hoe schoon die stal is. In 2019 toonde Apache aan dat die inschatting bij bepaalde staltypes veel te optimistisch is.

Ook een studie van wereldwijde ammoniakhotspots die in 2018 werd gepubliceerd in het tijdschrift Nature waarschuwt voor de aannames die gebruikt worden in de emissiemodellen: “De juistheid van de ingevoerde data is hun achilleshiel, omdat (…) de gehanteerde emissiefactoren gebaseerd zijn op casestudies die niet altijd representatief zijn voor de werkelijke omstandigheden”, zo schrijven de onderzoekers.

Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar metingen van de concentratie ammoniak in de lucht. In werkelijkheid vertoont de ammoniakconcentratie sterke schommelingen, die onder meer afhankelijk zijn van neerslag, temperatuur en windrichting. Die factoren beïnvloeden ook het effect van stikstofvervuiling op de natuur. De werkelijkheid is, kortom, weerbarstiger dan de rekenmodellen.

stikstof 6
Sinds 2005 is de ammoniakconcentratie in de lucht min of meer gelijk gebleven. Op basis van recente metingen is er zelfs een lichte stijging te zien vanaf 2006 (Beeld: © Vlaamse Milieumaatschappij)

Onverzoenbare belangen

Het stikstofbeleid van de afgelopen 10 jaar is erop gericht om ecologische waarde en economische groei ‘hand in hand te realiseren’. De massale boerenprotesten in 2002 stonden nog vers in het geheugen, en de Vlaamse Regering wilde zo’n situatie bij het uitwerken van nieuwe natuurbeschermingsregels voorkomen door direct alle belanghebbende partijen betrekken.

De poging om alle partijen tevreden te stellen, leverde echter een eindeloze opeenvolging van plannen op, die niet of nauwelijks konden worden uitgevoerd.

Na een zeer uitgebreide inspraakronde met zo’n 2.000 betrokkenen (van landbouworganisaties, natuurverenigingen, werkgeversverenigingen, jagersverenigingen en grondeigenaren) legde de Vlaamse Regering in 2014 ‘specifieke instandhoudingsdoelen’ vast voor de Natura 2000-gebieden om verschillende soorten kwetsbare natuur extra te beschermen.

De poging van de regering om alle partijen tevreden te stellen, leverde een eindeloze opeenvolging van plannen op, die niet of nauwelijks konden worden uitgevoerd

De vertaling van de Europese doelen naar concrete acties op het terrein zou gebeuren in de vorm van een ‘managementplan‘ voor elk beschermd gebied. In dat managementplan zou ook worden vastgelegd op welke plekken gezocht zou worden naar ruimte om natuurgebieden uit te breiden, de zogenaamde ‘zoekzones’. Immers, om aan de Europese regels te voldoen moest er van de meeste soorten natuur extra oppervlakte bijkomen.

Die zoekzones werden gedefinieerd met behulp van een computermodel dat een afweging maakte tussen de mogelijkheden voor natuurontwikkeling enerzijds, en die voor economische ontwikkeling anderzijds. Maar zowel de landbouwers als de natuurverenigingen waren niet tevreden met die voorlopige zoekzones. “De beste potentie voor nieuwe natuur viel vaak buiten de zoekzones”, zegt Peter Symens, die namens Natuurpunt betrokken was bij het overleg.

stikstof 7
De Grutto komt nu nog in Vlaanderen voor, maar heeft te lijden onder de verslechterende biodiversiteit (Foto: © Ronny De Malsche)

De boerenorganisaties waren dan weer ontstemd over het feit dat 135 landbouwers hun bedrijf op hun huidige locatie zouden moeten stopzetten, en nog eens 1.421 bestaande bedrijven de facto niet meer zouden kunnen uitbreiden. Hun stikstofuitstoot zou de omliggende natuurgebieden en zoekzones te veel in gevaar brengen.

Verschillende landbouwers stapten naar het Grondwettelijk Hof. Ze waren van mening dat de inspraakprocedure onvoldoende was. De rechter gaf hen deels gelijk, en oordeelde dat er een formeel openbaar onderzoek moest gebeuren voordat de managementplannen officieel gemaakt konden worden.

Onder andere die extra voorwaarde leidde tot vertraging. In 2018 besloot toenmalig minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) om de ontwikkeling van de managementplannen stop te laten zetten.

“Het was duidelijk geworden dat we de oorspronkelijke timing niet meer konden halen, en we hebben ook geen opdracht meer gekregen om eraan verder te werken”, zegt Thomas Defoort, programmaleider Natura 2000 bij het Agentschap Natuur en Bos.

“De moeilijkheden met die managementplannen hebben de administratie, maar ook de betrokken partijen van de inspraakprocedure aan het denken gezet. De conclusie was dat we een nieuw Natura 2000-programma moesten maken met daarin een uitvoeringsagenda”, zegt Defoort.

1.421 landbouwbedrijven zouden niet meer kunnen uitbreiden omdat hun stikstofuitstoot de omliggende natuurgebieden te veel in gevaar zou brengen

Hij benadrukt wel dat de afgelopen jaren niet verloren zijn gegaan aan enkel plannenmakerij: “We hebben hard gewerkt aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen op het terrein. Zowel overheden, natuurverenigingen als privé-eigenaren en landbouwers hebben zich daarvoor ingespannen, onder meer via natuurbeheerplannen, soortenbeschermingsprogramma’s, het Sigmaplan, natuurinrichtingsprojecten, Life-projecten, projectsubsidies voor natuurontwikkeling en beheerovereenkomsten in de landbouw.”

Maar de gewestelijke doelstellingen voor 2020 zijn niet gehaald. Waar de Vlaamse overheid zichzelf had verplicht om tegen 2020 minstens zestien habitats in gunstige staat óf in verbeterende staat te hebben, is dat gelukt voor slechts zeven habitats.

Dat betekent dat de instandhoudingsdoelen die eigenlijk voor 2020 waren gesteld, waarschijnlijk worden doorgeschoven naar 2026. Een vertraging die het bijna onmogelijk maakt om genoeg natuur in goede staat te brengen om aan de Europese normen te voldoen voor 2050.

Op zoek naar toekomstperspectief

Voor zowel de natuurbeheerders als de landbouwers is onduidelijk welke gebieden gevrijwaard moeten blijven voor natuur, hoe lang op welke plek nog landbouw is toegestaan en hoe die landbouw er dan uit moet zien.

“Als je als overheid wil dat de landbouw in de toekomst de productiegronden kan blijven bewerken én dat de natuur de benodigde oppervlakte krijgt, moet je keuzes maken”, benadrukt Lieven De Stoppeleire, zelf landbouwer en daarnaast Agro- en Natuurconsulent bij het Algemeen Boerensyndicaat. “Door gewoon een beetje blauwblauw te blijven zoals nu, gaat het niet lukken.”

Elke dag stoppen in Vlaanderen drie boeren hun bedrijf. De bedrijven die overblijven zijn steeds grootschaliger: het gemiddelde aantal dieren per bedrijf is verdubbeld sinds 2005. Aan de andere kant groeit de vraag naar kleinschaligheid en lokale producten. Dierenrechtenactivisten zetten dierenwelzijn met succes op de politieke agenda. Maar diervriendelijk is niet altijd milieuvriendelijk.

Een maatschappelijk debat over een duurzame toekomst voor de Vlaamse landbouw en natuur, is nodig.

In het dossier Een stikstofbom onder Vlaanderen nemen we daarom drie mogelijke toekomstscenario’s onder de loep. Op basis van gesprekken met landbouwers, natuurorganisaties, boerenorganisaties, wetenschappers, stalbouwers, politici, ambtenaren, actiegroepen en voedsel-startups, komen drie denkrichtingen naar voren voor de boer van de toekomst. We bekijken ook hoe de politiek tegenover die denkrichtingen staan.

Deze scenario’s zijn uitersten, maar ze zijn nuttig om de keuzes waar we voor staan inzichtelijk te maken:

  • De econoom: de huidige ontwikkeling van schaalvergroting en optimalisatie wordt doorgezet. Met behulp van technologische oplossingen weet de veehouderij stikstofemissie en andere vervuiling tot een minimum terug te brengen. In niet-grondgebonden megastallen op industrieterreinen zetten productiedieren zo efficiënt mogelijk plantaardig voer om in dierlijke producten. Door die intensivering komt land vrij voor natuur.
  • De romanticus: De schaalvergroting wordt aan banden gelegd, en men gaat terug naar kleine, familiale akkerbouw- en veeteeltbedrijven. Landbouw en natuur verdelen de schaarse ruimte, en de veestapel moet krimpen om de uitstoot onder controle te krijgen. De biologische filosofie krijgt een groter aandeel, omdat men het belangrijk vindt dat dieren buiten kunnen komen. Dit zorgt wel voor een hogere emissie per dier.
  • De futurist: de veehouderij zoals we die kennen verdwijnt volledig. Hoogwaardige eiwitproductie zal niet meer door dieren, maar door bacteriën en schimmels gebeuren. De grondstofverliezen en vervuiling van de veehouderij verdwijnen. De natuur krijgt de kans om te herstellen, en er komt ruimte vrij voor uitbreiding van de habitats. Door de vrijgekomen ruimte kan er wel kleinschalige akkerbouw blijven bestaan, zonder het gebruik van dierlijke mest: de zogenaamde biocyclische veganlandbouw.

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Uitgelichte afbeelding © Stef Arends

LEES OOK