Wetenschappers bevestigen geurhinder in Noorderkempen

14 oktober 2020 Berber Verpoest, Steven Vanden Bussche
stallen2
Foto: © Steven Vanden Bussche (Apache)

Dit achtergrondartikel maakt deel uit van de reeks 'Geen kip te zien en toch zijn er te veel'.

“Het stinkt voortdurend en ‘s nachts nog het hevigst”, getuigen verschillende inwoners van Wuustwezel. “We moeten onze vensters vaak sluiten”, klinkt het. Anderen wijzen op de stijgende overlast: “Sinds een jaar of twee, drie moet ik met het slaapkamerraam dicht slapen. Vroeger hadden we nooit last van geurhinder."

Ondanks de vaak strenge milieutechnische eisen die aan landbouwbedrijven worden opgelegd en de vaak gunstige studies naar milieueffecten, blijft de geur uit kippen- en varkensstallen typerend voor wie de Noorderkempen doorkruist.

Niet alleen burgers uiten in bezwaarschriften kritiek op de theoretische berekeningen en modelleringen van geurhinder. Ook het schepencollege van Wuustwezel legde in september vorig jaar de vinger op de wonde. In een gemeentelijke visienota over de toekomstige vergunningsbeleid staat:

In de geurstudies (Vlarem-II afstandsregels, IMPACT-modellering) die uitgevoerd worden in het kader van het onderzoek naar de milieueffecten, wordt weinig of geen rekening gehouden met locatiespecifieke wind, luchtdrukfluctuaties en andere meteorologische omstandigheden. Zo worden bij de IMPACT-modelleringen standaard meteorologische gegevens van een bepaald referentiejaar gebruikt, ongeacht de plaats. Dit verklaart waarom het in de realiteit vaak anders loopt dan voorspeld in de geurstudies en waarom er vaak achteraf een gespannen relatie ontstaat tussen een pluimveebedrijf en de omwonenden.

Cumulatief

Het gemeentebestuur beschrijft hoe het bij de bevolking ene vrees opmerkt dat, door het cumulatieve effect van steeds meer intensieve veehouderijen, er onvoldoende garanties zijn dat de geur-emissies tot een aanvaardbaar niveau beperkt zullen blijven.

Dat aanvaardbaar niveau is echter al overschreden.

Een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) besloot dat er een "aanzienlijk negatieve bijdrage door geurhinder" is in grote delen van Wuustwezel en Hoogstraten. Die is gelinkt aan de uitstoot van stallen.

De grens van 3 odeur per kubieke meter als 98-percentiel (dat is de concentratie die 175 uur per jaar overschreden wordt of 2% van de tijd) wordt overal overschreden in Wuustwezel en Hoogstraten. Enkel het uiterste zuidwesten van de gemeenten blijft onder een ‘tussenwaarde’ van 5 odeur. In grote delen van de gemeenten wordt de grens van 10 odeur per kubieke meter zwaar overschreden. “Men kan dus stellen dat beide gemeenten zwaar te lijden hebben van geurhinder”, schrijven de onderzoekers.

Die resultaten zijn waarschijnlijk nog een onderschatting van de werkelijkheid, geven de onderzoekers toe.

Uit een onderzoek van het Departement Omgeving naar welke hinder Vlamingen ondervinden, neemt in West-Vlaanderen geurhinder van landbouw de tweede plaats in

De geurhinder van intensieve kippenteelt beperkt zich niet alleen tot de Noorderkempen. Uit een onderzoek van het Departement Omgeving (Vlaamse Overheid) naar de hinder die Vlamingen ondervinden van geluid, geur en lichtvervuiling, bleek dat in West-Vlaanderen de geurhinder van landbouw de tweede plaats inneemt.

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) legt momenteel de laatste hand aan een geurstudie, waarin ook het effect van pluimveebedrijven aan bod komt. Het onderzoek komt er nadat de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) in 2017 een literatuurstudie deed naar de impact van veeteelt en gezondheid. ILVO beantwoordde de studie met onder meer een reeks beleidsaanbevelingen, waaronder de nood aan lokaal geuronderzoek.

Het probleem stelt zich ook over de grens, in de Nederlandse provincie Brabant. Daar trekken burgers zelfs naar de rechter. Ze vechten de (in tegenstelling tot in België) uitgebouwde Wet Geurhinder Veehouderij aan. Dat is een wet die de normering voor geurhinder vastlegt.

“Door de uitzonderingen in de wet en de overmatige bescherming van eerder door veehouders verworven rechten, wordt zoveel hinder toegestaan dat het recht op ongestoord woongenot van burgers wordt geschonden”, zegt het Brabants Burgerplatform.

Wetenschappers wijzen op het belang van emissie-arme stalsystemen voor kippen en varkensbedrijven, omdat ze niet alleen de uitstoot van ammoniak reduceren, maar vaak ook een gunstige invloed hebben op geur.

Naast de hoge uitstoot van ammoniak, in een gebied waar louter overschrijdingen zijn, is het aspect van geurhinder een extra element om aan te geven dat bijkomende vergunningen moeilijk zijn, stellen de VITO-wetenschappers nog.

Dit achtergrondartikel maakt deel uit van de reeks 'Geen kip te zien en toch zijn er te veel'.

Minder verankerd in milieuwetgeving

Geur is deels een subjectief gegeven en ook minder sterk verankerd in de Vlaamse milieuwetgeving. Om de maximaal aanvaardbare geurhinder te objectiveren, werd wel in het richtlijnenboek landbouwdieren (RLB) een kader vastgelegd.

Die richtwaarden werden ontwikkeld voor varkensbedrijven, maar worden aangeraden voor alle veehouderijen. In grote lijnen komt het erop neer dat een varkenscluster maximaal 2 procent van de tijd (175 uur per jaar) 10 odeur mag produceren. 

In de nabijheid van hoog geurgevoelige bestemmingen, zoals woongebieden volgens het gewestplan, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra, enzovoort ligt de grens een pak lager, op 3 odeur per kubieke meter (maximaal 2% van de tijd of 175 uur per jaar). Vroeger werd ook nog een tussenwaarde van 5 odeur per kubieke meter (maximaal 2% van de tijd of 175 dagen) vooropgesteld voor woongebieden met landelijk karakter. 

Dit achtergrondartikel maakt deel uit van de reeks

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Uitgelichte afbeelding: © Steven Vanden Bussche (Apache)

LEES OOK