Eurovisiesong zingt naast vernietigd Palestijns dorp

9 mei 2019 Jan Walraven
1280px-ESC2018_-_Israel_08
Netta Barzilai, de Israëlische winnares van Eurovisiesongfestival 2018 (Foto: Dewayne Barkley - CC BY-SA 4.0)

Het Eurovisiesongfestival wordt niet in Jeruzalem georganiseerd, zoals premier Benjamin Netanyahu en winnares Netta Barzilai aanvankelijk aankondigden. De artiesten uit 41 deelnemende landen geven op 14, 16 en 18 mei het beste van zichzelf in de Expo van Tel Aviv. Een plek met een woelige geschiedenis, zoals er zoveel zijn in Israël. Ook het feit dat Israël gastland is voor het liedjesfestival, lokt nationaal en internationaal protest uit.

De Expo van Tel Aviv ligt ten noordwesten van het stadscentrum, vlakbij de residentiële wijk Ramat Aviv. In het eerste decennium na de stichting van de staat Israël werd de wijk ontwikkeld om vooral Oost-Europese migranten in onder te brengen. Onder meer oud-premier Golda Meir leefde lange tijd in de wijk. Sinds begin jaren zestig is Ramat Aviv ook de thuis van de Universiteit van Tel Aviv, de grootste universiteit van Israël. Al begon de geschiedenis van de wijk niet na het uitroepen van de Israëlische onafhankelijkheid op 14 mei 1948 door David Ben-Goerion.

Ex-VRT-journalist Johan Depoortere brengt met zijn fototentoonstelling het lot van Sheikh Muwannis en honderden andere ontruimde, vernietigde Palestijnse dorpen in herinnering

In maart van 1948 woonden op de plek waar nu duizenden Israëli’s wonen en studeren meer dan tweeduizend Palestijnen, in het dorp Sheikh Muwannis. Ex-VRT-journalist Johan Depoortere brengt met zijn fototentoonstelling ‘De verdwenen dorpen van Palestina’ het lot van Sheikh Muwannis en honderden andere ontruimde, vernietigde Palestijnse dorpen in herinnering.

“In de oorlogen van 1948 en 1967 samen werden er zo meer dan 500 Palestijne dorpen ontruimd. Ook op de Golan-hoogte verdwenen er nog eens ongeveer 200 Syrische dorpen”, vertelt hij.

“Sheikh Muwannis is één van de dorpen die al in Zionistische handen viel vóór de echte uitbraak van de onafhankelijkheidsoorlog op 15 mei 1948”, brengt Depoortere in herinnering. Voor de inval van de Arabische buurlanden woedde er al even een bloederige burgeroorlog tussen de Joodse en Palestijnse gemeenschappen en groeperingen in wat toen nog het Britse Mandaatgebied Palestina heette.

Irgun

Op 30 maart viel de Irgun, één van de paramilitaire Joodse groeperingen, het Palestijnse dorp binnen en werden de bewoners uit hun huizen gejaagd. Aan het hoofd van de Irgun stond op dat moment de latere Israëlische premier Menachem Begin, die dertig jaar na de vernietiging van Sheik Muwannis de Nobelprijs voor de Vrede zou krijgen voor het vredesakkoord dat hij met Egyptisch president Anwar Sadat afsloot.

Nog voor de inval van de Irgun waren al vijf dorpsoudsten ontvoerd door nog een andere paramilitaire organisatie, schrijft de Israëlisch-Amerikaanse historicus Omer Bartov in het boek 'Dilemmas of Diversity After the Cold War'.

Depoortere wijst echter op de bedenkelijke rol die de Irgun in Sheikh Muwannis speelde. “Er was in feite een akkoord tussen de dorpsoudsten en de Haganah, maar dat akkoord werd door de Irgun met voeten getreden. Ze vielen het dorp dus toch binnen.” Met alle gevolgen van dien.

“Vandaag staat van het dorp nog één patriciërshuis overeind”, vertelt Depoortere. Dit gerenoveerde ‘Green House’ staat in het midden van de universiteitscampus en is te huur voor exclusieve feestjes allerhande. Het was in 1948 de woonst van de dorpschef, Ibrahim Abu Khalil. Bartov, die zelf studeerde aan de universiteit van Tel Aviv, stelt dat deze geschiedenis achter het magnifieke Green House onbekend blijft voor de meeste gasten van het nu zo exclusieve restaurant. Dat er over de verdwenen Palestijnen nooit gesproken werd toen hij “opgroeide in de schaduw van het dorp”.

green house, Tel Aviv
'The Green House', de 'Faculty Club' van de universiteit van Tel Aviv, is het enige overblijvende huis van Sheikh Muwannis dat door een Italiaanse architect gerestaureerd werd in "Oriëntaalse stijl."(Foto: Johan Depoortere ©)

In zijn boek ‘The Ethnic Cleansing of Palestine’ beschrijft de Israëlische historicus Ilan Pappé de inval en vernietiging van het dorp. Pappé schrijft dat de dorpsoudsten er alles aan gedaan hadden om vriendschappelijke relaties op te bouwen met de Haganah, die andere paramilitaire organisatie die de kiem vormde van het huidige Israëlische leger. Al was dat dus buiten de Irgun gerekend.

“Nadat Sheikh Muwannis door de Irgun werd weggevaagd”, schrijft Pappé, “bezette de Haganah binnen dezelfde week nog zes andere dorpen in hetzelfde gebied. (…) Aan het eind van april waren nog drie andere dorpen rond Jaffa en Tel-Aviv ingenomen en vernietigd". Pappé herinnert er bovendien aan dat dit alles plaatsvond voor er ook maar één Arabische soldaat voet op Palestijnse bodem had gezet.

Koning Boudewijn-bos

Het historisch werk van Pappé is controversieel. Hij verdedigt namelijk de stelling dat de ontruiming en vernietiging van Palestijnse dorpen niet ad hoc, en cours de route gebeurde, maar deel uitmaakte van een doelgerichte campagne. Plan D (Dalet in het Hebreeuws), met daarin een lijst van te ontruimen dorpen, diende daarbij als draaiboek. Verschillende collega historici trekken de doelmatigheid van de ontruiming die Pappé beschrijft in twijfel.

Wat Israëli’s hun Onafhankelijkheidsoorlog noemen, staat bij de Palestijnen geboekstaafd als de Nakba, de catastrofe

Het staat weliswaar vast dat honderden Palestijnse dorpen met de grond gelijk werden gemaakt, en dat uiteindelijk meer dan 700.000 van de ongeveer 900.000 Palestijnse inwoners van het mandaatgebied op de vlucht sloegen en onderdak vonden op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en in de buurlanden. Wat Israëli’s hun Onafhankelijkheidsoorlog noemen, staat bij de Palestijnen niet voor niets geboekstaafd als de Nakba, de catastrofe.

Voor zijn fototentoonstelling maakte Depoortere foto’s van een tiental van deze verdwenen dorpen. “Meestal is er weinig of niets te zien, maar soms zijn er nog restanten overgebleven van een begraafplaats, of een oude waterbron, hier en daar vind je nog een kerk of moskee terug”, zegt Depoortere.

De meest courante praktijk was echter om bomen aan te planten. “Dit werd uitgevoerd door het Joods Nationaal Fonds”, vertelt Depoortere. “Meestal nodigden ze hiervoor een internationale gast uit. Zo is er in de buurt van Nazareth ook een bos dat de naam draagt van koning Boudewijn.”

De Joods-Palestijnse organisatie Zochrot (Hebreeuws voor ‘herinneren’) verzamelt op haar website informatie over al de verdwenen Palestijnse dorpen en wat er later mee gebeurd is. Op een kaart staan alle dorpen aangeduid, en via een mobiele app kan je per dorp archiefbeelden en historische informatie raadplegen. Zochrot organiseert ook trips naar de dorpen, en probeert Joodse Israëli’s bewust te maken over dit meestal onbekende of vergeten deel van hun nationaal verleden.

Vandaag

Herinnering van de geschiedenis is één ding, maar zoals Depoortere ook aangeeft, worden er tot op vandaag bedoeïendorpen ontruimd, en Palestijnse woningen afgebroken. “In Oost-Jeruzalem bijvoorbeeld wordt het Palestijnen ontzettend moeilijk gemaakt om bouwvergunningen te krijgen. Heel veel van die huizen worden afgebroken. Soms worden Palestijnse gezinnen ook uit hun huizen gezet en vervangen door Joodse gezinnen.”

Uit cijfers van het Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken van de Verenigde Naties blijkt dat tussen 2009 en 2018 bijna 5.800 Palestijnse ‘structuren’ zijn vernietigd in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. Iets meer dan 1.600 daarvan waren bewoonde huizen. Het resultaat van al deze vernietigde infrastructuur is 9.000 ontheemden. Het zijn echter niet enkel huizen die vernietigd worden, ook landbouwinfrastructuur wordt bijvoorbeeld geviseerd.

Bovendien vernietigde Israël ook meer dan 900 structuren die door internationale donoren waren gefinancierd. In februari 2018 kwam zo’n afbraak ook in Belgische media. Toen vernielde het Israëlische leger een Palestijnse school die onder andere door België was gefinancierd. Volgens Israël ontbrak de nodige bouwvergunning. Broederlijk Delen wees er toen ook op dat het voor Palestijnen zo goed als onmogelijk is om bouwvergunningen te krijgen in de zogenaamde Zone C op de Westelijke Jordaanoever, die onder volledige Israëlische controle staat.

Ondertussen blijft Israël plannen goedkeuren voor de uitbreiding van bestaande of de bouw van nieuwe Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Momenteel zijn er volgens de Israëlische vredesbeweging 132 kolonies die door de Israëlische staat erkend worden, en nog eens 110 niet-erkende, goed voor een bevolking van in totaal meer dan 400.000 kolonisten.

LEES OOK