Onze gedragsvingerafdruk

 Leestijd: 4 minuten0

Vingerafdrukken worden algemeen verbonden met onze identiteit, maar meer nog dan een stukje geribde huid, is het ons gedrag dat kenmerkend is voor wie we zijn.

Er is een liedje dat me, toen ik het voor het eerst hoorde, bijzonder raakte. Ik zeg er meteen bij dat ik nooit deelnam aan een vreemd drankspelletje met een groep zakenlui, en ik heb niet eens een zoon, laat staan een die voetbal speelt. Toch waren de gevoelens die het nummer uitdrukt bijzonder herkenbaar. Come Home, Billy Bird van The Divine Comedy verhaalt de belevenissen van een internationale zakenreiziger die de vorige avond te veel dronk, zijn wekoproep miste en nu allerlei hindernissen moet omzeilen om tijdig thuis te zijn om zijn zoon een belangrijke match te zien spelen. Het schetst heel fijn de onverstandige keuzes die je wel eens maakt, vooral wanneer je weg bent van huis en onder druk van collega’s, en er toch nog eentje drinkt zonder veel aandacht voor de potentiële gevolgen enkele uren later. Vervolgens volgt de emotionele achtbaan van wanneer je – enkel en alleen door je eigen fout – te laat bent voor een vlucht, moet bedelen en kruipen, en je je imago van een beleefd en gereserveerd persoon moet opgeven om een ongemanierde, rood aanlopende en zwetende figuur te worden die zich met de ellebogen een weg baant naar de gate. Bovenal tekent het de zielenstrijd van de ouder die verscheurd wordt tussen werk (ook al is het verbroederen in de bar van het hotel) en het gezin.

Doorseinen wie we zijn

Mensen met kinderen zien zichzelf graag als een goede collega én een goede ouder. Het is niet echt moeilijk een goede ouder te zijn wanneer de werkverplichtingen veraf zijn, of een goede werknemer te zijn tijdens de normale werkdag in afwezigheid van gezinsbeslommeringen. Wanneer beide echter niet compatibel zijn, wordt onze gedragsvingerafdruk zichtbaar.

Keuzes zijn inherent afwegingen. Per definitie houden ze in dat je één ding kiest en iets anders verwerpt. Kiezen is iets opgeven, en het is wat we kiezen, en wat we opgeven, dat naar de wereld (en aan onszelf) doorseint welk soort persoonlijkheid we hebben.

Die seinen zijn belangrijk. We zijn sociale wezens, en de persoonlijkheid van de mensen met wie we omgaan is van tel. We willen weten of we ze kunnen vertrouwen en of we op hen kunnen rekenen ons niet in de steek te laten. We willen voorspellen hoe ze zullen handelen in de toekomst. Er zijn flink wat instrumenten waarvan beweerd wordt dat ze iemands persoonlijkheid kunnen bepalen, van de frivole (welke figuur uit Harry Potter of welke Star Trek-gezagvoerder ben je?) en de pseudowetenschappelijke (zoals de Myers-Briggs Type Indicator en dergelijke nonsens) tot de wat meer robuuste en wetenschappelijk gevalideerde (de Big Five persoonlijkheidstrekken). Maar zelfs die laatste is niet erg praktisch om de mensen te beoordelen met wie we sociale omgang hebben. We gaan af op wat we, direct en indirect, waarnemen om ons oordeel te vormen.

Al de tests ten spijt, gaan we bij het beoordelen van mensen af op wat we, direct en indirect, waarnemen om ons oordeel te vormen. (Screenshot: 16personalities.com)

Dat oordeel kan formeel zijn, zoals in beoordelingssessies voor een mogelijke nieuwe werknemer die in gecontroleerde quasi-levensechte situaties wordt geplaatst, en men observeert hoe hij of zij zich in een team met een rollenspel gedragen. Een manager zou zelfs ooit als test kandidaten uit eten hebben genomen. Hij had geregeld dat er iets mis zou gaan bij het opdienen van het eten, om te zien hoe de potentiële rekruten reageerden Meestal is ons oordeel echter informeel.

Formeel of informeel, voor ons oordeel richten we ons op één welbepaald aspect van iemands gedrag: de externaliteiten die er onveranderlijk deel van uitmaken. Wie wordt er beter van, en wie moet inleveren? Zetten ze enkel in op hun eigen profijt, ten nadele van iemand anders die er niet eens bij is betrokken? Of offeren ze hun eigen voordeel op om ervoor te zorgen dat anderen er niet bij inschieten?

Meeslepend drama in films of series maakt intensief gebruik van de afwegingen die de personages maken om ons een idee te geven van hun persoonlijkheid. We projecteren hun keuzes op onszelf, en zo kunnen we ons inbeelden of we al dan niet op dezelfde manier zouden handelen. Vaak gaat het weliswaar om meer zwaarwichtige dilemma’s dan we gewend zijn in ons eigen leven, waar kwesties van leven en dood gelukkig niet zo frequent zijn. Maar dat verhindert niet dat ze onze sympathie of antipathie activeren.

Complexe keuzes

Billy Bird, de held van het vermelde lied, maakte de avond tevoren een keuze. Hij had kunnen besluiten op tijd naar bed te gaan om hem toe te laten de volgende ochtend ruim op tijd naar de luchthaven te gaan. In de plaats maakte hij een keuze die hem bijna zijn vlucht liet missen, en dus ook de match van zijn zoon. De liedjestekst vermeldt het niet, maar we mogen aannemen dat hij zijn zoon had beloofd er te zijn, wat die belofte het centrale gegeven van het muzikale vignet. Het niet nakomen van een belofte is het soort externaliteit dat we allemaal wel eens hebben meegemaakt, en op basis waarvan we allemaal wel eens anderen hebben beoordeeld (of zelf beoordeeld zijn geweest).

Maar het leven is complex. Hoe we ons gedragen hangt niet enkel af van welk soort persoon we zijn, maar ook van de omstandigheden. Wanneer we bijvoorbeeld gestresst zijn, of geïrriteerd of bedroefd, dan zijn we wellicht minder attent dan normaal. In het populaire boek De 7 eigenschappen van effectief leiderschap vertelt Stephen Covey over een rustige metrorit op een zondagochtend, die plots een stuk woeliger wordt wanneer een man met zijn kinderen de wagon binnenkomt. Hij zit onbeweeglijk met de ogen dicht, en schenkt geen aandacht aan zijn kroost die luid schreeuwend voorwerpen zitten te gooien, en zelfs grijpen naar de kranten van de medereizigers. Uiteindelijk spreekt Covey – na ongetwijfeld een oordeel over hem te hebben gevormd – de man aan, en vraagt hem zijn kinderen wat meer in bedwang te houden. De man stemt in, en verklaart: “We komen net van het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden overleed. Ik weet niet wat te denken, en ik vermoed dat zij ook niet weten hoe ze ermee om moeten gaan.” Een scherp voorbeeld van de Fundamentele Attributiefout – de tendens gedrag toe te schrijven aan persoonlijkheid en situatiefactoren te minimaliseren.

Bent u het soort persoon die dit doet? (Foto: CC BY-SA 2.0 Stephen Mitchell (Flickr)]

We zijn dus best voorzichtig met het al te snel beoordelen van anderen: wat we zien is misschien een tijdelijke toestand, en niet een permanente karaktertrek. Maar we moeten er ons ook van bewust zijn dat anderen ons bekijken en beoordelen op basis van wat zij zien. En dan gaat het niet zozeer om de vraag of we dronken achter het stuur kruipen, of voor een indrukwekkende verrassing zorgen bij iemands verjaardag. Het gaat er vooral om of we het soort persoon zijn die, bij de supermarkt, in het ouder-en-kind vak parkeert omdat het zo handig breed en dicht bij de ingang is, of het soort persoon die altijd netjes zijn wagentje terugbrengt; die, op het werk, systematisch te laat komt in vergaderingen, of het soort dat zorgvuldig zijn koffiekop afwast; die thuis het haar na de douche in de afvoer achterlaat, of die, zoals Billy Bird, hemel en aarde verzet om de voetbalmatch of het schooltoneel bij te wonen van een van de kinderen.

Zoveel van wat we doen komt erop neer te kiezen tussen ons en anderen. Wat voor soort mens we zijn wordt dan, in grote mate, bepaald door de offers die we brengen.


Uitgelichte afbeelding: Freepic

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele.