Verkleuring van dak- en thuisloosheid

 Leestijd: 5 minuten0

‘De dak- en thuislozenstudie sluit aan bij inzichten uit buitenlandse studies: verjonging, vervrouwelijking en verkleuring van de populatie.’ Het zinnetje van onderzoeksleider professor dr. Koen Hermans komt niet voor in de berichtgeving over de dak-en thuislozentelling. Het is nochtans cruciaal voor een aangepast beleid.

Dak- en thuisloosheid
Lees onze berichtgeving over het onderzoek.

De diverse profielen en tendenzen van verjonging, vervrouwelijking en verkleuring doorbreken dat ene, vaak nogal stereotype beeld van ‘de dakloze’. De diversiteit van profielen doet onder meer de generieke nachtopvang in vraag stellen, zoals heel wat gebruikers zelf ook doen. De vraag naar een menswaardige opvang op maat van de dagelijkse noden van dak- en thuisloze mensen, en zeker gezinnen met kinderen, is bij de middenveldorganisaties eerder regel dan uitzondering.

Veel dak- of thuislozen zijn ‘denizens’: burgers die zich wel bevinden op het territorium, maar met een precair of geen verblijfsrecht

De sterke verkleuring van dakloosheid zien we al langer op het terrein, maar wordt bevestigd in deze studie. Veel dak- en thuislozen zijn geen ‘citizens’ die administratief zijn ingeschreven of zomaar toegang hebben tot sociale rechten. Het zijn eerder ‘denizens’: burgers die zich wel bevinden op het territorium, maar een precair verblijfsrecht of geen verblijfsrecht hebben en/of een moeilijke toegang hebben tot de verzorgingsstaat.

Toekomstoriëntatie

Als antwoord op dakloosheid hoor je vaak Housing First (de dakloze krijgt een huis toegewezen zonder voorwaarden, als basis om zijn of haar leven opnieuw op te bouwen, red.), maar voor deze groep ligt de drempel daarvoor te hoog. Hun statuut is te onzeker en onduidelijk voor het verkrijgen van een woning. Hun perspectief is niet altijd de facto integratie, maar kan vrijwillige terugkeer zijn of het zich vestigen in een derde land. Voor zij die slechts tijdelijk blijven, moeten we een waardige infrastructuur uitbouwen. Een plek waar rust, respect en ruimte de regels vormen.

We moeten de fysiek-ruimtelijke praktijk van toekomstoriëntatie uitbouwen: gericht op integratie vanuit het specifieke verblijfsstatuut en de daarmee verbonden rechten

Waar zij nood aan hebben, zijn niet de projecten die komen en terug verdwijnen, alsof hun situatie momentaan is. Ze behoort vandaag tot de superdiverse stedelijke conditie waarin we leven. We moeten mensen op een duurzame wijze oriënteren naar een toekomst waar ze rechten opbouwen. We moeten de fysiek-ruimtelijke praktijk van toekomstoriëntatie uitbouwen: gericht op integratie vanuit het specifieke verblijfsstatuut en de daarmee verbonden rechten, of gericht op vrijwillige terugkeer gestut door een toekomstplan.

Dat vraagt naast bed, bad en brood ook begeleiding, juridische ondersteuning en materiële hulpverlening. En een meertalige aanpak, met tolken/vertalers die kunnen helpen met een aangepaste psychologische begeleiding die divers-sensitief is en zo aansluit op de superdiversiteit die deze groep kenmerkt.

De beleidsreacties in Gent mikken op dit moment op meer sociale huisvesting met elf robuuste woningen… voor 1.873 Gentse dak- en thuislozen – 2.185 met betrokken kinderen erbij. Huisvesting is nodig voor bepaalde groepen, maar je moet ook durven kijken naar specifieke groepen in de telling. 53% van die 1.873 thuislozen zijn geen Belgen. Binnen die groep verblijft 57,3% onwettig in België.

Ook met de groep van bejaarde daklozen moet rekening worde gehouden: 27 van de 1.873 daklozen zijn ouder dan 70 jaar, vier ervan zelfs ouder dan 80 jaar. Ook hier gaat het meestal over mensen zonder papieren, een groep waar integratie nog weinig soelaas kan bieden, maar die des te meer vraagt om een plek met rust en ruimte, waar ze structureel, maar vooral waardig, kunnen verblijven, wellicht tot aan hun levenseinde. Het tijdelijke Zorghotel in Gent voor bejaarde daklozen, dat tot 2022 open blijft, is enkel voor mensen mét wettig verblijf.

Voor een 500-tal dak- en thuislozen – het topje van de ijsberg – is er dus nood aan aangepaste opvang mét oriëntatie.

Taskforce Opvang en Wonen

Er is heel dringend nood aan een Taskforce Wonen en Opvang die het hele middenveld betrekt. Die ligt nu al veel te lang opnieuw stil (ook door de coronacrisis), en de trekkers ervan veranderen voor de zoveelste keer. De taskforce was hét platform bij uitstek om het middenveld mee te krijgen in dit beleid rond dak- en thuisloosheid. De lokale overheid kan dit niet alleen. De beste partners om oplossingen mee te zoeken, zijn middenveldorganisaties. Een groot deel van dat middenveld vraagt zich intussen af wat die overlegplatformen als de Taskforce Wonen en Opvang en het Migratieforum nog betekenen. We kunnen nochtans via deliberatie en dialoog stappen vooruit zetten en vooral samen antwoorden bricoleren.

Een groot deel van het middenveld vraagt zich af wat die overlegplatformen als de Taskforce Wonen en Opvang en het Migratieforum nog betekenen

Gent is in vergelijking met veel andere steden een voorloper in experimentele beleidspraktijken op het kruispunt van sociale integratie en migratie. Er zijn vele voorbeelden: de nachtopvang voor gezinnen die structureler doet doorstromen dan men denkt, de instapwoningen voor intra-Europese migranten, het tijdelijke project Postmobiel wonen voor voornamelijk dak- en thuisloze intra-Europese migranten, en in de toekomst het project Opvang en oriëntatie voor mensen zonder wettig verblijf; een containerwoord voor veel groepen die (nog) geen papieren hebben.

De praktijk toont het lappendeken dat doorheen de tijd is ontstaan door het tweerichtingsverkeer van top-down en bottom-up, maar ook door de voortdurende strijd buiten en binnen politieke middens in de laatste vijftien jaar. Nergens vind je een coherent beleid gebaseerd op een helder onthaal en aanmelding, een ketenaanpak en een casemanagement.

Het is dan ook niet vreemd dat het middenveld, na al die strijd en tijd, de hoop uitdraagt dat het vlugger en meer mag zijn. Vanuit Woongift Gent ontstaan alternatieven, Thope VZW ontwikkelde een soort nieuw SVK (sociaal verhuurkantoor, red.) voor vluchtelingen, Een hart voor vluchtelingen startte een meisjeshuis, en samen met Woongift Gent een andere kleine opvang en Hand in Hand VZW Gent huurt woningen voor burgers in precaire situaties.

Hoge noden

In de toekomst (afhankelijk van wanneer de gebouwen vrijkomen) komen er in Gent plaatsen bij voor een dertig à veertigtal dakloze mensen zonder wettig verblijf, onder de noemer ‘Opvang en Oriëntatie’. Er zijn nu vijf instapwoningen voor Intra-Europese migranten en er komen er twee bij. Er zijn daarnaast enkele woningen voor de groepen met precair verblijf in het Project Leegstand van CAW Oost-Vlaanderen. Het tijdelijke project Postmobiel Wonen, voor een goeie honderd bewoners, is beperkt in de tijd tot drie jaar. Alsof de problemen met die specifieke groepen dan ook verdwijnen? Een misvatting tegen de achtergrond van de superdiverse stad die Gent is geworden. Aan de hand van de cijfers en dus de reële noden in de telling, kan je alleen maar besluiten dat er een tekort is aan een adequate aanpak.

Aan de hand van de cijfers en dus de reële noden in de telling, kan je alleen maar besluiten dat er een tekort is aan een adequate aanpak

De thuis- en daklozenstudie verwijst naar het Gentse ROOF-project (lokaal project dat wil inzetten op Housing First, red.), maar dat mikt op het ontwikkelen van alternatieven na 2024. Nog jaren wachten dus voor de Gentse civiele samenleving, waarvan een groot deel al vijftien jaar en meer strijdt voor zo’n aanpak. De (ant)woorden en circulerende analyses van Gentse beleidsmakers, wekken bovendien de indruk dat alternatieven onder de noemer ‘een infrastructuur van permanente tijdelijkheid’, niet echt als structurele antwoorden worden gezien. Dan onderschat men hoe de uitbouw van zo’n infrastructuctuur van permanente tijdelijkheid wel degelijk structureel werkt. Het leidt naar structurele antwoorden, die ook gaan over een duurzame uitkomst op het vlak van verblijf.

En jullie, Vlaamse en federale overheden?

De infrastructuur is trouwens niet alleen de verantwoordelijkheid van het lokaal beleid, maar het wordt er wel het sterkst mee geconfronteerd.

Het Vlaamse beleid zal allerminst een positieve impact hebben op de verkleuring van dak- en thuislozen. De toegang tot sociale rechten wordt bijvoorbeeld moeilijker voor erkende vluchtelingen. De toegang tot sociale woningen was in de praktijk sowieso al quasi onmogelijk voor nieuwkomers in verschillende gemeentes, door een doorgedreven toepassing van “lokale binding” als voorrangscriterium voor de toegang tot een sociale woning. Ook het schrappen van het criterium ‘woonnood’ bij de toegang tot SVK-woningen is desastreus. Woonnood wordt ingewisseld voor ‘lokale binding’ als absolute voorrangsregel. Andere groepen zoals dak- en thuislozen zijn daarbij collateral damage.

En dan hadden we het nog niet over de huidige aanpak van dak- en thuisloosheid zoals beschreven in het actieplan 2020-2024Zoals Lies Corneillie (Groen) en Bieke Verlinden (Vooruit) terecht stellen: “Het huidige Vlaamse actieplan schiet ronduit tekort. Er is slechts 80.000 euro om in Vlaamse gemeenten tellingen te ondersteunen. Er is amper extra budget voor bijkomende initiatieven of om goede praktijken te versterken.” Al moet gezegd dat de promotie van samenwerking via bovenlokale netwerken, zoals aangegeven in het actieplan, ertoe doet. Men kan daar wel beter meer actoren in meenemen, dan de geijkte sociaalwerkorganisaties.

Het is niet alleen aan Vlaanderen, maar ook aan de federale overheid om oplossingen voor de specifieke groepen te voorzien. Waar blijven de experimenten voor mensen zonder wettig verblijf, die nochtans verankerd staan in het federaal regeerakkoord? De partijen van de federale regering zijn een afspiegeling van de Gentse coalitie. Er kan dus wel druk gezet worden. Verkleuring van de dak- en thuisloosheid is niet meer weg te denken. De noden zijn er niet alleen hier en nu, maar zullen in de toekomst alleen maar toenemen.


Deze tekst werd geschreven door Pascal Debruyne (Odisee) en ondertekend door Rudi Van Landeghem (Woongift Gent), Evelyne Huughe (Een Hart Voor Vluchtelingen), Chris Bens (HandInHand), Margit Sarbogardi (Sociaal 9050 Voedselbedeling), Christine Devreker en Gwen Pannecouck (De Rode Lotus), Ann Hendriks en Bert Buysse (Kookploeg Gent Solidair) en Dominique Willaert (Victoria Deluxe).


Uitgelichte afbeelding: © Siska Gremmelprez (Belga)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Pascal Debruyne

Pascal Debruyne is dr. in de Politieke Wetenschappen en werkt als onderzoeker bij Odisee Hogeschool. Hij is voorzitter van Samenlevingsopbouw Gent en Uit De Marge vzw.