Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Verleg de grenzen van uw rationaliteit

12 maart 2021 Koen Smets
border
Flickr

Hoe irrationeel zijn we eigenlijk? Titels van boeken zoals Predictably Irrational en The Upside of Irrationality suggereren dat we niet te redden zijn. Talrijke wetenschappelijke experimenten bevestigen dat we onderhevig zijn aan dozijnen en dozijnen biases, die onze beslissingen verstoren. Voor het overgrote deel zijn onze beslissingen niet zo slecht, en wanneer ze dat wel zijn, dan is dat niet noodzakelijk omdat we irrationeel zijn.

Lang voor gedragseconomie een ding was, had Herbert Simon al de aannames van de neoklassieke economie betwist met twee theorieën, die mogelijk een betere verklaring vormen voor de besluitvorming van echte mensen dan irrationaliteit. Simon wordt doorgaans als econoom beschouwd (hij won de Nobelprijs in die discipline in 1978), maar hij studeerde af en doctoreerde als politieke wetenschapper. Hij was een uomo universale, met interesses die strekten van administratief gedrag, besluitvorming en psychologie tot artificiële intelligentie, wiskunde en logica.

Herbert Simon zag mensen als heel verschillend van het stereotype van de homo economicus – het op eigenbelang gerichte, rationele, optimaliserende wezen – maar niet noodzakelijk omdat hun onvolkomenheden te wijten zijn aan biases. Simon stelde dat we in de eerste plaats onderhevig zijn aan 'begrensde rationaliteit' en dat we er niet naar streven te optimaliseren, maar naar wat voldoet (hij noemt dit satisficing, van ‘to satisfy’, tevredenstellen, en ‘to suffice’, volstaan).

Beslissingen in de werkelijke wereld

Onze neiging te kiezen wat voldoet, eerder dan wat optimaal is, is in feite een positieve eigenschap eerder dan een fout. Het optimum kiezen tussen alle beschikbare opties kan immers veel tijd en inspanning kosten. Maar tenzij we echt extreem kieskeurig zijn, kunnen we ons veel sneller en makkelijker tevredenstellen met wat ‘goed genoeg’ is. We ruilen perfectie in voor schaarse middelen. In zekere zin is dit ook een vorm van optimaliseren, over niet enkel de eigenschappen van wat we aan het kiezen zijn, maar ook over de tijd en moeite om de keuze te maken.

Mainframe2
Dit hebben we niet noodzakelijk nodig om onze cognitieve beperkingen te overwinnen (Foto: CC BY-NC 2.0 Orin Blomberg (Flickr))

Begrensde rationaliteit is echter toch wat anders. We hebben geen toegang tot alle mogelijke informatie, en we beschikken niet over een onbeperkte cognitieve capaciteit. Maar binnen deze grenzen kunnen we desondanks wel rationele beslissingen nemen door gedegen te redeneren. Suboptimale beslissingen zijn dan het gevolg van deze limieten, en niet van gebrekkig redeneren. Of is het toch niet zo eenvoudig?

Als we informatie mankeren, dan kan dat zijn omdat ze onbereikbaar of niet beschikbaar is, maar ook omdat we er ons niet van bewust zijn dat ze bestaat, omdat we ze om een of andere reden negeren, of omdat we ervoor kiezen ze op te zoeken. We kunnen ervoor opteren niet te redeneren over een beslissing, niet omdat het ons petje te boven gaat, maar omdat we onderliggende motieven hebben om bijvoorbeeld een regel te volgen eerder dan een afweging te maken. Wanneer onze rationaliteit dusdanig begrensd is, kunnen we daar wat aan doen (als we dat willen). Door onze besluitvorming kritisch te bekijken kunnen we nagaan in hoeverre de limieten in informatie en redeneren aan externe factoren, of aan onszelf liggen. Laten we vier manieren bekijken waarop we die grenzen kunnen verleggen.

Weg met vaagheid

Het eerste wat we kunnen doen is nagaan of het doel van onze beslissing duidelijk en precies is. Vage doelen zijn een teken van lui denken en leiden tot gebrekkige beslissingen die niet behoorlijk kunnen worden beoordeeld. Nochtans komen vage doelen verrassend veel voor. Als we naar de supermarkt gaan 'om boodschappen te doen', zonder specifiek te zijn, dan zijn de spullen waarmee we thuiskomen beslist ‘boodschappen’, maar misschien niet wat we echt nodig hebben.

Vage doelen zijn een teken van lui denken en leiden tot gebrekkige beslissingen die niet behoorlijk kunnen worden beoordeeld

Dat geldt ook op grotere schaal. Regeringen die pandemiemaatregelen invoeren, moeten helder stellen waar ze naar streven. Als het niet duidelijk is wat restricties beogen, dan is het onmogelijk vast te stellen of ze doelmatig zijn en wanneer het doel bereikt is. Op dezelfde manier moet, om te bepalen wie prioriteit geniet bij het vaccineren, duidelijk zijn wat de bedoeling is van de immunisatiestrategie. Vage doelen betekenen al te vaak arbitraire en incoherente beslissingen. (U kan zelf beoordelen hoe uw regering hierin presteert.)

Wanneer duidelijk is waar we naar streven of wat we proberen te vermijden, moeten we duidelijk de offers definiëren die daarvoor moeten worden gebracht. We dreigen dat te verwaarlozen wanneer het doel van groot belang is, en ons ertoe verleidt het teveel te benadrukken. Sterke terminologie zonder nuance om het doel te beschrijven (“koste wat het kost”, “onaanvaardbaar”) en het ontwijken van de discussie over de kosten (in geld, tijd, moeite) zijn veelzeggende signalen dat er wat mis is.

Een voorbeeld op kleine schaal. Als we ons huis willen renoveren, is het aanlokkelijk vooral te denken aan de snufjes in de prachtige nieuwe badkamer die we op het oog hebben, maar als we niet ook aandacht hebben voor het budget en de kalender, dan kunnen we niet uitrekenen of de baten de kosten en de verstoring overstijgen. Zo’n afweging staat centraal in elke goede beslissing. Hier herkennen we eveneens het fenomeen op grotere schaal: regeringen moeten behoorlijk overwegen welke de financiële en niet-financiële impact is van de pandemiemaatregelen voor burgers en belastingbetalers, en in staat zijn te tonen welke afwegingen ze daarbij maken, en ze te rechtvaardigen.

Voorwaarts en achterwaarts

Nu we het toch over impact hebben: een derde aandachtspunt is te checken of er geen blinde vlekken zitten in de redenering die naar onze beslissing leidt. Hebben we alle gevolgen overwogen? Begrijpen we wat onze beslissing voor anderen zal betekenen? Zullen ze er net als wij baat bij hebben, en gelijkaardige kosten dragen, of zullen ze een heel andere, en misschien minder voordelige kostenbatenbalans ervaren? Weten we wie zal winnen en verliezen, en trekken we ons dat aan? We zijn misschien tuk op een weekje rondtrekken door de Bourgognestreek, van wijngaard naar wijngaard, maar dat zou wellicht een slechte keuze zijn met een negenjarige en een tiener op sleeptouw.

Zoeken naar blinde vlekken is eens te meer relevant op grotere schaal. Nog maar eens een pandemiemaatregel ter illustratie: steunmaatregelen voor zelfstandigen die niet kunnen werken tijdens de lockdown. Een schema dat hen 80% van hun equivalente maandinkomen toekent, gebaseerd op het gemiddelde van de laatste drie jaar, is prima voor de meerderheid die stabiele verdiensten hadden over die periode. Maar wee diegenen die nog niet zo lang zelfstandig zijn, of die zwangerschaps- of ziekteverlof hadden voor een deel ervan. Als het doel van de beslissing is een groep mensen te steunen, dan zijn er wellicht belangrijker criteria dan administratieve eenvoud.

vineyard
Schitterend vakantie-idee – maar niet met de kinderen erbij (Foto: CC BY-NC 2.0 UGA CAES (Flickr))

Tenslotte komt bij het nemen van beslissingen bijna altijd een element van onzekerheid over de toekomst kijken. Wanneer we onze keuze maken, moeten we speculeren, en soms slaan we daarbij de bal mis. Terugblikken naar eerdere beslissingen en ze vergelijken met het contrafeitelijke scenario – welke beslissing zou tot een andere uitkomst hebben geleid? – kan verhelderend zijn. Wat we echter niet mogen doen is wat we nu, na de beslissing, weten, verwarren met wat we toen wisten. In plaats daarvan moeten we kijken naar het contrafeitelijke redeneren: hoe ging onze rederenering, en hoe had ze kunnen gaan? Volgden we een regel of een principe in plaats van de opties af te wegen? Kenden we teveel gewicht toe aan de verwachte baten en niet genoeg aan de nadelen (of net andersom)? Negeerden we een informatiebron? Was er informatie beschikbaar die we verwaarloosden? Als het antwoord 'ja’ is, kunnen die vragen ons veel leren. Nagaan waarom we deden wat achteraf niet het beste bleek te zijn, kan ons helpen te vermijden dat we op dezelfde manier begrensd beslissingen nemen in de toekomst.

Geen van die potentiële onvolkomenheden in onze besluitvorming is inherent het resultaat van biases en irrationaliteit. Ze zijn veeleer zelf het gevolg van keuzes die we zelf maken – bewust, of onbewust.

En dus ligt het binnen onze macht om een verschillende keuze te maken, en de grenzen van onze irrationaliteit te verleggen.

Uitgelichte afbeelding: Flickr

LEES OOK