Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Waarom regels ons niet mogen overheersen

26 februari 2021 Koen Smets
ruler2
(Foto: Pixabay)

Lang geleden werd ik lid van het Institute of Advanced Motorists, een Britse organisatie die inzet op het verhogen van verkeersveiligheid door het verbeteren van de rijvaardigheid. Nu ben ik er, net als de meeste mensen, van overtuigd dat ik een betere chauffeur ben dan gemiddeld, maar op dat moment zat ik erg veel achter het stuur, en ik wilde het plezier van autorijden herwinnen. Om de twee weken ging ik braaf op zondagochtend naar de groepsbijeenkomsten voor een ‘check drive’ waarbij een vrijwilliger constructieve commentaar leverde op mijn rijprestaties. Geleidelijkaan werd ik beter, en op een dag was ik klaar voor mijn test onder het toeziende oog van een rijinstructeur van de politie.

Het meest memorabele aspect van die test was niet ik dat slaagde (dat spreekt vanzelf!), maar het advies dat mijn beoordelaar me gaf. Toen ik op het punt stond een langzamer voertuig in te halen, vertelde hij me dat het veilig was kortstondig de snelheidslimiet te overschrijden (zolang de omstandigheden dat toelieten, natuurlijk), en op die manier de tijd dat ik aan de verkeerde kant van de weg reed tot een minimum te beperken.

De spanning tussen regels en consequenties

Het was me de revelatie wel: een ervaren politieofficier horen vertellen dat het OK is een regel te overtreden omdat het veiliger is dat te doen. Geen van ons beiden besefte waarschijnlijk de betekenis van die afweging – voor mijn beoordelaar was het wellicht de gewoonste zaak van de wereld, terwijl ik er pas veel later de inherente spanning tussen deontologische en consequentialistische (of utilitaristische) keuzes in zou herkennen.

overtaking
Plankgas omwille van de veiligheid? (Foto: Tama66 (Pixabay))

Deze week stootte ik op twee verhalen die, elk op hun manier, ook dit contrast illustreren tussen een strikte opvolging van regels en pragmatisme. Het eerste, verteld in een Twitterdraadje, gaat over twee verloren honden in de Ierse Wicklowbergen. Enkele weken terug was een familie voor een fikse wandeling naar het natuurgebied even ten zuiden van Dublin getrokken met hun twee honden. Toen die in de verte een hert bespeurden renden ze erachteraan, en kwamen niet terug. De volgende dag keerden de eigenaars terug naar dezelfde plek, en troffen er de jongste van de twee honden aan op het parkeerterrein. Maar ondanks het inzetten van een drone en zelfs een wand met wasgoed (waarvan ze hoopten dat de oudere hond, een golden retriever die Naoise heette, de geur zou bespeuren) slaagden ze er niet in de tweede hond terug te vinden. Toen twee weken later twee artsen door hetzelfde gebied trokken, ontdekten ze nabij de top een uitgemergelde, verkleumde en sterk verzwakte hond. Niet zonder moeite droegen ze haar 10km ver over het ruige pad naar hun auto en namen haar mee naar huis en gaven haar te eten en te drinken. Vervolgens contacteerden ze de plaatselijke dierenbescherming, en dankzij hen kon Naoise gauw weer worden verenigd met haar mensen.

Maar het verhaal is niet af. De artsen die de hond vonden, verbleven in een klein hotelletje aan de voet van de berg dat korte verblijven aanbood voor zorgpersoneel dat even wilde ontsnappen aan de psychologische stress. Maar er gelden strikte lockdownregels in Ierland, die mensen verbieden zich verder dan 5km van hun woonplaats te verwijderen zonder goede reden. Dit zette een burger ertoe aan het koppel aan te geven bij de politie: niet enkel hadden ze een niet-essentiële trip gemaakt die hen verder dan de voorgeschreven afstand van hun huis bracht, ze waren ook te ver van het hotel gegaan.

Technisch gezien hadden de dokters die de hond hadden gered beslist de regels overtreden. En je mag eigenlijk ook geen rekening houden met de redding van de hond in het beoordelen van hun acties – ze konden immers niet vooraf weten dat dit het gelukkige resultaat zou zijn van hun tocht. Maar je kunt je wel afvragen, als het zo is dat regels de wereld beter moeten maken, is de wereld een betere plek nu er een politieonderzoek loopt rond het koppel en het hotel (dat intussen overigens gesloten moet blijven)?

Het tweede verhaal is minder anekdotisch en gaat nog wat dieper in op de vragen die rijzen rond regels, en de macht die ze kunnen hebben over onze keuzes. In een blogpost van de Amerikaanse econoom Tyler Cowen las ik dat arts en ethicus Steven Joffe verklaarde dat hij niet gelooft dat clinici “de normen van bewijsmateriaal moeten versoepelen omdat we in een pandemie zitten”. Cowen reageert: “Het is verbluffend dat een toponderzoeker aan een topuniversiteit totaal niet helder kan denken over dit onderwerp, en dat hij dat dit bovendien zonder enige wroeging publiek toegeeft.”

Uitzonderingen bevestigen de regel

Dr. Joffe lijkt niet in het minst bereid te zijn na te denken over de afwegingen die men wel vaker tegenkomt in medische besluitvorming. De bewijsstandaarden zijn wat ze zijn, en ze moeten worden toegepast, zelfs nu de VS recent het 500.000ste Covid-overlijden noteerde, en er elke dag nog ruim 2.000 mensen sterven aan de ziekte.

hippocrates
'Ik ben Hippocrates en voorwaar ik zeg u: om mijn regel te volgen zult gij regels moeten breken.' (Foto: CC BY 2.0 virtusincertus (Flickr))

Het is wat ironisch dat het precies een fundamenteel principe in de gezondheidszorg is dat aantoont waarom het standpunt van Dr. Joffe problematisch is. ‘Primum non nocere’ – ‘eerst en vooral, schaad niet’, verbonden met de Eed van Hippocrates – is de ultieme lakmoestest om medische beslissingen te beoordelen. Nu is het vaak onmogelijk helemaal geen schade te berokkenen, maar het principe kan worden uitgebreid tot ‘schaad zo weinig mogelijk’. Is er echter wel een regel waarvan we zeker zijn dat die onvoorwaardelijk de minimale schade berokkent? Kunnen we dat weten zonder na te gaan wat de consequenties zijn, zowel van het handhaven van de geldende normen als van het afwijken ervan?

Regels, of ze nu te maken hebben met de maximumsnelheid op een weg, het gedrag van mensen tijdens een pandemie of de normen voor bewijsmateriaal, ontstaan niet uit het niets. Ze zijn meestal geworteld in een verlangen om in gegeven omstandigheden – al worden die zelden expliciet vermeld – de juiste keuzes op een simpele manier te codificeren. Dat was het geval bij snelheidslimieten, beperkingen tijdens de pandemie en bewijsstandaarden.

Maar er zijn weinig of geen regels die hun edele intentie onvoorwaardelijk vervullen. Men denkt vaak dat de uitdrukking ‘de uitzondering die de regel bevestigt’ ironisch is – hoe kan een uitzondering immers bewijzen dat een regel universeel van toepassing is? Maar ze is eigenlijk slechts het eerste deel van een juridische formule die wordt toegeschreven aan Cicero, een advocaat en geleerde uit het oude Rome. De volledige formule luidt: ‘Exceptio probat regulam in casibus non exceptis’, of ‘de uitzondering bevestigt de regel, die geldt wanneer er geen uitzonderingen zijn’. Met andere woorden: het bestaan van de uitzondering toont aan dat er een regel is in andere omstandigheden.

Als er voor elke regel uitzonderingen bestaan die hem bewijzen, dan moeten we noodzakelijk de idee verwerpen dat hij universeel geldt. En dan moeten we iedereen die het tegendeel beweert uitdagen aan te tonen, ofwel dat de regel wel degelijk geldt zonder uitzonderingen, ofwel dat de huidige omstandigheden geen uitzondering betekenen. We mogen regels niet beschouwen als instructies die blindelings moeten worden gevolgd, maar oordelen best zelf of ze hun beoogde doel bereiken in de geldende situatie.

Regels zijn geen dictaten maar richtlijnen. We mogen ons door hen niet laten overheersen.

Uitgelichte afbeelding: Pixabay

LEES OOK