De donkere kant van motivatie

 Leestijd: 6 minuten1

Motivatie helpt ons te overleven, te floreren en ons voort te planten – maar ze zit ook achter de ergste vormen van polarisatie en stammengevoel. Een beetje kritisch denken kan helpen.

Hoe komt het dat we hier zijn? Enkele miljarden jaren geleden verbonden een hoopje chemicaliën in de primordiale soep die rondklotste op de jonge aarde zich met elkaar tot wat we veel later ‘leven’ zouden noemen. De organismen beschikten over twee eigenschappen: ze konden zich voortplanten en ze konden een onderscheid maken tussen wat gunstig was voor hen, en wat schadelijk was. Zo begon een eindeloze evolutieketen. De rest, zoals men zegt, is geschiedenis.

De motivatie om zich voort te planten is sedert dat vroege moment een stuk meer gesofisticeerd geworden, maar de essentie is nog steeds dat wij – en onze medeorganismen – gedreven worden door een sterke drijfveer om te doen wat goed is voor ons (of wat goed voelt) en te mijden wat slecht is of voelt.

Ons menselijk lichaam mag dan inmiddels ongelooflijk complex zijn geworden, uitgerust met buitengewone cognitieve vermogens, en we mogen al leven in complexe sociale omgevingen, desondanks wordt ons oordeel over wat we best doen of laten nog steeds gereduceerd tot de simpelste van alle emoties – goed, of slecht? (Het is overigens niet toevallig dat ‘emotie’ en ‘motief’ dezelfde oorsprong hebben, het Latijnse werkwoord movere dat ‘bewegen’ betekent.)

Complexe motivaties, voorkeuren en aversies

Omdat we zo complex zijn, is lang niet alles wat goed voelt essentieel voor ons overleven of onze voortplanting. Mocht u bijvoorbeeld, zoals uw correspondent, erg tuk zijn op tomaten, maar een sterke afkeer voelen voor komkommers, dan zal het eten van grote hoeveelheden tomaten en het ten allen prijze vermijden van komkommer u wellicht niet helpen langer te leven, of meer succes te hebben bij het produceren van nakomelingen. En een gebrek aan tomaten en consumptie van komkommer zal u evenmin een voortijdig einde brengen of u steriel maken.

Gemotiveerd, jazeker, maar geen gemotiveerd redeneren (Beeld: CC BY Los Alamos National Laboratory (Flickr))

Door de eeuwen heen hebben we een groot gamma aan mogelijke voorkeuren en aversies ontwikkeld. Zowat overal waar er meerdere opties bestaan, zijn er sommige waar we meer van houden dan andere – waar te wonen, wat te doen voor de kost, hoe onze tijd te besteden wanneer we niet aan de arbeid zijn, al dan niet een gezin starten, tot welke groepen te behoren, hoeveel belasting wij (en anderen!) horen te betalen, of we voor of tegen de doodstraf, het homohuwelijk of lidmaatschap van de EU zijn. Zolang bij dit soort keuzes het nastreven van onze voorkeuren en het vermijden van onze aversies niet in strijd is met ons overleven of onze mogelijkheid tot voortplanten is er, vanuit evolutiestandpunt tenminste, niets aan de hand.

Maar wanneer voorkeuren en aversies gaan beïnvloeden hoe we denken, dan kunnen we in moeilijkheden komen. Hopen dat de toekomst zal overeenkomen met onze wensen, is op zich geen probleem, en zelfs een beetje wishful thinking is best onschuldig als we onze wensen maar niet voor werkelijkheid aannemen. Maar we begeven ons op glad ijs wanneer we voorkeuren en aversies laten bepalen hoe we redeneren. Als we ons bij een beslissing laten leiden door het gewenste resultaat of door ernaar te streven gelijk te hebben, dan vertonen we zogenaamd bevestigingsvooroordeel  of confirmation bias. Dit kan leiden tot verkeerde conclusies, of zwakke argumentaties.

Meer zorgwekkend is het fenomeen van gemotiveerde overtuiging. Waar het er bij bevestigingsvooroordeel op neerkomt steun te zoeken voor een bestaande overtuiging, gaat het hier om het kiezen van een overtuiging omdat ze overeenkomt met onze voorkeur, en niet omdat ze meer kans heeft waar te zijn. Geloven dat we knap en slim zijn, dat de huisprijzen gaan stijgen (en ons rijk zullen maken), of dat vaccins schadelijk zijn (omdat ook onze vrienden, die we graag te vriend houden, dat doen), dat voelt allemaal goed. Maar als zulke overtuigingen niet accuraat zijn, houden we onszelf voor de gek, en maken we slechte keuzes.

Nauw verwant hiermee, en zo mogelijk nog erger, is gemotiveerd redeneren. We volgen dan schijnbaar een bewust proces is van rationeel denken, maar zowel in het selecteren van bewijsmateriaal als in het toepassen van de regels van doelmatig redeneren hanteren we een sterke vooringenomenheid voor de gewenste uitkomst in plaats van een open geest te bewaren. Dit betekent vaak achterstevoren redeneren, van de conclusie naar de premisses toe, om zo een argumentatie op te bouwen die er net voldoende plausibel uitziet. En het is precies omdat dit proces voorwendt gedegen te zijn dat gemotiveerd redeneren zo’n schadelijk fenomeen is.

De recente Amerikaanse presidentsverkiezingen vormen een interessante illustratie. De rotsvaste overtuiging van Donald Trump dat hij die zou winnen met een grote meerderheid botste met het resultaat. Deze cognitieve dissonantie tussen overtuiging en feit loste hij op door de officiële resultaten te ontkennen. Bevestigingsvooroordeel konden we zien bij Trumpaanhangers die in talrijke onbenullige observaties ongeregeldheden zagen die zouden bewijzen dat er fraude in het spel was. Trump zelf was gemotiveerd in zijn overtuiging dat hij de verkiezing had gewonnen, omdat dit was wat hij diep binnenin verlangde en hij vond dat hij er recht op had; vele van zijn volgers deelden die overtuiging, ook omdat ook zij vurig wilden dat het waar was.

Wanneer voorkeur en aversie morele waarheid wordt

Maar gemotiveerd zijn door wat we (niet) willen kan ook een andere vorm aannemen dan waanvoorstellingen. Wanneer we handelen naar onze voorkeuren en aversies, dan kan er een conflict ontstaan met mensen die er andere voorkeuren en aversies op nahouden. Om dit te beheersen gelden er in elke sociale context – van huishoudens tot staten – afspraken die voorwaarden, verplichtingen, toelatingen en verboden inhouden die voor iedereen van toepassing zijn, en die de vrede moeten bewaren. Ze kunnen bijvoorbeeld expliciet vervat zitten in wetten en lidmaatschapsvoorwaarden, of impliciet in sociale normen.

Gebruiksvoorwaarden speelden ongetwijfeld een centrale rol toen, ten gevolge van de bestorming van het Capitool op 6 januari, Donald Trump werd geweerd van Twitter en andere populaire sociale media, en Parler, een platform vergelijkbaar met Twitter dat populair is bij Trumpaanhangers, werd verwijderd van de Google en Apple appwinkels, en van de servers van Amazon waarop het systeem draaide. Deze dienstverleners kregen meteen de kritiek dat ze bevooroordeeld waren, en dat hun beslissingen gemotiveerd waren door hun afkeer voor Trump en zijn aanhangers.

Twitter weert Trump: legitieme actie of censuur? (Beeld: CC BY Mike Licht (Flickr))

De meningen zijn verdeeld over deze demarches. Je kan weliswaar Angela Merkel, die het “problematisch vindt dat de toegang van de president permanent is opgeschort” niet verdenken van al te veel sympathie voor Trump, maar verder valt het toch op dat het vooral zijn tegenstanders zijn die ze toejuichen, en de andere kant die moord en brand schreeuwt. Hoe komt dat?

Wanneer we onze eigen voorkeuren en aversies niet zozeer als persoonlijke keuzes zien, maar als morele waarheden – voorkeur = juist, afkeer = fout – worden we meer vooringenomen in onze benadering van een kwestie en in ons gedrag errond. We kunnen er dan toe verleid worden de maatschappelijke principes selectief te gaan interpreteren, of ze zelfs compleet te verwerpen. Niet zo waarschijnlijk wanneer het gaat om tomaten en komkommer (niemand wenst dat iedereen zou handelen alsof tomaten het lekkerste zijn wat er bestaat, en komkommer het allerslechtste), maar wanneer het om politiek gaat, is die stap toch gauw gezet.

Een twitterthread van journalist en auteur Cory Doctorow, waarin hij commentaar levert op het uitsluiten van Trump en Parler, bevat een hint hoe dat kan gebeuren.

Screenshot Twitter

Voor alle duidelijkheid, hij pleit niet voor het weren van Parler. Maar zijn tweets tonen hoe makkelijk het kan zijn tegen Parler te argumenteren om de verkeerde redenen. Er zijn beslist goede argumenten tegen het maken van Holocaustgrappen (en net zo goed tegen het maken van grappen over opstandelingen, zoals deze). Maar wanneer de morele veroordeling van iets het zou opnemen tegenover het verzet van dat iets buiten de wet te stellen, wint waarschijnlijk de morele veroordeling.

Laten we immers eerlijk zijn: als we een afkeer hebben van iets of iemand, dan is het buiten de wet stellen ervan best een prettig vooruitzicht. Het principe dat vervat zit in een uitspraak die vaak onterecht aan Voltaire wordt toegeschreven, “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal tot de dood uw recht verdedigen het te zeggen” is een mooi ideaal, maar erg moeilijk consistent in de praktijk te brengen. Wanneer onze voorkeur zich manifesteert als een morele leefregel, dan is het heel erg moeilijk. De oprechtheid van onze overtuiging houdt niet tegen dat ze achterliggende motieven heeft.

De macht van ‘ongeacht’

Onze vooroordelen zijn het sterkst wanneer we gemotiveerd zijn door wat we als absoluut juist en fout zien. En dat is ook zo voor de ontkenning dat we bevooroordeeld zijn. Het is deze ontkenning van partijdigheid, en het gemotiveerde redeneren dat eruit volgt, dat flink bijdraagt tot polarisatie en stamgevoel.

En terwijl de vooroordelen zelf onvermijdelijk zijn, is dat niet zo voor het ontkennen ervan. We kunnen het tegengaan door kritisch denken te beoefenen, een open geest te bewaren en objectief het bewijsmateriaal te beoordelen wanneer we een situatie analyseren. Wanneer het om een kwestie gaat waarin morele voorkeuren een rol spelen, kunnen we onszelf eraan herinneren waar onze sympathieën liggen, en ervoor zorgen dat we ons bewust zijn van onze vooringenomenheid, eerder dan ze te ontkennen.

In het bijzonder kunnen we een techniek hanteren die we morele algebra kunnen noemen. Algebra gebruikt symbolen om absolute waarheden uit te drukken. De vergelijking die een rechtlijnig verband beschrijft tussen twee veranderlijken x en y, y = ax + b, belichaamt het feit dat als y gelijk is aan 0 is, x gelijk is aan -b/a, en dat als x mgelijk is aan 0 is, y gelijk is aan b – ongeacht de waarde van a of b: het geldt voor alle waarden van a en b.

Wanneer we een argumentatie ontwikkelen, tot een besluit komen, een actie bepleiten of een beslissing nastreven – doen we dat dan ongeacht van om wie of wat het gaat, ongeacht onze voorkeuren en aversies, of doen we het precies omwille van onze voorkeuren en aversies? Als we ons bij zulke redeneringen de spiegel voorhouden, dan kan dit ons helpen om na te gaan in hoeverre ze gemotiveerd zijn, en desgevallend opnieuw te beginnen.

Laten we die spiegel goed gepoetst en bij de hand houden.


Uitgelichte afbeelding: Rawpixel

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele.