Wederwoord van een voormalig studentenvertegenwoordiger

 Leestijd: 3 minuten8

Met enige verbazing zag ik zondagochtend de gastbijdrage Uitgezoomd en schermmoe: studenten eisen meer mogelijkheden van Fien Lampaert en anderen verschijnen op mijn Facebookfeed. Terwijl ik begrip kan opbrengen voor de uitdagende en moeilijke omstandigheden waarin studenten zich bevinden, kan deze brief mijn sympathie niet wegdragen. De flagrante onjuistheden die in de bijdrage staan, overschaduwen de pijnpunten die de studenten willen aankaarten.

WEDERWOORD
Dit schrijven is een wederwoord op de gastbijdrage Uitgezoomd en schermmoe: studenten eisen meer mogelijkheden.

Sta mij toe even toelichting te geven.

Toen er in maart 2020 overgegaan werd op een lockdown en Universiteit Gent overschakelde op online lesgeven, zat ik als studentenvertegenwoordiger (stuver) aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte op de eerste rij. Wekelijks hadden wij een overlegmoment met de decaan en de onderwijsdirecteur om de bezorgdheden van de studenten aan te kaarten en oplossingen te zoeken. Parallel aan dit overleg poogden de toegewijde stuvers in opleidingscommissies (OC) opleidingsspecifieke problemen te bespreken. Keer op keer ontstond er een constructieve dialoog tussen studenten en een welwillend faculteitsbestuur. Daarnaast contacteerden studenten zelf hun docenten met opmerkingen, stond de onderwijsdirecteur (digitaal) paraat en was er een specifiek e-mailadres aangemaakt voor coronagerelateerde problemen.

Hoewel ik in 2020 afgestudeerd ben – en dus stuver af ben – weet ik dat de huidige generatie stuvers dit werk voortzet: de wekelijkse overlegmomenten met de decaan en onderwijsdirecteur, de gewaardeerde inzet en input van OC-stuvers, ondersteund door de facultaire studentenraden en de Gentse studentenraad. Ik vind het daarom enorm jammer dat in deze brief de talloze uren – die studenten bovenop hun universitaire werklast uitvoeren – niet (h)erkend worden.

Ik wil graag ook aanstippen dat de stuvers op de hoogte waren dat deze brief circuleerde en een aantal opmerkingen en nuances hebben aanbevolen. Deze aanpassingen zijn uitgebleven, waardoor er – naast de verschillende taalfouten – foutieve informatie in deze brief staat. De aanname dat er geen on-campus lessen zouden plaatsvinden is er een van. Er wordt gestreefd naar minstens een contactmoment per week, per student in een modeltraject. De vraag voor een teruggave van het inschrijvingsgeld geeft daarnaast blijk van weinig kennis over de effectieve kosten van het hoger onderwijs en de besteding van het inschrijvingsgeld door de universiteit (wordt voorbehouden voor studentenvoorzieningen). Voor studenten die het financieel lastig(er) hebben of problemen ondervinden met het volgen van digitaal onderwijs biedt ook de sociale dienst van de UGent hulp en ondersteuning aan.

Daarenboven is er geen sprake van contractbreuk: het Onderwijs-en Examenreglement wordt nageleefd en elke studiefiche bevat een preambule in het rood omtrent aanpassingen naar aanleiding van coronamaatregelen. Studieplekken staan ter beschikking, mede dankzij de bevragingen van de Gentse studentenraad en de inzet van de studentenvertegenwoordigers. Er wordt dus wel degelijk iets gedaan met de talrijke enquêtes die studenten invullen, waardoor onder meer de standpunten rond cruciale practica en over code rood tot stand zijn gekomen.

De vraag om terug te keren naar de campus speelt misschien wel in op een verzuchting van veel studenten, het houdt geen rekening met studenten die behoren tot een risicogroep, of, die een risicopatiënt in hun bubbel hebben

Naast deze onjuistheden, vind ik het opvallend dat de auteurs stellen dat jongeren geen risicogroep zijn. Naast foutief is deze opmerking kort door de bocht. Voor zover geweten, blijven jongeren inderdaad in grote mate gespaard van zware klachten van het virus. De studentenpopulatie is echter diverser, niet enkel bestaande uit jongeren, maar ook uit werkstudenten en gepensioneerden. Studenten kunnen dus tot een risicogroep behoren, al dan niet door hun leeftijd, of door onderliggende aandoeningen (diabetes, astma et cetera). De vraag om terug te keren naar campus speelt misschien wel in op een verzuchting van veel studenten, het houdt geen rekening met studenten die behoren tot een risicogroep, of, die een risicopatiënt in hun bubbel hebben. Zij verdienen de nodige aandacht; hun stem telt ook.

Daarnaast vind ik het enorm oneerlijk dat de auteurs van de brief stellen dat ze “allesbehalve onderwijs ondergaan”. Docenten, assistenten en onderwijsbegeleiders doen hun uiterste best om kwalitatief onderwijs online aan te bieden. Velen hebben hun vakken heruitgevonden, hun leerstof aangepast en staan open voor de feedback van studenten. Dat niet elke docent aanpassingen heeft doorgevoerd is een jammere zaak, maar ook hier is er vanuit de stuvers opgeroepen om problemen te signaleren zodat deze aangebracht kunnen worden op de OC’s. Ik heb dus veel onbegrip voor de miskenning en onderschatting van het harde werk van de talloze medewerkers van de universiteit. Ik zou het ook heel verbazend vinden dat zij deze brief ondertekend hebben.

Dit gezegd zijnde, ik heb enorm veel begrip voor studenten die er door zitten, uitgezoomd en schermmoe. Ik begrijp dat dit een enorm lastige – en soms uitzichtloze – situatie is. Ik ga volledig akkoord dat mentaal welzijn prioritair moet zijn. Maar deze eis gaat voor mij verloren in de foutieve inhoud van deze brief – die getuigt van weinig inzicht. De uitspraak dat het afgelopen jaar er een was van “schaapachtig zwijgen” onder studenten ontkent de inspraak en inzet van stuvers, evenals de vele open brieven van studenten die sinds april 2020 verschenen zijn. De alarmbellen blijven weerklinken, de klepel tot rust brengen blijkt een moeizame opgave.

De Blandijn bezetten is in deze tijden geen optie. We kunnen enkel hopen dat de komst van het vaccin wat licht brengt. Hoop op een betere zomer, met een terrasje en een drankje. Hoop dat we elkaar snel weer kunnen omarmen.


Uitgelichte afbeelding: studenten op het Sint-Pietersplein in Gent (Foto: © Anneke D’Hollander (UGent))

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Zoë Van Cauwenberg

Zoë Van Cauwenberg studeerde in 2020 af met een master in de Historische Taal-en Letterkunde van de Universiteit Gent. Ze was van 2018 tot 2020 actief als studentenvertegenwoordiger aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte en bij de facultaire studentenraad StuArt.