Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

60 jaar geleden leverden blauwhelmen Lumumba uit aan Mobutu

2 december 2020 Ludo De Witte
BELGIUM ARCHIVES PATRICE LUMUMBA
De gearresteerde Patrice Lumumba wordt overgebracht naar de luchthaven in Leopoldstad (Foto: © Belga)

De iconische beelden van een geboeide Patrice Lumumba, in de laadbak van een legertruck gesmeten, gingen de wereld rond. Hij werd overgebracht naar een cel in een legerkamp. Enkele weken later, toen het regime rond Mobutu op instorten stond, werden hij en twee medestanders op aandringen van de Belgische regering overgevlogen naar Katanga.

Vier uur na zijn aankomst was hij dood. Het is amper geweten dat de Verenigde Naties, met secretaris-generaal Dag Hammarskjöld op kop, een beslissende rol speelden in wat 60 jaar geleden gebeurde. Een korte schets van wat er in de dagen en uren voor zijn gevangenneming gebeurde, steunend op archiefmateriaal uit mijn boek De moord op Lumumba.

BELGIUM ARCHIVES PATRICE LUMUMBA
De gearresteerde Patrice Lumumba werd overgebracht naar de luchthaven in Leopoldstad (Foto: © Belga)

Wat voorafging

30 juni 1960: Proclamatie van de onafhankelijkeid van Congo.

5 juli: Muiterij in de legerkampen van Leopoldstad (het huidige Kinshasa) en Thysstad (nu Mbanza-Ngungu), nadat de Belgische generaal Émile Janssens zich tegen de opname van zwarten in het witte, uit Belgen bestaande officierskorps van het Congolese leger had verzet.

6-8 juli: De Congolese regering afrikaniseert het leger. Mobutu wordt kolonel en stafchef. Berichten over verkrachtingen van blanke vrouwen door muitende soldaten veroorzaken een massale exodus van blanken. Ondertussen keert in Leopoldstad en Thysstad de rust weer.

9-11 juli : Belgische officieren in Katanga verzetten zich tegen de afrikanisering. De zwarte soldaten komen in opstand tegen de officieren. Interventie van Belgische troepen in Katanga. Daarna volgen nog interventies in andere knooppunten van Congo. Moïse Tshombe kondigt, met ruggensteun van Belgische troepen, de Katangese secessie af.

12 juli : President Joseph Kasavubu en premier Lumumba verzoeken de VN om op te treden tegen de Belgische interventie.

14 juli : De Veiligheidsraad van de VN stuurt blauwhelmen naar Congo. VN-contingenten slaan in geheel Congo hun kampen op – behalve in Katanga, waar Belgische troepen Tshombe in het zadel houden.

9-14 augustus: De Veiligheidsraad verklaart dat de VN geen partij zal kiezen in het conflict tussen Lumumba en Tshombe. Hammarskjöld gaat in Katanga onderhandelen met Tshombe. Hij zal VN-troepen in Katanga ontplooien, maar Tshombe krijgt garanties dat de secessie onaangeroerd blijft en Belgische militairen mogen blijven om het Katangese legertje overeind te houden.

14-15 augustus: Breuk tussen Hammarskjöld en Lumumba. Hammarskjöld zegt medewerkers dat Lumumba moet worden ‘gebroken’.

5 september: President Kasavubu zet premier Lumumba en zes van zijn ministers af. Op de achtergrond levert de VN beslissende steun aan Kasavubu. De Congolese Kamer en Senaat verwerpen Kasavubu's coup. De Verenigde Kamers geven volmachten aan de regering-Lumumba.

14 september: Het Congolese parlement wordt naar huis gestuurd, kolonel Mobutu kondigt een staatsgreep af.

6 oktober: Minister van Afrikaanse zaken Harold Charles d'Aspremont Lynden eist de definitieve eliminatie van Lumumba.

10 oktober: Patrice Lumumba wordt in Leopoldstad onder feitelijk huisarrest geplaatst. Zijn residentie wordt door twee cordons omsingeld. De binnenste bestaat uit blauwhelmen, die Lumumba ‘beschermen’ tegen de buitenste, die uit troepen van Mobutu bestaat. Informeel zijn zowel Mobutu als de VN tevreden met de regeling: Lumumba is, zo schrijft de gezant van Hammarskjöld, "een virtuele gevangene in zijn huis, zonder vrije toegang tot wie dan ook, en zonder telefoon". De VN-leiding laat de ex-premier weten dat de VN-bescherming enkel geldt zolang hij in zijn residentie verblijft. Lumumba kan op bescherming rekenen... zolang hij politiek inactief blijft.

Stemming in Algemene Vergadering

Eind november 1960 werd de politieke toekomst van de afgezette Congolese premier weer brandend actueel. Wekenlang had in alle hevigheid de diplomatieke strijd in de VN-gebouwen gewoed. Welke delegatie mocht Congo bij de VN vertegenwoordigen: deze van de tandem Kasavubu-Mobutu, of deze van Lumumba?

Op 24 november erkende de Algemene Vergadering, na een stormachtig debat, met 53 stemmen tegen 24, en 19 onthoudingen, Kasavubu’s delegatie als de wettige vertegenwoordiger van de Republiek Congo. Een VN-topman omschreef de stemming achteraf als "een van de meest in het oog springende voorbeelden van de massale en georganiseerde toepassing van bedreigingen en pressie om lidstaten (tegen Lumumba, LdW) te laten stemmen". 

Lumumba’s besluit stond vast: het moment was gekomen om een uitbraakpoging te wagen en naar Stanleystad (het huidige Kisangani) te trekken, waar Antoine Gizenga, de vroegere vice-premier, de nationalistische krachten hergroepeerde.

Nu de stemming in de Algemene Vergadering hem een wettelijke terugweg naar de macht definitief had versperd, en het zelfs niet onmogelijk leek dat het beschermend cordon van blauwhelmen rond zijn residentie zou worden weggetrokken, leek alleen een herovering van Congo vanuit Stanleystad nog realistisch.

Op weg naar Stanleystad

Op 27 november, omstreeks 20u, bracht een Chevrolet zoals gewoonlijk het dienstpersoneel van de ex-premier naar huis. Patrice Lumumba lag achter de voorste zetels, verstopt onder de benen van de passagiers op de achterbank. Ter hoogte van hotel Astoria stapte Lumumba uit veiligheidsoverwegingen over in een voertuig van de Guinese ambassade.

Even verderop, in Nsele, werd een stoet van drie voertuigen gevormd. In de Peugeot van de ex-premier zaten onder meer Lumumba, zijn vrouw Pauline Opango en zijn 2-jarig zoontje Roland. Een paar duizend kilometer verderop, aan de andere kant van de evenaar, wachtte Stanleystad op zijn leider.

In een telegram aan Dag Hammarskjöld berichtte zijn gezant Rajeswar Dayal over zijn ontmoeting met toplui van het regime, twee dagen nadat de afgezette premier zijn residentie incognito had verlaten:

Mijn ondervragers waren geobsedeerd door Lumumba’s ontsnapping. Bomboko was duidelijk het meest bezorgd en bijzonder opgewonden over de mogelijkheid dat Lumumba Stanleystad zou bereiken.

Leopoldstad had reden tot bezorgdheid. In een eerste reactie had Dayal, in een telegram aan zijn chef, verklaard: "Als Lumumba erin slaagt om Stanleystad te bereiken, dan verandert de situatie ogenblikkelijk."

VS-ambassadeur Clare H. Timberlake erkende later dat Lumumba "meer dan waarschijnlijk in staat geweest zou zijn om de controle over de centrale regering opnieuw te veroveren vanuit die gunstige positie, indien hij Stanleystad ooit had kunnen bereiken".

In de persmededeling die Lumumba de avond van zijn vertrek had laten verspreiden, verdedigde hij met open vizier zijn politiek project. De afgezette premier verwierp de geruchten op de nationale radio dat hij ooit had overwogen om "als een vluchteling" de hoofdstad te verlaten.

Hij verdedigde de principes van "nationale eenheid en territoriale integriteit", en reikte iedereen de hand die daarvoor ten strijde wilde trekken. Hij hoopte binnenkort aan een rondetafelconferentie te kunnen deelnemen, samen met Kasavubu en ook Tshombe.

Lumumba wierp zich op als nationale verzoener en eenmaker. Terzelfder tijd deed hij geen enkele toegeving over grondwettelijke of democratische principes. Hij zou deelnemen aan die rondetafelconferentie "als eerste minister van de enig legitieme regering, tezamen met de heer Tshombe, president van de Katangese provinciale regering".

Een triomftocht

Dayal hield New York van uur tot uur op de hoogte van Lumumba’s vlucht: "Hij bereikte de streek van Kikwit waar hij vurige aanhangers heeft. Gilbert Pongo, de hysterische veiligheidschef, heeft in een Sabena-helikopter de achtervolging ingezet."

Lumumba’s konvooi ging slechts moeizaam vooruit: hevige regenval en wegversperringen hielden hem op. Bovendien werd hij overal aangemaand zijn aanhangers toe te spreken. Heinz en Donnay schrijven over de aankomst van de groep op 29 november, 's ochtends, in Bulungu:

De vluchtelingen willen zich bevoorraden maar een inwoner herkent P. Lumumba. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje en om 10u30 wordt P. Lumumba praktisch gedwongen om voor een bijzonder enthousiaste Afrikaanse menigte een publieke meeting in het centrum te geven: hij spreekt over de moeilijkheden in Leopoldstad; hij gaat niet naar Stanleystad als een vluchteling maar om de bevrijding van het nationale grondgebied en de bescherming van het volk op zich te nemen.

De Belgische ambassadeur Dupret, die vanuit Congo-Brazzaville met telegrammen Brussel op de hoogte hield, kan zijn animositeit amper onderdrukken: "vlucht Lumumba en mogelijkheid van een revolutionaire centrale regering in Stanleystad zijn factoren waarvan gevolgen vandaag niet te overzien zijn, maar ongetwijfeld erg zwaar [zullen zijn] ".

Lumumba’s reis naar Stanleystad werd een triomftocht, maar daardoor ook het begin van het einde

Op 1 december bereikte Lumumba Port Francqui (nu Ilebo), in het oosten van de Kasai-provincie, waar de bevolking uitgesproken nationalistisch was. Nabij Mweka, ongeveer 150 kilometer verderop, op de weg naar Luluaburg (nu Kananga), werd de groep opgehouden: de districtscommissaris, de verkozenen en de plaatselijke autoriteiten wachten hen op, en de massa wil dat Lumumba hen toespreekt.

Lumumba’s reis naar Stanleystad werd een triomftocht, maar daardoor ook het begin van het einde. Op 1 december, tegen middernacht, bereikte de groep Lodi, aan de linkeroever van de Sankuru. De rivier is er ongeveer 600 meter breed.

Hoewel de afstand tussen Lodi en Stanleystad ongeveer 1.000 kilometer bedraagt, vormde de Sankuru het laatste echte obstakel van de reizigers: aan de overzijde van de rivier wachtten hen enkel nog een hevig nationalistische bevolking en een behoorlijke weg naar de hoofdstad van de Oostprovincie, bolwerk van Lumumba.

Lumumba, Mulele, Lubuma en Kemishanga hadden in een prauw de Sankuru overgestoken, terwijl op de andere oever onder meer Lumumba’s vrouw en zoontje op de terugkeer van het bootje wachtten. Lumumba werd opgepakt nadat hij teruggekeerd was om zijn vrouw en kind op te pikken, door soldaten die zich verdekt hadden opgesteld. 

De VN weigert Lumumba in bescherming te nemen

Op 2 december kwam het konvooi met de gevangenen aan in Mweka. Daar gebeurde het volgende (opgetekend door Heinz en Donnay):

Gebruikmakend van een verminderde waakzaamheid van de bewakers van het ANC, stuift de chauffeur van P. Lumumba [met de auto] naar het kamp van de Ghanezen van de VN. Volgens de versie van deze chauffeur (...) zou een Ghanese luitenant (...) P. Lumumba hebben uitgelegd dat hij niet de opdracht had om hem in bescherming te nemen. Congolese soldaten komen dan ter plaatse, vinden Lumumba, slaan hem met de kolf van hun geweer en nemen hem mee. Ghanese soldaten, die in opstand kwamen tegen de houding van hun officier, bevrijden de andere vluchtelingen, gevangenen en bedreigden in het centrum van Mweka, maar hun laattijdige tussenkomst kan de Congolese premier niet meer redden.

Een intern VN-document en een gecodeerd telegram van VN-topman Dayal bevestigen de versie van Lumumba’s chauffeur: de VN was direct verantwoordelijk voor de arrestatie van de Congolese ex-premier.

Op 30 november stuurde het Ghanese commando in Luluaburg instructies naar zijn regiment in Tshikapa, waar Pongo op dat ogenblik naar Lumumba zocht: "Indien Lumumba aankomt, neem hem in beschermende hechtenis indien gevaar arrestatie of last veroorzakend."

Vanuit Leopoldstad volgde deze terechtwijzing van de Zweedse generaal Carl Von Horn, opperbevelhebber van de VN-strijdkrachten: "Geen, herhaal geen actie mag door u ondernomen worden met betrekking tot Lumumba. Wij waren voor zijn persoonlijke veiligheid enkel in zijn huis in Leopoldstad verantwoordelijk. Het werd altijd zo opgevat en bekendgemaakt dat hij zich op eigen risico buiten zijn huis zou wagen."

In Dayals telegram aan Hammarskjöld van 1 december wordt Von Horns terechtwijzing bevestigd: "(De Ghanese blauwhelmen, LdW) meldden gisteren terloops hun bedoeling om Lumumba in beschermende hechtenis te nemen wanneer daarom verzocht werd. Wij hebben duidelijk standpunt ingenomen dat hij enkel in zijn residentie onder VNbewaking stond."

De leugen van Hammarskjöld

Over de gebeurtenissen in Mweka schreef het Ghanese commando later dit verslag:

Op 2 december, om 7u30 's ochtends, bevond de bevelhebber van het Ghanese peloton zich nabij de ingang van de verblijfplaats van zijn peloton toen hij drie auto’s met hoge snelheid over de weg zag rijden. Zij stopten op enige afstand van de weg en er ontstond een handgemeen. Lumumba werd door het ANC uit zijn auto gesleurd, geslagen met geweerkolven, kreeg klappen en werd geschopt. De pelotonbevelhebber van Ghana beval zijn mannen rond de auto stelling in te nemen en de mishandeling te stoppen. Lumumba werd daarop in een auto geduwd en snel weggereden in de richting van Luluaburg.

Het rapport, dat, erg betekenisvol, in de titel spreekt over "de arrestatie van Lumumba" op 2 december, vat samen:

De eerste reactie (van de Ghanese brigade, LdW) toen zij vernam dat Lumumba de VN-bescherming in Leopoldstad had verlaten was dat hij in beschermende hechtenis genomen zou worden indien er een gevaar voor arrestatie of letsel bestond. Zij (…) ontvingen zeer duidelijke instructies dat onder geen beding gelijk welke actie met betrekking tot Lumumba genomen mocht worden. Deze instructies werden streng nageleefd.

Deze documenten weerleggen Dag Hammarskjölds bewering dat Lumumba’s bescherming buiten het mandaat van de VN viel, en in strijd was met het principe van het niet-gebruik van (actief) geweld, omdat Lumumba’s bescherming een militair initiatief vereist zou hebben.

Op 2 december, 's ochtends, was Lumumba immers opnieuw in vrijheid, en waren Ghanese blauwhelmen aanwezig bij zijn tweede arrestatie. Zij maakten een eind aan de mishandelingen, maar weigerden hem in bescherming te nemen en stonden zijn aanhouding toe, conform de richtlijnen van hun oversten.

Bovendien brengen deze documenten scherp aan het licht dat de verklaring die secretaris-generaal Hammarskjöld na Lumumba’s dood op 15 februari 1961 in de Veiligheidsraad aflegde, een leugen is:

Lumumba ontsnapte uit zijn residentie (...) zonder dat de VN kon weten waar hij zich bevond en bijgevolg zonder dat de Organisatie in de gelegenheid was om hem te beschermen. Hij werd in het binnenland aangehouden zonder dat de VN enigszins de mogelijkheid had om zich daar tegen te verzetten, gezien het feit dat zij de toestand niet onder controle had.

In Port Franqui werd Lumumba op 2 december uitgeleverd aan Gilbert Pongo, adjunct van Victor Nendaka, de chef van Mobutu’s Staatsveiligheid. Lumumba werd per DC3 van Air Congo naar Leopoldstad overgevlogen. De opluchting was groot in Leopoldstad, nu Lumumba was opgepakt.

Later schreef generaal Von Horn over de sfeer op het VN-hoofdkwartier: "De meesten onder ons waren terecht van oordeel dat er nu een werkelijke kans bestond dat Congo enigszins tot rust zou komen. Eerlijk gezegd, als Lumumba Stanleystad bereikt had, dan had heel Congo in vlammen kunnen opgaan."

Hammarskjöld was van oordeel dat Gizenga de toestand in Stanleystad zonder Lumumba niet kon ‘uitkristalliseren’. Vijf weken later was Lumumba dood.

LEES OOK