Zet burgerschapseducatie centraal in de klas

 Leestijd: 2 minuten3

2020 lijkt steeds meer een jaar te worden waarin onze samenleving op alle vlakken op de proef wordt gesteld. Naast coronabesmettingen worden we opnieuw geteisterd door een golf aan terreuraanslagen. Zowel in Frankrijk als in Oostenrijk is een link naar terreurbewegingen duidelijk.

Van alle aanslagen grijpt de barbaarse moord op geschiedenisleerkracht Samuel Paty mij als leerkracht het meest van al aan. Paty werd op vreselijke wijze van het leven beroofd omdat hij een Mohammed-cartoon liet zien in de klas.

Naast de begrijpelijke waarom-vraag laait hiermee ook de discussie op over de grenzen van de vrije meningsuiting. Leerkrachten maken zich terecht zorgen en stellen zich vooral de vraag of religies horen te bepalen wat een leerkracht wel of niet mag zeggen?

Dat kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voor in een recent geval in het Antwerpse Sint-Lievenscollege, waar een discussie over Halloween op bizarre wijze heeft geleid tot een hevige discussie over de cartoons. Ik heb goed geluisterd naar de conversatie tussen de leraar van het Sint-Lievenscollege en de leerlingen en kom tot de vaststelling dat het tonen van de cartoons niet de kern van het probleem was. Overigens laat de manier waarop dit thema werd behandeld en dus de pedagogische aanpak te wensen over.

Verbinden

Ik heb dit onderwerp zelf ook onderwezen binnen zowel het vak islamitische godsdienst als geschiedenis en verkoos toen om dit te doen zonder expliciete voorbeelden te tonen. Uiteraard heb ik wel het debat geopend door de leerlingen de vraag te stellen of dergelijke cartoons volgens hen mogen gemaakt, getoond en verspreid worden.

De leerlingen konden hierover kritisch nadenken en reflecteren over de vrije meningsuiting in brede zin. Zo komen mijn leerlingen zelfstandig tot interessante bedenkingen. Zoals de vraag of de vrije meningsuiting absoluut is en zo ja, hoe het dan komt dat homofobe, racistische en antisemitische uitspraken verboden zijn?

Mijn collega’s kunnen hier anders tegenover staan en er wel voor opteren om de cartoon te tonen, maar ook in dat geval dienen ze bij de leerdoelstellingen te blijven en is het zelfs nog belangrijker om dit op een pedagogisch verantwoorde manier te doen. Want je kan dan wel van mening zijn dat het tonen van dergelijke cartoons moet kunnen, maar niet alles wat mag of kan, is daarom ook pedagogisch en didactisch aanvaardbaar. Zo kan ik bijvoorbeeld niet spreken over moederliefde en er persoonlijke vragen over stellen aan mijn leerlingen, als een leerling recent zijn moeder heeft verloren.

Het is daarom belangrijk om als leerkracht een verbinder te zijn in de klas en leerlingen de kans te geven om hun verdriet, frustraties en andere emoties op een positieve manier te kanaliseren. Zo stelt Bart Brandsma dat een leerkracht geen “pusher” mag zijn in de dynamiek van polarisatie, maar in de eerste plaats een bruggenbouwer.

Statement

Het pijnlijke is dat Samuel Paty dit wel degelijk goed begrepen had. Alvorens hij de cartoons ter sprake bracht, gaf hij zijn moslimleerlingen immers eerst de kans om het lokaal te verlaten indien ze zich er niet goed bij voelden.

Elke leerkracht die nu de cartoons toont, moet zich eerlijk de vraag stellen of ze dit uit educatieve overwegingen doen, dan wel uit steun voor Samuel Paty of om gewoonweg een statement te maken. Want het is vooral in dat laatste geval dat de eindtermen als alibi worden misbruikt om te kunnen provoceren. En dan heb ik het niet eens over de mogelijke radicaliseringsimpuls die hiermee aan de leerlingen wordt gegeven.

De vraag ‘of’ Mohammedcartoons getoond mogen worden is dus niet de juiste. Geen enkele cartoon zal in staat zijn om afbreuk te doen aan de status van de profeet Mohammed (vzmh).

Mijn positie als islamleerkracht is een bijkomend voordeel, omdat ik mijn leerlingen kan aangeven hoe de profeet zélf handelde wanneer hij bespot, beledigd of zelfs aangevallen werd. Zo werd gedurende de spanningen in Mekka het volgende Koranvers neergezonden: “En Wij hebben jou (O Mohammed) slechts gezonden als een genade naar alle werelden.” Dit was een signaal dat hij boven die beledigingen staat en juist zijn geduld en genade moet tonen.

De vrije meningsuiting verdedigen als onderdeel van burgerschapseducatie staat ook hier centraal.

Tenslotte haal ik de beroemde quote van Evelyn Beatrice Hall aan die als fundament van de vrije meningsuiting wordt gezien: “Ik keur af wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen”. Op die manier wordt uit een menselijk drama lering getrokken en worden mijn leerlingen op een positieve manier aangemoedigd om aan de slag te gaan met datgene waarvoor Samuel Paty het leven liet: de vrijheid van meningsuiting.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Mohamed Amin Chaib

Mohamed Amin Chaib is islam onderwijzer en leerkracht geschiedenis. Chaib verzorgt naast zijn lessen ook de vrijdagdienst in moskee De Koepel.