Het terechte ongenoegen van rechters en procureurs

 Leestijd: 3 minuten1

Het recente bezoek van de nieuwe minister van justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) aan het Antwerpse Vlinderpaleis heeft de magistratuur gemengde gevoelens bezorgd.

Minister Vincent Van Quickenborne kwam naar Antwerpen om te zien welke inspanningen er geleverd worden om aan de burger te geven waar hij, zelfs in deze moeilijke coronatijden, recht op heeft: een werkzame justitie. Dat bezoek werd hoopvol onthaald. Anderzijds vroegen de rechters en de procureurs zich af waarom dat met een cameraploeg moest gebeuren en de aandacht vooral moest gaan naar wat zichtbaar was.

Achter het grote scherm dat werd getoond gaat immers een reeds lang aanslepende strijd schuil tussen de vorige minister, Koen Geens (CD&V), en de Antwerpse magistratuur over de in Antwerpen genomen initiatieven om tot een werkzame, eengemaakte en kosteloze ICT voor alle diensten te komen. In plaats van dit werkzaam initiatief te steunen deed Geens er alles aan om dit initiatief tegen te werken en zijn eigen, verouderde systeem, op te leggen.

Informatisering

In het begin van de jaren 90 werd in justitie begonnen met de invoering van de informatica. Hoewel verschillende en dure projecten werden opgezet, slaagde de administratie er niet in tot een eengemaakt en werkzaam systeem te komen. Gevolg daarvan is dat er nu nog 9 verschillende applicaties gespreid over verschillende diensten worden gebruikt.

Enkele gedreven informatici van de administratie en van de griffies staken dan, gesteund door de toenmalige eerste voorzitter te Antwerpen, de koppen bijeen. Zij slaagden er in een visie én een project te maken dat snel opleverbaar kon zijn, centraal zou kunnen werken en dienstig kon zijn voor alle applicaties. Het lukte ook.

Sinds begin 2015 kunnen langs het door hen ontwikkelde e-Deposit volautomatisch documenten worden ingebracht in het elektronisch dossier. Voor het afleveren van kopies en uitgiften van vonnissen en arresten werkt sinds 2014 de VAJA-component. Beiden zijn geheel gratis.

Door voorgaande eigen ontwikkelingen worden kopieën en uitgiften in enkele seconden in plaats van 15-20 minuten afgeleverd, kunnen de kopieën onmiddellijk na de uitspraak volautomatisch elektronisch verzonden worden aan de (advocaten van) partijen. Bovendien kan zo een databank opgebouwd worden van alle uitspraken, die machine-leesbaar is. Deze databank bevat inmiddels alle arresten van de 5 hoven van beroep en de 5 arbeidshoven van België sedert 1 januari 2014.

Een geldkraan dicht, andere open

De eigen visie van gerechtelijke diensten was klaar en VAJA werkte al maanden toen het kabinet-Geens eind 2014 aantrad. Ook e-Deposit was toen al klaar en ging van start begin februari 2015. Het was dus mogelijk om op vrij korte termijn de ‘Heilige Graal van Justitie’, het volkomen elektronisch dossier, te realiseren.

In plaats van aan deze applicaties mee te werken, deed justitieminister Koen Geens het tegendeel. Hoewel de werking van het systeem hem reeds op 11 juli 2018 persoonlijk en erg goed gedocumenteerd werd uiteengezet, legde hij een web-app om de centrale component te verbinden met de andere applicaties stil en draaide hij de geldkraan voor de verdere componenten e-Reference en e-Communicatie dicht.

Geens financierde wél een geheel verouderd systeem MaCH, dat nog op de politierechtbanken werd gebruikt. MaCH is een monolitisch systeem, nog ontwikkeld in Oracle Forms v 11.O, een stokoude technologie die in het hoger onderwijs niet meer onderwezen wordt en nog met functietoetsen werkt. Deze technologie is voor de meeste moderne browsers zelfs niet meer toegankelijk.

Minister Geens wou niet alleen zijn eigen systeem opleggen, hij deed ook wat om de gratis toegang tot de door de gerechtelijke diensten toegepaste systemen om te zetten in een betalend toegang. Dat deed hij met een Koninklijk Besluit, waardoor de advocaten verplicht werden om tegen betaling langs een door de advocatuur ontwikkelde toegang het systeem van de rechtbanken te gebruiken.

Dat de advocaten verplicht worden het gratis systeem te negeren en hun eigen toegang tot dat systeem te gebruiken mits betaling is niet het enige wat het belang van de burger miskent. Door de toegang van de balie tot de gerechtelijke data is ook de vraag ontstaan wie eigenaar en beschermer van deze gegevens is. Het gevaar voor de commercialisering van deze gerechtelijke data is, zoals dat met alle andere data gebeurt, reëel.

Maar ook daarvoor bleef justitieminister Koen Geens blind. In de gerechtelijke diensten wordt zelfs gefluisterd dat minister Geens op de laatste kabinetsraad van de regering-Wilmès nog voor 48 miljoen euro contracten met de leverancier van MaCH (AXI) liet goedkeuren en dat het zonder de regels van een aanbesteding zou zijn gebeurd.

Als dat waar is, is dat een veelvoud van de ontwikkelingskosten voor de web-app die VAJA beschikbaar zou maken voor alle applicaties. De kostprijs van deze web-app zou enkele honderdduizenden euro bedragen, waardoor deze functionaliteit voor alle rechtbanken beschikbaar zou zijn en de centrale databank van alle vonnissen en arresten van het Rijk een feit.

Frustrerend

Voor de rechters en procureurs die reeds vele jaren wachten op een bruikbare en aangepaste werkwijze is deze toestand ontzettend frustrerend. Voor de burger die dit onverkwikkelijk verhaal leest oogt het als een zoveelste uiting van de koppige eigengereidheid van de heer Koen Geens.

Wanneer de burger er zelf mee geconfronteerd wordt is dat nog erger. Waarom werd een werkzaam systeem dat de burger op moderne wijze toegang geeft tot zijn dossier en waardoor hij er stukken kan aan toevoegen en documenten uit kan krijgen door de justitieminister gedwarsboomd? En waarom moet hij er, wanneer hij het aan zijn advocaat vraagt, voor betalen en is het wanneer hij het zelf vraagt gratis?

Voor de nieuwe justitieminister is dit een uitgelezen kans om in korte tijd te tonen wat hij met justitie wil: de voortzetting van de oude strijd of een samenwerking met wat reeds door de gerechtelijke diensten werd gerealiseerd. Als dat lukt, zullen de magistraten er geen bezwaar tegen hebben dat er camera’s worden bijgehaald om het succes te bevestigen.


Uitgelichte afbeelding: CC BY-SA 2.0 William Murphy (Flickr)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P. Hij bracht in juni 2020 het boek ‘Het land van de onbestrafte misdaden. Waarom faalt justitie?’ uit bij uitgeverij Kritak.