Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De onopgeloste tegenstellingen van de regering-De Croo

20 oktober 2020 Sacha Dierckx
36766610160_6023ef6691_o
Alexander De Croo (Foto: CC BY 2.0 Raul Mee (EU2017EE))

Hoe kan de financiering van de sociale zekerheid op lange termijn gegarandeerd worden zonder extra inkomsten? Vanwaar zullen de jobs komen die de werkgelegenheidsgraad omhoog moeten duwen? En kan de “groenste regering ooit” wel een antwoord geven op de urgentie van de klimaatontwrichting?

De uitgaven versus de inkomsten

De regering biedt geen structurele oplossing voor de tegenstelling tussen de collectieve behoeften en de uitgaven die daarvoor nodig zijn enerzijds, en de inkomsten anderzijds. Enerzijds zijn de collectieve behoeften groot. De sociale zekerheid schiet tekort, en er zijn grote noden in de werkloosheid, de pensioenen, de gezondheidszorg, en de falende bestrijding van armoede.

Zoals de formateursnota zelf aangeeft, zijn de overheidsinvesteringen in België veel te laag. De klimaatontwrichting aanpakken vergt veel publieke investeringen. Veel openbare diensten zitten (onder meer qua personeel) op hun tandvlees na jarenlange besparingen.

Anderzijds mogen de belastingen volgens de formateursnota niet stijgen. De taxshift wordt niet teruggedraaid, de verlaging van de vennootschapsbelasting gaat door, de bijdrage van de sterkste schouders wordt berekend op 200 à 300 miljoen euro in plaats van de miljarden die een vermogensbelasting zou kunnen opbrengen.

Dat betekent dat we zeker op korte termijn, maar ook op langere termijn met begrotingstekorten zullen blijven zitten. Op zich hoeft dat geen groot probleem te zijn. De rentelasten voor de Belgische overheid hebben hun laagste niveau bereikt sinds het begin van de jaren 1960. Zolang de Europese Centrale Bank (ECB) de rente laag houdt (of nog meer verlaagt via monetaire financiering), kunnen we de overheidsschulden en begrotingstekorten dus negeren.

Het feit dat er op vlak van sociale bijdragen en belastingen geen structurele oplossing wordt voorzien, maakt dat de sociale zekerheid en openbare diensten extra kwetsbaar blijven voor de afbraak door een volgende regering

Maar zeker de tekorten in de sociale zekerheid maken de sociale zekerheid kwetsbaar voor aanvallen, zoals onder de regering-Michel al bleek. Een stabiele en zekere financiering zou de sociale zekerheid op langere termijn sterker maken. Goed gefinancierde openbare diensten die een kwaliteitsvolle dienstverlening verzorgen, zijn bovendien minder vatbaar voor privatisering en versterken de legitimiteit van de overheid.

Ook al verhoogt de regering-De Croo dus de overheidsinvesteringen en sociale uitgaven, het feit dat er op vlak van sociale bijdragen en belastingen geen structurele oplossing wordt voorzien, maakt dat de sociale zekerheid en openbare diensten extra kwetsbaar blijven voor de afbraak door een volgende regering.

De focus op werkgelegenheid versus te weinig jobs

Het is een grote doelstelling van de regering-De Croo: het opkrikken van de werkgelegenheidsgraad tot 80% tegen 2030. Verschillende groepen moeten daarom aan het werk (blijven): oudere werknemers die (vervroegd) uittreden, werkzoekenden, mensen met een leefloon, personen met een handicap, langdurig zieken en dergelijke.

De vraag of al die mensen wel aan het werk kunnen (en willen) gaan of blijven, is daarbij waarschijnlijk nog niet eens de belangrijkste vraag. De primaire vraag is waar de jobs vandaan zullen komen voor al die mensen. Al sinds de jaren 1960 zijn er structureel te weinig jobs om volledige werkgelegenheid te behalen.

Welke beleidsmaatregelen zal de regering wel nemen om meer jobs te creëren?

Eind september 2020 waren er in Vlaanderen – waar de situatie nog beter is dan in Wallonië – minder dan 40.000 openstaande vacatures (rechtstreeks gemeld aan de VDAB) tegenover meer dan 200.000 niet-werkende werkzoekenden (waarbij mensen die minder dan drie maanden tijdelijk werkloos zijn niet meegerekend worden).

Bovendien, aangezien de taxshift niet veel bijkomende (en uiteindelijk zeer dure) jobs creëerde, is de vraag welke beleidsmaatregelen de regering wel zal nemen om meer jobs te creëren. Zolang ze daarbij niet geen innovatieve recepten zoals een kortere werkweek of een jobgarantie wil gebruiken, lijkt het erop dat ook de regering-De Croo geen oplossing zal bieden voor de vele mensen die geen geschikte job vinden.

De urgentie van de klimaattransitie versus de geleidelijkheid van de formateursnota

Zoals eerder beschreven, presenteert deze regering zich als de meest groene regering ooit. Dat is positief, en broodnodig gezien de klimaatontwrichting en andere ecologische crisissen. Maar als we alleen al naar die klimaatontwrichting kijken, is de vraag of de formateursnota wel voldoende oplossingen biedt op de urgentie van de klimaatontwrichting.

Ten eerste ontbreken harde, cijfermatige doelstellingen tegen 2024 voorlopig nog, al belooft het regeerakkoord dat er “tussentijdse doelstellingen” komen. Het lijkt erop dat de regering de volgende jaren vooral inzet op de voorbereidingen voor de transitie, maar dat we ons kunnen afvragen in welke mate de transitie al zal ingezet zijn tegen 2024.

Ten tweede zijn er veel maatregelen die pas na 2024 een groot effect zullen hebben. Zo zijn er de nieuwe salariswagens die vanaf 2026 broeikasgasvrij moeten zijn, de uitfasering van wagens op fossiele brandstoffen waar geen datum op staat, of de divestment waarmee alle federale instellingen zich tegen 2030 zouden moeten terugtrekken uit investeringen in bruine activiteiten.

Wat de salariswagens en de divestment-plannen betreft, had een vroegere deadline tijdens deze legislatuur gekund; wat de uitfasering van wagens op fossiele brandstoffen betreft, zou er best deze legislatuur al een einddatum aan verbonden worden.

Ook andere maatregelen hebben maar een effect op langere termijn. Dat is op zich niet slecht, maar betekent het dat de regering zich op korte termijn neerlegt bij een plafonnering of zelfs verhoging van de CO2-uitstoot?

Ten derde is de federale regering voor veel maatregelen afhankelijk van het Europese niveau (het ETS-systeem, de circulaire economie, het landbouwbeleid), de deelstaten (de renovatie van woningen, delen van de industriële transitie, het bus- en tramvervoer, het landbouwbeleid) of de gemeenten (circulatie- en parkeerplannen). Dat kan je op zich deze regering niet verwijten.

Alleen maakt de regering het er zich op sommige vlakken wat makkelijk van af, door bijvoorbeeld te verwijzen naar het Europese niveau in plaats van zelf een vliegtaks te introduceren, of door niet nóg ambitieuzer te zijn op domeinen waar ze zelf bevoegd is, zoals de renovatie van federale gebouwen, de salariswagens of de divestment-strategie.

In elk geval kunnen we ons afvragen of de in het regeerakkoord opgesomde maatregelen wel voldoende zullen zijn om de CO2-uitstoot met 55% terug te dringen tegen 2030.

Door te ijveren voor meer ambitieuze doelstellingen had de federale overheid een voortrekkersrol kunnen spelen binnen de EU en druk kunnen zetten op regionale overheden

Tot slot is er de vraag of de doelstelling van 55% reductie van CO2-uitstoot tegen 2030 wel voldoende is. Zoals eerder aangegeven, is het Europees Parlement ambitieuzer.

Klimaatactivisten Luisa Neubauer, Greta Thunberg, Adélaïde Charlier en Anuna De Wever maakten het bovendien enkele dagen na de voorstelling van de formateursnota nog eens duidelijk: “The proposed 55%, 60% or even 65% CO2 emission reduction targets for the EU by 2030 are nowhere near enough to be in line with the below 1.5°C or even the “well below 2°C” target of the Paris Agreement.”

In het boek van Denktank Minerva Klimaat en sociale rechtvaardigheid, pleitte ik zelf voor 65-70% vermindering van de uitstoot tegen 2030. Door zelf te ijveren voor meer ambitieuze doelstellingen, had de federale overheid niet alleen een voortrekkersrol kunnen spelen binnen de EU, maar ook druk kunnen zetten op regionale overheden die niet het beleid willen voeren om de klimaatontwrichting te beperken tot 2°C, laat staan 1,5°C.

Lees hier een uitgebreide analyse van het regeerakkoord door Sacha Dierckx.

Uitgelichte afbeelding: CC BY 2.0 Raul Mee (EU2017EE)

LEES OOK