Het wel en wee van het gecommercialiseerde stemvee

 Leestijd: 6 minuten0

Kan deze ‘regering van de laatste kans’ zowel het vertrouwen in de gevestigde politiek als de status quo herstellen? Het is de hamvraag van deze regeringsvorming. De Vivaldi-regering schoot uit de startblokken, maar zal ze ook de veelbelovende finish van de hardlooprace bereiken zonder al te veel kleerscheuren en daarbij het politieke vertrouwen herstellen? Zal de coalitie in 2024 beloond worden of juist verder afgestraft?

De Vivaldi-coalitie bestaat grotendeels uit het verliezende karakter dat eigen is aan een groot deel van de coalitie. Enkel de ecologisten onder hen wonnen de verkiezingen. De rest werd afgestraft. Ook de nieuwe regering-De Croo zal niet enkel afgerekend of beloond worden op basis van zijn discours en parcours. Het gezegde luidt the proof of the pudding is in the eating, maar tijd moet nog uitwijzen of men door enkel te focussen op ‘goed bestuur’ en ‘constructieve communicatie’ de apathie van ‘de kiezer’ weet te overwinnen.

Vertrouwen

Tijdens de voorstelling van het regeerakkoord door de preformateurs werd een direct, maar enigszins hol antwoord op deze vraag gegeven. Premier Alexander De Croo (Open Vld) stelde zijn antwoord in de speech als volgt:

“Het is aan ons [de regering], om diegenen die vandaag twijfelen, te overtuigen van wat we met onze samenleving willen doen. Dit [regeer]akkoord is een startpunt. Een startpunt van een andere manier om aan politiek te doen. Met meer pragmatisme, met meer samenwerking, en vooral met meer respect. Meer respect voor elkaar, meer respect voor andere meningen.”

‘Vertrouwen’ wordt dus de mantra van de nieuwe regering. Een verbindend, constructief regeerakkoord moet dit vertrouwen weten te herstellen en het verziekte politieke landschap helen. Vandaag lijkt politiek echter herleid te worden tot een communicatief spel in combinatie met de gekende leuze van het goede bestuur.

Het regeerakkoord is hier een duidelijk exponent van. Apolitieke slogans van Michael Jordan en lege woorden zoals ‘respect en samenwerking’ lijken het communicatief surrogaat te vormen voor een ontbrekende politieke visie.

Vandaag lijkt politiek echter herleid te worden tot een communicatief spel in combinatie met de gekende leuze van het goede bestuur

Politieke analisten worden gedegradeerd tot de tolken van het communicatieve brood en spelen van een politieke klasse. Dagelijks zijn zij bezig met het wikken en wegen van vage woorden, houdingen en gestes om de achterliggende boodschappen van de politici te achterhalen.

Door zulke analyses lijkt het alsof de politieke communicatie van de partijen op zich al representatief is voor de ‘echte’ achterkamerpolitiek tussen de partijvoorzitters, de kabinetten en de achterban.

Maar klopt dat wel? De politiek moet niet enkel de schijn van die symboliek hooghouden, maar is zelf de emanatie van de symboliek geworden. De huidige regering gebruikt dit symbolisme als een ‘krachtig’ wapen tegen het verdelend discours van haar politieke tegenstanders. De regering stelt zich zo uitdrukkelijk op als de antithese van de chaos, onkunde en polarisering die de aard van de zogenaamde populisten opmaakt. Ze tracht de mensen te overtuigen van een ‘positief verhaal’.

De politiek lijkt een schouwspel te zijn geworden tussen ‘politieke spelers’ die ‘de kiezer’ moeten overtuigen van hun politiek product

De politiek lijkt een schouwspel te zijn geworden tussen ‘politieke spelers’ die ‘de kiezer’ moeten overtuigen van hun politiek product. We kunnen spreken van een vermarkting van de politiek. De partijpolitiek dat – als het ware een product in de supermarkt dat je ‘verkiest’ boven andere producten – verkocht moet worden aan de bevolking.

De kiezer is in die zin veeleer consument van de politieke boodschap, dan dat die overtuigd moet worden om zich politiek te engageren en te interesseren. Het is zoals filosoof Thomas Decreus het krachtig stelt: de politiek vervelde tot één grote spektakeldemocratie.

Het is zoals filosoof Thomas Decreus het krachtig stelt: de politiek vervelde tot één grote spektakeldemocratie

Decreus spreekt van een media-politiek complex, waarbij media en politiek geleidelijk aan meer met elkaar vervlochten zijn. Onze samenleving en politiek maken geleidelijk aan steeds nadrukkelijker gebruik van verschillende massamedia. Het politieke métier wordt in de televisiestudio’s of op sociale media gevoerd en steeds minder in het parlement zelf.

Mediatisering en vermarkting

Ook bij de Vivaldi-coalitie treedt deze mediatisering en vermarkting van de politiek op de voorgrond. De voorzitters van de drie traditionele partijen trekken een duidelijke lijn tussen zij die ‘verantwoordelijkheid’ opnemen en zij die dat niet doen. Tussen zij die het land redden en zij die het deden ontsporen. Tussen zij die constructief aan politiek doen en de anti-politiek.

Zij stellen zich voor als de antithese van de chaos, onkunde en polarisering van de populisten. De vraag is dan of deze lezing van de feiten tevens een realistische beschrijving van de werkelijkheid is, maar hoe dan ook is dit discours een product dat verkocht wordt aan een grotendeels passieve en apathische kiezer.

Met de groeiende invloed van de sociale media is de politieke klasse meer dan ooit in staat om een rechtstreekse en schijnbaar persoonlijke band met de kiezer te creëren

Met de groeiende invloed van de sociale media is de politieke klasse meer dan ooit in staat om een rechtstreekse en schijnbaar persoonlijke band met de kiezer te creëren. De – ooit almachtige – klassieke media verliezen hun publiek en worden afhankelijker van de politicus die steeds vaker kan kiezen of het wel nodig is om verantwoording bij de media af te leggen.

De media verliezen daarmee een deel van hun macht tot het kneden en het beïnvloeden van de politieke agenda. In een gemediatiseerde samenleving zijn de media afhankelijk van de politicus en vice versa, doch is het ook zo dat de politicus zich steeds vaker van andere kanalen kan bedienen om zijn kiespubliek aan te spreken.

In het regeerakkoord van de Vivaldisten is het wel duidelijk dat ze de mobiliserende kracht van deze sociale en nieuwe media trachten te neutraliseren, of op z’n minst in te perken. De regering wil inzetten op een plafond van bestedingen op politieke advertenties op de sociale media, wellicht omwille van het feit dat de beide grote winnaars van de verkiezingen (Vlaams Belang en PVDA) hier meer succesvol in zijn dan zijzelf. Dat plafond op bestedingen aan advertenties op sociale media kan evenwel positief zijn, maar goedbedoeld is het al zeker niet.

Deze beleidskeuze formuleert zich vanuit machtsbehoud en niet per se vanwege een democratische overweging. Ondanks dat de casus zeer verschillend is, kan men het vergelijken met het werkelijke doel achter het afschaffen van de opkomstplicht bij de lokale verkiezingen: de opmars van enkele tegenstrevers neutraliseren. Men zal wel aan ‘goed bestuur’ willen doen, men verwacht ook niets minder.

De apathische kiezer

Wat de regering echter niet doet, is de eenvoudige – maar eveneens existentiële – vraag stellen naar waarom er bij mensen zo een ongenoegen heerst. Hoe komt het dat mensen zo apathisch zijn geworden tegenover de politiek? Wat maakt het dat er steeds meer mensen zich niet langer vinden in de traditionele partij? De focus op symboliek is een futiele poging om aan deze vraag te ontsnappen.

De schouwburg waarin het politiek spektakel zich ontvouwt, is de afgelopen decennia drastisch veranderd

Dit hoeft ons opnieuw niet te verbazen. Het probleem zit in een systeemfout, niet in een zogenaamde communicatiefout of malgoverno. De schouwburg waarin het politiek spektakel zich ontvouwt, is de afgelopen decennia drastisch veranderd. Waarvan vroeger het podium stevig gestut werd door de levensbeschouwelijke zuilen en massapolitiek, blijven nu enkel en alleen de ruïnes over.

Het is niet zo dat de macht van het middenveld of de partijpolitiek helemaal is weggevaagd. Wel lijken ze een groot deel van hun politiek potentieel om nieuwe ideeën te vormen, een politieke gemeenschap te creëren en blijvende instituties in het leven te roepen, verloren te hebben.

In de politieke arena rest enkel nog een politieke dienstverlening pur sang, een vrijwel uitgesloten en gemarginaliseerd middenveld en de particratie. De politieke massabewegingen die vroeger de raison d’être vormden van de Belgische politiek tanen langzaam weg. Volgens politicoloog Carl Devos zien we vandaag exact de omgekeerde logica te werk, namelijk de partijen die het animo proberen aan te nemen van een politieke beweging, in plaats van er werkelijk één te zijn.

Apache
Anton Jäger schrijft wekelijks een column voor Apache. Je vindt zijn artikels hier terug.

De naamsverandering van de sp.a tot de beweging Vooruit getuigt hiervan, net zoals de voorgaande naamsverandering (van de SP tot de sp.a) die kaderde in het principe van een vernieuwing- en verruimingsoperatie. “De klassieke politieke partijen zijn ten dode opgeschreven”, constateerde publicist Anton Jäger recent over de compulsieve pogingen van partijen om zichzelf te vernieuwen.

Doordat de drie traditionele partijen een historisch dieptepunt bereiken qua stemmen en leden, zou elke verkiezing wel eens het mogelijke wegvagen van de partij kunnen betekenen. Bijgevolg zien we bij de regeringsformatie een blokvorming ontstaan van partijen die de gevestigde politiek willen behouden middels enkele beloofde hervormingen. Zoals Egbert Lachaert (Open Vld) correct constateert, “zullen partijen pas samensmelten wanneer ze in existentiële problemen zitten.”

Partijvoorzitters dienen ironisch genoeg te veinzen dat ze, om hun macht te behouden, juist die macht uit handen gaan geven. Het komt wat ongeloofwaardig over dat de presidenten van de particratie, na jarenlang de macht te hebben gecumuleerd, nu plots hun macht – op eigen initiatief – zouden gaan inperken.

Meer dan enkel ‘goed besturen’

Politiek is breder dan enkel ‘goed besturen’ en ‘constructief communiceren’. Politiek geeft betekenis aan de samenleving en de mens, en is allerminst herleidbaar tot slechts een product. Dat steevast blijven doen is het ondergraven van de politiek zelf en het weinige beetje betekenis dat het nu nog verleent aan het alledaagse leven van mensen.

Politiek geeft betekenis aan de samenleving en de mens, en is allerminst herleidbaar tot slechts een product

Als de partijpolitiek zich niet langer kan en wil buigen over de klassieke vragen wat het goede leven is en wat voor samenleving dit goede leven kan cultiveren, dan vervalt ze in een logge administratie en spektakel voor de consument-burger.

Indien men de traditionele politieke partij wil redden van haar nakende ondergang, zal er toch wat meer uit de kast mogen worden gehaald dan louter ‘goed bestuur’ en ‘een nieuwe vorm van aan politiek doen’. Er zullen enkele heilige huisjes moeten sneuvelen. Het al dan niet slagen van deze Vivaldi-missie zal in 2024 afhangen van welk beleid men tot dan werkelijk heeft uitgevoerd en in welke vorm dat gebeurde, maar niet van de schone beloften die men nu maakt.


Uitgelichte afbeelding: CC BY 2.0 Center for Data Innovation (Flickr)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Timon Ramboer

Timon Ramboer is masterstudent nationale politiek aan de UGent.

Auteur: Alexander Aerts

Alexander Aerts studeerde politieke wetenschappen aan de UGent en momenteel wijsbegeerte aan de KU Leuven.