Het kan mij niet schelen wat u denkt

 Leestijd: 5 minuten2

Vanaf het moment dat we worden geboren, hangen we om de wereld rondom ons te begrijpen, af van het oordeel van anderen. Onze ouders, onze broers en zussen, onze vrienden, onze leraars, onze collega’s, onze baas, onze politieke leiders, de media en de sociale media – allen helpen ze ons te zien hoe die wereld werkelijk in elkaar zit. En daar zijn twee redenen voor: anderen kennen feiten die wij niet kennen, en ze kunnen ook beter zijn dan wij in het verwerken van die feiten tot een oordeel.

Maar niet iedereen is even betrouwbaar in dit opzicht. Hun eigen feitenkennis kan gebrekkig zijn, en hun vaardigheid in het interpreteren van de feiten kan onvolmaakt zijn. Dat leren we gauw, en we zien dan ook dat we sommige mensen meer kunnen vertrouwen (of meer moeten wantrouwen) dan anderen. Maar op welke basis doen we dat?

Wie kunnen we vertrouwen?

Het is moeilijk direct de kwaliteit van iemands oordeel te bepalen. Wie iemand is, beïnvloedt vaak hoe we naar waarde schatten wat hij of zij zegt.

Als we iets weten over een persoon, dan kunnen we die kennis gebruiken om te toetsen in hoeverre we hun oordeel mogen vertrouwen. Als dat in het verleden degelijk is gebleken, dan kunnen we wellicht ook hier afgaan op wat ze zeggen. Maar het is niet omdat iemands advies over hoe we afraken van het mos in ons gazon prima hielp (hij is een verwoed tuinier), dat zijn standpunt over migratie of klimaatverandering ook betrouwbaar is.

Het is niet omdat iemand een eminent epidemioloog is, dat zijn oordeel over of de scholen al dan niet kunnen openblijven, terwijl een pandemie woedt, bepaald deugdelijk is. Daarvoor is diep epidemiologisch inzicht weliswaar noodzakelijk, maar niet voldoende.

“Nee, volgens mij heb je geen hersentumor.” (Foto: Aaron Norcott (Unsplash))

We kunnen ook voortgaan op iemands identiteit om hun betrouwbaarheid in te schatten. En dat hoeft niet verkeerd te zijn: het is absoluut redelijk het oordeel dat onze frequente hoofdpijn niet het gevolg is van een hersentumor als meer betrouwbaar te beschouwen wanneer het van een neuroloog komt, dan wanneer het komt van onze garagist of van een willekeurige gast op café.

Maar een populaire zanger of een gevierd acteur is niet noodzakelijk meer bekwaam dan wijzelf om te oordelen of de eerste minister of de president van ons land zijn job goed doet.

Als iemands identiteit verbonden is met hun lidmaatschap van uw in-groep, dan is zo’n vooringenomenheid nog twijfelachtiger

Als iemands identiteit verbonden is met hun lidmaatschap van uw in-groep, dan is zo’n vooringenomenheid nog twijfelachtiger. Tenzij ze over een specifieke competentie beschikt betreffende de doelmatigheid van mondmaskers, is het oordeel van uw naaste collega, uw neef, uw beste vriendin, de plaatselijke voorzitter van uw partij of de premier van uw land niet meer betrouwbaar dan het mijne.

De geloofwaardigheid van iemands oordeel houdt geen verband met hun competentie in een ongerelateerd domein, noch met hoe knap ze eruitzien, hoe ze gekleed zijn, hoe ze spreken, en of we affiniteit met hen voelen. A

ls we onze waardering van hun oordeel door dit soort zaken laten beïnvloeden, dan zijn we in de ban van het halo-effect of van het tegendeel, het hoorns-effect (waarbij we bijvoorbeeld iemands oordeel over klimaatverandering verwerpen omdat ze lelijk zijn, een andere politieke mening hebben, of niet kunnen koken).

Mijn kant is de juiste kant

U hebt wellicht al gehoord over de vele biases die ons oordeel (en dat van anderen) kan vertroebelen – op Wikipedia vind je een lijst van meer dan 200. Maar er is er eentje die niet op de lijst staat, ondanks het feit dat hij mogelijk nog meer nefast is dan de andere: de myside bias – de tendens om zaken te zien en te evalueren vanuit een perspectief dat onze overtuigingen en opinies begunstigt.

Dit concept is uitgebreid bestudeerd door Keith Stanovich, een psycholoog aan de universiteit van Toronto. Hij definieert het als een “subcategorie van de confirmation bias” (Wikipedia verwijst ernaar als een alternatieve naam voor confirmation bias). Ik zou het echter eerder als een tendens op een hoger niveau beschouwen, waar confirmation bias, selectie-bias, hindsight bias, gemotiveerd redeneren en dergelijke allemaal toe bijdragen.

We zijn geneigd te waarderen wat iemand zegt aan de hand van wie ze zijn, ongeacht hoe bekwaam ze zijn

Myside bias tast niet enkel aan hoe we andermans oordeel en gedrag interpreteren, maar ook hoe we ons eigen oordeel vormen. We denken dat iemands oordeel betrouwbaarder is als die persoon iemand is waarmee we het eens zijn, of die we om welke reden ook leuk of sympathiek vinden. We zijn geneigd te waarderen wat iemand zegt aan de hand van wie ze zijn, ongeacht hoe bekwaam ze zijn (een soort misplaatst beroep op autoriteit).

Het hoeft zelfs niet om een persoon te gaan, ook ideeëngoed kan die rol spelen. In een klassieke reeks van studies onderzocht psycholoog Geoffrey Cohen (destijds aan de universiteit van Yale, nu aan die van Stanford) hoe de politieke gezindheid de steun van mensen voor een bepaald beleid beïnvloedt. Hij bevestigde dat progressieve personen een meer vrijgevig bijstandsbeleid verkiezen, terwijl conservatieve personen de voorkeur geven aan een zuiniger bijstandsbeleid.

Maar wanneer een vrijgevige beleidsmaatregel werd voorgesteld als gesteund door 95% van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, en slechts door 10% van de Democraten, dan bleken conservatieven het ermee eens te zijn, ook al was het een maatregel die ze anders zouden verwerpen.

Hetzelfde gold voor progressieve deelnemers wanneer een strikte maatregel werd voorgesteld als gesteund door een grote meerderheid van Democraten en slechts een kleine fractie Republikeinen. De titel van de studie vat het beknopt samen: ‘Party over policy’.

Myside bias is overigens niet inherent schadelijk: bij Bayesiaanse besluitvorming moeten we uitgaan van onze ‘priors’, onze oorspronkelijke overtuiging, en passen die aan op basis van de nieuwe feiten. Zolang die priors zelf gebaseerd zijn op bewijsmateriaal, en niet op waarnaar we streven, of wat we willen of hopen, zitten we goed. Maar als de priors bestaan uit niet gefundeerde overtuigingen of voorkeuren, dan is myside bias beslist wel een probleem.

Niet wat of wie, maar hoe

Redeneringen kunnen dus worden verstoord door myside bias. Als we gemotiveerd zijn door onze overtuigingen en door wat we graag willen, dan zijn onze conclusies onbetrouwbaar – en dat geldt voor diegenen op wiens oordeel we betrouwen, net zo goed als voor onszelf.

Aan welke kant staat u? Dat heeft geen belang voor wie redeneert (Foto: CC BY-NC 2.0 Jerome Olivier (Flickr))

Dit kunnen we tegengaan door redeneren te beschouwen als algebra. We kunnen specifieke aspecten weghalen uit hoe we feiten analyseren en verwerken om tot een conclusie te komen, en bepaalde personen, gebeurtenissen, groepen en dergelijke te vervangen door parameters a, b en dergelijke.

Wat als het een lid van onze in-groep was die x zei en niet een iemand die behoort tot de uit-groep? Wat als y gebeurde ten gevolge van een actie die we veroordelen, en niet een actie die we steunen? Het mag geen verschil maken.

Een deugdelijk argument hangt, net als algebra, niet af van de specifieke elementen. Een rechte lijn die beschreven wordt door de vergelijking y = ax + b zal de X-as snijden waar x = -b/a en de Y-as waar y = b, ongeacht de waarden van a en b. Een beleidsmaatregel is verdienstelijk omwille van wat hij bereikt, ongeacht wie hem steunt of niet.

We moeten bewijsmateriaal kritisch beoordelen, ongeacht of het ondersteunt wat we wensen of niet

We moeten bewijsmateriaal kritisch beoordelen, ongeacht of het ondersteunt wat we wensen of niet. De manier waarop een politiek leider zich gedraagt is respectabel (of niet), ongeacht onze eigen politieke overtuiging.

Dit betekent niet dat onze voorkeuren, onze verlangens, ons streven en onze overtuigingen niet van belang zijn. Maar het betekent wel dat geen van deze zaken mogen beïnvloeden hoe we denken.

En dat is waarom het mijn niet kan schelen wat u denkt. We kunnen het eens zijn, of oneens – en dat is perfect in orde. Beter nog: als we van mening verschillen, dan wordt mijn eigen opinie op de proef gesteld, en kan ik geïnspireerd worden ze te herzien, en zelfs iets leren en van mening veranderen… tenminste als ik kan zien hoe u tot uw inzicht bent gekomen. Het is als op een examen, waar niet enkel de uitkomst, maar ook de berekening moet worden ingeleverd.

Want terwijl het me niet kan schelen wat u denkt, hecht ik des te meer belang aan hoe u denkt.


Uitgelichte afbeelding:  CC BY-NC 2.0 Johnny Worthington (Flickr)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.