Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Waarom houden we ons (niet) aan de coronaregels?

7 augustus 2020 Koen Smets
man with mask
Gemaskerde (Foto: CC BY Jernej Furman)

Er was recent een beetje goed nieuws in verband met mogelijke COVID-19-vaccins. Maar de werkzaamheid en veiligheid van een vaccin aantonen vraagt tijd, en voorlopig blijft het behelpen met niet-farmaceutische interventies zoals het bedekken van neus en mond, op een veilige afstand blijven van anderen, en het aantal nauwe contacten te beperken. Zo moeten we het verspreiden van de ziekte in de gemeenschap helpen voorkomen.

Naarmate het aantal gevallen weer toeneemt in landen die eerder COVID-19 onder controle leken te hebben, wijst een beschuldigende vinger naar diegenen die de regels in de wind slaan.

Wat motiveert mensen om zich te schikken naar die gedragsregels, of om ze net met de voeten te treden?

Menselijk gedrag is een complexe zaak, de resultante van een heel gamma van externe en interne invloeden, die mogelijk nog eens verder wordt bijgesteld door een reeks biases en denkfouten. Een manier om daar klaar in te zien die in mijn professionele leven vaak vruchten afwerpt, is gedrag te zien als de uitkomst van een afweging.

Bijna altijd hebben we twee of meer opties voor ons, en uiteindelijk kiezen we er een van, en niet de andere. Wat onze keuze wordt, en hoe we die keuze maken, kan zowel inzicht verschaffen in wat de drijfveer is van het gedrag, als helpen te bepalen hoe een andere keuze kan worden aangemoedigd.

De rede aan de (beperkte) macht

Een manier om de afweging te maken is het naast elkaar leggen van kosten en baten van de beschikbare opties, gebaseerd op de gekende feiten: wat moeten we opofferen, en wat krijgen we in de plaats voor elke mogelijkheid? Laten we zien of we 'conform gedrag', zoals het dragen van een mondmasker, of het afstand houden, kunnen verklaren aan de hand van deze afweging.

De persoonlijke baten liggen lang niet voor de hand. Hoe waarschijnlijk is het dat we iemand tegenkomen die besmettelijk is? De besmettingsgraad is typisch 1 op 1.000 of nog lager, dus de kans dat we voldoende tijd met iemand doorbrengen die ons kan blootstellen aan zijn of haar virale uitstoot is erg klein. Bovendien zijn maskers vooral bedoeld om anderen te beschermen mochten we zelf besmettelijk zijn, eerder dan dat ze voor onze veiligheid zorgen.

mask ears
Als de kost is dat ik er zulke oren van krijg, dan ben ik toch niet zo zeker (Foto: CC BY Linda De Volder)

De nadelen van niet conform gedrag van hun kant zijn abstract en weinig saillant. We zijn weliswaar in staat een verband te leggen tussen het niet dragen van een veiligheidsgordel en de amputatie van een been of hersenschade oplopen bij een verkeersongeval. Maar de link in onze geest tussen maskerloos rondlopen of een barbecue met 20 vrienden bijwonen, en een verschrikkelijke consequentie van het besmet raken met COVID-19, die is lang niet zo vanzelfsprekend.

Nu hoeven we niet noodzakelijk altijd persoonlijk de voordelen van een optie te kunnen bevestigen. Weinigen onder ons weten uit directe ervaring wat het belang is van vitaminen en mineralen als voedingsbestanddelen. Toch zorgen we ervoor dat ons dieet – en desnoods supplementen – ons ervan voorzien, dankzij het advies van mensen met meer expertise waarin we vertrouwen hebben.

Helaas laat zulk advies, wanneer het om de baten van niet-farmaceutische interventies gaat, nogal wat te wensen over. De richtlijnen van regering zijn vaak inconsistent: een verplichting tot het dragen van mondmaskers waar algemeen wordt aangenomen dat ze geen merkbaar effect hebben (bijvoorbeeld in de buitenlucht waar we voldoende afstand kunnen houden), terwijl ze op andere plaatsen, zelfs binnen, waar ze veel effectiever zijn, niet vereist worden.

De verplichtingen lijken vaak ook willekeurig: is een bubbel van 5 personen veilig, en een van 6 niet? Waarom moesten de Britten aanvankelijk 2 meter afstand houden terwijl elders in Europa 1,5 meter genoeg was – en waarom is 1 meter afstand nu OK in het VK?

Bijna altijd hebben we twee of meer opties voor ons, en uiteindelijk kiezen we er een van, en niet de andere

Wat is het wetenschappelijke bewijs dat een avondklok op een beduidende manier helpt de verspreiding tegen te gaan? Regeringen slagen er niet in een stevig argument te geven voor de maatregelen die ze opleggen, en ze slagen er dus evenmin in ons te overtuigen van de baten ervan.

Het is dus onvermijdelijk dat de overheersende factor in de afweging hier de kost wordt. Voor het dragen van een masker is dat offer eerder bescheiden, maar omdat de baten nauwelijks overtuigen, is het weinig waarschijnlijk dat de keuze van diegenen die zich conform gedragen gedreven wordt door een beredeneerde kosten-batenanalyse.

Voor het afstand houden weegt de kost van een drastisch teruggeschroefd sociaal leven dan wel weer flink door - maar dat maakt het nog minder waarschijnlijk dat diegenen die zich ernaar schikken zich baseren op een evaluatie van voor- en nadelen. Als we zovelen zien die zich aan de regels houden, dan is er beslist een andere verklaring.

'Niet-conform gedrag' uitleggen aan de hand van deze afweging is dan weer veel makkelijker. We houden immers niet van betalen en offers brengen, en zeker niet als we er niets zinvols voor in de plaats krijgen.

Geleid door overtuigingen

Het evalueren van kosten en baten houdt rekening met zowel de feiten als onze voorkeuren om te besluiten wat we wel of niet zullen doen. Maar soms zijn onze voorkeuren zo sterk dat ze de besluitvorming domineren, zelfs als er feiten zijn die er tegenin gaan.

Het is alsof er zoveel gewicht ligt aan de ene kant van de weegschaal dat er geen tegengewicht bestaat dat zwaar genoeg is om ze naar de andere kant te laten overhellen. We weten precies wat de juiste actie is, niet nodig dus om erover te redeneren. Kan conform gedrag dan door deze afweging worden verklaard?

Er zijn beslist mensen die zich aan de regels houden, precies omdat de autoriteiten ze opleggen: ze geloven dat dit is wat we allemaal worden verondersteld te doen. Anderen gedragen zich naar hun overtuiging dat het hun burgerplicht is, of kiezen er zelfs voor de offers te brengen uit altruïstische bekommernis voor diegenen die kwetsbaar zijn.

Misschien worden sommigen overgehaald door bekendheden via sociale media of publiciteit in de conventionele media. En er zijn natuurlijk ook diegenen die een blind geloof hebben in de werkzaamheid van de maatregelen in kwestie, en er dus ook naar handelen.

believe in masks
Wij geloven in maskers (Foto: CC BY Geoff Livingston)

In sommige landen, met name de VS, is het mondmasker een sterk en uiteraard zeer zichtbaar signaal geworden van stammenloyaliteit.

Een recente episode van de onvolprezen 'You are not so smart'-podcast behandelt dit motief in detail. Al dan niet een masker dragen wordt beschouwd als een onmiskenbare indicatie van je (ideologische) identiteit. Weinigen voelen zich comfortabel wanneer ze een gedrag vertonen dat wordt geassocieerd met een vijandige stam, laat staan zo gezien te worden. Het geloof dat wel of niet een masker dragen de juiste keuze is wordt hier gemotiveerd door de stam waarmee men zich associeert.

Maar ook als er geen stammendenken in het spel is kan een masker een signaal uitsturen. Zegt het “deze persoon is ziek”, of “deze persoon is een bangerik”, “deze persoon vertrouwt anderen niet”, of zelfs “deze persoon volgt slaafs de bevelen van de regering”? Mensen die dit geloven, of die geloven dat anderen dat geloven, kunnen afgeschrikt worden want ze willen zo’n boodschap niet overbrengen. Anderen daarentegen willen dan weer precies aangeven dat ze goede, betrokken burgers zijn door een masker te dragen.

En dan zijn er nog diegenen met de sterke opinie dat de regering helemaal geen zaken heeft met het verplichten van het dragen van een masker, en zich verzetten op grond van persoonlijke vrijheid.

Tenslotte is er nog het intrigerende fenomeen van 'reactantie': reageren op een vermoedelijke bedreiging van je vrijheden door precies het gedrag te stellen dat verboden wordt, of dat het tegengestelde is van wat wordt verplicht. U hebt het vast zelf wel eens gevoeld.

Bij zwakke voorkeuren speelt de context de hoofdrol

Een laatste vorm van afweging wordt ook gekenmerkt door de afwezigheid van bewust redeneren, maar in tegenstelling tot de vorige zien we hem wanneer onze voorkeuren zwak, of zelfs onbepaald zijn. In dit geval zijn we geneigd te doen wat het gemakkelijkst is, wat anderen doen, wat we zelf normaal doen enzoverder – we worden geleid door de context, de situatie, of onderliggende neigingen die gelden wanneer er niets anders overheerst.

Sociale invloed is een eersteklas voorbeeld. Vóór de COVID-19 pandemie had bijna niemand aandacht besteed aan de vraag of het al dan niet is aangewezen een mondmasker te dragen in zo’n situatie. Bij gebrek aan een andere krachtige invloed (hetzij een ondubbelzinnig kosten-batenargument, hetzij een sterke opinie) zijn we dan geneigd zijn te doen wat de meeste anderen doen – of tenminste de meeste anderen die we kunnen, of willen zien.

Mogelijk zijn we inderdaad wat selectief, en volgen we diegenen waarmee we ons associëren, eerder dan zomaar iedereen – onze vriendenkring, onze collega’s, onze professionele gemeenschap, noem maar op.

De drie strengen bij elkaar

In veel gevallen is onze gedragskeuze een combinatie van twee, of zelfs alle drie de soorten afwegingen. Sommigen redeneren over kosten en baten, maar betrekken ook overtuigingen in de evaluatie (zonder ze te laten overheersen) – “ik vind het sneu dat ik niet met mijn vrienden kan uitgaan, maar ik geloof dat het belangrijker is mijn oma, en de andere bewoners in haar rusthuis, te beschermen”.

Ondanks de relatief hoge kosten en de weinig overtuigende baten zullen er mensen zijn die dankzij een of andere overtuiging toch de regels volgen. Maar wanneer ze anderen, al zijn het er maar enkele, zien die ze met de voeten treden, veranderen ze van gedachten: “Als zij zich niet aan de regels houden, zie ik niet waarom ik het zou moeten doen.”

3 afwegingen

Sommigen zullen cognitieve dissonantie voelen wanneer twee types afwegingen tegengesteld gedrag inspireren (of wanneer twee sterke overtuigingen met elkaar in conflict zijn). Als je niet overtuigd bent van het nut van mondmaskers, maar je stam ondersteunt ze wel, dan ga je misschien wel je conforme gedrag verklaren aan de hand van feiten.

Of andersom: je kunt het afwijzen van een masker rechtvaardigen door te verwijzen naar het argument dat je anders teveel CO2 inademt, of omdat het tegen je religieuze overtuiging ingaat. Zulk gemotiveerd redeneren maakt gebruik van selectieve feiten of een argumentatie die zich in de gekste bochten wringt, en is een vaak voorkomend manier om cognitieve dissonantie te verhelpen.

Hoe kunnen deze drie vormen van afweging worden gebruikt om meer conform gedrag aan te moedigen? In de gedragswetenschap zijn er helaas geen zekerheden. Wat buitengewoon doelmatig is in de ene omgeving kan helemaal het tegenovergestelde effect hebben in een andere. Je moet experimenteren. Maar we kunnen wel enkele interventies bekijken die zouden kunnen werken.

Een stevig onderbouwd argument voor elke maatregel zou mooi zijn – en wanneer zo’n argument niet kan worden gemaakt, denk twee keer na voor je de maatregel oplegt

Diepgaande overtuigingen activeren kan voor een krachtig motief zorgen. Door een specifiek gedrag te verbinden aan iets waar men sterk in gelooft wordt dat een stuk aantrekkelijker. Maar wanneer, zoals hier, de niet-conformerende burgers geen homogene groep vormen is deze aanpak niet vanzelfsprekend. Je moet dan duidelijke deelgroepen identificeren, en voor elk van hen inspelen op een relevante overtuiging.

Sociale invloed als hefboom kan een nuttig mechanisme zijn om diegenen te 'nudgen' die geen sterke afkeer hebben. Ook hier kan het, vooral waar stammendenken optreedt, zinvol zijn specifieke subgroepen te erkennen om te zorgen dat de juiste boodschap bij het juiste publiek terechtkomt, of het gaat om voetbalfans, bierdrinkers, of mensen die per fiets naar het werk gaan.

Het gedrag makkelijk of aantrekkelijk maken kan ook een bruikbaar duwtje zijn. Mondmaskers met opvallende beeltenissen of een geestig opschrift – waarom niet eentje met 'Ik zou liever geen masker dragen' erop, speciaal voor sceptici die cognitieve dissonantie ervaren? – kunnen best populair worden. 

En dan eindigen we waar we begonnen, bij de kosten-baten afweging. Hier is een voor de hand liggende aanpak kosten te verbinden aan niet-conform gedrag, door boetes op te leggen (wat inderdaad ook alom al gebeurt). Dit is het conventionele perspectief dat mensen reageren op prikkels. Maar zo’n interventie brengt zelf kosten mee, en wanneer er erg veel niet-conform gedrag is de capaciteit voor handhaving te beperkt om veel impact te hebben.

De krachtigste interventie die regeringen kunnen overwegen om conform gedrag te stimuleren is echter wellicht het verstrekken van zinvolle, begrijpelijke en geloofwaardige richtlijnen. Een stevig onderbouwd argument voor elke maatregel (waarin baten en kosten expliciet worden bekeken) zou mooi zijn – en wanneer zo’n argument niet kan worden gemaakt, denk twee keer na voor je de maatregel oplegt.

Uitgelichte foto: CC BY Jernej Furman

LEES OOK