Komaf maken met koloniale nostalgie

 Leestijd: 4 minuten6

Een nieuw boek over de koloniale geschiedenis van Congo en België toont duidelijk de continuïteit tussen de Onafhankelijke Congostaat en Belgisch Congo. Geweld tegen de Congolese bevolking was ook in Belgisch Congo een fundament van de koloniale overheersing. Het discours over Congo-als-modelkolonie wordt ontmaskerd als weinig meer dan naoorlogse koloniale propaganda. Het boek geeft ook een uitgesproken stem aan de gekoloniseerden zélf.

Congo viert 60 jaar onafhankelijkheid vandaag 30 juni, en dat is ook te zien in de Belgische boekenproductie. Eén van deze boeken is ‘Koloniaal Congo’, een bundel met verschillende bijdragen van voornamelijk Congolese en Belgische historici, samengesteld door Amandine Lauro, Guy Vanthemsche en Idesbald Goddeeris, dat zowel in het Nederlands als in het Frans verschenen is. 

Terwijl Congolese historici al jaren publiceren in het Frans en het Engels voor een academisch publiek, sijpelde daar bijna niets van door in het publieke debat

‘Koloniaal Congo’ is het juiste boek op het juiste moment. De waarde van het boek voor het brede publiek ligt voornamelijk in het aanbieden van bijdrages van Congolese historici aan een breder publiek, in de manier waarop het een aantal hardnekkige mythes ontkracht die nog steeds gebruikt worden om de kolonisatie in het publieke debat te vergoelijken, en in het benadrukken van Congolese perspectieven op de kolonisatie in sommige van de hoofdstukken. 

Terwijl Congolese historici al jaren publiceren in het Frans en het Engels voor een academisch publiek, sijpelde daar bijna niets van door in het publieke debat. Deze lacune werd in 2017 al in de verf gezet door Vesna Faassen en Lucas Vandijk die eerder gepubliceerd werk van Congolese historici naar het Nederlands lieten vertalen in ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’. ‘Koloniaal Congo’ gaat daarin nog een stap verder, aangezien Congolese historici in het boek direct wegen op het Belgische publieke debat. 

Toch schuilt hier een gevaar in. De samenstellers van de bundel zijn allen Belgische historici, en in de inleiding wordt ook duidelijk gemaakt dat het een expliciet doel van dit boek is om te wegen op het Belgische publieke debat. Dit zorgt er dan ook voor dat de invalshoeken en de vragen die gesteld worden vooral een reactie zijn op het debat zoals het hier, in België gevoerd wordt.

De vraag is of een gelijkaardig boek, samengesteld door Congolese historici (of door Congolese en Belgische historici) en met een Congolees publiek in gedachten, er anders zou uitgezien hebben. 

Zouden andere thema’s meer aandacht hebben gekregen? Welke perspectieven zouden benadrukt worden? Welke vragen met betrekking tot de kolonisatie zijn belangrijk in Congo? Gelukkig biedt Ndaywel Nziem’s hoofdstuk ‘Het Congolese verleden door een koloniale bril’ een klein inkijkje in de manier waarop Congo’s koloniale verleden in Congo bediscussieerd wordt, maar het blijft een korte en algemene schets.

Geweld en racisme

Het boek maakt overtuigend komaf met een neiging tot koloniale nostalgie die al te vaak het publieke debat over het koloniale verleden van België (zowel de Onafhankelijke Congostaat als Belgisch Congo) in Vlaanderen beheerst.

Gedwongen arbeid en lijfstraffen bleven niet beperkt tot het Leopoldiaanse tijdperk, maar waren ook daarna, in bepaalde contexten, cruciaal voor de koloniale economie

Al meer dan 30 jaar, sinds het werk van Delathuy (pseudoniem voor Jules Marchal) en Daniel Vangroenweghe, weten we dat Leopold II een verantwoordelijkheid droeg voor de wandaden in de Onafhankelijke Congostaat. Recent werd dit nog bevestigd door het nieuwste boek van Zana Etambala, ‘Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd’. 

De bijdrages in dit boek stellen dit dan ook niet in vraag. Naast een algemeen overzicht van het plunderbewind van de Leopoldiaanse periode, komt ook de vraag of de vele Congolese doden ten gevolge van dat plunderbewind het slachtoffer van een genocide kunnen worden genoemd, en wordt ook de vraag naar het aantal slachtoffers gesteld. De vertaling van wetenschappelijke literatuur naar een essay voor een breder publiek is echter minder geslaagd in dit hoofdstuk, waarschijnlijk omwille van de techniciteit van het onderwerp. 

Uit het boek blijkt duidelijk de continuïteit tussen de Onafhankelijke Congostaat en Belgisch Congo. Zo wordt benadrukt dat geweld tegen de Congolese bevolking ook in Belgisch Congo een fundament was van het instandhouden van de koloniale overheersing.

De meeste investeringen in infrastructuur kwamen er pas in de laatste 10 jaar van de kolonisatie, en ook dan is de impact waar koloniale nostalgici prat op gaan, beperkt

Het hoofdstuk over dwangarbeid toont dat gedwongen arbeid en lijfstraffen niet beperkt bleven tot het Leopoldiaanse tijdperk, maar ook daarna, in bepaalde contexten, cruciaal waren voor de koloniale economie. En ook dit maakte slachtoffers. Zo spreekt Donatien Dibwe van een sterftecijfers van 8,63% onder de arbeiders van de UMHK (Union Minière de Haut Katanga) tussen 1914 en 1916. 

Ook het discours over Congo-als-modelkolonie wordt ontmaskerd als weinig meer dan naoorlogse koloniale propaganda. Dat discours probeert de kolonisatie te legitimeren door te wijzen op de bouw van ziekenhuizen  en wegen door de koloniale administratie – daarbij vergetend dat de handen van Congolese arbeiders zelf het werk deden.

Bovendien weegt de uitbouw van die infrastructuur niet op tegen het geweld en het racisme dat fundamenteel was voor de kolonisatie. En zoals de bijdrages in dit boek tonen komen de meeste van deze investeringen pas in de laatste 10 jaar van de kolonisatie, en ook dan is de impact waar koloniale nostalgici prat op gaan, beperkt.

Zo lezen we een citaat van Jan Vansina die stelt: “Aan het einde van de koloniale periode hebben zelfs de grote dorpen van de Kuba geen stromend water, geen elektriciteit, geen voortgezet onderwijs, soms zelfs geen basisschool en geen enkele vorm van medische zorg.”

Congolese stemmen

De meest geslaagde hoofdstukken zijn die waar de ‘agency’ (actieve rollen) van Congolezen centraal staat. Ook bij de deelnemers aan het publieke debat die kritisch zijn voor het koloniale verleden van België wordt deze dimensie vaak onderbelicht. Het koloniale verleden wordt meestal nog verteld vanuit de acties van de kolonisator. Als Congolese stemmen dan toch aan bod komen, dan is het vaak als slachtoffers van die acties, of louter in een reactieve rol.

Het koloniale verleden wordt meestal nog verteld vanuit de acties van de kolonisator

De bijdrages van onder meer Johan Lagae en Jacob Sabakinu, Didier Gondola, en Donatien Dibwe geven ook een uitgesproken stem aan de gekoloniseerden zélf. Daardoor krijgt het koloniale verleden ook een Congolees gezicht.

Ze tonen daardoor dat Congolezen niet alleen figuranten waren van hun eigen geschiedenis, maar actief vorm trachtten te geven aan de kolonisatie, zonder daarbij de ongelijke machtsverhoudingen waarbinnen dit gebeurde te minimaliseren. Dit is een dimensie van het koloniale verleden die voor het brede publiek onterecht veel te weinig aan bod komt.

‘Koloniaal Congo: een geschiedenis in vragen’ is verschenen bij Polis

Voor mensen die er beroepsmatig mee bezig zijn bevat het boek weinig nieuws, maar voor een breed publiek is het een degelijke inleiding op België’s koloniale verleden, al varieert de kwaliteit van de hoofdstukken onderling. Door zijn opzet kan het boek van begin tot einde gelezen worden, of kan de lezer grasduinen door het boek en er hier en daar een hoofdstuk uitpikken. Dit is mogelijk omdat ieder hoofdstuk op zichzelf staat, en met een reeks duidelijke vragen begint.

Alhoewel de opzet van het boek duidelijk is een breed publiek te bereiken, zijn de hoofdstukken over het algemeen geschreven door onderzoekers die zich bezighouden met onderzoek naar de geschiedenis van Congo, en zijn ze gebaseerd op wetenschappelijk historisch onderzoek. Voor wie meer verder wilt lezen over de behandelde onderwerpen volgt een handig overzicht met literatuur aan het einde van ieder hoofdstuk.

Dit boek is ondanks zijn imperfecties een goede start om inzichten uit historisch onderzoek te delen met een breder publiek. Laat ons hopen dat de reflex om ook Congolese historici te laten wegen op ons publieke debat een constante wordt, en dat vanaf nu ook de geschiedenis van de kolonisatie van onderop meer aandacht krijgt in het publieke debat. 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Gillian Mathys

Gillian Mathys is postdoctoraal onderzoeker aan het Departement geschiedenis van de Universiteit Gent. Ze doet al sinds 2009 onderzoek in Congo, naar Congolese geschiedenis. Ze combineert daarbij archiefonderzoek met mondelinge geschiedenis.