Feiten doen niet ter zake

 Leestijd: 5 minuten0

Het is geen goede maand geweest voor standbeelden. Het is waar, standbeelden zijn al eerder neergehaald: u herinnert zich misschien de beelden, in april 2003, van het omvertrekken van het standbeeld van de Irakese leider Saddam Hoessein. Ook talrijke standbeelden van Lenin (en van andere communistische grootheden) moesten eraan geloven sedert de val van de Berlijnse muur. Revoluties betekenen namelijk vaak het symbolische einde van de beeltenis van de afgezette heersers.

Maar het recente lot van sommige standbeelden, die zowel notoire figuren voorstellen zoals de Belgische koning Leopold II, als obscure (althans voor de meeste niet-inwoners van Bristol) figuren zoals Edward Colston, dat is toch wat anders. Wat met hen gebeurde is niet het resultaat van een plotse, dramatische regimeverandering, maar van het frontale in vraag stellen van de redenering die achter hun bestaan zelf ligt.

De betekenis van een standbeeld

Misschien is het goed, alvorens we ons afvragen waarom er een goed argument is om standbeelden, stilletjes of met geweld, te verwijderen, na te gaan waarom ze werden opgericht in de eerste plaats. Over de beelden waarvoor dictators en potentaten zelf de opdrachtgaven kunnen we kort zijn: die symboliseren vooral hun verwaande zelfingenomenheid. Maar de meeste andere standbeelden die een persoon voorstellen zijn opgetrokken te hunner ere, of ter erkenning van een bewonderenswaardige daad waarvoor ze bekend zijn.

Men kan zich afvragen of dit een waardevol gebruik van middelen is, maar dat geldt voor alle vormen van symboliek. Symbolen vertegenwoordigen typisch geen materiële waarde, maar belichamen etherische, abstracte waarden, en op een of andere manier is dit iets waar wij met zijn allen belang aan schijnen te hechten.

Om de eer waardig te zijn van een eigen standbeeld, moet een persoon natuurlijk eervol zijn. We hoeven er niet lang over te denken of een standbeeld ter huldiging van Adolf Hitler of van een seriemoordenaar als Jack the Ripper een goed idee is: het is absurd, en getuigt van slechte smaak. De feiten rond deze figuren zijn ondubbelzinnig.

Een fijne lijn tussen vereerd en verguisd (Foto: CC BY Volodymyr D-k)

Maar wat als iemands palmares zowel eervolle als minder eervolle elementen bevat – iemand als Oskar Schindler, misschien? Hij was lid van de Nazipartij, een drinker en een vrouwenloper, en hij was een opportunistische profiteur, die aanvankelijk Joden tewerkstelde in zijn fabriek omdat ze goedkoper waren. Maar hij was ook verantwoordelijk voor het redden van de levens van 1.200 Poolse Joden tijdens de Holocaust. Verdient hij het standbeeld dat aan hem is gewijd in het oude Joodse Kwartier van Krakow?

Of wat moeten we denken van Harry Truman, de Amerikaanse president die de toestemming gaf voor het gebruik van de atoombommen in Hiroshima en Nagasaki? Is hij de eer waardig van een standbeeld (en er zijn er nogal wat), wetend dat hij verantwoordelijk was voor de dood van vele tienduizenden Japanse burgers? Kan hij desondanks erkend worden vanwege een beslissing die wellicht instrumenteel is geweest in het beëindigen van een van de meest bloedige conflicten uit onze geschiedenis?

Misschien is de balans tussen eervol en eerloos niet in het voordeel van Edward Colston, wiens standbeeld van zijn voetstuk werd gehaald tijdens een Black Lives Matters betoging, en in de haven van Bristol gekieperd werd op 7 juni. Hij was een rijke handelaar en weldoener, die armenhuizen, scholen en ziekenhuizen financierde, maar ook een toonaangevend lid van een compagnie die actief was in de slavenhandel tijdens de late 17de eeuw, en dat is hoe hij naar verluidt zijn fortuin vergaarde.

En toch, hoe komt het dat er, zelfs wanneer de feiten rond een historisch personage met een standbeeld genoegzaam bekend zijn, zoveel controverse rond bestaat? Als het oordeel of iemand al dan niet een standbeeld waardig is op feiten zou berusten, dan zou er geen discussie zijn, want feiten zijn toch feiten, niet? 

Levende standbeelden in stammen

Dit verschijnsel beperkt zich niet tot beslissingen die, voor de meesten onder ons, wat vreemd zijn. We houden ons typisch maar weinig bezig met standbeelden van brons of graniet. Maar we hebben wel een mening over mensen van vlees en bloed – sommige die ons nabij zijn, zoals collega’s, vrienden en verwanten, en anderen meer ver weg, zoals beroemdheden, of politieke en zakelijke leiders.

We kennen misschien niet álle feiten over hen, die belangrijk kunnen zijn om hen te beoordelen, zoals het geval zou zijn met historische figuren. Maar ook met de bekende feiten zijn we vaak wat selectief wanneer we onze mening vormen (en handhaven).

We zoeken bijvoorbeeld aanvankelijk naar duidelijke tekens die iemand gunstig of ongunstig maken in onze ogen. Die kunnen oppervlakkig zijn (zoals voor wie ze supporteren bij het voetbal of met welke auto ze rijden) en wat diepgaander (zoals hun ideologische positie over het homohuwelijk of immigratie), en op die basis bepalen we of ze tot onze stam behoren of niet.

Wanneer we besluiten dat er een stamverband bestaat, dan zullen we geneigd zijn feiten uit te vergroten die hen in een positief daglicht stellen, en feiten die dat niet doen, of die hen kwalijk doen uitschijnen, over het hoofd te zien.

Al wat gunstig is zal onze positieve mening versterken – u herkent beslist onze oude vriend, de confirmation bias. Negatieve feiten kunnen leiden tot cognitieve dissonantie (iemand van onze stam zou zoiets toch nooit doen!) en dus zijn we geneigd ze af te wimpelen, er een draai aan te geven (wat ze deden is niet zo slecht, of best begrijpelijk in de omstandigheden), of ze te ontkennen. (En het is omgekeerd voor diegenen die geen lid zijn van onze stam: hier bevestigen negatieve feiten onze opinie, en positieve feiten stellen we in vraag of negeren we.)

Echt standbeeld, of echt persoon? De feiten doen in beide gevallen weinig ter zake (Foto: ArtTower (Pixabay))

Geen probleem tot dusver, denken we misschien. Want wanneer we vergelijken hoe we mensen beoordelen, en bijvoorbeeld huizen, dan lijkt wat we hier doen niet zo vreemd. Als u van uw huis houdt vanwege de schitterende ligging of de buitengewone keuken, dan hebt u misschien geen probleem met het feit dat het geen garage heeft, of dat de trap wat steil is, en vermeldt u vooral de kwaliteiten eerder dan de gebreken wanneer u het beschrijft.

Als u van uw partner houdt omdat zij of hij onbaatzuchtig is en altijd goedgemutst, dan bent u wellicht best tolerant rond het feit dat zij/hij haar/zijn vuile kleren op de grond laat slingeren, of altijd de tube tandpasta in het midden uitknijpt in plaats van – zoals dat hoort – aan het eind. Ook hier zijn de feiten wat ze zijn, en focussen we op wat we belangrijk vinden.

Een verschil

Maar er is een verschil tussen weloverwogen bepalen dat – alles goed beschouwd – de positieve eigenschappen meer doorwegen dan de negatieve, en feiten negeren omdat ze niet in onze favoriete verhaallijn passen. Het ene is een beredeneerde positie die de realiteit erkent en onze relatieve voorkeuren blootlegt. De andere is zelfbegoocheling: het bewust nalaten onweerlegbare maar ongemakkelijke feiten te overwegen, en een zo een vervormd beeld van de wereld te cultiveren.

Er is een verschil tussen zeggen “hij is mijn vriend, ondanks het feit dat hij een bedrieger is”, en de ogen te sluiten voor de oneerlijkheid van een vriend, en vol te houden dat hij een goede kerel is. Er is een verschil tussen zeggen “we moeten Leopold II eren omdat hij onze tweede koning was, ondanks het feit dat zijn persoonlijke heerschappij werd gekenmerkt door ernstige wreedheden, geweld en doden op grote schaal”, en de ogen te sluiten voor de onmenselijkheid waarvoor hij verantwoordelijk was.

Ik wilde graag een simpele manier voorstellen om na te gaan of feiten al dan niet ter zake doen voor ons. Vervang de persoon in kwestie door een lid van de tegengestelde stam – Donald Trump door Nancy Pelosi, Jeremy Corbyn door Boris Johnson, of Kristof Calvo door Bart De Wever, bijvoorbeeld. En dan vragen we onszelf af of we ze allebei op dezelfde manier zouden beoordelen omwille van dezelfde feiten. Indien ja, hoera, dan doen feiten wel ter zake! (Indien niet, dan weten we waar we aan toe zijn.)

Ik wilde ook een simpele manier suggereren om met controversiële standbeelden om te gaan. Elk nieuw op te richten standbeeld kan voor, zeg maar, 50 jaar blijven staan, waarna we het volgende criterium hanteren: zouden ook vandaag nog actief opdracht geven voor dit beeld? Als het antwoord negatief is, dan wordt het verwijderd en overgebracht naar een rustplaats, die we bijvoorbeeld het Museum voor Ongewenste Standbeelden zouden kunnen noemen.

Maar ik heb het moeilijk te beslissen welk van deze twee eenvoudige procedures de kleinste kans heeft om ooit wijd te worden toegepast. 


Uitgelichte foto: Amusing Planet

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.