Verwaarlozing koloniale archieven vernietigt geschiedenis

 Leestijd: 6 minuten1

‘De tegenstanders van het verwijderen van de standbeelden roepen dat daarmee de geschiedenis wordt gewist. Maar je hoort ze niet roepen over het structureel wissen van de geschiedenis door het verwaarlozen van kilometers archief en onontgonnen geschiedenis.’ Deze tweet stuurde ik donderdag de wereld in nadat ik drie dagen in een vochtige kelder doorbracht. Dit is een gastbijdrage van een archivaris die het graag eens wil hebben over het échte wissen van de geschiedenis door de structurele verwaarlozing van ons cultureel erfgoed.

Laat me beginnen bij de archieven van het Ministerie van Koloniën. Dat ministerie werd in het leven geroepen toen België zich in 1908 een kolonie aanschafte. Het ministerie werd uitgebreid toen ons land na de Eerste Wereldoorlog het mandaat kreeg over de voormalige Duitse kolonies Rwanda en Burundi. Om een land dat 80 keer groter is dan België onder controle te houden, werd een heuse administratie op poten gezet.

Dit is een ware goudmijn voor het onderzoek naar de koloniale en mandataire geschiedenis van ons land, Congo, Rwanda en Burundi. Maar deze goudmijn was lange tijd moeilijk toegankelijk en draagt nog steeds de sporen van jarenlange mishandeling.

Documenten die door de koloniale administratie de stempel ‘geheim’ of ‘zeer geheim’ kregen, werden decennia na de feiten nog beschouwd als geheim en schadelijk voor de veiligheid van de staat

De koloniale archieven werden, ondanks de uitzondering in de archiefwet van 1955 voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken, toch bewaard in het Rijksarchief van Beveren-Waas. Om onduidelijke redenen werden deze bronnen – die zich volgens Buitenlandse Zaken toen al in een precaire staat bevonden – na de bouw van het nieuwe Ministerie aan de Karmelietenstraat in Brussel aan Buitenlandse Zaken teruggegeven. De archieven kregen er een nieuwe verpakking en werden geïnventariseerd.

De toegang tot de archieven bleek minder vlot te verlopen. Verschillende onderzoekers getuigen dat de toegang tot het archief op meerdere vlakken werd bemoeilijkt.

Tussen 2009 en 2012 bezocht ik de koloniale archieven regelmatig omdat ik een archiefgids maakte rond koloniale en mandataire geschiedenis. In eerste instantie liep je er toen niet zomaar binnen. Onderzoekers moesten zich melden en werden gevraagd naar hun motieven. Na goedkeuring werden ze toegelaten in de leeszaal waar ze in zeer beperkte mate toegang kregen tot de bijzonder summiere inventarissen. Voor het archief van de Gouvernement Générale moest je een medewerker vragen zoektermen in te geven in zijn computer.

Bovendien werd door de wet op de classificatie van 1998 met terugwerkende kracht een groot deel van de koloniale archieven aan het onderzoek onttrokken. Documenten die destijds door de koloniale administratie de stempel ‘geheim’ of ‘zeer geheim’ kregen, werden daardoor decennia na de feiten nog beschouwd als geheim en schadelijk voor de veiligheid van de staat. Met de classificatie van een aanzienlijk deel van de collectie werd het historisch onderzoek in belangrijke mate gehinderd.

Archiefstukken (Foto (c) Lien Ceûppens)

Archiefstukken (Foto © Lien Ceûppens)

Historicus Koen Aerts stelde het scherp in een interview met Knack in mei 2018: “De geschiedenis dient niet ter legitimatie van een eigen beleid, waarbij men vrijelijk kiest wat er in de kraam past en wat daarbuiten valt. Politici moeten faciliteren, investeren in het kader (infrastructureel, wetgeving betreffende privacy en modaliteiten) dat een goede geschiedschrijving en maximale openbaarheid garandeert, maar van de inhoud (de bronnen, de documenten, de archiefvorming) weg blijven.”

“Eigenlijk is heel deze discussie een oefening in democratie waarbij de fundamentele rechten van het volk gekalibreerd moeten worden op die van de veiligheid van de staat”, zei Aerts.

In 2014 sloot de FOD Buitenlandse Zaken een akkoord met het Rijksarchief om de koloniale en mandataire archieven terug onder het beheer van het Rijksarchief te brengen. Onderzoekers hoopten dat daarmee de toegang voor historisch onderzoek zou verruimen. Maar niets was minder waar.

Het bemoeilijken van de toegang tot archieven heeft ervoor gezorgd dat deze geschiedenis tot voor kort niet ten volle geschreven kon worden

Een derde tot de helft van de archieven was aangetast door schimmel. In 2005 werd in het gloednieuwe gebouw van Buitenlandse Zaken vochtproblemen vastgesteld. Vele jaren later werd ontdekt dat de archieven door schimmel waren aangetast. Er werden volgens de FOD “maatregelen getroffen waardoor de situatie stabiliseerde en de schimmelvorming zich niet verder ontwikkelde”. Maar toen was de schade al geleden.

Bovendien verhinderde de classificatie van de archieven de overdracht ervan. Deze archieven bleven bij de FOD. De classificatie zou ervoor gezorgd hebben dat de behandeling van de schimmel bemoeilijkt werd aangezien maar weinig bedrijven voldeden aan de eisen die gesteld werden voor het behandelen van geclassificeerde informatie. Desondanks gaven de veiligheidsdiensten geen duimbreed toe, terwijl kostbaar erfgoed steeds meer verkommerde. Death by bureaucracy.

Sinds 2016 werd slechts 3 van de in totaal 9,5 km archief overgebracht. Volgens de FOD zouden in 2017 alle archieven ouder dan 40 jaar, waarvan zij rechtsopvolger waren, gedeclassificeerd zijn. Dat dit niet voldoende was, blijkt uit het feit dat een jaar later op federaal niveau een wetsvoorstel werd ingediend om tot declassificatie van het geclassificeerde archief te kunnen overgaan. Zonder veel resultaat, want in januari van dit jaar werd alweer een poging ondernomen om de eeuwige classificatie van cruciale passages uit onze geschiedenis een halt toe te roepen.

Je zou kunnen stellen dat het bemoeilijken van de toegang tot archieven ervoor gezorgd heeft dat deze geschiedenis tot voor kort niet ten volle geschreven kon worden. Door classificatie blijven archieven verkommeren en wordt ons deze geschiedenis vandaag nog steeds ontzegd. Waar blijft de verontwaardiging?

Over het wissen van de geschiedenis

In het maatschappelijk debat over de inname van de openbare ruimte door standbeelden van personen die een zeer kwalijke rol hebben gespeeld in het Congolese koloniale verleden, werd vaak geopperd dat deze standbeelden bijdragen aan de kennis over deze geschiedenis. In een milde vorm werd gepleit om de standbeelden te laten staan maar dan wel in bewerkte vorm (met rode verf of zonder handen) of met een duiding erbij.

De manier waarop met de koloniale archieven werd en wordt omgesprongen is exemplarisch voor de wijze waarop we in België en Vlaanderen op alle niveaus met dit cultureel erfgoed omgaan

Maar nog meer werd gesteld dat deze standbeelden zonder meer moeten blijven staan omdat ze deel uitmaken van onze geschiedenis. In die redenering wordt het wegnemen van de standbeelden gelijkgesteld aan het wegnemen van een stuk geschiedenis. Er is heel wat fout met deze populistische en ongenuanceerde redenering. Ik wil me focussen op één aspect ervan: dat onze geschiedenis en daarmee dus het geschiedenisonderwijs en onze geschiedschrijving vereenzelvigd worden.

Geschiedschrijving is geënt op de studie van bronnen, zoals archieven en niet op standbeelden. De manier waarop met de koloniale archieven werd en wordt omgesprongen is exemplarisch voor de wijze waarop we in België en Vlaanderen op alle niveaus met dit cultureel erfgoed omgaan.

Nochtans vervullen archieven een belangrijke rol in onze maatschappij. Hoe zouden het MAS, het STAM, het Red Star Line Museum of de Kazerne Dossin eruit zien zonder archiefstukken?

Hoe komt het dat we deze magnifieke historische getuigen in onze musea op een pedestal zetten onder een glazen stolp, maar achter de schermen de erbarmelijke bewaaromstandigheden gedogen en faciliteren zoals deze die koloniale archieven te beurt vielen?

Naast een bijzondere culturele waarde hebben archieven ook een belangrijke democratische functie. Ze zijn, zoals historicus Koen Aerts het zo mooi zegt, “het historisch geweten van de rechtsstaat”. Ze laten burgers toe het bestuur van hun verkozenen te toetsen en kritisch te onderzoeken. Dat hoort zo in een democratie. Ik kan u verzekeren dat er niet veel meer te toetsen valt nadat je een nat document onder de rode en zwarte schimmel aantreft.

Wateroverlast, schimmel en ongedierte

De gebouwen waar archieven doorgaans in worden ondergebracht zijn zelden geschikt om dat te doen. Wateroverlast, schimmel en ongedierte zijn geen uitzonderingen. De voorbeelden die ik aanhaal zijn deze die de pers halen. Voor archivarissen is dit jammer genoeg dagelijkse kost.

Archieven laten burgers toe het bestuur van hun verkozenen te toetsen en kritisch te onderzoeken. Dat hoort zo in een democratie

Weinig Vlaamse lokale besturen hebben een geschoolde archivaris in dienst. Het Rijksarchief, dat het toezicht op de lokale overheden uitoefent, ziet bij haar bezoeken aan lokale overheden schrijnende toestanden: van archieven op zolders, bedolven onder vogeluitwerpselen tot archieven in kelders met alle kleuren van de schimmelregenboog.

In het Vlaams regeerakkoord 2019-2024 komt het woord archief welgeteld één keer voor en het gaat dan nog over de private archiefinstellingen. Toegegeven, Vlaanderen zet wel in op de lange termijnbewaring van digitale archieven met DAV. Na een lang traject met vallen en opstaan.

Maar het is niet enkel in Vlaanderen kommer en kwel. Op het federale niveau liggen kilometers archieven van de FOD Justitie te rotten en trokken de instellingen die onder wetenschapsbeleid vallen in 2019 nog aan de alarmbel: ze hebben moeite om hun elektriciteitsrekening te betalen.

De Franstalige culturele archieven gingen in 2018 leningen aan om hun personeel te kunnen blijven betalen omdat de toegekende overheidssteun maanden op zich liet wachten. De casus van de verdwenen plannen van de tunnels is een mooi voorbeeld van hoe het met de archieven in Brussel is gesteld. Zij zijn al te vaak het slachtoffer van een rondje vingerwijzen tussen de vele overheden daar.

En dan heb ik het nog niet gehad over de digitale archieven. Vele overheden hebben een onvoldoende graad van digitale maturiteit. Waren de koloniale archieven digitaal, dan was het drama waarschijnlijk nog groter geweest.

Vernietiging van geschiedenis

Het gaat hier niet om een optelsom van individuele gevallen maar om een structureel probleem. De verwaarlozing faciliteert de passieve vernietiging van onze lokale, regionale, nationale, koloniale geschiedenis. Maar daarover blijft het oorverdovend stil.

De verwaarlozing van archieven faciliteert de passieve vernietiging van onze lokale, regionale, nationale, koloniale geschiedenis

Het weghalen van de standbeelden gelinkt aan het koloniale verleden van Congo uit onze openbare ruimte wist geen geschiedenis. Het structureel onderwaarderen en verwaarlozen van de archieven waarop de geschiedschrijving zich baseert, doet dat wel. Wanneer zullen onze archieven de aandacht krijgen die ze verdienen?

Ondanks de inspanningen van veel mensen én diensten, loopt het te vaak mis in ons land voor wat betreft het behoud, beheer en de valorisatie van archieven. Is dit een verhaal van financiën? Wordt er bespaard? Jazeker en dat doet pijn.

Een even belangrijke vraag is of de beschikbare middelen goed worden besteed en of de samenwerking tussen de verschillende overheidsniveaus niet beter kan? Want ook dat houdt de verrotting in stand. Archieven zijn nog te veel het slachtoffer van die rekening.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Lien Ceûppens

Lien Ceûppens is historica, archivaris en een gepassioneerd lid van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie vzw (VVBAD).