Wordt de burger uit de rechtbank gezet?

 Leestijd: 2 minuten1

Volksvertegenwoordigers Kristien Van Vaerenbergh en Sophie De Wit dienden een voorstel in om de juryrechtspraak voor dossiers van terrorisme af te schaffen door de herziening van artikel 150 van de Grondwet. De opgegeven redenen zijn ook door andere initiatieven gekend: te ingewikkeld, tijdrovend en te kostelijk.

Het zijn verschillende vragen die ieder wat overdenking behoeven: waarom is het zo ingewikkeld geworden? Waarom hebben wij er geen tijd voor? Wat is de prijs van een goede rechtspraak? Er mag bovendien ook verwezen worden naar de initiële vraag: waarom is ‘men’ tot de juryrechtspraak gekomen?

Opkomst volksjury

Zowel in Engeland als in Frankrijk was de oprichting van een volksjury het gevolg van twee fenomenen: het verlies van geloof en vertrouwen in het beleid waartoe de magistratuur werd gerekend alsook het verlangen van het Volk tot bevrijding van de macht van de prins.

Indien deze redenen opnieuw als uitgangspunt moesten genomen worden, zou het huidige voorstel weinig kans op slagen hebben: justitie vecht voor haar geloofwaardigheid en het politiek beleid slaagt er niet in bij de mogelijke coalitiepartners voldoende vertrouwen te vinden om een regering te kunnen maken.

Het voorstel om juryrechtspraak te verminderen botst met de groeiende vraag tot meer en andere vormen van burgerparticipatie

Tegenover de groeiende vraag tot meer en andere vormen van burgerparticipatie is het voorstel in grote tegenstelling met de maatschappelijke evolutie en het algemeen verlangen van de burger.

Wat zouden de parlementairen denken indien zij om dezelfde reden het beleid aan de administratie zouden moeten afstaan? Hoewel er onder de parlementairen nog steeds experten zijn die de materie van hun commissie kunnen volgen, wordt dat met de dag lastiger.

Er zijn er steeds meer die, mede door de onafgebroken wetswijzigingen en reparatiewetten, vooral met betrekking tot justitie moeite hebben om bij te benen. Dat is ook het geval bij advocaten en magistraten.

Gaat de besluitvorming in een rechtszaal dezelfde weg op als deze in het halfrond? Wordt de beoordeling van een zaak met betrekking tot terrorisme hetzelfde als de door de politiebureaus opgelegde partijtucht bij het stemmen van een wet?

Als je de vaststellingen van het parlementaire onderzoek op de wordingsgeschiedenis van de afkoopwet ernaast legt, wordt deze vraag lang niet zo gek: de ontwrichting van de drie grondwettelijke machten op het hoogste niveau.

Te ingewikkeld en te kostelijk

Dan is er de juiste bewering dat het allemaal te ingewikkeld is geworden. De bijzondere opsporings- en inlichtingenmethoden zijn inderdaad erg technisch en door de geheimhouding ervan nog moeilijker te toetsen.

Dat heeft nu reeds tot gevolg dat niet iedere beroepsrechter in staat wordt geacht de nodige kunde te hebben om er een uitspraak over te doen zodat daarvoor een specifieke opleiding en erkenning is ingesteld. Vooral de medewerking van inlichtingenagenten aan het gerechtelijk onderzoek maakt de toepassing van de vereisten van het eerlijk proces problematisch: de vereiste van een openbaar en tegensprekelijk debat is er niet op toepasbaar.

De burger wordt vervangen door een ‘gespecialiseerd’ magistraat

Als je het voorliggende voorstel in de brede context van het huidig crimineel beleid plaatst, kan je daarbij een algemene tendens opmerken.

De beroepsrechter wordt ontweken of vervangen door de overname van zijn opdrachten door een procespartij die het openbaar ministerie is. Dit wordt hier doorgezet door de vervanging van de burger door een ‘gespecialiseerd’ magistraat.

Als je naast dit voorstel het andere voorstel legt, schiet er voor de medewerking van de burger aan zijn justitie nog weinig over: het voorstel om ook de burgerlijke partijstelling door de burger waardoor hij een zaak onontkoombaar bij een rechter aanhangig maakt af te schaffen.

Tot slot is er nog de vraag wat een goede rechtsbedeling mag kosten. Daar zijn zelfs geen voorstellen meer bij nodig. Door de aangehouden onderfinanciering van deze grondwettelijke macht geraakt deze, zoals de paleizen waarin zij moet zetelen, steeds verder in verval.

Dit is wellicht de meest aanvaardbare reden om de burger de toegang tot zijn justitie te ontzeggen: het is er voor hem zelfs niet meer veilig. Voor de dames die dit voorstel formuleerden en die beiden advocaat zijn, is dat in de verdediging van de belangen van hun cliënten-burgers wellicht de beste verantwoording.


Uitgelichte foto: Edward Lich (Pixabay)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P. Hij bracht in juni 2020 het boek ‘Het land van de onbestrafte misdaden. Waarom faalt justitie?’ uit bij uitgeverij Kritak.