De consequenties van loyaliteit

 Leestijd: 5 minuten0

Als een pandemie lelijk huishoudt, en een virus elke dag voor honderden overlijdens zorgt, is het belangrijk dat de bevolking gezamenlijk de nodige voorzorgsmaatregelen neemt om de exponentiële verspreiding ervan tegen te gaan. Eigenbelang is dan vaak onvoldoende om ervoor te zorgen dat iedereen zich op de juiste manier gedraagt. Regeringen leggen dus beperkingen op die de conventionele besluitvorming overstijgen, waarin kosten en baten van een beslissing worden afgewogen.

Regels nemen, in essentie, de last weg om die afweging te maken: volg gewoon de regel – doe dit niet, doe dat wel. Wetten, religieuze voorschriften, en sociale conventies staan er bol van: we rijden aan de rechterkant van de weg, zetten onze zinnen niet op de vrouw of de ezel van de buurman, en we gaan (tenzij ons beroep dat van badmeester is) niet naar ons werk in badpak. Dus als, tijdens een pandemie, de regering ons opdraagt in ons kot te blijven, dan doen we dat ook.

Zulke regels komen echter soms in conflict met andere bekommernissen. Toen ik hierover enkele weken geleden schreef, had ik het over de mogelijke gedragsmoeheid, en verwees naar het lot van het hoofd van de Schotse volksgezondheid, die moest opstappen omdat ze de lockdownregels had overtreden.

Ik vermoedde niet dat enkele weken later ook de epidemioloog Neil Ferguson zijn ontslag zou geven als lid van SAGE, de groep van eminente wetenschappers die de Britse regering adviseren omtrent het COVID-19-beleid, omdat hij eveneens de lockdownregels had genegeerd. En ik had nog veel minder verwacht dat de topadviseur van premier Boris Johnson, Dominic Cummings, in eenzelfde controverse zou verwikkeld geraken.

Deze laatste zaak biedt een caleidoscopisch perspectief op besluitvorming op drie niveaus, die elk op hun manier interessant zijn om nader te bekijken.

Bezorgde vader

Mocht u het verhaal gemist hebben (al heb ik de indruk dat het ook ver buiten het VK aandacht kreeg), een korte samenvatting. Enkele dagen het invoeren van de nationale lockdown werd de vrouw van Cummings ziek, vrezend dat ze COVID-19 had. Bezorgd dat ze niet in staat zouden zijn voor hun vierjarig zoontje te zorgen als ook hij ziek zou worden, reed hij met zijn gezin 400 km ver van hun huis in Londen naar Durham, waar zijn vader en zijn zus wonen. Dit was duidelijk in strijd met de lockdowninstructies. Mensen met symptomen moesten thuis in zelfisolatie blijven, en vooral niet elders naartoe reizen.

Nochtans kan men best begrijpen dat iemand die mogelijkheid overweegt. Als angstige ouder voelen we ons immers het veiligst in de nabijheid van onze familie. Bovendien suggereert het latere relaas van Cummings zelf dat zijn handelingen een verwaarloosbaar risico voor anderen in hadden gehouden – niet in het minst omdat, ondanks het feit dat zijn zoontje en hijzelf ziek waren geworden, geen enkel lid van de familie ooit positief testte voor COVID-19.

Een kort ritje om even de ogen te testen (Foto: Twitter)

Maar dat is precies waarom simpele, onvoorwaardelijke regels die door iedereen worden nageleefd zo belangrijk zijn. Deze regel had als doel de externaliteit te beheersen die Cummings (of om het even wie) – met of zonder symptomen, want ook asymptomatische dragers van het virus zijn besmettelijk – betekent voor anderen, door het risico op besmetting voor hen te verhogen.

Er is dus flink wat kritiek op deze escapade. De bewering dat hij handelde als een bezorgde vader die het beste wilde doen voor zijn gezin verliest overigens een stuk plausibiliteit door een wat surrealistisch aspect van het verhaal.

Enkele dagen voor ze terugkeerden naar Londen maakte hij, met vrouw en kind aan boord, een tochtje naar Barnard Castle, een populaire attractie zo’n 50km verderop, naar eigen zeggen om na te gaan of zijn zicht goed genoeg was om weer naar huis te rijden. (Inmiddels heeft de politie verklaard dat het hier inderdaad mogelijk ging om een lichte overtreding van de lockdownregels.) 

De burgers in opstand

Een bezorgde vader die de regels zou hebben omzeild zou nooit de krantenkoppen hebben gehaald, ware het niet dat het niet de eerste de beste bezorgde vader was, maar iemand in een prominente positie.

Het nieuws, op 22 mei, van Cummings reisje leidde dus tot voorspelbare verontwaardiging. Een groot deel kwam uiteraard vanuit de politieke oppositie, maar er was ook flink wat verbolgenheid binnen de regeringspartij. Tientallen Toryparlementsleden bleken niet bereid de rel te laten vallen, en 44 onder hen (waaronder meerdere bona fide Brexiteers) riepen op tot het ontslag van Cummings. I

n een opiniepeiling van YouGov net nadat Dominic Cummings zich had verdedigd tijdens een persconferentie, zeiden 59% van de ondervraagden dat hij zou moeten ontslag nemen of ontslagen worden, en 71% waren ervan overtuigd dat hij de regels had overtreden. Diverse variaties op het thema “Een regel voor hen, een andere voor ons” klonken doorheen het land.

Hypocrisie is weliswaar geen ongewoon verwijt aan het adres van politici, en dus ook niet geheel onverwacht voor topadviseurs. Maar al is het zien van iemand als hypocriet vaak genoeg om op te roepen tot hun ontslag, hypocrisie is op zich niet onethisch, en zelden voldoende reden om werkelijk te moeten opstappen.

In dit geval gaat de consequentie van de controverse echter verder dan potentieel reputatieverlies voor de regeringspartij, of een verschuiving van de stemintenties naar de oppositie toe. Het pandemiebeleid van de regering hangt immers in belangrijke mate af van de breed gedragen bereidheid van de burgers om de coronamaatregelen te respecteren. Dit gedrag rust op social proof (of sociale ondersteuning), zichtbare bewijzen dat anderen zich aan de sociale normen houden en ook dat gewenste gedrag vertonen.

De wijdverbreide perceptie dat de topadviseur van de premier de lockdownregels met de voeten trad (dit is het breken van de descriptieve norm, “wat de mensen doen”), en dat het daarnaast nog eens best OK is die regels te overtreden (dit is het breken van dwingende normen, “wat de mensen zouden moeten doen”) zet die sociale ondersteuning op zijn kop.

Wanneer we zien dat dat anderen – des te meer wanneer het personen van aanzien zijn – de regels naast zich neerleggen, en dat leiders dat goedkeuren, dan gaan we meer geneigd zijn dat ook te doen, zeker als het gedrag dat de regels voorschrijven ongemak voor ons betekent.

Onverzettelijke loyaliteit

Dit maakt de reactie van de eerste minister, van Cummings zelf, en van de regering – “niemand heeft iets verkeerds gedaan” – wat raadselachtig. Zowel de premier als zijn adviseur hebben de reputatie goed te zijn in het communiceren, althans met woorden. Maar communicatie is meer dan retoriek en slogans: ook wat men doet of laat brengt een boodschap over.

Hier lijkt de regering toch het wetenschappelijke advies waar ze anders zo prat op gaat in de wind te slaan, zoals deze tweet van Stephen Reicher, een specialist in massapsychologie en lid van de SPI-B-groep die advies levert rond gedrag (gesteund door verschillende van zijn collega’s) suggereert:

Screenshot Twitter

Het is moeilijk het oneens te zijn, noch met het advies, noch met de conclusie dat het niet werd opgevolgd. Het feit dat, na een week, de controverse weinig tekenen toont dat aan het uitdoven is, ondanks oproepen van Boris Johnson de zaak te laten vallen, geeft aan dat de regering dat beter wel had gedaan.

Dat Johnson zijn topadviseur verdedigt is begrijpelijk: hij heeft dat advies erg nodig, en hem verliezen zou een ernstig probleem zijn. Maar hij blijkt zich wel in de hachelijke positie te hebben gemaneuvreerd waarin hij moet kiezen tussen zijn rechterhand, en het vertrouwen en de steun van een groot deel van de bevolking.

De regels van de loyaliteit, lang en breed uitgeschreven (Foto: CC BY Steve Rotman (Flickr))

Het is echter de compromisloze loyaliteit van zijn ministeriële team dat nog opmerkelijker is. Een onderminister nam ontslag over de affaire, maar de meeste leden van Johnsons kabinet hebben hun ondersteuning voor de premier en zijn adviseur uitgedrukt in merkwaardig gelijkaardige tweets, alsof iemand hen de opdracht gaf dat te doen. 

Deze kabinetsleden zijn dus blijkbaar geen Benthamitische consequentialisten, geen aanhangers van de gevolgenethiek, die streven naar de best mogelijke uitkomst, maar Kantiaanse deontologisten, die koppig vasthouden aan de regels van de loyaliteit aan de partij en aan elkaar.

Wie door zo’n principe wordt geleid vermijdt misschien wel lastige afwegingen, maar wanneer een conflict optreedt met een andere regel, of wanneer de consequenties van het principe wat problematisch beginnen te worden, dan is halsstarrigheid een slechte raadgever.

Op 28 mei startte het VK officieel met haar test-and-trace-programma dat – in de woorden van de regering zelf – zich verlaat op de verwachting dat “men zijn burgerplicht zal doen”, en netjes in quarantaine zal gaan wanneer men daartoe wordt verzocht. Een regering die de hand boven het hoofd houdt van een adviseur die de regels overtrad, en die stammenloyaliteit hoger inschat dan het behoud van solidariteit met de burgers, die zou wel eens kunnen merken dat die burgerplicht niet zo vanzelfsprekend is als ze zou wensen.

Ook deontologisten houden best een oogje op de consequenties van de regels die ze hoog in het vaandel dragen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.