
Eén les kan overduidelijk getrokken worden: men kan in deze huidige maatschappij beter niet oud worden, laat staan het zijn.
Toen de ernst van deze crisis immers een duidelijke omvang begon te krijgen, bogen ethische commissies van artsen en filosofen zich over het probleem hoe ziekenhuizen zo veel mogelijk patiënten gericht kunnen behandelen wanneer er een plaatsgebrek aan bedden zou opduiken. Om die redenen werden criteria vastgelegd opdat de behandelende artsen een zeker houvast zonder overbodige gewetensbezwaren zouden hebben.
Een eerste criterium was logischerwijze deze van de overlevingskans. In tijden van oorlog wordt aan een stervende minder voorrang, lees: zorg, besteed, terwijl diegene die kans maakt te overleven die wel krijgt. Bevreemdend is dat in deze fase de ouderdom al een zekere rol speelt.
Verbijsterd is evenwel dat de leeftijd van de patiënt een doorslaggevende factor is als tweede criterium. Door de experten ter zake blijkt te zijn afgewogen wat de samenleving het belangrijkst vindt en kwam dus tot de vraagstelling: wat primeert er? Gaat het om het aantal mensenlevens dat er kan worden gered of het aantal levensjaren?
Zij blijken zich daarvoor te hebben gebaseerd op het zogenoemde 'fair innings' principe, dat inhoudt dat iedereen in de mate van het mogelijke het recht heeft op een normale levensloop. Zo moet de jongere altijd voorrang krijgen op de oudere wanneer er zorg moet worden verstrekt of andere knopen moeten worden doorgehakt.
Maatstaf
Kort samengevat: zij besloten om ouderdom als maatstaf te hanteren, waarbij voor het eerst ook ondubbelzinnig werd erkend dat men de derde leeftijd als afgeschreven kan beschouwen in deze huidige maatschappij. Alsof men op een boekhoudkundige wijze heeft berekend dat zij toch geen enkele economische waarde meer heeft, maar een overlast is geworden.
Zonder de deskundigheid van die ethische commissies in twijfel te trekken, kan men toch bedenkingen hebben bij het door hen gestelde tweede criterium. Daarmee leggen zij als het ware vast dat, eens men een bepaalde leeftijd heeft bereikt, het gemakkelijker is over iemands lot in ongunstige zin te beslissen, zijnde zonder meer te laten sterven. Enkel over het jaartal lijkt nog wat marge te bestaan.
Dat onze gemandateerde vertegenwoordigers van het volk hiertegen geen weerstand blijken te hebben geboden, is het teken aan de wand en tevens de bevestiging dat zij zich maar weinig blijken aan te trekken van onze ouderen.
Al decennia zijn zij op de hoogte dat ons volk vergrijst. Desondanks blijven noodzakelijke en doortastende maatregelen dienaangaande uit, ondanks de hoogdringendheid dat het onderwerp doorheen jaren van besluiteloosheid is geworden. Steeds wordt dit item maar vooruitgeschoven. Is dat omdat onze staatkundigen weinig angst dienen te hebben dat de kans bestaat dat er ooit een rollatormars (sic) op Brussel zal worden georganiseerd?
Overheid degradeert ouderen
Tijdens deze coronatijden liet onze overheid zich door derden, de experten ter zake, het hen te betreden pad bepalen. Het is zonder meer verdienstelijk dat zij van bij aanvang tot het inzicht kwam dat er voor eens geen spelletjes konden worden gespeeld, maar doelmatig diende te worden opgetreden en ten rade gingen bij diegenen die de opgeworpen materie beter beheersten dan zij.
"Laat het duidelijk zijn: onze ouderen verdienen respect en komen een volwaardig leven toe"
Dat zij als gezagdrager daarbij echter hun instemming gaven om onze ouderen te laten degraderen tot een overtollig deel van het mensdom, is verwerpelijk. Hoe anders kan hun niet-verzet of stilzwijgen tegen dat door de wijzen vastgelegde tweede criterium worden beschouwd?
Laat het duidelijk zijn: onze ouderen verdienen respect en komen een volwaardig leven toe. Zij dienen ontegensprekelijk gelijke rechten te blijven behouden. In onze Grondwet staat verankerd dat “ieder het recht heeft een menswaardig leven te leiden”, dus ook onze ouderen. Meer zelfs, zéker onze senioren, want wat hebben wij wel niet allemaal aan hen te danken? Op de eerste plaats staat met stipt: het leven!
Nu is het reeds langer geweten dat onze politici de Grondwet eerder beschouwen als een vodje papier en al jaren toekomstvisie ontberen. Maar één feit kunnen zij loochenen noch ontlopen: ook zij verouderen. Hopelijk wordt dàt niet te laat beseft.
Uitgelichte foto: Pixabay