Gemiste kansen voor het onderwijs

 Leestijd: 4 minuten3

De schoolpoorten zijn opnieuw open. Een langverwacht moment voor leerlingen, leraars én ouders. Een moment waarop eindelijk ‘de normaliteit’ zou terugkregen. In plaats daarvan zien we een nieuw normaal, dat weinig te maken heeft met het normale ritme of met de onderwijspraktijk voor de coronacrisis. Misschien in het beste geval aan tijden die al lang voorbij waaiden decennia terug, waar strakke regels en ex cathedra lessen het onderwijstoneel regisseerden. Moeten we ons niet de vraag stellen wat ‘leren’ betekent, door te vertrekken van de noden van kinderen en jongeren zelf in deze crisistijden? 

Er werd de voorbij weken hoopvol geluisterd naar de Nationale Veiligheidsraad en de adviezen van de experten om enig perspectief te krijgen voor onze schoolgaande jeugd. Met grote trom werden 15 en 18 mei aangekondigd als dé momenten van kentering. We zouden als ‘onderwijs’ stap voor stap terug de draad kunnen opnemen, en deze helse en moeilijke periode achter ons laten. Eindelijk uitkijken naar een periode van ‘teaching’ na de fase van ‘preteaching’. De voorbije maanden vroegen immers een enorme flexibiliteit van leerlingen, leraars en ouders. 

Het is niet allemaal kommer en kwel. Het verhaal vanuit de jongeren ziet er uit als een ‘mille feuilles’. Ook al omdat hét kind en dé jongere niet bestaan. Het is bijvoorbeeld verbazend hoe leerlingen zich hebben aangepast, frustraties en hindernissen hebben overwonnen. En hoe zeer zelfstandig ze aan de slag gingen met de vele opdrachten en deadlines.

Leraars werkten in een ijltempo aan nieuwe werkvormen, overlegden online met hun collega’s, overwonnen schroom om les te geven achter een camera en zetten alles in het werk om onbereikbare leerlingen toch te bereiken. En dit alles terwijl gezinnen steeds vaker en steeds heviger tegen de grenzen van het haalbare stoten. Wat het voor de leerkrachten niet altijd makkelijker maakt. ‘It takes a village to raise a child’: je neemt die hele context vaak mee. 

Euforie

De euforie was helaas van korte duur: het gaat slechts over leerlingen uit een aantal leerjaren, die op de wip van een cruciale overgang zitten: dan toch in onderwijstermen. Maar vooral de veiligheidsvoorschriften zorgden voor een bijna onmogelijke opdracht voor schooldirecties, veiligheidsadviseurs en ondersteunend personeel.

Na de stoere aankondigingen kwamen er weken van onduidelijkheid en bijna-chaos. Draaiboeken, instructiefilmpjes en communicatierichtlijnen, niets werd aan het toeval overgelaten. 

De betrokken ouders, leerlingen en leraars wachtten vol ongeduld op duidelijkheid en een houvast, maar voelden al gauw de ontgoocheling binnensijpelen. Het werd duidelijk dat niets nog normaal zou verlopen. We zouden amper leerlingen kunnen toelaten onder de vooropgestelde voorwaarden. En menige planning en rooster moest terug heropgemaakt worden. Maar ‘de planning’ en het rooster staan er.

De directies en personeel deden wat onmogelijk leek: de schoolpoorten gaan opnieuw open en de veiligheid is gegarandeerd.

‘Het nieuwe normaal’

Het nieuwe normaal is verre van normaal. “Les op school” wordt gereduceerd tot enkele uren per week. De klasgroep waar jongeren zo nood aan hebben, is opgesplitst. De ondersteunende glimlach, aanraking of knuffel kan en mag niet. De gezichten van onze jongeren en leraars zitten verstopt achter een gordijn van stof. Bewegingsruimte en vrijheid vallen weg. Scholen gaan vanaf nu gebukt onder controleposten, ontsmettingsobsessie, dwingende afstandsregels, vaste stippen en rijen, overal orde en structuur. 

De vooruitgang in het onderwijs leek heel even in een stroomversnelling te komen dankzij onze online lessen en oefeningen, zelfstandig werk met coaching, de inzet van podcasts en vele andere nieuwe digitale toepassingen. Dit alles rekening houdend met de beginsituatie van elk kind, aangepast aan het tempo van elke jongere en waarbij de jongeren de vrijheid kregen om de werktijd zelf te organiseren. 

De fysieke doorstart van de lessen op school veegt dit echter meteen van tafel. Er kan en mag niet samengewerkt worden, laptops of tablets mogen niet ontleend worden, de leraar zal frontaal lesgeven en het uurschema en de lesinhoud zullen vaster liggen dan ooit tevoren.

Vergeet de noodzakelijke ontspanning op de speelplaats, de flexibiliteit die leerlingen ademruimte geeft en de differentiatie die we o zo nodig hebben. Het is stilzitten, afstand houden en luisteren. Het is blij zijn met hoofdvakken en een leraar die veel meer op afstand is dan thuis op mijn scherm of in mijn mailbox. Het is de wind van een ver verleden die door de gangen van de scholen waait. 

Impact

Heeft er iemand nagedacht over de impact van dit alles op ons welzijn? Op de haalbaarheid van deze organisatie en hoelang dit vol te houden is? Een reeks academische studies via surveys tonen nu al aan hoe zwaar deze crisis mentaal weegt op kinderen en jongeren.

Zij hebben geen nood aan strikt regime en ‘old school’- lessen waar vooral gefocust wordt op lesinhoud via een klassieke leerstofoverdracht. Daar zijn heel wat andere mogelijkheden voor. Ze hebben nood aan mentale ondersteuning, aan onderwijs dat aandacht heeft voor vaardigheden, attitudes en vooral mentaal welzijn. 

Ik krijg er als leraar en als mama in ieder geval koude rillingen van. Deze opening van de scholen brengt ons geen stap vooruit. We houden totaal geen rekening met de werkelijke behoeftes van onze jongeren. Hun oproep klinkt echter steeds luider in de mailbox van leraars. Deze wordt gelukkig opgepikt door heel wat jongerenorganisaties en de kinderrechtencommissaris. Deze crisis weegt heel zwaar op jongeren; zeker jongeren die maatschappelijk kwetsbaar zijn. Toch hebben we hen op geen enkel moment inspraak gegeven. 

Hebben onze jongeren dit nu nodig? Terechtkomen in een wereld vol controle en regels? Waar je op geen enkel moment vrij mag bewegen, zonder dat er een verantwoordelijke zal controleren wat je doet of waar je heen gaat. Onderwijs waarin sociaal contact amper mogelijk is, zal nog meer dan de lockdown impact hebben op de ontwikkeling van onze jongeren. 

Leefwereld

Laat ons duidelijk stellen: de vele uren en energie die vandaag gebruikt wordt om de schooldeuren te openen, voor een zeer beperkt aantal leerlingen gedurende een zeer beperkt aantal uren per week, is allesbehalve efficiënt. Dit soort onderwijs biedt geen antwoord op de werkelijke noden van onze jongeren. 

Waarom werd deze tijd niet gebruikt om onderwijs af te stemmen op de noden van de verschillende leeftijden en doelgroepen, kwetsbare jongeren nog beter te bereiken en na te denken over hoe onderwijs te organiseren op langere termijn.

De centrale vraag is: waar hebben jongeren zelf nood aan? Vertrekken vanuit hun leefwereld, om een antwoord te bieden op hun noden. En ervan uitgaan dat ze nu ook tijdens deze crisis lerende wezens zijn. Kunnen we nu echt ons leermodel daar niet op afstemmen? 

Onderwijs zal wellicht nooit meer hetzelfde zijn dus we hebben er allemaal belang bij om te zoeken naar een hernieuwde invulling en aanpak. Een onderwijs dat gericht is op de toekomst, afgestemd is op de werkelijke noden van onze jongeren, rekening houdt met de realiteit en ervoor zorgt dat alle betrokkenen maximaal kunnen groeien. Dat is de ‘wind of change’, en niet de wind die uit een ver verleden door de gangen van onze scholen waait. 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Ann Vermeulen

Ann Vermeulen werkt in het onderwijs en is actief binnen ‘Gastvrij Beveren’. Ann is ook fractieleider van Groen Beveren en lid van het partijbestuur van Groen.