Welke tijd verliezen de scholen?

 Leestijd: 4 minuten1

De coronacrisis lijkt bij momenten op scherp te stellen hoe we ons (willen) verhouden tot onze maatschappij. Het belang van de economie tegenover de volksgezondheid wordt gewogen. Bepaalde beroepen worden begrepen als essentieel. Er klinkt een plotse appreciatie voor hoe noodzakelijk de zorgsector is. Ook legt de crisis bloot hoe we ons verhouden tot scholen.

Er wordt aangenomen dat het sluiten van de schoolpoorten een slechte zaak is voor de Belgische jeugd. Zowel uit economische als uit sociale hoek wordt er geopperd dat de scholen best zo snel mogelijk opnieuw open gaan. In een opiniestuk in De Standaard stelt onderwijseconoom Kristof De Witte dat dit nodig is omdat we anders richting een onzichtbare sociale en economische crisis bewegen.

Het idee is dat een onderbreking van de lessen op lange termijn een leerachterstand zou creëren die een daling van ons menselijke kapitaal zou betekenen en de sociale kloof nog groter zou maken. Elke dag dat studenten niet op school zitten is een verloren dag die zowel een economische- als sociale achterstand schept. Deze gang van zaken “zou dramatisch zijn voor onze jeugd, onze toekomst en, zoals een partijgenoot van minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) het ooit uitdrukte, “onze enige grondstof”.”

De manier waarop vandaag over scholen wordt gesproken, legt bloot dat we als maatschappij al vóór het nieuwe coronavirus in een crisis zaten

Deze argumentering past in een reeks opvattingen die de voorbije weken over de school werden gemaakt. Er wordt tijdens deze crisis gesproken over de school als een sociaal vangnet, als een opvang voor kinderen en in het geval van de Witte: als een instituut dat menselijk kapitaal produceert.

Eigenlijk gaan al deze argumenten voorbij aan wat de school is, of zou moeten zijn: een plek die losstaat van economische en sociale kwesties. Het spreekt voor zich dat gesloten schoolpoorten geen goede zaak zijn maar naast de specifieke maatregelen tegen het virus moet er op dit historische moment ook de vraag gesteld worden wat schoolpoorten voor onze maatschappij betekenen. Want de manier waarop vandaag over scholen wordt gesproken, legt bloot dat we als maatschappij al vóór het nieuwe coronavirus in een crisis zaten.

Vrije tijd

Wat betekent school? In hun boek ‘Apologie van de School’ beantwoorden pedagogen Jan Masschelein en Maarten Simons deze vraag aan de hand van de oorsprong van het woord. School komt van het Griekse Scholè: vrije tijd. In de huidige context kan dit vreemd klinken, vooral omdat het concept ‘vrije tijd’ in deze crisis een soort van taboe is geworden. Maar hier betekent vrije tijd geen vakantie. Hier bevrijdt school de jongeren van hun ouders, hun sociale situatie en de economie.

De waarde van een school ligt niet in de productie van leerlingen

Het is door de school dat kinderen en jongeren de wereld vrij van economische verplichtingen kunnen bestuderen. Op scholen wordt er niet geproduceerd; er wordt gestudeerd. Het is deze vrije tijd die de leerlingen de kans kan verschaffen om (vrij van sociale verwachtingen of economische noodzaken) geïnteresseerd te worden in iets. Of het nu taal, wiskunde, kunst, houtbewerking of zorgdragen is.

Kristof De Witte spreekt over het sluiten van de schoolpoorten als ‘verloren tijd’. Dit is een economische opvatting van tijd die ervan uitgaat dat elke seconde waarin jongeren niet op school zitten, een verlies aan productie is en dus een kost voor onze maatschappij.

Deze redenering is moeilijk toe te passen op hoe een school werkt. In een strikt productieve zin is een school altijd verloren tijd, of het ze nu open of dicht is. De waarde van een school ligt dan ook niet in de productie van leerlingen. We leren niet bij omdat we vele uren ondergedompeld worden in informatie, we leren bij op de korte momenten dat we ergens in geïnteresseerd raken. En dat is de belangrijkste waarde die een school kan bieden: actief een tijd mogelijk maken, een tijd winnen in plaats van verliezen.

Dat jongeren en kinderen nu een periode thuiszitten is geen verloren productieve tijd. Het probleem is dat de school deze vrije tijd van interesse nu tijdelijk niet meer kan winnen. 

Sociale kloof

Kristof De Witte vreest voor een vergroting van de sociale kloof door de tijdelijke afwezigheid van scholen. Het is inderdaad zo dat een school voor gelijkheid in de samenleving zorgt. Een leerkracht moet er immers vanuit gaan dat elke leerling geïnteresseerd kan worden in zijn of haar vak. Het principe van de school is dan ook dat elk vak publiek moet zijn en dat iedereen, ongeacht zijn of haar afkomst, hieraan mag deelnemen. Een school functioneert op die manier als een gelijkheidsprincipe. 

Maar er schuilt een denkfout in de aanname dat de scholen de sociale kloof kunnen dichten. Sociale ongelijkheid ontstaat buiten de schoolpoorten. Het is een politiek probleem dat door politieke keuzes in stand wordt gehouden. Er kan moeilijk verwacht worden van scholen (van leerkrachten) dat zij deze ongelijkheid corrigeren en het is al helemaal niet de individuele verantwoordelijkheid van studenten en leerkrachten om dit probleem op te lossen. 

Er schuilt een denkfout in de aanname dat de scholen de sociale kloof kunnen dichten. Sociale ongelijkheid ontstaat buiten de schoolpoorten

We hoeven niet te panikeren dat de kloof elke dag dat een student thuis zit, groter wordt. Wat ons zorgen zou moeten baren is dat de sociale kloof groter blijft worden omdat de regerende klasse geen politieke wil heeft om ze kleiner te maken. Er wordt op zo goed als elke sociale sector bespaard. Vervolgens wordt de verantwoordelijkheid bij scholen (en dus leerkrachten) gelegd om de logische gevolgen van die besparingen recht te trekken. Het gelijkwaardigheidsprincipe van de school wordt op die manier scheefgetrokken om dubieuze politieke keuzes te rechtvaardigen. 

In januari (voordat het coronavirus ons land bereikte) werd nog bericht dat leerkrachten nog nooit zo vaak ziek waren. Het lijkt erop dat de economische druk en de sociale verantwoordelijkheid te veel vragen van leerkrachten. Dit leidt tot leerkrachten die uitvallen en leerlingen die in een lege klas moeten zitten. Dit zijn geen individuele problemen. Er wordt van leerkrachten verwacht dat ze voortdurend het niveau van leerlingen controleren en als het even kan ook de sociaal-maatschappelijke problemen oplossen.

Hoe kan een leerkracht nog met zijn vak bezig zijn? Hoe kan hij nog aandacht en interesse opwekken? Leerkrachten zijn geen kwaliteitscontroleurs of sociale werkers. Leerkrachten zouden leerkrachten moeten zijn. Een school zou een school moeten zijn.

Andere soort crisis

Kristof De Witte eindigt zijn opiniestuk met een pleidooi: “Voor de coronacrisis worden de grootste middelen ingezet, dat moeten we voor onze jeugd ook doen.” Op een historisch moment als vandaag, lijkt dit inderdaad een mooie oproep. Maar de vraag is wat hij hier concreet mee bedoelt. Net zoals de vreemde verwijzing naar leerlingen als grondstoffen lijkt er hier naar de leerkrachten te worden verwezen als middelen. 

De coronacrisis legt een andere crisis bloot: leerlingen worden benaderd als grondstoffen, leerkrachten worden benaderd als middelen, de oorspronkelijke betekenis van de school raakt zoek. De school kan aan een nieuwe generatie de vrijheid geven om de wereld te bestuderen, maar de druk die nu op scholen wordt geplaatst blokkeert die vrijheid. Er dreigt een onmogelijkheid voor leerlingen om zelf te kiezen hoe zij met de wereld en de toekomst willen omgaan. En een blijvend tekort aan leerkrachten dringt zich op omdat hun werkelijke job onmogelijk wordt.

We kunnen de schoolpoorten dan wel opnieuw openzetten na een lockdown; er zal een dringende nood blijven om de school opnieuw te laten functioneren als school. Om leerkrachten opnieuw leerkrachten te laten zijn. Anders zullen de schoolpoorten, klaslokalen, leerkrachten en hun leerlingen langzaam vervagen tot iets dat compleet betekenisloos is. Op dat moment is er geen vrije tijd meer, geen gelijkheidsprincipe. Geen nieuwe generatie noch de belofte van een toekomst maar enkel een volgende generatie grondstoffen in een economische machine. Dreigt hier niet de echte ‘verloren tijd’? Waar begint en eindigt een maatschappelijke crisis dan?


Uitgelichte foto: Gerd Altmann (Pixabay)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Mattijs Driesen

Mattijs Driesen is leerkracht in het secundair onderwijs, filmmaker en onderzoeker aan LUCA School of Arts.