Laat het digitaal onderwijsexperiment nog lang duren!

 Leestijd: 2 minuten2

‘Beste leraren, dit is geen didactisch experiment.’ Onder die krantenkop waarschuwt het Expertisecentrum voor Effectief Leren voor een overdaad aan online onderwijs in deze coronatijden. Denk erover na, houd rekening met leerlingen die thuis over weinig internettechnologie kunnen beschikken en doseer lessen, taken en opdrachten, zo luidt de boodschap. Ze wordt met de nodige nuances en plausibele argumenten gebracht, maar sorry, ook betuttelend, slecht getimed en strategisch fout. Ja, dit is wél een didactisch experiment, zelfs een dat als manna uit de hemel komt gevallen. Eindelijk.

Wie al wat langer meedraait in onderwijs herinnert het zich ongetwijfeld nog goed: tussen 1998 en 2003, investeerde de Vlaamse regering 2,6 miljard frank of 65 miljoen euro in de digitalisering van ons onderwijs. Het PC/KD-project heette dat en het volgde kort na de doorbraak van thuis-pc en internet.

Scholen kregen massaal computers en printers toegestopt, internetkabels werden doorgetrokken en ter ondersteuning werd de functie van ICT-coördinator gecreëerd. Al gauw gebeurde wat bij vernieuwingen heel vaak gebeurt: ‘early adopters’ (pakweg 10% van de leraren) gingen er meteen mee aan de slag, een even grote groep zei nee en nog eens nee, en de tussenliggende 80% moest stevig overtuigd worden: worden mijn leerlingen hier beter van? Welk probleem lost dit voor mij op? Kan ik het oude inpassen in het nieuwe? Kan ik het proberen? Win ik er tijd mee? Word ik ondersteund?

Dit zijn typische en tegelijk essentiële vragen bij elke vernieuwing, en elk negatief antwoord verhoogt de drempel en de weerstand. Negatieve antwoorden kwamen er helaas snel, en wel om twee redenen.

Ten eerste was de didactiek (hoe integreer ik de technologie in mijn les, in leerprocessen) niet met de hard- en software naar de klas meegereisd, dat gebeurde pas later. Ten tweede moesten leraren geregeld en meer dan in een vol klaslokaal wenselijk is, opboksen tegen technische problemen. Full proof technology bestaat nog altijd niet en veel leraren waren (en zijn) onvoldoende onderlegd om technische problemen op te lossen. Er heerste ook wat scepsis: gaan we straks robotten laten lesgeven…?

Foto: Polina Zimmerman (Unsplash)

Nu moet het

We zijn intussen zo’n twintig jaar verder. Op basis van systematische peilingen en wetenschappelijk onderzoek (Mictivo, KlasCement, Apestaartjaren, heel wat doctoraten en masterproeven) weten we dat nog lang niet in elke Vlaamse school sprake is van een ICT-beleid. We weten ook dat de computer/laptop met beamer en het digibord tijdens de les nu wel vaak worden ingezet als onderwijsmiddel maar minder als leermiddel.

Veel schoolcomputerparken zijn bovendien inmiddels verouderd en werken met tablet of smartphone, en het gebruik van social media is in slechts vier op de tien Vlaamse scholen al een evidentie

In online onderwijscommunities regent het tips voor handige apps en e-tools, maar of daar systematisch gebruik van wordt gemaakt, is onduidelijk. Veel schoolcomputerparken zijn bovendien inmiddels verouderd en werken met tablet of smartphone, en het gebruik van social media is in slechts vier op de tien Vlaamse scholen al een evidentie.

Maar nu moet het. Nu moet ICT meer dan ooit een leermiddel worden. En nog beter: leraren laten zich niet pramen om die kans te grijpen. Via allerlei elektronische platforms zoeken ze de leerling op waar hij noodgedwongen moet zitten: thuis. Er wordt lesgegeven via Skype, Smartschool en andere Blackboard Collaborates. Maar vooral: er wordt online groepswerk georganiseerd, taken en opdrachten worden verdeeld, besproken, geëvalueerd, terwijl leerlingen nu structureel moeten doen wat ze eigenlijk al een tijdje kunnen: samen leren en werken via Whatsapp of andere online communicatiekanalen. Diverse onderwijsapps worden intussen opgediept, in ijltempo aangeleerd, gebruikt, geapprecieerd. Jazeker, het didactisch experiment draait op volle toeren.

Gebeurt een en ander soms chaotisch, zonder afstemming met collega’s, te snel en te dikwijls? Worden bepaalde wetenschappelijk onderbouwde principes voor goed onderwijs soms vergeten? Ja. Maar de overheid heeft dergelijke aberraties bij voorbaat afgedekt: geen nieuwe leerstof, geen toetsen of proefwerken. Dat is een erg belangrijk gegeven. Leerlingen kunnen dus niet worden afgerekend op wat tijdens dit experiment fout loopt.

Zonder dat het de bedoeling was, heeft het coronavirus daarom een fameuze boost gegeven aan onderwijs: nieuwe technologie omarmen, ‘outside of the box’ denken, improviseren. Flexibel kansen grijpen heet dat. Veel leraren zijn daar goed in, het is eigen aan hun beroep. Daarom: laat dit experiment zijn gang gaan en volop ogen openen: ha, zo kan het dus ook!

Leraren zijn professionals, ook en zeker nu. Na het experiment volgt de analyse, de correctie, de (re)organisatie voor een onderwijs dat bij deze crisis op de lange termijn wel eens heel goed zou kunnen varen. En zo doet corona misschien wat politici vooral voor het secundair onderwijs de voorbije jaren hebben nagelaten: het onderwijs echt vernieuwen in plaats van er oude wijn in nieuwe zakken van te maken.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Jan T’Sas

Dr. Jan T’Sas is verbonden aan de Antwerp School of Education van de Universiteit Antwerpen.