Virale valkuilen

 Leestijd: 6 minuten0

De inzet is hoog in de strijd tegen het coronavirus, en onze capaciteit om zin te geven aan vaak tegenstrijdige boodschappen staat onder druk – er zijn vele valkuilen. Hoe kunnen we wat we lezen terdege beoordelen?

Een nieuw virus houdt lelijk huis met onze gezondheid en met onze maatschappij, en we zijn diep onwetend. Er is zoveel dat we nog niet weten over dit nieuwe coronavirus – het soort nieuwigheid dat we kunnen missen als de pest, als u me de uitdrukking even vergeeft. En dat is een erg onprettig gevoel: we hebben het liefst simpele, ondubbelzinnige boodschappen.

En dat is iets waar sociale media goed in zijn, het overbrengen en afleveren van simpele, ondubbelzinnige boodschappen. Het probleem is dat het niet altijd even makkelijk is te bepalen hoe accuraat en behulpzaam ze echt zijn. Vele bevatten data en grafieken, en geven zo een indruk van geloofwaardigheid waar ze niet noodzakelijk daadwerkelijk recht op hebben. Vele komen van, of worden doorgestuurd door personen die we herkennen, waarvan we geloven dat ze een goede reputatie hebben, en die vast niet bewust valse informatie of ongepaste speculatie zouden verspreiden.

Maar ze zijn mensen, en dus onderworpen aan cognitieve vervormingen die parten spelen met het menselijke redeneren, vooral in deze erg emotionele tijden. En dat zijn wij ook: wat we denken te lezen kan flink verschillen van wat oorspronkelijk werd geschreven.

Wat zijn de valkuilen, en hoe kunnen we beslissen waar we al dan niet geloof aan hechten?

Op zoek naar de keerzijde

Tenzij u de laatste week sociale media helemaal niet hebt bekeken, hebt u ongetwijfeld talrijke berichten en posts zien langskomen die het beleid van de diverse Europese regeringen in vraag stellen en bekritiseren. We zitten hier immers in het epicentrum van de coronaviruspandemie. De onorthodoxe aanpak van de Britse regering was een bijzonder doelwit van deze veroordelingen. Inmiddels is die controverse wat achterhaald, want ook het VK zet nu in op meer conventionele maatregelen.

In tijden als deze is zinvol de economische denkwijze – erkennen dat elke keuze kosten en baten heeft, voordelen en nadelen – te hanteren. Maar veel van de kritiek werd gekenmerkt door eenzijdigheid: de auteurs richten zich op de ongewenste gevolgen van de acties die de autoriteiten al dan niet ondernemen, maar hebben weinig aandacht, noch voor het contrafeitelijke (wat zouden de ongewenste consequenties zijn van het alternatieve scenario?), noch voor de uitdagingen die het uitvoeren van dat alternatieve scenario stelt.

Een thema dat wel vaker opdook was het nalaten door de overheid de scholen te laten sluiten (of daarmee te lang te aarzelen). Scholen zijn immers een broeinest voor de overdracht van ziekten, en dus moet het afsnijden van die besmettingsroute een zinvolle maatregel zijn die onverwijld moet worden getroffen, dat was de logica.

Lege klassen, lege werkplekken? (Foto: CC BY Karen Apricot )

Maar zoiets heeft directe en indirecte gevolgen die ook van tel zijn. Als scholen er niet zijn om de op de kinderen te passen, dan zijn ouders verplicht thuis te blijven om ze op te vangen, of ze moeten ze bij de grootouders achterlaten. Dat laatste is uiteraard een slecht idee, maar als de ouders niet uit werken kunnen gaan, kunnen vele organisaties niet normaal functioneren, en op termijn wellicht helemaal niet. Dat zou rampzalig zijn in de gezondheidszorg.

Een recente paper door Jude Bayham en Eli Fenichel, economen aan de universiteiten van respectievelijk Colorado State en Yale, onderzoekt deze afweging, en besluiten: “Het is onduidelijk of de potentiële preventie van besmetting door het sluiten van scholen het potentiële verlies van gezondheidswerkers rechtvaardigt wanneer men het cumulatieve aantal doden wil reduceren”.

Zelfs als er een oplossing voor kinderopvang zou zijn die het mogelijk maakt de vitale sectoren aan de gang te houden, terwijl al de rest uiteindelijk stilvalt, dan nog kan zo’n situatie niet lang worden aangehouden zonder zeer ernstige economische gevolgen. (Dit betekent niet dat de scholen nooit dicht mogen, maar wel dat het niet zo eenvoudig is als de deur op slot te draaien.)

Wanneer sommigen dus zeer categoriek stellen wat wel of niet moet gebeuren, en op welk moment, dan houden we er best ook rekening mee dat zij die geen verantwoordelijkheid dragen zich kunnen veroorloven geen bal te geven om sommige consequenties van wat ze voorstellen. De werkelijke besluitnemers kunnen dat niet. Zij moeten een complexe verzameling van vereisten en gevolgen afwegen, over een langer tijdsbestek. Critici zijn zich niet altijd bewust van deze complexiteit (of verkiezen ze te negeren).

Niet kieskeurig

Een ander fenomeen dat we kunnen ontmoeten is het Dunning-Krugereffect: onze neiging om ons eigen cognitieve vermogen te overschatten. Zelfs erg slimme mensen kunnen deze tendens vertonen wanneer ze zich verwijderen van hun competentiegebied. Vaughan Bell, een Londens neuropsychiater, psycholoog en academicus aan University College London, vatte het aldus in een tweet: “Twitter puilt uit van mensen met doctoraten, goede bedoelingen en grafieken die uit hun context zijn gehaald, en die plots besluiten dat complexe vraagstukken in de virale epidemiologie ‘voor de hand liggende’ oplossingen hebben”.

Andre Spicer, een professor organisatieleer aan de Londense Cass Business School zag het zo: “Amateur expert – definitie: Een persoon die enkele boeken leest uit de afdeling ‘slim denken’, zich dan beschouwt als een wereldautoriteit op om het even welk vlak, en vervolgens met veel aplomb verstrekkende beleidsvoorschriften voorstelt.” 

Andrew Little, een professor politieke wetenschappen aan de universiteit van Berkeley, en medeauteur van een recente paper met de titel ‘I don’t know’ raadt ons het volgende aan: “Als men u erom vraagt, of als u zelf in de verleiding komt te orakelen over een onderwerp waarin u niet over expertise beschikt (bijvoorbeeld pandemieën), raadpleeg dan eerst deze paper.” Zij die posten bedoelen het ongetwijfeld goed en zijn vast oprecht, maar we moeten voorzichtig zijn niet te veel vertrouwen toe te kennen aan mensen wiens referenties in een ander domein liggen.

Zelfs de experts weten lang niet alles wat ze graag zouden weten, en voor elke uitdaging waar ze voor staan zijn er meerdere antwoorden, zowel qua aard als qua timing. Verschillende experts (vooral als ze uit verschillende disciplines komen) kunnen uiteenlopende standpunten hebben over wat de meest aangewezen strategie is.

Dat betekent ook dat iedereen met vooringenomen ideeën gemakkelijk een expert kan vinden die hun eigen standpunt ondersteunt. En mochten die experts dan toch een eerder genuanceerde positie innemen, dan kies je daaruit toch precies die onderdelen die in hun kraam passen? Deze neigingen staan bekend als selection bias en confirmation bias. Het is een goed idee te proberen ze te identificeren in de argumenten die we tegenkomen, maar ook in onze eigen interpretatie van wat we lezen. Laten we onze bronnen uitbreiden en luisteren naar andere klokken – en niet kieskeurig zijn met onze experts. 

Wanneer twee betrouwbare experts, na zorgvuldig en grondig dezelfde feiten te beschouwen, tot een verschillende conclusie komen, dan is de wijze keuze misschien niet om de kant van de sympathiekste te kiezen, of een muntstuk op te gooien. In de plaats kunnen we beter Schrödingers kat indachtig zijn, en ervan uitgaan dat beide waar kunnen zijn – de tijd zal uitwijzen welke correct is. Zoals Scott Fitzgerald zei, het bewijs van een eersteklas intelligentie is dat men in staat is tegelijkertijd twee tegenstrijdige ideeën in gedachten kan houden, en toch naar behoren kan functioneren.

Sommigen worden gedreven door een partijdige agenda – bijvoorbeeld pro of contra de regering – en juichen de gevolgde strategie toe (of wijzen ze af, al naargelang). Dit produceert doorgaans geen stevige argumenten, maar vooral gemotiveerd redeneren. Wanneer je weet wat de conclusie moet zijn, dan kun je immers een redenering opbouwen die er perfect redelijk uitziet, en die er regelrecht naartoe leidt. Hier ook betekent dit niet dat wat de overheid doet noodzakelijk goed (of slecht is). Het betekent wel dat we een strategie best op haar merites beoordelen, en niet naargelang ze al dan niet door de overheid wordt toegepast.

Gemotiveerd redeneren en de verwante gemotiveerde overtuiging (“mensen geloven wat ze willen geloven”) kan ons ook aanzetten de kans te minimaliseren op wat we niet willen zien gebeuren, of ergens bewijzen te zien voor onze voorkeuraanpak, al zijn die er niet. Wie de dramatische verspreiding van het virus in Italië toeschrijft aan specifieke lokale omstandigheden (“en daarom kan dat hier niet gebeuren”) maakt zich bijvoorbeeld schuldig aan het eerste; het laatste zien we wanneer iemand beweert dat, omdat een bepaalde interventie elders werkte, ze ook hier met succes kan (en moet) worden toegepast.

Zulke extrapolatie van de ene context naar de andere is bedenkelijk, net als het extrapoleren van anekdotes. Het is inderdaad onvermijdelijk dat er, met elke dag vele honderden mensen die overlijden aan het virus, schrijnende verhalen de ronde doen van mensen die naasten zijn verloren, en van medici in de frontlijn, geconfronteerd met hartverscheurende beslissingen van wie leeft en wie sterft. Maar het beheersen van een epidemie is een kwestie van tienduizenden levens. Dat kan men niet doen op basis van individuele gevallen.

Een kwestie van het juiste tijdstip (Foto: webandi via Pixabay)

Laten we tenslotte opletten voor groepsdenken. Het is best mogelijk dat de beleidskeuzes die de overheid neemt beïnvloed worden door de neiging van hun raadgevers zich te conformeren, of door de druk om tot een consensus te komen. Wijzelf waken er best ook over dat we geen standpunt innemen enkel omdat een meerderheid in onze omgeving erachter staat, en we daar niet tegenin willen gaan. Laten we integendeel op zoek gaan naar tegenstrijdig bewijsmateriaal en naar nuance, eerder dan naar simpele verklaringen.

We moeten bereid zijn tot tegenspraak – en als we die niet wensen met onze vrienden, dan tenminste met onze eigen neigingen.

Misschien weten we niet wat anderen weten

Of we het nu eens zijn of oneens met het pad dat door de overheid wordt bewandeld, er zijn enkele zaken die we best voor ogen houden. Zelf beschikken we waarschijnlijk slechts over een fractie van de informatie die de overheid heeft, en we zijn wellicht ook meer selectief in de aspecten die we overwegen. Wat krankzinnig lijkt bekeken vanuit ons gezichtspunt, kan er best nauwgezet afgewogen uitzien vanuit het hunne – want zij hebben noodgedwongen een bredere kijk, moeten meer afwegingen maken, en hebben meer gegevens ter beschikking dan wij. Ons oordeel laten we best niet kleuren door wat we niet weten.

We doen er ook goed aan te bedenken dat timing cruciaal is bij epidemieën. Dit virus zal nog maandenlang blijven oprukken. In een spelprogramma zet je niet al je jokers meteen in tijdens de eerste ronde, en in een veldslag verschiet je evenmin al je munitie in de eerste minuten. Zo is het ook met deze epidemie: het is net zozeer een kwestie van welke maatregelen te nemen, als van wanneer ze te nemen.

En bovenal, laten we onthouden dat we op onbekend terrein zijn, en zonder landkaart. Er is geen tekstboek om een antwoord te puren op de vraag wat nu? In zulke omstandigheden moeten we behoedzaam zijn met ongefundeerde opinies en vermeende zekerheden, en voorzichtig hoeveel gewicht we geven aan welke berichten, vooral wanneer ze expertise ter zake impliceren. 

Liverpoolcoach Jürgen Klopp toont aan dat je impactvol kunt communiceren zonder beroep te doen op (vermeende) kwalificaties. Hij geeft een uitstekend voorbeeld, dat we best kunnen volgen.

Blijf veilig, en blijf gezond.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.