Eisenhower en het coronavirus

 Leestijd: 5 minuten0

Stel dat u twee taken hebt die om uw aandacht strijden: één is erg belangrijk, de andere is erg dringend. Welke zou u eerst doen? De kans is groot dat u de dringende taak kiest. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar ook de evolutieleer suggereert een redelijke verklaring. Bij het soort hoogdringende situaties waarmee onze voorouders te maken kregen was snel reageren immers vaak essentieel om te overleven.

Denk maar aan een voorouder, bezig met de belangrijke taak van het sprokkelen van brandhout, die plots voor een sabeltandtijger komt te staan die duidelijk een gastronomische belangstelling vertoont. Mocht die voorouder besluiten dat de belangrijke taak voorrang heeft over ervandoor gaan als de gesmeerde bliksem, dan zou hij of zij wellicht niet lang genoeg overleven om voor een volgende generatie te zorgen. We zouden dus wel eens deels voorgeprogrammeerd kunnen zijn met een zin voor prioriteit van het dringende boven het belangrijke.

En die tendens te reageren op wat dringend is bewijst ons alvast goede diensten. Ik vermoed dat ik niet de enige persoon ben die, als student, grote moeite had met het beginnen blokken voor het volgende examen, als dat pas over een week zou plaatshebben. Pas wanneer het werkelijk in zicht kwam – twee, drie dagen maximum – slaagde ik erin de motivatie te vinden om boeken en notities te openen. Zelfs na vijf jaar ingenieursstudie was ik nog steeds niet in staat tot een beter geplande aanpak. Hoogdringendheid was een noodzakelijke drijfveer.

Het voordeel van hoogdringendheid

Hier is overigens niets mis mee, tenminste wanneer wat belangrijk is ook dringend is, zoals ontsnappen aan een hongerig roofdier, of een goed cijfer halen op een examen. Maar onze levens zijn doorgaans wat complexer dan dat van onze voorouders of zelfs van studenten.

Meer specifiek kunnen we wat we moeten doen indelen in vier categorieën: dringend, belangrijk, beide, en geen van beide. We kunnen dit in een 2×2 tabel plaatsen, een instrument dat bekent staat als de Eisenhowermatrix. Generaal Dwight Eisenhower zou namelijk ooit hebben gezegd: “Ik heb twee soorten problemen, de dringende en de belangrijke. De dringende zijn niet belangrijk, en de belangrijke zijn nooit dringend.”

Orde op zaken, maar verwaarlozen we niet het belangrijkste?

Dit beschrijft mooi de essentie van waar we falen met ons tijdsgebruik. We zijn inefficiënt omdat we afgeleid worden door zaken die onze onmiddellijke aandacht opeisen, maar van weinig betekenis zijn, en we zijn ondoelmatig omdat we geen aandacht schenken aan datgene wat belangrijk is als het niet ook dringend is. U kunt vast nog andere voorbeelden bedenken dan die in de figuur.

Wanneer hoogdringendheid overheerst

Ook al hebben we een overgeërfde neiging hebben om de voorkeur te geven aan wat acuut en dringend is, we zijn natuurlijk ook in staat om zo’n neiging te omzeilen, en meer aandacht te besteden aan wat belangrijk is, dringend of niet. Waarom verwaarlozen we dan nog het belangrijke dat niet dringend is?

Een reden is dat de baten van wat belangrijk is pas in de toekomst worden gerealiseerd. Het examen waarvoor we een goed cijfer willen is pas volgende week. De kosten – de inspanning en de offers die we moeten brengen – zijn echter veel dichterbij: we moeten nú blokken voor dat examen.

Elk jaar twee korte zakenvluchten vervangen door een videoconferentie is equivalent met het uitschakelen van de verwarming gedurende twee wintermaanden

Dat is ook het geval voor zaken die gaan van het in de gaten houden van ons gewicht (‘het gaat weken duren voor we die extra kilo kwijt zijn, maar het offer om niet een tweede stuk taart te nemen moeten we nu maken’) en voldoende lichaamsbeweging nemen (‘we zullen pas over máánden in staat zijn 10km te lopen in minder dan een uur, maar we moeten vandaag voor dag en dauw opstaan om te gaan joggen’), tot sparen voor de oude dag (‘we zullen bijna 70 zijn voor we van ons pensioen kunnen genieten, maar we moeten daarvoor nú onze frivole uitgaven inperken’). Dat beïnvloedt hoe we kosten en baten afwegen, en begunstigt het dringende.

En zelfs wanneer de toekomstige baten groot lijken, dan nog zijn ze onzeker, precies omdat ze in de toekomst zijn – zeker (!) meer onzeker dan de kosten die we nu moeten dragen. Dat zet ons aan tot gemotiveerd redeneren: de tendens om beslissingen op basis van emoties te rechtvaardigen en te rationaliseren. We zegen tegen onszelf dat nu een inspanning doen niet nodig is, want wie weet wat er nog allemaal gaat gebeuren voor we zover zijn, of dat we op zijn minst actie best uitstellen tot we meer zekerheid hebben, en niet nodeloos moeite doen.

Dit gebeurt ook op grotere schaal. Men vertelt ons over het belang ons gedrag aan te passen om de klimaatverandering te lijf te gaan, en zo dramatisch stijgend zeeniveau en extreme weersomstandigheden met ongeziene droogte en overstromingen te vermijden. Belangrijk, voorzeker. Maar die gevolgen, hoe apocalyptisch ook, zijn decennia ver weg in de toekomst, net als de meeste doelstellingen voor de reductie in de koolstofuitstoot. We zouden, als we dat wilden, nu radicaal ons gedrag kunnen veranderen. Maar de hoogdringendheid ontbreekt.

Een schok voor ons systeem

En plots lijkt het alsof we wel in staat zijn op korte termijn radicale wijzigingen in ons gedrag door te voeren. Chad Loder, een technologie-ondernemer, merkte op Twitter op dat heel wat zaken die men als onpraktisch of ondoenbaar placht te bestempelen, op een of andere manier “magisch vanzelfsprekend gemakkelijk” zijn geworden in de wereld met COVID-19.

De luchtvaart is wel niet de grootste bron van CO2 in de atmosfeer, maar een typische korte-afstandsvlucht, zeg maar heen en weer tussen Londen en Rome, produceert toch zo’n 0,45 ton CO2 per passagier. Dat is een zesde van wat de verwarming van een gemiddeld Brits huishouden uitstoot op een heel jaar.

Elk jaar twee korte zakenvluchten vervangen door een videoconferentie is equivalent met het uitschakelen van de verwarming gedurende twee wintermaanden. Blijkbaar onpraktisch tot enkele weken terug, maar nu zien we het luchtverkeer boven Europa teruglopen met 15% en meer in vergelijking met vorig jaar (in Italië was dat 50% op 11 maart), door een combinatie van vrijwillige keuzes van personen, en maatregelen van de overheden. We kunnen duidelijk minder vliegen.

Minder vliegen is niet enkel mogelijk, het gebeurt ook (Bron: Eurocontrol)

Loder geeft verschillende andere voorbeelden van interventies die plots helemaal mogelijk lijken, van conferenties die ook via videostreaming of Skype kunnen worden gevolgd (of die erdoor worden vervangen), en het snel invoeren van thuiswerken, tot een vorm van universeel inkomen voor ouders die niet uit werken kunnen gaan omdat de scholen dicht zijn.

En dat allemaal omdat we voor een uitdaging staan die niet alleen belangrijk, maar ook dringend is.

In gevallen van hoogdringendheid slagen we erin snel, en zonder al te veel poespas, handelingen en interventies opnieuw te beoordelen die we tot voor kort als ‘ondenkbaar’ beschouwden

‘Gratis’ is een krachtig concept uit de gedragseconomie, maar blijkbaar zet ‘dringend’ het compleet in de schaduw. Natuurlijk zijn niet al deze gedragsveranderingen vrijwillig en het resultaat van individuele voorkeuren. We zijn duidelijk mijlenver van de zachtaardige omgeving van het libertair paternalisme. Sommige van de draconische maatregelen die regeringen opleggen (café’s die dicht moeten blijven!) zijn minder een geval van leiderschap met vaste hand, dan van onvoorwaardelijke, harde verplichtingen. Maar er is weinig weerstand. Men begrijpt de offers die moeten worden gebracht om het coronavirus te bestrijden.

Ons eigen gevoel van hoogdringendheid

In gevallen van hoogdringendheid slagen we erin snel, en zonder al te veel poespas, handelingen en interventies opnieuw te beoordelen die we tot voor kort als ‘ondenkbaar’ beschouwden. En vaak krijgen ze dan algauw het etiket ‘hoe snel kunnen we dit uitvoeren’.

Toch is hoogdringendheid in grote mate in het oog van de toeschouwer. Wanneer we geloven dat iets dringend is, kunnen we vlot de overeenkomstige mentaliteit aannemen. We kunnen dan die zogenaamde onvoorstelbare ingrepen – of het nu gaat om het sparen van 15% van ons inkomen in ons pensioenplan, autoritten met de helft verminderen, of wat het ook is wat we nu zouden moeten doen om onze lange-termijndoelstellingen te bereiken – van de andere kant bekijken.

Onder welke omstandigheden zouden we zo’n gedragsverandering kunnen en willen doorvoeren? We kunnen onszelf in de toekomst plaatsen en de consequenties van passiviteit beschouwen. Met die inzichten keren we terug naar het heden, en wegen we af wat we kunnen doen om ze te vermijden. Als we dat wensen, kunnen we de hoogdringendheid van de toekomst naar dit moment brengen.

We kunnen wat belangrijk (maar niet dringend) is in de Eisenhower matrix in het belangrijk én dringend vakje plaatsen als we willen. We hoeven echt niet te wachten tot wanneer omstandigheden zoals het COVID-19 virus ons ertoe dwingt.

 

Uitgelichte foto: CC BY Judith E. Bell

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.