Waarom we herinneringen levendig moeten houden

 Leestijd: 5 minuten0

In een van de meest memorabele scènes uit de comedyreeks Father Ted zijn de hoofdfiguur en zijn jongere, wat simpele, collega Father Dougal met vakantie in een minuscule caravan, op een verlaten en uitgeregend kampeerterrein. Dougal heeft een doos met plastic boerderijdieren ontdekt, en ze op de tafel gezet.

Ted neemt twee van de speelgoedkoeien, en spreekt Dougal langzaam toe: “OK, een laatste keer… deze zijn klein, maar die daarbuiten zijn ver weg.” De verbijsterde blik van Dougal laat uitschijnen dat de boodschap nog niet echt is aangekomen. Ted herhaalt, terwijl hij nadrukkelijk de plastic koeien beweegt: “Klein…”, en kijkt dan naar buiten: “…ver weg…”. Dougals gelaatsuitdrukking weerspiegelt de bovenmenselijke inspanning die hij levert om het te begrijpen, maar uiteindelijk schudt hij verslagen het hoofd, waarop Ted boos het speelgoed op de tafel smijt, en “Ah, vergeet het!” bromt.

Het is moeilijk niet te lachen om de wat onnozele Father Dougal die er niet in slaagt in te zien dat de verafgelegen koeien in feite groot zijn, en enkel klein lijken door de afstand – en ons zelfs een beetje zelfgenoegzaam te voelen. Maar vervang afstand door tijd, en dan zijn we zelf misschien ook niet echt zo snugger.

Klein in de toekomst

Een van de allereerste praktische problemen die de (toen ontluikende) wetenschap van de gedragseconomie aanpakte, nu bijna 25 jaar geleden, was het feit dat velen onder ons onvoldoende sparen voor ons pensioen. Een van de redenen hiervoor is dat tijd en geld op dit eigenste moment er anders uitzien dan ergens in de toekomst.

Het disconteren van geldbedragen over een tijdsperiode is op zich perfect zinvol. Bijna iedereen verkiest 50 euro nu over 50 euro volgend jaar. Zelfs als er geen onzekerheid bij komt kijken, en we het bedrag gegarandeerd zullen ontvangen, dan nog kunnen we, 50 euro nu beleggen, en dus volgend jaar meer dan 50 euro hebben.

Maar zo eenvoudig is het niet. Als we konden kiezen tussen 50 euro over een jaar, en 60 euro over dertien maanden, dan zouden de meesten onder ons voor die extra 10 euro wel een maandje kunnen wachten: 20% meer op een maand tijd komt overeen met bijna 800% rente op jaarbasis. Intrigerend genoeg, echter, wanneer de keuze is tussen 50 euro nu en 60 euro over een maand, dan hebben de meeste mensen liever het geld nu, zonder wachttijd, ook al is het financiële voordeel exact hetzelfde. Net als bij Father Dougals koeien: een periode van een maand in de verre toekomst is niet echt kleiner, ze ziet er enkel zo uit.

Geen hyperbolisch disconteren hier! (Foto: CC BY tradingacademy.com)

Dit fenomeen wordt hyperbolisch disconteren genoemd, en is een van de verklaringen voor onvoldoende sparen – in het bijzonder voor het uitstellen ervan. Sparen is eigenlijk net hetzelfde als de ‘meer geld later’ optie. Geld stoppen in ons pensioen (eerder dan het te spenderen) lijkt iets perfect zinvols om bijvoorbeeld over een jaar mee te beginnen. Prima plan! Maar naarmate volgend jaar nadert, komen we tot het besluit dat we eigenlijk toch eerst nog een en ander willen kopen met dat geld. Dus misschien toch nog een jaartje uitstellen…

Nobellaureaat Richard Thaler en collega Shlomo Benartzi ontwikkelden een ingenieuze manier om deze neiging te overwinnen, bekend als Save More Tomorrow (Morgen meer sparen – een van de meest geciteerde experimenten in de gedragseconomie). Ze nodigden werknemers uit zich er nu toe te verbinden om een deel (maar niet alles) van toekomstige salarisverhogingen in een pensioenplan te storten. Dankzij deze vorm van precommitment werd de verleiding om de start telkens weer uit te stellen tegengegaan: men nam de beslissing nu, en niet op het moment waarop het te sparen bedrag beschikbaar werd. Het reserveren van toch wat extra geld uit de opslag om te spenderen reduceerde bovendien de betalingspijn (en de impuls om op het laatste ogenblik toch van gedachten te veranderen). Het werd een succes: 78% van de medewerkers traden toe tot het programma, vier salarisverhogingen later was 80% van hen nog steeds lid, en over een periode van 40 maanden groeide het gemiddelde spaarpercentage van 3,5% naar 13,6%.

Maar we vervormen niet enkel informatie over de toekomst. We doen hetzelfde met herinneringen.

Klein in het verleden

Als student (en, even eerlijk wezen, ook wel later) ervaarde uw correspondent nu en dan een fenomeen dat algemeen bekend is als de ‘kater’. Dat ging meestal gepaard met plechtige voornemens de volgende keer minder te drinken (en een of twee keer zelfs nooit meer alcohol te consumeren). Als die volgende keer de avond van de dag erna was, dan werkte het wel eens. Maar meer dan enkele dagen ertussen, ho maar: de herinnering aan de kater was dan veraf, de lokroep van de booze prominent, en de cyclus herhaalde zich. Misschien herkent u het ook wel.

Het is een vergelijkbaar verhaal achter het stuur. We snorren vrolijk langs de snelweg, en plots vertraagt het verkeer. Blauwe zwaailichten, brandweer, ziekenwagens – stukken glas, plastic en metaal, en verhakkelde wrakken. Als we ons uiteindelijk langs de plaats van de aanrijding wurmen en opnieuw versnellen gaat het er toch wat bedachtzamer aan toe. Onze voet is lichter en we houden ons netjes aan de snelheidslimiet. We zijn schenken meer aandacht aan de weggebruikers rondom ons. Voor even dan toch. Een uurtje later is de herinnering immers al aan het vervagen, en ons gedrag keert al gauw terug naar hoe we gewoonlijk rijden.

Er is een sombere connectie tussen de twee (Foto’s: CC BY Maria Navarro Sorolla en CC BYJørgen Schyberg)

We zien dit zelfs in ons collectieve geheugen. Op 27 januari werd de bevrijding van het Nazi-uitroeiingskamp van Auschwitz herdacht, nu 75 jaar geleden. Het aantal nog in leven zijnde overlevenden van de onuitsprekelijke gruwel die daar (en in de andere kampen) plaatsvond neemt onvermijdelijk af, en met hen ook de directe herinneringen aan wellicht de meest afschuwwekkende periode uit de menselijke geschiedenis. Deze herinneringen hebben ons tot dusver geholpen aan de krachten te weerstaan die tot de monsterlijke gaskamers leidden. Maar ze worden steeds vager.

Als we ons de fouten die we in het verleden maakten niet kunnen of willen herinneren – of de fouten waarvan we weten dat anderen ze hebben gemaakt – dan zijn we gedoemd ze te herhalen. Dat is zo voor ons als individuen, wanneer we te veel drinken, of wanneer we dwaze risico’s nemen op de weg.

De herinnering levendig houden

En het is ook zo voor ons allemaal samen. Kunnen we het ons veroorloven te vergeten waartoe het menselijke ras in staat bleek, amper drie generaties geleden? Kunnen we riskeren dat zoiets opnieuw gebeurt omdat de feiten nu zo veraf lijken? De onbeschrijflijke wreedheden vonden plaats lang voor de meesten onder ons zelfs maar werden geboren, en voor velen zelfs voor hun ouders er waren. Maar dat maakt ze niet minder betekenisvol, en er is geen reden om te denken dat zulk kwaad vandaag niet meer kan gebeuren.

Elke dag worden wel ergens stapjes gezet, stapjes die erg lijken op degene die leidden tot de onmenselijkheid van Auschwitz, Treblinka en de andere vernietigingskampen – zoals deze tweet illustreert:

Zulke feiten kunnen banaal lijken, en niets om ons al te druk over te maken. Maar we zijn in staat in te zoomen op die klein lijkende herinneringen, en die vervorming ongedaan te maken. Als we ze hun ware grootte teruggeven kunnen we daden van antisemitisme, en breder, van intolerantie voor mensen omwille van hun ras, hun overtuiging, hun seksuele geaardheid of hun etnische achtergrond, beoordelen voor wat ze zijn: weerzinwekkend en gevaarlijk gedrag. Ik nodig u uit het artikel waarnaar de tweet verwijst (Google Translate helpt wanneer u het Italiaans niet machtig bent) te lezen, terwijl u aan Auschwitz denkt, en u zult zien wat ik bedoel.

Zelfs wanneer er, binnen niet al te lang, niemand meer zal overblijven die persoonlijk de verschrikkingen van de kampen meemaakte, kan de jaarlijkse herdenking ons helpen de gruweldaden te beschouwen alsof ze vorig jaar, eerder dan driekwart eeuw geleden plaatshadden. Het is goed daar aandacht voor te hebben.

“The past is a foreign country”, zo begint L.P. Hartley’s boek The Go-Betweens – het verleden is een vreemd land. Maar dat hoeft niet zo te zijn. We kunnen van het verleden ons land maken en er de lessen uit blijven trekken.

Het is aan ons dat te doen.

 

Uitgelichte foto: Andrew Martin (aitoff)(Pixabay)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.