Onverdiend loon

 Leestijd: 5 minuten0

Velen zien een meritocratie als een waardig ideaal: iedereen krijgt waarop zij of hij recht heeft. Maar gelukkig toeval kan dat verstoren: dat is immers, per definitie, iets wat we niet echt verdienen. Is het echt zo simpel?

Stel u voor: u komt thuis, het is al laat, en u bemerkt dat u uw sleutel vergeten bent. U haalt uw telefoon tevoorschijn om naar een slotenmaker te zoeken, en u hebt geluk: 10 minuten later verschijnt een jonge kerel met een gereedschapskist. Hij morrelt gedurende bijna een uur aan de deur, en uiteindelijk hoort u het verlossende klikken van het slot dat toegeeft aan zijn inspanningen. Opgelucht gaat u naar binnen, biedt de slotenmaker een koffie aan terwijl hij zijn factuur schrijft, en tenslotte betaalt u hem met plezier 100 euro. Dat was het zeker waard.

Beeld u nu in dat, in plaats van de beginner, zijn baas uw noodoproep had beantwoord. Met zijn meer dan dertig jaar ervaring zou hij uw slot in minder dan vijf minuten hebben kunnen kraken. Hij zou u natuurlijk ook 100 euro hebben aangerekend, maar 100 euro voor vijf minuten werk – gaat het een beetje, ja?

Deze schets is gebaseerd op een verhaal van gedragseconoom Dan Ariely (helaas niet langer beschikbaar, zo blijkt), en illustreert hoe we ‘loon naar werken’ zien. Iemand die een uur lang aan een slot prutst verdient 100 euro, iemand die de klus in enkele minuten klaart, ho maar!

Een duur grapje – behalve als hij zijn tijd neemt om het te fiksen (Foto: CC BY Eric Parker)

Het begrip verdienste of merite (en dat van meritocratie, een term die werd geïntroduceerd door de Britse socioloog Michael Young in de satire uit 1958, The Rise of Meritocracy) is nauw verbonden met ons gevoel voor fairheid. Wat kan er immers meer fair zijn dan beloond te worden naargelang je verdiensten, in plaats van op basis van je naam, je sociale klasse, je ras of je bezittingen?

Er is iets diep onrechtvaardigs aan mensen die erin slagen vooruit te komen omdat ze tot een bepaalde partij behoren, een diploma van een bepaalde universiteit hebben, of zelfs iemands dochter of zoon zijn. 

De macht van geluk

En toch is het leven doorspekt met dit soort bof en pech. De econoom Robert Frank wijdde een heel boek aan het fenomeen, Succes and Luck: Good Fortune and the Myth of Meritocracy, waarin hij onderzoekt in welke mate geluk (o.m.) economisch succes bepaalt. Natuurlijk zijn ook talent en hard werk belangrijk – zoals de Amerikaanse schrijver Coleman Cox schertste, “Ik geloof diep in geluk. Hoe harder ik werk, hoe meer ik ervan schijn te hebben.” Frank erkent dit, maar toont aan dat deze factoren niet voldoende zijn voor succes. Het is inderdaad niet moeilijk voorbeelden te vinden van hardwerkende, getalenteerde mensen die niet zoveel succes hebben als ze verdienen.

Er is iets diep onrechtvaardigs aan mensen die erin slagen vooruit te komen omdat ze tot een bepaalde partij behoren, een diploma van een bepaalde universiteit hebben, of zelfs iemands dochter of zoon zijn

In 2018 bouwden de fysicus Alessandro Pluchino en twee collega’s aan de universiteit van Catania een computermodel dat verheldert hoe geluk het verband tussen merite en beloning parten speelt. Ze noteren dat menselijke bekwaamheden meestal normaal verdeeld zijn. Het gemiddelde IQ is bijvoorbeeld 100, en 95% van de bevolking scoort tussen 70 en 130, en we zien iets gelijkaardigs voor kracht, lichaamslengte, doorzettingsvermogen enzoverder. Niemand heeft een IQ van 10.000, niemand is 180m lang, en niemand loopt 100m zelfs maar 10 keer zo snel als de gemiddelde snelheid van 13 km/h, equivalent met een tijd van 27 seconden – laat staan 100 keer zo snel. Toch verdient een typische CEO van een FTSE-100 bedrijf 117 keer het salaris van een gemiddelde werknemer, en we zien iets gelijkaardigs in de sport- en entertainmentsector.

Het model van het team stelt 1.000 virtuele personen, elk met begaafdheden die normaal verdeeld zijn en voorzien van een startkapitaal, bloot aan willekeurige fortuinlijke en onfortuinlijke gebeurtenissen. Wanneer iemand geluk heeft, dan verdubbelt het kapitaal met een waarschijnlijkheid die proportioneel is met het talent (innovatieve ideeën hebben een grotere kans om voordelig te zijn voor een getalenteerd individu), en wanneer een ongelukkig voorval optreedt wordt het kapitaal gehalveerd (iedereen lijdt op dezelfde manier onder een ongeval of ziekte).

De bevindingen zijn opmerkelijk. Eerst een vooral is het vermogen van de spelers niet normaal verdeeld, maar volgens een machtsfunctie, waarin 20% van de mensen 80% van de rijkdom bezitten. Op het microniveau zien we, zoals verwacht, dat een getalenteerd persoon een grotere a priori kans heeft op succes dan iemand met matige bekwaamheden: meevallers spelen in hun voordeel. Op het macroniveau echter toont het model hoe individuen die matig begaafd de hoogste succesechelons domineren, ondanks hun lagere a priori kansen. Omdat middelmatige personen veel talrijker zijn, hebben ze immers een statistisch voordeel om als groep meer te genieten van fortuinlijke gebeurtenissen.

Dit kan onfair en onrechtvaardig lijken, maar is dat echt zo? Individuen variëren in hun bekwaamheden en gaven in dit model net zoals in het echte leven – alsof we goede of slechte kaarten toebedeeld krijgen in een pokerspel. Dat toeval in een kaartspel en in onze genen is echter geen kwestie van fairheid. Bovendien heeft elk individu in dit model exact dezelfde kans op meevallers en tegenvallers – meer fair kun je het niet maken. En toch lijkt de uitkomst onfair.

Voorzichtig met onze wensen

Misschien zijn we gewoon niet zo best in staat om fairheid en kansen accuraat te in te schatten. We zien dit in hoe we onze eigen prestaties beoordelen: we schrijven onze successen toe aan onze intelligentie en inspanning, en onze mislukkingen aan externe factoren (dit fenomeen heet self-serving bias). 

We zien het ook in ons gevoel van voorrecht en aanspraak. Zoals de meeste lezers van dit stukje (en zijn auteur) leeft u wellicht in relatief welvarende omstandigheden. Om tot de globale top-1% verdieners te behoren moet uw inkomen slechts iets meer dan 29.000 euro bedragen. In vele rijke landen betekent het dat iedereen die meer dan het mediane loon verdient bij die 1% zit. Als u zich in die categorie bevindt, denkt u dan dat dat is omdat u bijzonder geluk hebt gehad, of eerder dat u dat eigenlijk wel verdient?

Het blijft een interessante vraag of we een meer meritocratische maatschappij, waarin geluk geen rol speelt en inkomens heel precies de bekwaamheden en inspanning van een persoon weerspiegelen, echt als meer fair zouden ervaren. In zo’n maatschappij zou er een harde limiet zijn op het succes dat we zouden kunnen bereiken, bepaald door onze algemene fysieke en cognitieve capaciteit. Het beste wat we kunnen doen is zo hard werken als we kunnen. Hoe leuk zouden we dat vinden?

Als je hiermee wint, is dat dan toeval, of meritocratie? (foto: CC BY Poker Photos)

Twee observaties suggereren dat we beter voorzichtig zijn met wat we wensen. Een ervan is de populariteit van loterijen, ondanks het feit dat de winsten letterlijk onverdiend loon zijn: er komt geen verdienste bij kijken. De andere is de brede en diepe gehechtheid die we hebben aan erfenissen. Die zijn ook totaal zonder merite (en dragen bij tot ongelijkheid). In een meritocratie geen van zulke meevallers – ons economisch succes hangt enkel af van (en is beperkt door) onze inherente begaafdheden. Bovendien zouden we ook niet langer onze omstandigheden kunnen schuiven op pech (of gebrek aan geluk): als we onderaan onze klasse bengelen, hebben we dat enkel aan onszelf te verwijten.

Geluk is geen obstakel

Een werkelijk meritocratische maatschappij, wanneer je er over nadenkt, blijkt dan toch niet zo geweldig te zijn, en in de praktijk hebben we blijkbaar ook geen problemen met meevallers waar we in de verste verte geen verdienste aan hebben. Moeten we dan maar gewoon ophouden ons op te winden over de rol van geluk in succes?

Grotendeels wel, ja.

Want het is niet geluk dat in de weg staat van een rechtvaardiger samenleving. We hoeven loterijen niet af te schaffen, of de winsten ervan weg te belasten in naam van fairheid. Waar we wel moeten voor zorgen is dat iedereen die wenst te spelen toegang heeft tot een loterijbriefje. Om dat te doen moeten we wat preciezer zijn in wat we als ‘geluk’ zien.

Jazeker, als je genen overerft die je slimmer, langer of sterker maken dan gemiddeld, als je een mooie geldsom erft, of als je ontdekt wordt als schrijver of artiest, dan is dat geluk hebben. En als je het BRCA1 gen meekrijgt van je ouders of dat van de ziekte van Huntington, of een arm verliest in een ongeluk, dan is dat pech.

Maar het is geen “meevaller” wanneer je als jongen geboren wordt, of met een blanke huid, of in Zwitserland, en het is geen “pech” wanneer je als meisje wordt geboren, of met een donkere huid, of in Swaziland. Het arbitrair bevoordelen of discrimineren van iemand omwille van hun geslacht, huidskleur of burgerschap of welke eigenschap ook is verachtelijk, en dat moeten we bestrijden. Maar het is geen kwestie van geluk of ongeluk.

We zouden misschien ook onze criteria wat kunnen verbreden wat betreft ‘succes’. In The Winner-Take-All Society hebben Robert Frank en Philip Cook het over twee even begaafde verkopers: een die de kans kreeg een lucratieve carrière uit te bouwen in de financiële industrie, en eentje die deze kans niet kreeg, en die kinderschoenen verkoopt. Wat maakt elk van hen succesvol – hun salaris, of het feit dat ze van hun baan houden, en dat ze ’s avonds op tijd thuis kunnen zijn om samen met hun kinderen te eten en hen een verhaaltje te vertellen bij bedtijd?

 

Uitgelichte afbeelding: CC BY Aimee Ray

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.