Wensen voor de eerste persoon meervoud

 Leestijd: 3 minuten0

De winterse avondschemering daalt en bedekte zacht maar zeker het jaar. De reële kans dat er onlangs in de klas nieuwjaarbrieven geschreven zijn, werkt stimulerend. Jef Boden voegt er een briefje vol wensen aan toe.

Liefste juf,

Liefste meester,

Liefste collega,

Goed begonnen is half gewonnen: laat ons het onderwijs nog wat verder simplificeren. Wees gerust, het klinkt spectaculairder dan het is. Ik stel gewoon voor om de orde van de persoonlijke voornaamwoorden – een term die op zich al als verdacht begluurd wordt – aan te passen.

Kunnen we de tweede en derde persoon meervoud niet gewoon schrappen? Maak van de kleinste kleuter tot de gewichtigst gebarende inrichtende machthebbers een solidaire schoolgemeenschap. Immers, geen leeftijd noch functie garandeert onkwetsbaarheid of de onmogelijkheid om van hoog op een evenwichtskoord naar beneden te donderen.

Bewaar een gezond evenwicht tussen rechten en plichten. Verwar eigenheid, een karakter, niet met een goestinkje. Niet zij. Niet jullie. Wij is het persoonlijk voornaamwoord voor de toekomst. Misschien is 2020 er nog niet rijp voor. Laat het ons toch alvast helder verkondigen.

In de zaligheid van die toekomst wens ik ons op school eveneens een extra lange middagpauze toe. Ik beken onmiddellijk: deze gedachte is ontsproten in scholen die daarvan de mogelijke weldaad reeds in de praktijk hebben omgezet. Zo’n lange pauze biedt alle collega’s een unieke kans om met hun hobby, hun passie, sportief, cultureel, pedagogisch, vrijwillig maar gedreven, samen met de leerlingen aan de slag te gaan. Musiceer, schaak, speel rugby, acteer, debatteer, bied extra remediëring of verdieping aan. Plaats genieten en welbevinden voorop. Ontdek en laat ervaren. Niet alleen leerlingen, ook hun ouders zullen voornamelijk applaudiseren: omwille van de inhoud, om het tonen van zo’n engagement en mooi meegenomen, het minder opgejaagd worden om veel te vroeg aan de schoolpoort te moeten staan of alweer opvang te moeten organiseren.

Collega’s, laat zo’n mooie middagpauze de tikklokgedachte definitief uit het onderwijs spoelen. Geniet in dat geval van een inhoudelijk sterke schoolleiding, een die het kind centraal stelt, een team leidt, aanspoort, inspireert, motiveert, een dichte en een verre toekomst plant, en duurzaam, na de woorden daadwerkelijk handelt.

Laat je school boven zichzelf uitstijgen door wat je met je collega’s voor en na de kantooruurtjes opbouwt en o. a. tijdens de middag realiseert. Ik wens je veel van dat soort medewerkers: ze mogen dan al eens naar een klok gluren, ze hebben vooral tijd en stralen die ongelimimteerdheid zeker uit.

Op die wijze hoop ik dat we straks zo’n zevende jaar lager onderwijs kunnen vermijden. Het uitstellen van een zogezegde echte studiekeuze tot na de eerste graad secundair onderwijs is daarvoor toch geen camouflage? Omdat we eindeloos achter iedere wetenschappelijke of economische realiteit aanhollen? Geen STEM-etiket of financiële geletterdheid gaat de basis kunnen missen. Verontschuldig me even deze negatieve noot, maar ik wens het onderwijs geen enkel noodzakelijk zevende jaar toe.

Mag ik iedereen daarom absoluut een overvloed aan leertijd toewensen? Laat de schooltijd vooral leertijd zijn. Al doende leert men. Dat geldt voor een kok, een brandweerman en ja, voor een student. Hoe noodzakelijk het voor het leefklimaat mag zijn om brandjes te blussen, overdaad schaadt enorm. Wie geen fouten maakt, maakt doorgaans niets. Maar fouten maken zonder ervan te leren, is als een hoogspringer die om nooit te falen de lat vooral op de grond legt. Laat ons naar school blijven gaan om te (leren) leren.

Ted van Lieshout formuleerde het zeer raak op zijn blog naar aanleiding van de recentste herhaling van de PISA-onheilsmantra. Lezen moet niet leuk zijn. Leren lezen is een noodzaak om in het leven verder te kunnen, het is essentieel voor burgerschap. Het besef van de noodzaak moet voor alle onderwijsparticipanten richtinggevend zijn.

In een interview met het dagblad Trouw verklaarde Edwin Cameron onlangs dat de essentie van elke grondwet het besef moet zijn dat mensen verschillen. Nog duidelijker: elk geavanceerd rechtssysteem dient diversiteit te beschermen. Zoals de Zuid-Afrikaanse grondwet dat nastreeft, kunnen wij proberen om – onze eigen beperkingen zijn toegelaten – iedere leerling op te trekken naar de grondrechten die voor allen bewerkstelligd zouden moeten zijn.

Ik keer even weer naar de persoonlijke voornaamwoorden. Opnieuw die ‘wij’. Moge het een wij zijn waarin ook zij een plaatsje krijgen: van Grieken tot Franken, van de middeleeuwse wevers en andere stedelingen tot het voetvolk van de industriële revolutie naar alle kleuren driehoeken uit de Tweede Wereldoorlog tot de regenboog van de hele LGBTI-familie.

Mag ik wensen, van grondwet tot klasafspraken, dat zij inderdaad wij worden, dat we op school niet langer onze eigen kinderen zien, of als je wil, dat we alle kinderen als onze eigen kinderen zien, ze voornaam aanspreken en familienamen nog louter voor de administratie opzoeken.

Laat ons de diversiteit binnen onze ploeg koesteren. Heerlijk hoe meningsverschillen mogen weerklinken, vol kleuren en argumenten uitspreekbaar zijn, kwetsbaarheid kunnen bevatten omdat collega’s op een eerste plaats een kader van vertrouwen en veiligheid zijn, elkaar persoonlijk in de ogen kijken, het niet nodig en trouwens onmogelijk en overbodig vinden ondertussen een berichtje in de wereld te sturen, mee aan een team bouwen dat stormen kan doorstaan en een blatende kudde of een huilende roedel louter uit een taallesje kent.

We streven ze allen na: verstandige fouten. Dan is het heerlijk om in de spiegel te kijken en een onvolmaakt spiegelbeeld te (h)erkennen. Laat die blik, die houding, zo’n droom de wens zijn om alvast de tweede helft van dit schooljaar nog meer te laten schitteren, en uiteraard, dat ze mag groeien een volledig 2020 en hopelijk lang daarna.

Van harte,

Je meester

Uitgelichte afbeelding © Pixnio

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Jef Boden

Jef Boden is leraar in een basisschool in Brecht en schreef eerder o.a. opiniebijdragen over het onderwijs voor deredactie.be.